• Arbeid in de gevangenis

      Unknown author (WODC, 1978)
      Draagt — al dan niet verplichte en/of betaalde — arbeid in de gevangenis bij tot resocialisatie van gedetineerden? Of staat zij deze juist in de weg en moet arbeid daarom voornamelijk worden gezien als tijdverdrijf? Deze en dergelijke vragen komen aan de orde in dit themanummer over arbeid in de gevangenis. De korte inleiding wordt gevolgd door een uitgebreid literatuuroverzicht. Verder vindt U drie buitenlandse artikelen over verschillende aspecten van arbeid in de gevangenis, en gezien de raakvlakken van het thema arbeid met dat van onderwijs en vorming voor gedetineerden, is in aansluiting daarop ook een Amerikaans artikel opgenomen over studieverlof voor gedetineerden. Tot slot een overzicht van de soorten bedrijven in Nederlandse gevangenissen, en hun bezetting.
    • Derde meting van de monitor nazorg ex-gedetineerden

      Noordhuizen, S.; Weijters, G. (WODC, 2012)
      In de derde monitor nazorg ex-gedetineerden ligt de nadruk op de situatie na detentie, omdat er wordt gekeken in hoeverre problemen op de vijf leefgebieden (i.e., identiteitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en zorg) tijdens detentie zijn ontstaan of juist zijn opgelost. De volgende onderzoeksvragen staan centraal in dit onderzoek: In hoeverre verandert de situatie met betrekking tot de vijf leefgebieden identiteitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en zorgcontact tijdens detentie en zes maanden na detentie?In hoeverre verschillen gedetineerden die in de tweede helft van 2010 zijn vrijgekomen uit een PI van gedetineerden die in de tweede helft van 2008 en 2009 zijn vrijgekomen in de mate waarin men beschikt over een identiteitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en contact met een zorginstelling direct voor, direct na en zes maanden na detentie? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Resultaten 4. Het justitieel profiel van (ex-)gedetineerden en problematiek op de leefgebieden 5. Conclusie en slotbeschouwing
    • Financieel toezicht binnen het (jeugd)strafrecht - Een onderzoek naar het verloop, de resultaten en mogelijke uitbreiding van verplicht financieel toezicht binnen het (jeugd)strafrecht

      Koenraadt, R.M.; Boone, M.M.; Rap, S.E.; Kappert, S. (Universiteit Leiden - sectie Strafrecht & Criminologie en Jeugdrecht, 2020-12-29)
      In opdracht van het Ministerie voor Justitie en Veiligheid is onderzoek uitgevoerd naar het verloop, de resultaten en uitbreiding van financieel toezicht. Doel van het huidige onderzoek is het verkrijgen van inzicht in het verloop van de huidige vormen van financieel toezicht en het in kaart brengen van de eventuele uitbreidingsmogelijkheden en verbeterpunten. In dit onderzoek wordt antwoord gegeven volgende centrale onderzoeksvraag: Hoe verlopen de huidige financiële maatregelen binnen het (jeugd)strafrecht en op welke manier kan het financieel toezicht verbeterd worden? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Methoden, 3. Financieel toezicht: juridische mogelijkheden, 4. Aard en omvang financieel toezicht in Nederland, 5. Verloop en resultaten financieel toezicht, 6. Verbeterpunten en aanbevelingen financieel toezicht, 7. Conclusie en discussie
    • Griffierecht bij beklag in detentie

      Cazemier, J.; Bergen, E. van; Woestenburg, N.; Wolf, M. van der; Winter, H. (Pro Facto, 2022-07-05)
      De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, afdeling advisering (RSJ) constateert in het advies ‘Spanning in detentie’ dat het aantal beklag- en beroepszaken van gedetineerden gestaag toeneemt. De RSJ heeft aanbevolen een pilot uit te voeren met griffierecht bij beklag in detentie. In de beleidsreactie op het advies van de RSJ heeft de minister voor Rechtsbescherming aangegeven te willen laten verkennen of het heffen van een griffierecht van toegevoegde waarde kan zijn ‘om de instroom van (futiele) zaken in het dichtgeslibde stelsel van beklag en beroep te doen verminderen.’ In dit onderzoek wordt gekeken of het heffen van een griffierecht mogelijk is en wat de te verwachten positieve en/of negatieve effecten van het invoeren van deze financiële prikkel zijn. INHOUD: Inleiding 2. Achtergrond beklagrecht 3. Invoering van griffierecht in het buitenland 4. Vergelijking griffierecht in het tuchtrecht 5. Mogelijkheden voor het invoeren van een griffierecht 6. Analyse en conclusie
    • In de schuld, in de fout? - Schuldenproblematiek en crimineel gedrag bij adolescenten en jongvolwassenen

      Hoeve, M.; Jurrius, K.; Zouwen, M. van der; Vergeer, M.; Voogt, M.; Stams, G.J. (WODC, 2011)
      Steeds meer jongeren steken zich flink in de schulden. Het onderwerp schuldsanering heeft al de aandacht van Justitie, SZW en Financiën, maar ook vanuit een oogpunt van preventie lijkt het nuttig om het onderwerp nader uit te diepen. De probleemstelling is als volgt geformuleerd:Is er verband tussen schuldenproblematiek en crimineel gedrag van adolescenten en jongvolwassenen?Dient de schuldenproblematiek als uitvloeisel van één of meer risicofactoren voor crimineel gedrag te worden bezien, en zo ja, hoe en welke?Vormen (grote) schulden een risicofactor voor of zijn zij eerder een gevolg van criminaliteit van adolescenten en jongvolwassenen?
    • Monitor nazorg (ex-)gedetineerden - meting 5 - Beschrijving van de problematiek van ex-gedetineerden en de relatie met recidive

      Weijters, G.; Rokven, J.J.; Verweij, S. (WODC, 2018)
      Om de relatief hoge recidive onder (ex-)gedetineerden terug te dringen, wordt al tijdens detentie gewerkt aan re-integratie. Een belangrijk onderdeel van het re-integratiebeleid is het werken aan vijf basisvoorwaarden, te weten: identiteitsbewijs, werk en inkomen, huisvesting, schulden en zorg. Het doel van het werken aan deze basisvoorwaarden is om gedetineerden zo goed mogelijk te laten terugkeren in de maatschappij en te voorkomen dat zij opnieuw de fout in gaan. Met de door het WODC ontwikkelde monitor nazorg (ex-)gedetineerden wordt tweejaarlijks de stand van zaken op de vijf basisvoorwaarden op verschillende momenten in de tijd beschreven: direct voor detentie, direct na detentie, zes maanden na detentie en twaalf maanden na detentie.De eerste twee onderzoeksvragen van de monitor nazorg (ex-)gedetineerden komen in iedere meting van de monitor terug: - 1.1 In welke mate kennen (ex-)gedetineerden problemen wat betreft identiteits-bewijs, inkomen, huisvesting, schulden en zorg direct voor detentie, direct na detentie, zes maanden na detentie en twaalf maanden na detentie? - 1.2 In welke mate verandert de problematiek van (ex-)gedetineerden wat betreft identiteitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en zorg tijdens detentie en in de eerste maanden na detentie?Omdat in deze vijfde meting ook ingegaan wordt op de samenhang van de proble-men op de basisvoorwaarden met recidive van ex-gedetineerden, zijn de volgende twee onderzoeksvragen toegevoegd: - 2.1 In hoeverre hangt de problematiek van (ex-)gedetineerden wat betreft identi-teitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en zorg samen met recidive? - 2.2 In hoeverre hangt de verandering in problematiek van (ex-)gedetineerden wat betreft identiteitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en zorg samen met recidive? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Problematiek nazorgkandidaten voor en na detentie 4. Individuele veranderingen in problematiek tijdens en na detentie 5. Recidive nazorgkandidaten en de samenhang met problematiek op de basisvoorwaarden 6. Conclusie en discussie
    • Monitor nazorg ex-gedetineerden - 6e meting - Problemen op de basisvoorwaarden voor re-integratie en de relatie met recidive

      Boschman, S.; Teerlink, M.; Weijters, G. (WODC, 2020-12-30)
      In de jaren 2013 tot en met 2016 keerden jaarlijks ongeveer 20 duizend mensen na een detentie van meer dan twee weken terug in de Nederlandse maatschappij. Basisvoordwaarden voor succesvolle re-integratie zijn het bezit van een identiteitsbewijs, dagbesteding, inkomen en huisvesting hebben en geen schulden open hebben staan. Bij een deel van de ex-gedetineerden is dit niet op orde. Bij uitstroom uit detentie heeft 14% geen geldig identiteitsbewijs. In de maand na detentie heeft 85% geen dagbesteding in de vorm van werk of een opleiding en een derde geen inkomen uit werk, een uitkering of pensioen. Bijna een kwart staat na detentie niet ingeschreven op een adres. Meer dan een kwart van de re-integratiekandidaten staat (in het jaar na detentie) geregistreerd als wanbetaler van hun zorgverzekering, een indicatie dat zij (problematische) schulden hebben. Er zijn weinig verschillen tussen de uitstroomcohorten; re-integratiekandidaten die uitstromen in 2016 hebben de basisvoorwaarden niet beter (of minder) op orde ex-gedetineerden die in eerdere jaren zijn uitgestroomd. Het doel van het re-integratiebeleid is om tijdens detentie problemen die er zijn met de basisvoorwaarden op te lossen om re-integratie in de maatschappij te bevorderen en recidive te voorkomen. Dit onderzoek laat zien dat dit deels gebeurt: mensen die dat eerder niet hadden verkrijgen tijdens detentie een identiteitsbewijs, werk of een adres en mensen die voor detentie schulden bij hun zorgverzekeraar hadden, hebben die na detentie niet meer. Aan de andere kant zijn er ook veel mensen die hun woning of werk juist verliezen na een detentieperiode, of bij wie juist schulden ontstaan. Bijna de helft van de re-integratiekandidaten recidiveert binnen twee jaar. Mensen van wie de basisvoorwaarden voor re-integratie (identiteitsbewijs, dagbesteding, inkomen, huisvesting en geen schulden) op orde zijn hebben een significant kleinere recidivekans. Een identiteitsbewijs, werk, een uitkering, het volgen van een opleiding en huisvesting (met name bij een partner, ouders of anderen) hangen samen met een kleinere kans op recidive, ook wanneer rekening wordt gehouden met kenmerken zoals geslacht, leeftijd en strafrechtelijk verleden. Vooral werkende re-integratiekandidaten die langere tijd dezelfde baan behouden recidiveren minder. Verder hebben re-integratiekandidaten een grotere kans om te recidiveren in de maanden dat zij adresloos zijn dan in andere maanden. De basisvoorwaarden hebben ook weer invloed op elkaar. Het onderzoek laat zien dat een geldig identiteitsbewijs, een startkwalificatie en huisvesting (met name het wonen bij een partner, ouders of anderen) samenhangen met een grotere kans om na detentie werk te hebben. Aangezien vooral werk samenhangt met minder recidive, kan het op orde krijgen van de basisvoorwaarden huisvesting en identiteitsbewijs, via het vergroten van de kans op werk, dus mogelijk recidive voorkomen. Het onderzoek toont aan dat het van belang is om te blijven inzetten op het op orde krijgen van de basisvoorwaarden. Met name het stimuleren van dagbesteding (werken, een opleiding volgen, mogelijk ook andere dagbesteding zoals vrijwilligerswerk) en het organiseren van stabiele huisvesting kunnen bijdragen aan een succesvolle re-integratie. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Theorie en eerder onderzoek naar basisvoorwaarden voor succesvolle re-integratie, 3. Methoden, 4. Beschrijvende resultaten: situatie op de basisvoorwaarden, 5. Samenhang tussen situatie op basisvoorwaarden onderling en met recidive, 6. Conclusie en discussie
    • Nazorgproblematiek 18- t/m 26-jarige gedetineerden

      Weijters, G.; Noordhuizen, S. (WODC, 2012)
      Met ingang van 1 januari 2012 is de Wet werk en bijstand (WWB) veranderd. Jongeren tot 27 jaar die in 2012 een bijstandsuitkering aan willen vragen, moeten eerst vier weken actief op zoek naar werk of een opleiding. Als jongeren na vier weken geen werk of opleiding hebben gevonden, kunnen ze een bijstandsuitkering aanvragen. Deze nieuwe regels maken het voor jongeren in detentie extra lastig om te zorgen dat zij op het moment dat hun detentie erop zit een vorm van inkomen hebben. Om inzicht te krijgen hoe problematisch de nieuwe WWB kan zijn voor het nazorgbeleid voor jongeren, wordt in deze factsheet een nadere beschrijving gegeven van de problematiek op inkomensgebied van 18- tot en met 27-jarige gedetineerden.
    • Nazorgproblematiek en recidive van kortgestrafte gedetineerden

      Weijters, G.; More, P.A.; Alma, S.M. (WODC, 2010)
      Deze Factsheet geeft inzicht in de aard en omvang van de problematiek op de nazorggebieden en de recidive voor gedetineerden met een detentieduur korter dan een maand ten opzichte van gedetineerden die langer dan een maand vastzitten.
    • Pilot verplicht financieel toezicht jeugd - Evaluatiekader

      Goedvolk, M.; Kluft, S.; Onstenk, A. (Significant APE, 2021-09)
      Naar aanleiding van een motie van Nispen en Van Oosten is in Den Haag een pilot gestart waarbij jeugdigen verplicht financieel toezicht opgelegd kunnen krijgen. Dit toezicht bestaat uit twee vormen (ook wel modaliteiten): een training om de financiële vaardigheden te verbeteren en coaching met hetzelfde doel. Op basis van het onderzoek van de RvdK kan het OM of de rechter besluiten om een van de vormen op te leggen. De jeugdreclassering ziet vervolgens toe dat de opgelegde modaliteit ook daadwerkelijk wordt ingezet. De vraag of verplicht financieel toezicht kan bijdragen aan het verminderen van recidive leeft al langer. Daarom is bij de start van de pilot besloten om een evaluatiekader te ontwikkelen zodat de uitkomsten van de pilot kunnen worden gemeten. Aan de hand van literatuuronderzoek, interviews met betrokkenen bij de pilot en enkele wetenschappers is een theoretisch kader opgesteld. Dit heeft geresulteerd in een Theory of Change (ToC) waarin wij beschrijven hoe de pilot bij kan dragen aan het verminderen van recidive en een overzicht van randvoorwaarden waaraan de modaliteiten moeten voldoen om effectief te zijn. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Onderzoeksaanpak opstellen evaluatiekader, 3. Theory of change van de pilot, 4. Evaluatiekader pilot, 5. Samenvatting en beantwoording onderzoeksvragen.
    • Problemen met geld en delinquent gedrag van adolescenten

      Blom, M.; Weijters, G.; Laan, A.M. van der (WODC, 2011)
      Dit zijn de resultaten van een deelonderzoek naar de relatie tussen schulden en delinquent gedrag onder jongeren. Doel van dit onderzoek is drieledig. Ten eerste wordt nagegaan in hoeverre het hebben van problemen met geld samengaat met (verschillende typen) zelfgerapporteerd delinquent gedrag. Ten slotte wordt gekeken of deze relatie verschillend is als je uitsplitst naar geslacht, leeftijd en herkomstgroep.
    • Psychosociale criminogene factoren en neurobiologische kenmerken van mannelijke gedetineerden in Caribisch Nederland

      Bak, R.R. den; Popma, A.; Nauta-Jansen, L.M.C.; Nieuwbeerta, P.; Marchena-Slot, A.; Koenraadt, F.; Jansen, J.M. (Universiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2018)
      Deze studie betreft een onderzoek naar de psychosociale criminogene factoren en neurobiologische kenmerken van mannelijke gedetineerden in Caribisch Nederland in 2018. Onder het personeel van de Justitiële Inrichting Caribisch Nederland (JICN) bestaat de indruk dat de gedragsproblematiek van gedetineerden verergert. Momenteel is er echter geen goed zicht op de kenmerken van de gedetineerdenpopulatie in Caribisch Nederland. Daarom is in dit rapport een overzicht gegeven van enkele psychosociale en neurobiologische kenmerken, inclusief de indicatie voor een licht verstandelijke beperking. Daaraan voorafgaand wordt aandacht besteed aan zowel de detentieomstandigheden in de JICN, als de maatschappelijke en juridische inbedding daarvan. INHOUD: 1. Juridisch, maatschappelijk en theoretisch kader 2. Methoden van onderzoek 3. Resultaten neurobiologische kenmerken 4. Psychosociale kenmerken van gedetineerden 5. Discussie en aanbevelingen
    • Psychosociale criminogene factoren en neurobiologische kenmerken van mannelijke gedetineerden in Nederland

      Bak, R.R. den; Popma, A.; Nauta-Jansen, L.; Nieuwbeerta, P.; Jansen, J.M. (Universiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2018)
      Deze studie betreft een onderzoek naar de psychosociale criminogene factoren en neurobiologische kenmerken van mannelijke gedetineerden in Nederland in 2017. Onder het gevangenispersoneel bestaat de indruk dat de gedragsproblematiek van gedetineerden de laatste jaren is verergerd. Om die reden is dit onderzoek uitgevoerd. De studie bevat twee onderzoeken: een grootschalig onderzoek naar de psychosociale kenmerken van mannelijke gedetineerden in 2017 (en een vergelijking met de situatie in 2003, N=2.079) en een onderzoek naar de neurobiologische kenmerken van mannelijke gedetineerden in 2017 (N=283). Deelvragen adresseren onder andere: (1) een overzicht van psychosociale en neurobiologische kenmerken, (2) de samenhang tussen deze kenmerken, (3) het vormen van profielen op basis van deze kenmerken, en (4) de beschikbare informatie bij binnenkomst in detentie. Aanvullend is er door de onderzoekers additioneel (5) onderzoek gedaan naar de geestelijke gezondheid van gedetineerden en is er (6) voor het eerst in Nederland een aanzet gegeven voor het ontwikkelen van normscores voor de gedetineerdenpopulatie voor de in dit onderzoek gebruikte neurobiologische testen. INHOUD: 1. Aanleiding voor dit onderzoek 2. Deel I: Psychosociale criminogene kenmerken van mannelijke gedetineerden in Nederland, en een vergelijking tussen de situatie in 2003 en 2017 3. Deel II: Neurobiologische kenmerken van mannelijke gedetineerden in Nederland en de prevalentie van een indicatie voor LVB in detentie 4. Deel III: Verbindende discussie en aanbevelingen
    • Schuldenproblematiek van jongvolwassen gedetineerden

      More, P.A.; Weijters, G. (WODC, 2011)
      De volgende onderzoeksvragen worden beantwoord:In welke mate hebben jongvolwassen gedetineerden schulden? Hoe hoog zijn de schulden? Wie zijn de schuldeisers? Met welke andere problemen gaat de schuldenproblematiek gepaard?In hoeverre verschilt de schuldenproblematiek van jongvolwassen gedetineerden met die van volwassen gedetineerden?In welke mate bestaan er verschillen in schuldenproblematiek als wordt uitgesplitst naar achtergrondkenmerken?
    • Van binnen naar buiten - Een behoefteonderzoek naar de aard en omvang van nazorg voor gedetineerden

      Kuppens, J.; Ferwerda, H. (WODC, 2008)
      Jaarlijks worden circa 40.000 mensen uit detentie ontslagen. Bij hun terugkeer in de maatschappij ondervinden veel gedetineerden problemen op het gebied van huisvesting, werk en inkomen, zorg, verzekeringen en identiteitsbewijs. Dergelijke problemen vergroten de kans op overlast en recidive. Het doel van dit onderzoek was om informatie te verzamelen over de aard en omvang van de behoefte aan nazorg die gedetineerden hebben nadat zij uit detentie zijn ontslagen, zodat de gemeenten die met de nazorg belast zijn zich kunnen voorbereiden op hun taak op dit gebied en deze zo goed mogelijk kunnen uitvoeren.
    • Vierde meting van de monitor nazorg ex-gedetineerden

      Beerthuizen, M.G.C.J.; Beijersbergen, K.A.; Noordhuizen, S.; Weijters, G. (WODC, 2015)
      Om de relatief hoge recidive onder ex-gedetineerden te verminderen, wordt in het kader van re-integratie al tijdens detentie begonnen met het werken aan de problematiek van gedetineerden. Re-integratie kent een vijftal basisvoorwaarden: het realiseren van een geldig identiteitsbewijs, inkomen en onderdak, het in kaart brengen en terugdringen van schulden en het bieden van passende (psychische of lichamelijke) zorg. De Monitor Nazorg Ex-gedetineerden kijkt hoe het met deze basisvoorwaarden gesteld is aan het begin van detentie, aan het eind van detentie en zes maanden na vrijlating. Het huidig rapport betreft de vierde meting van deze monitor en richt zich op gedetineerden die uitstroomden in het tweede semester van 2011 en 2012.
    • Vrijheid blijheid? - Een plan- en procesevaluatie van tien Koers en kansenpilots die zijn gericht op de re-integratie van ex-gedetineerden

      Jacobs, M.J.G.; Reijden, L.S. van der; Moors, J.A. (EMMA, 2021-06-15)
      In 2015 startte het ministerie van Justitie en Veiligheid het programma Koers en kansen voor de sanctie-uitvoering. Met het programma wil het ministerie de sanctie-uitvoering robuust én flexibel maken. Maar bovenal gaat het erom de recidive van ex-gedetineerden omlaag te krijgen. Het programma wil vernieuwende projecten uit de lokale praktijk stimuleren, leerervaringen verzamelen, en de succesvolle projecten of onderdelen daarvan benoemen, behouden en verder implementeren. In het kader van het programma is een plan- en een procesevaluatie gedaan van in totaal tien pilotprojecten. Deze tien projecten zijn specifiek gericht op re-integratie en daarmee op het voorkomen van recidive van ex-gedetineerden. In dit rapport wordt verslag gedaan van deze plan- en procesevaluatie. Het doel van het onderzoek is: Inzicht krijgen in de ervaringen met en de ervaren impact van een selectie van projecten/interventies die in het programma Koers en kansen zijn opgenomen, gericht op (i) de re-integratie van (ex-) gedetineerden en (ii) de samenwerking tussen gemeenten, zorg en de overige netwerkpartners in het justitiedomein. INHOUD: 1. Inleiding en achtergrond 2. Re-integratie en recidivebeperking: effectieve interventies 3. Programmalogica van tien Koers en kansen-pilotprojecten 4. Planevaluatie van de pilotprojecten 5. Planevaluatie: beantwoording onderzoeksvragen 6. Procesevaluatie: inleiding en werkwijze 7. De uitvoeringspraktijken in de onderzochte pilots 8. Procesevaluatie: beantwoording onderzoeksvragen