• Als de politie iets wil weten... - De informatieuitwisseling tussen de politie en de particuliere sector op basis van artikel 11 lid 2 van de Wet persoonsregistraties

      Schreuders, E.; Ruth, A. van; Gunther Moor, L.; Kralingen, R. van; Prins, C.; Bakker, I. (Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen (ITS) - Universiteit Nijmegen, 1999)
      Dit rapport gaat in op de informatieverzoeken van politie en justitie aan derden op basis van artikel 11 lid 2 van de Wet persoonsregistraties (Wpr). De Wet persoonsregistraties reguleert de omgang met persoonsgegevens en persoonsregistraties. Artikel 11 lid 2 Wpr biedt de mogelijkheid om op grond van dringende en gewichtige redenen over te gaan tot verstrekking van persoonsgegevens aan politie en justitie. Het rapport bevat zowel een beschrijving van de relevante juridische aspecten als van de praktijk van alledag.
    • Banqueroute - Risico-analyse van misbruik van financiële diensten door criminele organisaties

      Bruin, B.; Egten, C.A. van; Gunst, M.G.J. de; Postema, A.; Schaap, C.D. (Ernst & Young Consulting, 1999)
      In deze publicatie worden de resultaten beschreven van het onderzoek naar:het misbruik dat criminele organisaties kunnen maken van de financiële diensten van financiële dienstverleners;het misbruik dat criminele organisaties kunnen maken van de diensten die faciliterende dienstverleners verlenen ten behoeve van het verkrijgen van een financiële dienst;de getroffen maatregelen om het misbruik tegen te gaan, het beoordelen van de effectiviteit van deze maatregelen alsmede het voorstellen van mogelijke aanvullende maatregelen.
    • Bestuurlijke boetes en de Verklaring Omtrent het Gedrag - Een onderzoek naar de realiseerbaarheid en wenselijkheid van het betrekken van bestuurlijke boetes bij de VOG-screening aan de hand van een casestudy naar handhaving en integriteit in de financiële sector

      Zand, E.G. van 't; Crijns, J.H.; Schuyt, P.M.; Boone, M.M.; Emmerik, M.L. van; Steen, I. van der (medew.); Verlinde, L. (medew.) (Universiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2020)
      De Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) is een veelgebruikte vorm van screening, gericht op het voorkomen van inbreuken op de integriteit van kwetsbare personen, bedrijven, organisaties of sectoren. De centrale onderzoeksvraag is: In hoeverre is het realiseerbaar en wenselijk bestuurlijke boetes bij de VOG-screening te betrekken? Deze centrale onderzoeksvraag heeft een tweeledig karakter. Enerzijds gaat het om de vraag in hoeverre het betrekken van informatie omtrent bestuurlijk beboete overtredingen als ‘antecedenten’ in de VOG-beoordeling wenselijk is, zowel in het licht van de doelstelling van het voorkomen van risico’s voor de samenleving, als in het licht van normatieve overwegingen zoals privacy, proportionaliteit en rechtsbescherming. Anderzijds gaat het om de praktische haalbaarheid van het betrekken van dergelijke antecedenten, welke niet – zoals justitiële antecedenten – gezamenlijk zijn geregisterd in een centraal documentatiesysteem. De vraag naar het betrekken van een compleet nieuwe bron van informatie in de VOG-screening is als zodanig niet eerder aan de orde geweest of onderzocht. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden 3. Verklaring Omtrent Gedrag 4. Bestuurlijke boete 5. Integriteit en handhaving in de financiële sector 6. Realiseerbaarheid en wenselijkheid in de financiële sector 7. Analyse en discussie
    • Cybercrime en witwassen - Bitcoins, online dienstverleners en andere witwasmethoden bij banking malware en ransomware

      Oerlemans, J.J.; Custers, B.H.M.; Pool, R.L.D.; Cornelisse, R. (WODC, 2016)
      Het witwassen van geld dat wordt verkregen uit cybercrime vindt in de regel plaats via digitale betalingsmiddelen. De reden daarvoor is dat het geld bij cybercrime vaak wordt verkregen via online betalingsmethoden en virtuele valuta. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: Op welke wijze en door welke actoren wordt geld dat wordt verkregen uit banking malware en ransomware (al dan niet digitaal) witgewassen? De deelvragen van het onderzoek luiden als volgt: Wat wordt verstaan onder het witwassen van door banking malware en ransomware verkregen geld en hoe wordt witwassen juridisch gekwalificeerd? Wat zijn digitale betalingsmiddelen, in het bijzonder virtuele valuta zoals Bitcoin, en hoe werken deze digitale betalingsmiddelen? Op welke wijze en door welke actoren wordt geld witgewassen dat: a door middel van banking malware wordt verkregen? b door middel van ransomware wordt verkregen? Wat zijn de kenmerken van actoren die betrokken zijn bij het witwassen van geld dat wordt verkregen uit banking malware en ransomware? Welke informatie over de modus operandi van actoren, die betrokken zijn het bij het witwassen van geld dat verkregen wordt uit banking malware en ransomware, is beschikbaar op het dark web? Welke rol spelen digitale betalingsmiddelen, in het bijzonder virtuele valuta zoals bitcoins, bij het witwassen van geld dat wordt verkregen uit banking malware en ransomware? INHOUD: 1. Inleiding 2. Cybercrime en witwassen 3. Digitale betaalmiddelen 4. Witwassen van geld verkregen uit banking malware en ransomware 5. Kenmerken van actoren bij het witwassen van opbrengsten uit banking malware en ransomware 6. Conclusie
    • Euroshore - Protecting the EU financial system from the exploitation of financial centres and offshore facilities by organised crime

      Levi, M. (ed.) (University of Trento - Transcrime, 2000)
      The aim of the research reported here was to foster the development of the promising path of 'organised crime prevention' that the European Union has undertaken with its Action Plan and the Forum Towards a European Strategy to Prevent Organised Crimee held in the Hague on 4-5 November 1999. Its rationale is that there is a broad area of regulatory measures that could be used to hamper the growth of organised crime. This action, if properly pursued, would be less costly and more effective In' terms of reducing the amount of organised crime than crime control action alone, with which, however, it should be combined. Acting on the regulation of the markets in' filtrated and exploited by organised crime requires understanding and explanation of why and how the demand of organised crime is matched by opportunities which facilitate its development. The policy implications of this understanding should be a re-regulation of the mechanisms that produce such opportunities.
    • Evaluatie BFT

      Hers, J.; Rougoor, W.; Biesenbeek, C.; Beusekom, H. van; Barth, R. (SEO Economisch Onderzoek, 2018)
      Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) is enerzijds verantwoordelijk voor het financieel toezicht en kwaliteits- en integriteitstoezicht op notarissen en gerechtsdeurwaarders en anderzijds voor het toezicht op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) door notarissen, accountants, belastingadviseurs en administratiekantoren. De probleemstelling van het onderzoek is: In welke mate was het toezicht en de handhaving door het Bft op de aangewezen toezichtterreinen in de jaren 2012 tot en met 2016 in de praktijk doelmatig en doeltreffend? INHOUD: 1. Inleiding 2. Toezicht op notarissen en gerechtsdeurwaarders 3. Toezicht op de Wwft 4. Doelmatigheid van het BFT 5. Conclusies
    • Inpoldering van het fraudelandschap - Tussen-evaluatie interregionale fraude-teams en het landelijk loket horizontale fraude

      Faber, W.; Lugt, B.W.M. van der (Faber organisatievernieuwing, 1999)
      Dit is het verslag van een onderzoek naar de (neven)effecten van de in het kader van het project financieel rechercheren gekozen organisatiestructuur voor de bestrijding van fraude en de potentie van het interregionaal clusteren van expertise.
    • Misdaad, geld en straf - een onderzoeksproject

      Doelder, H. de; Hessing, D.J.; Koppen, P.J. van; Nelen, J.M. (NSCR, 1994)
      In het project 'Misdaad, Geld en Straf' staat de vraag centraal of financiële straffen en maatregelen effectief zijn? Om die vraag te beantwoorden, is inzicht nodig in zowel economische juridische als psychologische aspecten van financiële straffen en maatregelen.
    • Naar een beleidsmonitor bestrijding witwassen

      Tillaart, J. van den; Stouten, J.; Homburg, G. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2012)
      In verschillende evaluaties is vastgesteld dat de bestrijding van witwassen in Nederland nog de nodige gebreken vertoont. Om tot een verbetering te komen is meer inzicht in de prestaties van de organisaties in de handhavingsketen en in de inzet van middelen gewenst. Een beleidsmonitor witwassen zou moeten helpen om de prestaties inzichtelijk te maken. Dit onderzoek heeft de primaire doelstelling om een beleidsmonitor witwassen te ontwikkelen, waarmee periodiek in kaart kan worden gebracht wat de prestaties in de handhavingsketen zijn en of de beleidsdoelstellingen zijn gerealiseerd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond: een beleidsmonitor voor inzicht in beleidsprestaties 3. Doel onderzoek en methoden 4. Theorie: invalshoeken voor een monitor 5. De bestrijding van witwassen: organisaties en activiteiten 6. Preventieve activiteiten 7. Ongebruikelijke en verdachte transacties 8. Opsporing 9. Samenwerking, afstemming en regie 10. Lessen en mogelijke vervolgstappen
    • National Risk Assessment on Money Laundering and Terrorist Financing 2021 - Bonaire, Sint Eustatius and Saba

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2021-10)
      In 2017 and 2019/2020, the WODC Research and Documentation Centre conducted a National Risk Assessment (NRA) in the areas of money laundering and terrorist financing for the European part of the Netherlands. In 2017/2018, the WODC conducted a separate NRA for the Caribbean Netherlands – Bonaire, Sint Eustatius and Saba (or the BES islands) – in the fields of money laundering and terrorist financing (See link). A second NRA on Money Laundering and Terrorist Financing has now been carried out for the Caribbean Netherlands, which aims to identify the greatest risks in the field of money laundering and terrorist financing. This concerns the risks with the 'greatest residual potential impact', or the impact that remains after taking into account the preventive and/or mitigating effect (the 'resilience') of the policy instruments that target these threats. To this end, the threats with the greatest potential impact have been identified, and estimates have been made of the impact that these threats may have and the resilience of the policy instruments. CONTENT: 1. Introduction 2. Research methodology 3. What makes the Carribbean Netherlands vulnerable to money laundering? 4. Insight into the largest threats in the field of money laundering 5. Resilience of the policy instruments 6. Largest money-laundering risks in de Caribbean Netherlands 7. Conclusions
    • National risk assessment witwassen en terrorismefinanciering 2021 Bonaire, Sint Eustatius en Saba

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2021-08-26)
      In 2017 en 2019/2020 heeft het WODC een National Risk Assessment (NRA) op de terreinen witwassen en terrorismefinanciering uitgevoerd voor het Europese deel van Nederland. In 2017/2018 voerde het WODC voor Caribisch Nederland – Bonaire, Sint Eustatius en Saba (ofwel de BES-eilanden) – een afzonderlijke NRA op het terrein van witwassen en terrorismefinanciering uit. Voor Caribisch Nederland is nu een tweede NRA Witwassen en Terrorismefinanciering uitgevoerd, die als doel heeft de grootste risico’s op het terrein van witwassen en terrorismefinanciering in kaart te brengen. Het betreft de risico’s met de ‘grootste resterende potentiële impact’ ofwel de impact die overblijft nadat rekening is gehouden met de preventieve en/of mitigerende werking (de ‘weerbaarheid’ van de beleidsinstrumenten die op deze dreigingen zijn gericht. Daartoe zijn de dreigingen met de grootste potentiële impact geïdentificeerd, is een inschatting gemaakt van de impact die deze dreigingen kunnen hebben en is de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium bepaald.
    • Systeem in zaken - Een evaluatie van de effectiviteit en de doelmatigheid van het Bureau Financieel Toezicht

      Smits, J.; Struiksma, N.; Heuvel, M. van den (WODC, 2009)
      In dit onderzoek komt de volgende centrale vraag aan de orde: Wat zijn de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het financieel toezicht en het toezicht op naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrrorisme (WWFT) bij notarissen, advocaten, accountants, belastingadviseurs en administratiekantoren, dat door het Bureau Financieel Toezicht (BFT) worden uitgevoerd.
    • Toezicht op markt en mededinging

      Erp, J.G. van; Amador Sanchez, P.; Lamboo, E.; Smits, R.; Brosens, T.; Bijkerk, W.O.; Gevaert, J.; Vos, E.L.M.; Ammerlaan, S.W.; Faure, M.G. (WODC, 2008)
      ARTIKELEN: 1. J.G. van Erp - Lessen voor toezicht in de 21e eeuw; actuele inzichten van Braithwaite en Sparrow 2. P. Amador Sanchez, M.N. Dijkman, E. Lamboo en R. Smits - De ontmanteling van kartelparadijs Nederland; tien jaar Mededingingswet en NMa 3. T. Brosens, W.O. Bijkerk en J. Gevaert - Keuzes in gedragstoezicht: de casus kredietverstrekking 4. E.L.M. Vos en S.W. Ammerlaan - De Consumentenautoriteit: nieuwkomer op druk speelveld 5. M.G. Faure - Onbegrensd toezicht? 6. Internetsites SAMENVATTING: Toezicht is een (machts)factor van betekenis geworden in de samenleving. Gelet op het arsenaal aan opsporingsbevoegdheden en sanctiemaatregelen waarover toezichthouders kunnen beschikken, is de behoefte aan toezicht op toezicht actueel geworden en eventuele wettelijke aansprakelijkheid. De 'moderne' marktmeesters staan in dit themanummer centraal. Medewerkers van respectievelijk de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Consumentautoriteit geven inzicht in de wijze waarop de toezichthouder de relevante wetgeving toepast en voor welke strategische keuzen deze staat.
    • Twee jaar MOT - En evaluatie van de uitvoering van de Wet melding ongebruikelijke transacties

      Terlouw, G.J.; Aron, U. (WODC, 1996)
      De Wet melding ongebruikelijke transacties (Wet MOT), die op 1 februari 1994 van kracht werd, verplicht financiële instellingen (onder andere banken, wisselkantoren, casino's en creditcardorganisaties) ongebruikelijke transacties te melden aan het onafhankelijke Meldpunt ongebruikelijke transacties (MOT). Transacties worden als ongebruikelijk aangemerkt indien wordt voldaan aan een van de indicatoren die voorkomen op een bij ministeriële regeling vastgestelde indicatorenlijst. Het MOT beoordeeld welke van de ongebruikelijke transacties 'verdacht' zijn. De verdachte transacties worden vervolgens uitgezet in het opsporingsveld. Daar kunnen zij worden gebruikt in of leiden tot opsporingsonderzoek. Bij het opstellen van de Wet MOT is toegezegd dat deze twee jaar na inwerkingtreding zou worden geëvalueerd. De centrale onderzoeksvraag luidt: hoe functioneert de Wet MOT wat betreft uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en effectiviteit? In het bijzonder wordt ingegaan naar de preventieve effecten en naar de mate waarin en de wijze waarop transactie-informatie wordt gebruikt in opsporingsonderzoek. De benodigde gegevens zijn verzameld door middel van interviews met medewerkers van de bij de transactie-informatie betrokken instanties. Gegevensmateriaal van kwalitatieve aard is gebaseerd op het MOT-register, het register van Finpol (Financiële politiedesk) van de divisie CRI, en het register van de Nationale Criminele Inlichtingendienst.
    • Vastgoed & fout - Een analyse van twaalf strafrechtelijke opsporingsonderzoeken naar illegale en criminele praktijken in de woningsector

      Gestel, B. van; Kouwenberg, R.F. (medew.); Verhoeven, M.A. (medew.); Verkuylen, M.W. (medew.) (WODC, 2008)
      Op basis van informatie uit de verschillende strafdossiers wordt in dit rapport ingezoomd op de aard van de illegale en criminele praktijken in de vastgoedsector en op de daarbij betrokken netwerken. De handelingen van betrokken personen en de interacties tussen hen, evenals de samenwerking en interactie met verschillende beroepsgroepen worden geanalyseerd en beschreven. INHOUD: 1. Inleiding 2. Zaken en actoren 3. Oplichting van financiële instellingen 4. Oplichting van burgers 5. Oplichting van de overheid 6. Illegale netwerken 7. Slotbeschouwing