• Administratieve en strafrechtelijke samenwerking inzake fraudebestrijding tussen justitiële en bestuurlijke instanties van de EU-lidstaten - Eindrapport

      Vervaele, J.A.E.; Klip, A.H.; Berg, A.J.; Dane, N.M.; Jansen, O.J.D.M.L. (WODC, 2001)
      De brede onderzoeksthematiek dwingt tot een aantal beperkingen in verband met de uitvoerbaarheid van dit onderzoek. In de eerste plaats is gekozen voor een thematische beperking. Het materiële toepassingsgebied in dit onderzoek is fraudebestrijding'. Dit ruime begrip heeft hier betrekking op EG-fraude, dus op materies die bepalend zijn voor de inkomsten en uitgaven van de EG-begroting, uiteraard voor zover er sprake is van een transnationale dimensie. Ten tweede is het onderzoek beperkt tot vier EG-landen: Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk (Engeland en Wales) en Frankrijk. Deze landen hebben uiteenlopende juridische tradities. Dit leverde vooral voor de rechtsvergelijking voldoende materiaal op voor aanbevelingen aan Nederland en andere lidstaten. Ten derde is het onderzoek opgezet als een inventariserende rechtsvergelijkende studie. INHOUD: 1. Inleiding 2. Supranationale normen voor administratieve en strafrechtelijke samenwerking 3. Landenanalyse - Nederland 4. Landenanalyse - Duitsland 5. Landenanalyse - Frankrijk 6. Landenanalyse - Engeland en Wales 7. Rechtsvergelijkende conclusies 8. Knelpunten, oplossingsrichtingen en aanbevelingen
    • Bestrijding van ondernemersfraude

      Unknown author (WODC, 1988)
      Het eerste nummer van deze jaargang staat in het teken van ondernemersfraude. Fraude is door de criminoloog Hoefnagels het delict van de jaren tachtig genoemd. Nu heeft dit delict daarbij in deze tijd veel 'concurrentie' van andere delictvormen. Een feit is echter dat in de pers met grote regelmaat verslag wordt gedaan van meer of minder grote fraude-zaken. In dat licht wordt wel gesteld dat het 'fraudebewustzijn' is toegenomen; dit lijkt zowel bij het publiek als bij de potentiele daders het geval te zijn. Met de verschijning van het Ismo-rapport in 1985 is de bestrijding van fraude in Nederland eerst goed van de grond gekomen. Desondanks kunnen vele problemen bij de bestrijding van fraude door ondernemingen worden gesignaleerd.
    • Corruption and Corporate Crime

      Huberts, L.; Savona, E.U.; Gleason, G.; Vagg, J.; Punch, M.; Garsse, L. van; Garsse, L. van; Aertsen, I.; Peters, T.; Gramckow, H.; et al. (WODC, 1995)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. Western Europe and public corruption: expert views on attention, extent and strategies - L. Huberts 3. Beyond criminal law in devising anticorruption policies: lessons from the Italian experience - E.U. Savona 4. Corruption, decolonization and development in Central Asia - G. Gleason 5. A fragmented organizational approach to fraud in a European context: the case of the United Kingdom public sector - A. Doig 6. Anti-fraud coordination in the EU 7. The policing of signs: trademark infringement and law enforcement - J. Vagg 8. (g.b.h.) Grievous business harm: exploring corporate violence - M. Punch 9. L. van Garsse, I. Aertsen and T. Peters on the (in)compatability of insurance and mediation; 9. Gramckow on comunity prosecution in the US and its relevance for Europe 10. Crime institute profile: Willem Pompe Penology Institute, University of Utrecht
    • Fraude

      Unknown author (WODC, 1993)
      Fraude wordt vaak wordt geassocieerd met ambtelijke en niet-ambtelijke vormen van corruptie, die weer in verband kunnen worden gebracht met de georganiseerde misdaad. Het onderscheid tussen fraude en corruptie is dan ook niet zo groot. Bij fraude bevoordeelt iemand alleen zichzelf, terwijl bij corruptie ook een derde in het spel is (zie het artikel van Huberts). In beide gevallen gaat het veelal om het onjuist of onvolledig verschaffen van informatie, dan wel om het misbruik maken van vertrouwen. In deze betekenis wordt in dit nummer van Justitiele Verkenningen aandacht besteed aan verschillende vormen van fraude. Daarbij is gestreefd naar het zo goed mogelijk in kaart brengen van de huidige stand van de kennis en inzichten op dit gebied.
    • Georganiseerde misdaad in het Nederlandse internationale wegtransport

      Bovenkerk, F.; Lempens, A. (Universiteit Utrecht - Willem Pompe Instituut, 1996)
      In Nederland zijn tal van ogenschijnlijk bonafide firma's die als dekmantel dienen voor illegale handel. Vooral de sector van het wegtransport is kwetsbaar voor penetratie door de georganiseerde misdaad. Door overname van bedrijven kan illegaal verkregen vermogen worden geinvesteerd en kan men via deze firma's eigen aan- en afvoerlijnen beheersen. Doel van dit onderzoek is om beter zicht te krijgen in de aard, omvang en sociale functie van de georganiseerde misdaad, en in de voordelen van modern recherchewerk alsook in de beperkingen daarvan. Die zijn ten dele gelegen in moeilijkheden rond de begripsbepaling van wat georganiseerde misdaad is. Een ander doel is om in de praktijk te ervaren op welke wijze wetenschap en politie- en justitieonderzoek naar georganiseerde misdaad zinvol kunnen samengaan. Het onderzoek bestond uit literatuurstudie en het afnemen van interviews.
    • Handhaven op niveau

      Michiels, F.C.M.A. (voorz.) (Commissie Bestuursrechtelijke en Privaatrechtelijke Handhaving, 1998)
      Nadat van verschillende instanties advies was ontvangen verscheen in juli 1996 het kabinetsstandpunt op het rapport van de commissie Korthals Altes, neergelegd in de nota 'In juiste verhouding'. Naar aanleiding van de beschouwingen van de commissie en haar voorstellen zijn bij het kabinet vragen gerezen over de feitelijke kanten van een (eventueel bestaand) handhavingstekort en de wijzen waarop zulk een tekort zou kunnen worden bestreden. Op 12 december 1996 werd daartoe de commissie Bestuursrechtelijke en Privaatrechtelijke Handhaving ingesteld dit tot taak kreeg:onderzoek te laten verrichten naar de huidige bestuurspraktijk teneinde te achterhalen wat de factoren zijn die in de weg staan aan een adequaat toezicht en aan een duidelijke en consequente handhavingsreactie;studie te doen naar de wijze waarop de bestuurlijke repressieve handhaving het best kan worden georganiseerd, in het bijzonder of een zekere scheiding tussen uitvoering en toezicht enerzijds en sanctieoplegging anderzijds wenselijk is, en zo ja op welke wijze die scheiding gestalte moet worden gegeven en zo nee of de organisatie van de bestuursrechtelijke handhaving op andere wijze kan worden verbeterd;studie te doen naar de vraag of de invoering van een preventieve rechterlijke toets een bijdrage levert aan een betere bantering van de instrumenten van bestuursdwang en dwangsom, en zo ja hoe zo'n toets is in te passen in het stelsel van bestuursrechtelijke handhaving en rechtsbescherming;studie te doen naar de rol die het privaatrecht kan spelen in aanvulling op de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhavingsinstrumenten van de overheid en de vraag of daartoe nadere wettelijke voorzieningen dienen te worden getroffen en zo ja of de wet restricties moet stellen aan het privaatrechtelijke overheidsoptreden;terzake van deze onderwerpen waar de commissie dat nodig acht voorstellen te doen.
    • Implementatie van EU-handhavingsvoorschriften

      Adriaanse, P.C.; Barkhuysen, T.; Boswijk, P.; Habib, K.; Kruif, C. de; Luchtman, M.J.J.P.; Ouden, W. den; Prechal, A.; Steunenberg, B.; Vervaele, J.A.E.; et al. (WODC, 2008)
      Na een verkennend onderzoek op twaalf beleidsterreinen naar aard, wijze en variatie van de EU/EG-beïnvloeding van nationale handhaving, zijn aan de hand van ‘beïnvloedingsscores’ acht beleidsterreinen geselecteerd voor nadere analyse. In het onderzoek staan de volgende vragen centraal:Hoe is de verhouding van de EU-regelgeving op het gebied van de rechtshandhaving tot het Nederlands beleid en wetgeving dienaangaande?Op welke wijze wordt die regelgeving geïmplementeerd en zijn daarbij patronen te onderkennen?Voor welke problemen zien de Nederlandse wetgever en de Nederlandse handhavingspraktijk en -oganisatie zich gesteld?
    • Misdaadondernemingen - Ondernemende misdadigers in Nederland

      Duyne, P.C. van; Kouwenberg, R.F.; Romeijn, G. (WODC, 1990)
      Het rapport behandelt de analyse van 46 zaken over de volgende onderwerpen: harde en zachte verdovende middelen, ondernemingsvormen in de verdovende-middelenhandel; criminele en 'witte' dienstverlening, d.w.z. diensten verleend door de bovenwereld (bv. het wettige bedrijfsleven of de advocatuur); randvoorwaarden van de marktomgeving; witwasserijen; flessentrekkerij; koppelbazerij; afvalstoffenhandel; BTW-fraude; EG-fraude; illegale geldstromen; valsdrukkerij; 'incassobureaus'; illegaal gokken; bankovervallen en zwendel met beleggingen en internationale kredieten. De voor het rapport gebruikte informatie komt van diverse geschreven en mondelinge kennisbronnen: politiedossiers, gesprekken met rechercheurs en officieren van justitie, rechtbankdossiers en gegevens van de belastingdienst, het kadaster en de kamer van koophandel.
    • The detection and settlement of VAT fraud in four countries - Addendum to the report value-added tax fraud in the European Union

      Aronowitz, A.A.; Laagland, D.C.G.; Paulides, G. (WODC, 1996)
      This addendum to the report 'Value-added tax fraud in the European Union' gives additional information on the detection and settlement of VAT fraud in Belgium, Germany, the United Kingdom and the Netherlands. See link to the report at: More information.
    • Vallue-added tax fraud within the European Union - pilot study

      Aronowitz, A.A.; Laagland, D.C.G.; Paulides, G. (WODC, 1995)
      This research project, to a certain degree, aims at filling the knowledge gap concerning organized business crime by highlighting one specific phenomenon, that of cross-border Vallue-Added Tax (VAT) fraud within the European Union. Insight is to be provided into: a) the effectiveness of the present VAT control system; b) the vulnerability of legitimate trade to criminal inroads; c) the development of organized crime in this area.
    • Value-added tax fraud in the European Union

      Aronowitz, A.A.; Laagland, D.C.G.; Paulides, G. (WODC, 1996)
      Questions addressed in this project included:What are the existing control mechanisms and how do they operate? What public bodies are responsible for the fight against Value Added Tax (VAT) fraud and what are their competencies? What are the possibilities to exchange information between member states on VAT irregularities and how are these put into action?What techniques of VAT fraud are being used? Which legitimate branches of industry are being affected by this fraud in the sense of a) damage inflicted and b) complicity of the 'legitimate' entrepreneurs? What are the structures of the organizations or networks and what are the profiles of the crime-entrepreneurs involved? See Link to the Addendum at: More information.
    • Voedselcriminaliteit

      Gussow, K.E.; Kuiper, L.H.; Ruth, S. van; Huisman, W.; Siegel, D.; Uhm, D.P. van; Sambrook, Ch.I.; Akker, J.A. van den; Lange, E.M.R. de; Vansteenkiste, Ch.; et al. (WODC, 2014)
      ARTIKELEN: 1. K.E. Gussow en L.H. Kuiper - De bestrijding van voedselfraude in Nederland 2. S. van Ruth en W. Huisman - Kwetsbaarheid voor voedselfraude in de vleessector 3. D. Siegel en D.P. van Uhm - Zwarte kaviaar; over criminele netwerken, illegale handel en de bedreiging van de steur 4. Ch.I. Sambrook - Illegale pesticiden en voedselcriminaliteit 5. J.A. van den Akker en E.M.R. de Lange - Naar een Europese aanpak van voedselfraude 6. Ch. Vansteenkiste en T. Schotte - De rol van Europol in de strijd tegen voedselcriminaliteit 7. Internetsites. SAMENVATTING: Nederland en andere Europese landen zijn in de afgelopen periode opgeschrikt door verschillende voedselschandalen. Vooral in de vleessector is van alles mis, zoveel is duidelijk na de ontdekking van de paardenvleesfraude in 2013. In dit themanummer wordt het verband verkend tussen voedsel(on)veiligheid en criminaliteit, waarbij aansluiting wordt gezocht met criminologische theorieën over gelegenheidsstructuren, motivaties en organisatiecriminaliteit.