• Aan de grenzen van het meetbare - De methodologische kwaliteit van internationale studies naar de omvang van aan prostitutie gerelateerde mensenhandel met nadruk op Noordwest Europa

      Lensvelt-Mulders, G.; Lugtig, P.; Bos, P.; Elevelt, A.; Helms, A. (Universiteit voor Humanistiek (UvH), 2016)
      De aanleiding voor deze literatuurstudie was een motie van Segers/van der Staaij, waarin gevraagd werd om een wetenschappelijke vergelijking te maken van het prostitutiebeleid tussen landen in Noordwest-Europa en het effect van dat beleid op de omvang van mensenhandel in de betreffende landen. De onderzoeksvraag in deze studie luidt: Wat is er bekend over de relatie tussen prostitutiebeleid in Noordwest-Europa en de omvang van mensenhandel en wat valt er vanuit wetenschappelijk oogpunt te zeggen over de kwaliteit van de bestaande onderzoeken waarop de conclusies over deze relatie zijn gebaseerd? Om een zo goed mogelijk inzicht in bovengenoemde relatie(s) te krijgen, is dit onderzoek specifiek gericht op landen in Noordwest-Europa: Nederland, België, Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken, Duitsland en Groot Brittannië. Deze landen dekken samen de belangrijkste, voor vergelijkend onderzoek relevante, vormen van prostitutiebeleid, en hebben een infrastructuur die in principe het best mogelijke onderzoek naar de omvang van mensenhandel mogelijk maakt. INHOUD: 1. Inleiding in de probleemstelling 2. Internationale beleidscontext 3. Methodologie van het onderzoek 4. Resultaten 5. Conclusies en methodologisch advies
    • Cameratoezicht in het publieke domein in EU-landen

      Meijer, B. (WODC, 2000)
      Het gebruik van camera’s in het publieke domein staat op dit moment sterk in de belangstelling. Diverse steden hebben camera’s in het publieke domein geplaatst of zijn van plan dit te gaan doen. In Nederland is er echter weinig kennis beschikbaar over de voorwaarden, regelgeving en effecten van cameratoezicht in het publieke domein. Daarom is er behoefte aan een literatuurstudie naar de aspecten van cameratoezicht in het publieke domein in landen van de Europese Unie waar men reeds ervaringen hiermee heeft opgedaan. Hierbij staat een aantal onderzoeksvragen centraal. Het gaat om het doel van cameratoezicht, de voorwaarden, de uitvoering en de effecten. Om deze vragen te beantwoorden is telefonisch contact gezocht met de ministeries van Binnenlandse Zaken of Justitie (of beiden) in de diverse landen. Hieruit bleek dat in Groot-Brittannië, Ierland, Frankrijk, België en Finland cameratoezicht in het publieke domein was en dat informatie hieromtrent aanwezig was. Naar deze landen is nader onderzoek verricht. Omdat geschreven informatie niet altijd aanwezig bleek te zijn, is er ook gebruik gemaakt van mondelinge informatie. Naast het analyseren van de literatuur over cameratoezicht in het publieke domein hebben verscheidende telefonische interviews plaatsgevonden met experts op dit gebied in de desbetreffende landen en is er een bezoek gebracht aan het ‘Home Office’ en een cameraproject in Groot-Brittannië. INHOUD: 1. Inleiding 2. Het doel van cameratoezicht 3. Voorwaarden voor cameratoezicht 4. De uitvoering van cameratoezicht 5. De effecten van cameratoezicht 6. Samenvatting en conclusies
    • Controlling organised crime - Organisational changes in the law enforcement and prosecution services of the EU member states

      Boer, M. den (ed.); Doelle, P. (ed.) (European Institute of Public Administration, 1999)
      In order to ensure optimal comparability between the research findings, a joint standard questionnaire4 was designed. One of the main reference points in the questionnaire was a series of EU legal instruments, which have been adopted in the field of justice and home affairs cooperation (Title VI Treaty on European Union). In particular the recommendations of the 1997 High Level Group Action Plan on Organised Crime — which pertain to the creation of national contact points and national coordination centres — offered both a functional and comparative perspective on the adaptation of national law enforcement structures to the threat of organised crime. The questionnaire covered the following fields:General characteristics of the national criminal justice systems, in particular the organisational structures of the police service and the prosecution service;Reorganisation or structural adaptation flowing from or related to the EU legal instruments (e.g. the 1997 EU Action Plan on Organised Crime, the 1991 EC Money Laundering Directive);Reorganisation relevant to the control of organised crime, but not directly related to European influences (e.g. flowing from national parliamentary inquiries);Main structures for international cooperation, in particular the organisation of international information and intelligence flows;Multidisciplinary cooperation structures with bodies other than police or prosecution (e.g. customs service, intelligence service, special investigation services, financial intelligence units, private investigation departments, and private security companies);Accountability systems and authorisation procedures relating to the investigation of organised crime cases;The rationale, the acceptance and the expected effectiveness of the reorganisation or reforms within the police and/or prosecution service.
    • De valbijl in het wetgevingsproces - Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de werking van het discontinuïteitsprincipe in de landen van de Europese Unie

      Schagen, J.A. van; Besselink, L.F.M.; Kummeling, H.R.B.M. (Rijksuniversiteit Utrecht - Instituut voor Staats- en Bestuursrecht, 1996)
      Vooral sinds de jaren tachtig is er veel belangstelling voor problemen van wetgeving. De aandacht is daarbij zowel gericht op de kwaliteit van wetgeving als op mogelijke feilen in het wetgevingsproces. In verband met dit laatste gaf het kabinet in 1993 in zijn nota 'Voortvarend wetgeven' aan, de lange duur van de wetsprocedure als een probleem te zien. Als een van de mogelijke oplossingen werd gewezen op het introduceren van de 'valbijlprocedure', een procedure waarbij niet afgehandelde wetgeving na afloop van een bepaalde parlementaire periode komt te vervallen. De volgende probleemstelling werd bij het onderzoek als uitgangspunt genomen: Welke ervaringen zijn in de landen van de Europese Unie opgedaan met (varianten van) een valbijlprocedure, met name in landen waarin de onderlinge verhouding tussen regering en parlement vergelijkbaar is met Nederland?
    • Elektronische detentie als alternatief voor gevangenisstraf - Een quickscan naar Europese ervaringen

      Nagtegaal, M.H. (WODC, 2013)
      In het onderzoek wordt in vogelvlucht naar de ervaringen met elektronische detentie in de gehele Europese Unie (EU) gekeken en daarnaast worden tien landen uitgebreider onderzocht. Dit zijn België, Denemarken, Duitsland, Engeland en Wales, Finland, Frankrijk, Noord-Ierland, Noorwegen, Schotland en Zweden. INHOUD: 1. Inleiding en methoden 2. Kenmerken elektronische detentie in Europa 3. Ervaringen met elektronische detentie in Europa 4. Slotbeschouwing
    • Heimelijke opsporing in de Europese Unie - De normering van bijzondere opsporingsmethoden in de landen van de Europese Unie

      Tak, P.J.P. (red.) (Katholieke Universiteit Nijmegen, 2000)
      Het doel van het onderzoek is de verschillen in regelgeving en praktijk met betrekking tot het gebruik van bijzondere opsporingsmethoden in beeld te brengen. Dergelijke verschillen kunnen van invloed zijn op de mogelijkheden tot samenwerking in de aanpak van georganiseerde criminaliteit. In het onderzoek wordt per land aandacht geschonken aan het gebruik van (A) observeren en volgen, (B) observatie met technische hulpmiddelen, (C) onderscheppen van telecommunicatie, (D) afluisteren met technische hulpmiddelen, (E) heimelijk maken van foto- en video-opnamen, (F) onderscheppen van poststukken, (G) gebruik van plaatsbepalingsmethoden, (H) inkijkoperaties, (I) informanten, (J) pseudokoop, (K) infiltranten, (L) gecontroleerde aflevering, (M) frontstores. De mate waarin bijzondere opsporingsmethoden zijn geregeld en de voorwaarden waaronder ze worden ingezet, verschillen sterk. Maar op een hoger abstractieniveau zijn er veel overeenkomsten. Belemmerende factoren voor internationale samenwerking in de opsporing liggen niet zozeer in de (verschillen in) regelgeving op het gebied van bijzondere opsporingsmethoden, alswel in (verschillen in) de strafvorderlijke systemen, rechtsculturen en werkwijze. Verder blijkt het instrument van internationale rechtshulp over het algemeen als te tijdsrovend te worden ervaren voor efficiënte grensoverschrijdende politiesamenwerking. Internationale politiesamenwerking is gebaat bij informatie over de hoofdlijnen van strafvorderlijke systemen van de landen waarmee wordt samengewerkt.
    • Het functioneren van het klachtvereiste in de zedelijkheidswetgeving - Deelrapportage 2 - Het wettelijk kader: wetsgeschiedenis, jurisprudentie en zedelijkheidswetgeving in diverse landen

      Savornin Lohman, J. de; Beijers, W.M.E.H.; Duker, M.; Gelder, C.P. van; Goderie, M.J.H.; Nieborg, S.M.A.; Rijkschroeff, R.A.L.; Verkuyl, E.C.A. (Verwey-Jonker Instituut, 1998)
      Dit deelonderzoek schetst het wettelijk kader waarbinnen het klachtvereiste zich bevindt. Het rapport opent met een beschrijving van de wetsgeschiedenis van de zedelijkheidswetgeving. waaronder het klachtvereiste. Vervolgens wordt er een overzicht gegeven van de jurisprudentie en ter afsluiting volgt een beschrijving van de zedelijkheidswetgeving in diverse landen.
    • Het monitoren van publiek vertrouwen in de politie

      Stals, L.; Walle, S. van de (Katholieke Universiteit Leuven - Instituut voor de overheid, 2020-12)
      Dit rapport onderzoekt hoe het publieke vertrouwen in de politie gemeten wordt in Nederland en het buitenland, en hoe valide en representatief deze metingen zijn. Dit moet dienen om de huidige meetpraktijk in Nederland te verbeteren. Concreet zal dit rapport een antwoord formuleren op drie onderzoeksvragen:Hoe wordt het publieke vertrouwen in de politie in Nederland momenteel gemeten, en hoe representatief is die meting?Welk vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie bestaat er in andere Westerse landen, en hoe wordt het concept ‘vertrouwen’ hierin gemeten?Wanneer we het vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie in Nederland vergelijken met het vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie in andere Westerse landen, in hoeverre is het eerstgenoemde dan volledig te noemen? INHOUD: 1. Theoretisch kader 2. Hoe wordt het publieke vertrouwen in de politie in Nederland momenteel gemeten en hoe representatief is die meting? 3. Welk vragenlijstonderzoek naar het publieke vertrouwen in de politie bestaat er in andere Westerse landen, en hoe wordt het concept ‘vertrouwen’ hierin gemeten? 4. Vergelijking meetpraktijk in Nederland met meetpraktijk in andere Westerse landen
    • Internationale verkenning kosten gesubsidieerde rechtsbijstand - Een vergelijkende studie naar Nederland, Finland en Schotland

      Scholte, R.; Weel, B. ter; Westerveld, M. (SEO Economisch Onderzoek, 2017)
      De centrale vraag in dit rapport is wat geleerd kan worden van een verkenning van de stelsels van gesubsidieerde rechtsbijstand van Nederland, Finland en Schotland met betrekking tot de doelmatigheid van het Nederlandse stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Deze vraag wordt aan de hand van twee specifieke maatregelen beantwoord. Ten eerste, wat zou het inzetten van advocaten in de eerste lijn voor gevolgen kunnen hebben voor de kosten van het Nederlandse stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand? Ten tweede, wat zou het aanwenden van een rechtsbijstandsverzekering voor gevolgen kunnen hebben voor de kosten van het Nederlandse stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand? INHOUD: 1. Inleiding 2. Vergelijking van stelsels 3. Casestudy - gesubsidieerde rechtsbijstand bij echtscheidingen 4. Scenario 1 - Advocaten in eerste lijn 5. Scenario 2 - Vergroten belang rechtsbijstandsverzekeringen 6. Conclusies en beperkingen onderzoek
    • Kwaliteitssystemen voor de rechtsprekende macht - Een internationale verkenning

      Baas, N.J.; Niemeijer, E. (WODC, 1999)
      Dit rapport doet verslag van een 'quick scan' van de literatuur over gehanteerde kwaliteitssystemen in de rechtspraak in de rechtspraak in het buitenland. Kwaliteit wordt in dit onderzoek opgevat als het voldoen aan criteria. De probleemstelling luidt: welke kwaliteitssystemen voor de rechtspraak worden in het buitenland gehanteerd en wat zijn de ervaringen die ermee zijn opgedaan? De resultaten zijn vooral van belang voor het pVRO (project Versterking Rechterlijke Organisatie), waaronder deelprojecten vallen, gericht op de ontwikkeling van waarderingsonderzoek en kwaliteitsindicatoren. INHOUD: 1. Inleiding 2. Verenigde Staten 3. Engeland 4. Andere Angelsaksische landen 5. Duitsland 6. Andere Continentaal Europese landen 7. Overzicht van resultaten
    • Legal aid in Europe - Nine different ways to guarantee access to justice?

      Barendrecht, M.; Kistemaker, L.; Scholten, H.J.; Schrader, R.; Wrzesinka, M. (Hague Institute for the Internationalisation of Law (HIIL), 2014)
      This is a comparative research about legal aid in nine countries: France, Germany, Belgium, England & Wales, Scotland, Ireland, Poland, Finland and the Netherlands. This report addresses two questions:How are state-financed legal aid systems organised in these countries?Which minimum requirements for state-financed legal aid can be reduced from the European Convention of Human Rights (ECHR) and from case law of the European Court of Human Rights (ECtHR)? CONTENT: 1. Comparing legal aid systems 2. Components of the legal aid system 3. Costs and financing of legal aid 4. Legal aid per type of problem 5. General trends in innovation and reforms 6. ECHR case law 7. Findings and trends
    • Legislative processes in transition - comparative study of the legislative processes in Finland, Slovenia and the United Kingdom as a source of inspiration for enhancing the efficiency of the Dutch legislative process

      Voermans, W. (ed.); Napel, H.-M. ten (ed.); Diamant, M.; Groothuis, M.; Steunenberg, B.; Passchier, R.; Pack, S. (Leiden University - Section of Constitutional and Administrative Law, 2012)
      The main research question of the current study is when whether the efficiency of the Dutch legislative procedure for parliamentary acts indeed constitutes a problem, in particular if compared to the achievements of legislative processes in several other European countries and, if that turns out to be the case, whether lessons can be learned from those legislative processes and practices abroad with respect to pace and duration of the legislative process, phases and actors, transparency and the role of ICT. CONTENT: 1. Introduction 2. The selection of countries 3. Finland 4. Slovenia 5. United Kingdom 6. In comparison 7. Conclusion
    • Meerdaadse samenloop in het strafrecht - Een onderzoek naar doel, grondslag, karakter, strekking en functie van de wettelijke regeling van meerdaadse samenloop (artikel 57-63 Sr)

      Voorde, J.M. ten; Cleiren, C.P.M.; Schuyt, P.M.; Mulder-Hutten, M. (medew.); Vliet, J.M. van (medew.) (Universiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2013)
      Het onderzoek is gericht op het beantwoorden van de volgende vraag: Is de regeling van de artikelen 57 tot en met 63 van het Wetboek van Strafrecht (de samenloopregeling) nog wel toereikend gelet op de huidige opvattingen (binnen de dogmatiek, jurisprudentie en praktijk) over de toepassing van meerdaadse samenloop bij de straftoemeting en de situatie die wordt veroorzaakt door (technologische) ontwikkelingen op het gebied van (al dan niet) forensisch bewijs? INHOUD: 1. Inleiding 2. Historische ontwikkeling van de wettelijke regeling van meerdaadse samenloop 3. Ontwikkeling van de meerdaadse samenloop in de rechtspraak van de Hoge Raad 4. Meerdaadse samenloop in de Nederlandse strafrechtswetenschappelijke literatuur bediscusieerd 5. Meerdaadse samenloop in de strafrechtspraktijk 6. Meerdaadse samenloop in internationaal perspectief 7. Bevindingen en aanbevelingen
    • Re-integratiebeleid en recidive - Lessen uit internationaal onderzoek

      Boschman, S.; Verweij, S.; Teerlink, M.; Weijters, G. (WODC, 2021-06-29)
      Als onderdeel van het Nederlandse re-integratiebeleid werken justitiële inrichtingen, gemeenten en reclasseringsorganisaties samen aan het tijdens en na detentie oplossen van problemen van (ex-)gedetineerden. Het gaat daarbij om problemen op de leefgebieden huisvesting, schulden en werk, opleiding, inkomen en dagbesteding. Reclasseringsorganisaties houden zich daarnaast bezig met toezicht op of mensen zich aan bepaalde voorwaarden houden en het begeleiden en motiveren van mensen. In deze notitie wordt een overzicht gegeven van internationaal onderzoek naar de effectiviteit van reintegratiebeleid op het gebied van de leefgebieden en reclasseringstoezicht in het terugdringen van recidive.
    • Registratie en monitoring van kindermishandelingszaken - Een kwalitatieve studie naar beleid en systemen in het buitenland

      Grietens, H. (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen, 2018)
      De overheid is zich bewust van de problemen inzake registratie en monitoring van kindermishandelingszaken in de justitieketen en wil hierin verandering brengen. Een eerste stap naar verbetering van het systeem kan bestaan in het onderzoeken hoe registratie en monitoring van kindermishandelingszaken verlopen in het buitenland. Dit project is een uitwerking van deze eerste stap en heeft twee doelen. Ten eerste worden voorbeelden gegeven van hoe in het buitenland zaken van kindermishandeling worden geregistreerd en gemonitord. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar justitie, maar ook naar de kinderbescherming binnen de sociale sector (welzijn). Ten tweede is onderzocht welke systemen van registratie en monitoring relevant kunnen zijn voor de Nederlandse context, met bijzondere aandacht voor recente innovaties.Er zijn dertien landen in de steekproef geïncludeerd: België (regio Vlaanderen), Canada, Denemarken, Duitsland, Engeland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Noorwegen, Verenigde Staten, Zweden en Zwitserland. INHOUD: 1. Achtergrond en probleemstelling 2. Methode 3. Context van de kinderbescherming 4. Registratie- en monitoringssystemen van kindermishandeling 5. Conclusies en aanbevelingen voor vervolgonderzoek
    • Wikken, wegen en (toch) wetgeven - Een onderzoek naar de hiërarchie en omvang van wetgeving in vijf Europese landen

      Jong, P.O. de; Zijlstra, S.E.; Ommeren, F.J. van (medew.); Neerhof, A.R. (medew.); Lange, F.A. de (medew.) (WODC, 2009)
      De volgende onderzoeksvraag komt in deze rapportage aan de orde: Wat zijn de (institutionele) mogelijkheden voor het beperken van de aanwas van nieuwe regelgeving, zodat de dalende trend die zich ten aanzien daarvan sinds enkele jaren voordoet, kan worden bestendigd of uitgebouwd en een bijdrage kan worden geleverd aan de vermindering van de regeldruk? Er is hiervoor onder andere gekeken naar het instrumentele dereguleringsbeleid in vier andere Europese landen (Zweden, Finland, het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk). INHOUD: 1. Inleiding 2. Enkele centrale begrippen 3. Verenigd Koninkrijk 4. Zweden 5. Finland 6. Oostenrijk 7. Nederland 8. Remmen op regelgeving in vijf landen