• Biotechnologie

      Dam, R. van; Patijn, A.; Janssen, R.T.A.; Jochemsen, H.; Pol, H. van der; Visser, C.; Eschen, S.; Galjaard, H.; Kleter, G.A.; Kuiper, H.A. (WODC, 2003)
      ARTIKELEN: 1. R. van Dam-Mieras - Wat is biotechnologie? 2. A. Patijn - Biotechnologie en het recht 3. R.T.A. Janssen - Wettelijk kader remt biotechnologie 4. H. Jochemsen, H. van der Pol en C. Visser - Biotechnologie; ethiek en regelgeving 5. S. Eschen - Mensen kloneren? Een overzicht van de discussie 6. H. Galjaard - Biotechnologie en geneeskunde 7. G.A. Kleter en H.A. Kuiper - Biotechnologie en voedselveiligheid SAMENVATTING: De bedoeling van dit themanummer van Justitiële verkenningen is een beeld te geven van de wijze waarop de toelating van biotechnologische toepassingen op de markt is geregeld, alsmede van de discussies die daaraan ten grondslag liggen. De ethische aspecten komen daarbij ruimschoots aan bod. Tegelijkertijd is er naar gestreefd meer inzicht te bieden in de feitelijke ontwikkelingen op verscheidene toepassingsgebieden, zoals de gezondheidszorg, landbouw en voeding. Daarnaast heeft de redactie gemeend er goed aan te doen een populair-wetenschappelijk artikel over biotechnologie toe te voegen.
    • Crime Prevention toward a European Level

      Sorgdrager, W.; Dijk, J.J.M. van; Waller, I.; Stewart-Clark, J.; Tonry, M.; Kohnstamm, J.; Karstedt, S.; Wemmers, J.-A. (WODC, 1997)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. Winnie Sorgdrager - Changing attitudes and pragmatism: the twin-track of crime prevention 3. Jan J.M. Van Dijk - Towards a research-based crime reduction policy; crime prevention as a cost-effective policy option 4. Irvin Waller - Trends in crime prevention in Europe and North America 5. Sir Jack Stewart-Clark - Crime prevention and the European Union 6. Michael Tonry - Building safer societies: crime prevention in developed countries 7. Jacob Kohnstamm - Crime prevention as a local enterprise 8. Recommendations of the European Union Conference on crime prevention towards a European level 9. Anouk Depuydt and Johan Deklerck - An ethical approach to crime prevention 10. Susanne Karstedt- Shifts of power, shifts of control: a perspective on women's dissocial and problem behaviour 11. Jo-Anne Wemmers - Manual on the implementation of the UN Declaration of basic principles of justice for victims of crime and abuse of power 12. Crime institute profile - National Centre for State Courts, Williamsburg, USA
    • De 'zelfmetende' justitiabele - Een verkennend onderzoek naar technologische zelfmeetmethoden binnen justitiële context

      Cornet, L.J.M.; Mandersloot, M.N.A.; Pool, R.L.D.; Kogel, C.H. de (WODC, 2017)
      Quantified Self (QS) is de trend waarbij de mens in toenemende mate technologie integreert in zijn leven, met als doel informatie te verzamelen over zichzelf en hiervan te leren en/of zichzelf bij te sturen. In de Verenigde Staten is er al veel activiteit op dit gebied: de overheid aldaar heeft bijvoorbeeld onlangs financiële middelen beschikbaar gesteld om QS-data te proberen te linken aan ‘officiële’ data (in dit geval op het terrein van gezondheid). In Nederland wordt momenteel een beperkt aantal kleine pilotprojecten uitgevoerd, zoals in de Oostvaarderkliniek met de behandeling van tbs-patiënten en bij de jeugdreclassering door middel van e-begeleiding. Dit onderzoek betreft een verkenning van toepassingsmogelijkheden van QS voor de justitiële context. QS kan mogelijk bijdragen aan onder andere het vergroten van het probleeminzicht van justitiabelen, het voorspellen van (negatief) gedrag, het verbeteren van behandeling en bejegening en het ontwikkelen van alternatieve behandelingen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden 3. Zelfmeting in de gezondheidszorg 4. De 'zelfmetende' justitiabele 5. Aandachtspunten 6. Slothoofdstuk. Zie ook link naar: YouTube-Filmpje 'Zelfmetende justitiabele'.
    • De slimme stad

      Karstens, B.; Est, R. van; Naafs, S.; Schuilenburg, M.; Zoonen, L. van; Engelbert, J.; Galič, M.; Kool, L. (WODC, 2020)
      ARTIKELEN: 1. Bart Karstens, Linda Kool en Rinie van Est - De slimme stad: grote beloften, weerbarstige praktijk 2. Saskia Naafs - Van de gesloten smart city naar een open slimme stad. Lessen uit Quayside, Toronto 3. Marc Schuilenburg - Psychomacht: hoe sturen data en algoritmen de veiligheid in smart cities? 4. Liesbet van Zoonen - Publieke waarden of publiek conflict: democratische grondslagen voor de slimme stad 5. Jiska Engelbert - Voorbij het polderen in de slimme stad 6. Maša Galič - Over het recht op de smart city. SAMENVATTING: De term smart duikt tegenwoordig overal op. Niet alleen telefoons, horloges en koelkasten moeten slim zijn, maar ook steden ontkomen daar niet meer aan. Slimme steden zijn overal te vinden. In Nederland staan onder meer Eindhoven, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht te boek als smart cities. Singapore investeert wereldwijd het meest in slimmestadinitiatieven, op de voet gevolgd door New York City, Londen en Tokyo. Van belang voor een goed begrip van de slimme stad is dat de term kan worden gezien als een ‘catastrofeconcept. Het succes ervan berust op de retorische pijler dat het stedelijk leven steeds meer wordt geconfronteerd catastrofes als werkloosheid, extreme luchtvervuiling, criminaliteitsproblemen en een afname en afname van democratische legitimiteit. Slimme technologie, zoals datamining en kunstmatige intelligentie, wordt hierbij voorgesteld als de wonderolie die elke kwaal geneest. Dit is de tweede retorische pijler. In dit technologisch-utopisch perspectief op de stad dreigt de publieke ruimte steeds meer de speelbal te worden van grote bedrijven, waaronder Google, IBM en Uber. Zij beloven dat hun technologie grootstedelijke problemen oplost en dat de stad hierdoor welvarender, democratischer, schoner en veiliger wordt. Maar technologie is geen wondermiddel en standaardoplossingen voor urgente problemen bestaan niet. De elementaire vraag is daarom wiens belangen slimme steden dienen, die van techbedrijven of die van de burger? Het verlangen naar slimheid betekent namelijk ook een grotere controle van burgers, verlies van privacy en privatisering van publieke taken, waaronder openbaar vervoer en de veiligheidszorg. Vragen die in dit themanummer van Justitiële verkenningen over de slimme stad aan bod komen, zijn: welke middelen worden ingezet om steden ‘slimmer’ te maken? Hoe verhouden de kansen van slimme steden zich tot bedreigingen? Op welke manier kunnen stadsbewoners actief worden betrokken bij de slimme stad? Hoe kan de overheid zich optimaal verhouden tot de dominantie van techbedrijven? Welke machtseffecten treden er op bij de inzet van slimme technologieën? Moet er een recht op de smart city komen?
    • Dialoog en onderhandeling met terroristische organisaties - voorbeelden en lessen uit de westerse en niet-westerse wereld (1945-2009)

      Duyvesteyn, I.; Schuurman, B. (Universiteit Utrecht, Onderzoeksinstituut voor Geschiedenis en Cultuur, 2010)
      De doelstelling van dit onderzoek is het op hoofdlijnen verkrijgen van inzicht in de aard van in het verleden gevoerde dialoog en onderhandeling door de overheid of daartoe aangewezen onderhandelaars met terroristische organisaties en individuele terroristen. Onder welke omstandigheden wordt er besloten om over te gaan tot onderhandelingen, hoe zijn deze dialogen verlopen en tot welke resultaten hebben deze gesprekken geleid of bijgedragen? Het centrale doel van deze studie is om te bezien welke belangrijke factoren naar voren komen gedurende en rondom onderhandelingsprocessen. Welke lessen kunnen hieruit worden getrokken? INHOUD: 1. De aanloop naar onderhandelingen 2. Het moreel dilemma van onderhandelen met terroristen 3. Het verloop van onderhandelingen 4. De uitkomsten van onderhandelingen 5. Onderhandelingen en het huidige conflict in Afghanistan
    • Dier en recht

      Davids, K.; Davids, K.; Boon, D.; Cornelisse, M.; Cock Buning, Tj. de; Jonge, F.H. de; Sprujit, B.M.; Wouw, S. van de; Noordhuizen-Stassen, E.N.; Haan, M.; et al. (WODC, 2001)
      ARTIKELEN: 1. K. Davids - Dierenbescherming in Nederland vanaf 1864 2. D. Boon - Mens en dier; gezworen vijanden 3. M. Cornelisse - De rammelende erwt; ethisch denken over dieren en de natuur 4. Tj. de Cock Buning - Ethische vragen rondom proefdieren; genetische manipulatie 5. F.H. de Jonge en B.M. Sprujit - Kennis over dierenwelzijn; toepassing in recht en regelgeving 6. S. van de Wouw - Procederen tegen dierenleed 7. E.N. Noordhuizen-Stassen - De MKZ-uitbraak in 2001; naar een verantwoord preventiebeleid 8. M. Haan - Europees recht en het welzijn van landbouwhuisdieren 9. C.M. Vinke - Handel in exotische dieren; organisatiestructuren en werkwijzen SAMENVATTING: In dit nummer zijn een aantal historische, ethische en juridische beschouwingen samengebracht die tezamen een goed beeld geven van de belangentegenstellingen tussen de bio-industrie en dierenbeschermingsorganisaties, en grote problemen en dilemma's waarvoor het dierenwelzijnsbeleid wordt geplaatst.
    • Gebruik internationale DNA-databanken door geadopteerden n.a.v. interlandelijke adopties

      Velde, R. te; Kats, J.; Hanswijk, M.; Blom, T.; Zamorano, M.; Ondili, M.; Papakirykos, G.; Koops, B.-J. (medew.); Knijf, P. de (medew.) (Dialogic innovatie interactie, 2022-09-12)
      In deze studie is een afwegingskader opgesteld dat door het Expertisecentrum Interlandelijke Adoptie kan worden gebruikt om geadopteerden te ondersteunen bij de beslissing of zij gebruik willen maken van commerciële internationale DNA-databanken. In dit afwegingskader zijn alle relevante beoordelingscriteria op technisch, juridisch en sociaal gebied opgenomen die in overweging kunnen of moeten worden genomen bij het bepalen óf en welke DNA-databank gekozen zou moeten worden bij het gebruik van DNA-technologie in een rootszoektocht – de zoektocht naar (naaste) biologische verwanten door een geadopteerde. INHOUD: Introductie Gebruik van DNA-databanken in rootszoektochten Toelichting technische dimensies Toelichting juridische dimensies Toelichting sociale dimensies DNA-databanken vergeleken Conclusies en aanbevelingen
    • Grenzen van medische technologie

      Unknown author (WODC, 1991)
      De verhouding tussen wetenschap en beleid is wellicht nergens zo precair als op medisch terrein. Zij kan worden beschreven in termen van kwaliteit van leven, technologie en financiering. De medisch technologische ontwikkeling roept behalve financieringstechnische vragen ook volstrekt onvergelijkbare ethische vragen op, en beide vragen staan onder druk van de levensdrang die aan niemand kan worden ontzegd. De complexiteit van de problematiek maakt dat gebruikelijke afwegingsprocessen of politieke vooronderstellingen niet van toepassing zijn. De medisch technologische vooruitgang roept controversen op die dwars door ideologische verbanden, gangbare rationele afwegingen en ethische uitgangspunten heen snijden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat rond dit onderwerp een keur van onderzoeksinstituten en adviesinstellingen werkzaam is, die probeert te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen, de kwaliteit van argumenten afweegt, en de kosten ervan in kaart brengt. Onder de noemer `Grenzen van medische technologie' wordt in dit themanummer onderzocht waar deze grenzen liggen, maar vooral hoe deze worden getrokken, of zo men wil, dienen te worden onderkend.
    • Handling ethical problems in counterterrorism - An inventory of methods to support ethical decisionmaking

      Reding, A.; Gorp, A. van; Robertson, K.; Walczak, A.; Giacomantonio, C.; Hoorens, S. (RAND Europe, 2013)
      Counterterrorism professionals routinely face decisions that appear to require trade-offs between moral values such as privacy, liberty and security, and broader human rights considerations. Given that ethics are integral to this field, it is essential that counterterrorism professionals are proficient at making types of decision. The objective of this study is to outline the methods that counterterrorism professionals could draw on to support their ethical decision-making process. CONTENT: 1. Introduction 2. Introduction to applied ethics 3. Key ethical problems in counterterrorism 4. Methods to support ethical decision-making 5. Implications for managing ethical problems in counterterrorism
    • Het maatschappelijk draagvlak van het strafrecht in de jaren negentig - Jubileum-uitgave

      Unknown author (WODC, 1990)
      Vijftien jaar geleden verscheen het eerste nummer van Justitiele Verkenningen. Althans onder die naam; reeds in 1956 begon het toenmalige Studie- en Voorlichtingscentrum van het Ministerie van Justitie met de uitgave van het zogenoemde Documentatieblad. Met de naamswijziging in 1975 begon een geleidelijk proces waarin JV van een puur documentatieblad steeds verder uitgroeide tot een vaktijdschrift op het terrein van justitie. Met het ingaan van de jaren negentig begint JV dus aan zijn vierde lustrum, en dit feit vormde de aanleiding voor de organisatie van een JV-symposium over het belangrijkste onderwerp van het tijdschrift: het strafrecht. In deze aflevering treft de lezer de lezingen aan die werden gehouden op het gelijknamige symposium dat op 15 februari 1990 in het Kurhaus te Scheveningen. Aan de sprekers werd, zonder nadere specificering, gevraagd zich over dit thema op persoonlijke titel uit te laten. Het resultaat biedt een aardig inzicht in de actuele, zeer gevarieerde discussie over de maatschappelijke rol van het strafrecht. De mogelijkheden, grenzen, tekortkomingen en fricties komen in allerlei varianten aan de orde, naast suggesties, concrete werkvoorstellen en wensdromen.
    • Inlichtingendiensten

      Fijnaut, C.; Wijk, R. de; Graaff, B. de; Wiebes, C.; Abels, P.H.A.M.; Willemse, R.; Hoekstra, F.; Schans, W. van der; Timmerman, E.; Wifferen, L. van; et al. (WODC, 2004)
      ARTIKELEN: 1. C. Fijnaut - Inlichtingendiensten in Europa en in Amerika; de heroriëntatie sinds de val van de Muur en 11 september 2001 2. R. de Wijk - Het gevaar van succes in de strijd tegen terrorisme; portret van de nieuwe vijand 3. B. de Graaff - Wie wint de 'war on terrorism'? 4. C. Wiebes - De problemen rond de internationale intelligence liaison 5. P.H.A.M. Abels en R. Willemse - Veiligheidsdienst in verandering; de BVD/AIVD sinds het einde van de Koude oorlog 6. F. Hoekstra - Infiltratie in de praktijk; BVD en CPN tijdens de Koude Oorlog 7. W. van der Schans en E. Timmerman - De AIVD en de burger; ervaringen van actievoerders en vreemdelingen 8. B. Hoogenboom - Inlichtingenwerk en ethiek; een wildernis van spiegels 9. L. van Wifferen - Het gebruik van AIVD-informatie in het strafproces 10. A. Slotboom en C. Wiebrens - Storm in de badkuip SAMENVATTING: Het lijkt slechts een kwestie van tijd voordat de roep om ruimere bevoegdheden voor inlichtingendiensten ook in Nederland zal klinken. Op dit moment is het gebruik van AIVD-informatie in het strafproces al een punt van discussie. Door de terroristische dreiging is het maatschappelijk klimaat voor honorering van dergelijke verlangens gunstig, maar het is de vraag hoever een open democratische samenleving kan gaan in haar streven naar veiligheid.
    • Kansen en risico's van de toepassing van neurotechnologie in het strafrecht

      Bijlsma, J.; Geukes, S.H.; Meynen, G.; Raemaekers, M.A.H.; Ramsey, N.F.; Simon Thomas, M.A.; Toor, D.A.G. van; Vansteensel, M.J. (Universiteit Utrecht - Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, 2022-05-04)
      De laatste jaren is er veel aandacht voor neurotechnologie. Het gaat hierbij om technieken die bijdragen aan kennis over de hersenen en/of die interacteren met de hersenen. De aandacht voor neurotechnologie wordt onder andere veroorzaakt door de voortdurende technologische vooruitgang. Omdat neurotechnologie (ook) potentie heeft voor toepassing binnen het justitie- en veiligheidsdomein heeft het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de kansen en risico’s van dergelijke toepassing van neurotechnologie. Dit rapport is het resultaat van dat onderzoek. In dit rapport staat de volgende onderzoeksvraag centraal: ‘Welke kansen en bedreigingen kunnen worden verwacht van neurotechnologie voor het domein van ministerie van Justitie en Veiligheid en welke impact (juridisch, ethisch en maatschappelijk) kan neurotechnologie hebben voor beleid?’ INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Interactie en beeldvorming 4. Neurotechnologieën 5. Neurotechnologie in de justitie- en veiligheidsdomeinen 6. Mogelijke toekomstige doorontwikkelingen 7. Besluit sectie 1 8. Opsporing en waarheidsvinding 9. Risicotaxatie 10. Interventie 11. Ethiek
    • Mensbeelden in het strafrecht

      Claessen, J.A.A.C.; Wit, T.W.A. de; Cornet, L.J.M.; Kogel, C.H. de; Veraart, W.J.; Kelk, C.; Weijers, I.; Goedegebuure, J.L.; Corstens, G.J.M. (WODC, 2015)
      ARTIKELEN: 1. J.A.A.C. Claessen - Over mens- en wereldbeelden en hun bijbehorende misdaadrecht 2. T.W.A. de Wit - Durven we de vrijheid nog wel aan? De bijdrage van een religieus mensbeeld aan het strafrecht 3. L.J.M. Cornet en C.H. de Kogel - Is de mens voor een biocriminoloog per definitie onvrij? 4. W.J. Veraart - Bescherm het slachtoffer, begin bij de verdachte 5. C. Kelk - Veranderende mensbeelden van gedetineerden. Een kort historisch overzicht 6. I. Weijers - De terugkeer van de ‘kinderlijke delinquent’? Wisselende kindbeelden in een eeuw jeugdstrafrecht 7. J.L. Goedegebuure - Voorbij goed en kwaad. Het mensbeeld achter ‘zinloos geweld’ in de literatuur en filosofie 8. G..J.M. Corstens - Het veranderende mensbeeld in het strafrecht. Een bespiegeling op basis van ervaringen in de rechterlijke macht SAMENVATTING: Onze mensbeelden veranderen en het strafrecht verandert mee. Als uitgangspunt van dit themanummer over Mensbeelden in het strafrecht geldt dat het strafrecht in laatste instantie is ingebed in ons beeld van de mens, diens mogelijkheden, beperkingen en verantwoordelijkheden. Illustratief is het beeld van de dader, dat sinds de negentiende eeuw onmiskenbaar is veranderd en in de laatste decennia ook verhard is: de zondige en (sociaal) zwakkere medemens die ter verantwoording dient te worden geroepen maar die tegelijkertijd onze hulp en steun verdient, wordt tegenwoordig gezien als ernstige risicofactor of zelfs als een onverbeterlijke vijand van de samenleving. Ook het slachtoffer is onmiskenbaar niet meer wat hij is geweest. Werden slachtoffers lange tijd zo goed als genegeerd in het strafproces, tegenwoordig lijkt het slachtoffer uitgegroeid tot een geëmancipeerde drager van rechten die voor zichzelf een eigen positie opeist. Daarnaast lijken slachtoffers niet zelden door de politiek te worden uitgespeeld tegen daders om zo strenger te kunnen straffen, zij het dat er ook een onderstroom waarneembaar is die tracht slachtoffer en dader juist bij elkaar te brengen. Is er inderdaad sprake van verharding onder invloed van verschuivende mens c.q. dader- en slachtofferbeelden? Of zijn er ook tegengestelde tendensen? En hoe verhouden de verschillende mensbeelden zich tot het vraagstuk van vergeving?
    • Moraal en staat

      Unknown author (WODC, 1994)
      De redactie heeft deskundigen van verschillende politieke kleur gevraagd hun visie op de morele problemen en dilemma's van de overheid toe te lichten. Dat heeft geleid tot een dik nummer met uiteenlopende beschouwingen die niet altijd even gemakkelijk zullen weglezen, vooral vanwege de filosofische manier van redeneren. Doorwrochte stukken worden echter afgewisseld met kortere essays, waarbij sommige auteurs niet schromen controversiële standpunten in te nemen. Moraal staat momenteel in het middelpunt van de aandacht. Een berekenende overheid lokt calculerend gedrag van burgers uit. In reactie hierop verlangen velen een sterkere normatieve rechtvaardiging van overheidsoptreden. Een aantal auteurs in dit nummer preludeert reeds op deze behoefte aan een overheid met een groter moreel gezag. In het eerste deel van dit nummer wordt de vraag behandeld in hoeverre de overheid voor de verankering van rechtsnormen aangewezen is op levensbeschouwelijke overtuigingen (christendom, islam, humanisme). Een daarmee verwante vraag is onder welke voorwaarden het morele appel van de overheid het beste kan plaatsvinden. In het tweede deel worden de morele problemen en dilemma's van de verzorgingsstaat en de overheidsbureaucratie onder de loep genomen. Daarbij spelen de veranderingen binnen de wetgevende ethiek en ambtelijke ethiek een belangrijke rol.
    • Moraal in zaken

      Unknown author (WODC, 1995)
      Het corruptie- en fraudevirus lijkt steeds meer voort te woekeren in de Nederlandse samenleving. Steekpenningen, antedateren van declaraties, dubieuze faillissementen, belastingontduiking, fraude met verzekeringen, misbruik van Europese subsidies, al deze verschijnselen duiken met grote regelmaat op in de krantenkolommen. In het bedrijfsleven gaan miljarden aan misdaadgeld om, terwijl het aantal lege bv's en financiele adviesbureau's die bedreven zijn in versluieringsconstructies, onrustbarend is toegenomen. Na de banken hebben nu ook de accountants — na zeven jaar onderhandelen — een meldingsplicht gekregen: gevallen van hardnekkige fraude moeten worden gemeld bij de Centrale Recherche Informatiedienst. Veel accountants achten dit echter strijdig met hun geheimhoudingsplicht (bij notarissen en advocaten ligt dat overigens niet anders). Ethische gedragscodes vinden zowel bij particuliere als publieke organisaties steeds meer ingang. Naar Amerikaans voorbeeld lijkt nu elk respectabel bedrijf over een eigen integriteitsproject te beschikken. Uit een aantal bijdragen in dit nummer van Justitiele verkenningen blijkt dan ook dat de strijd tegen normvervaging serieus op gang is gekomen. Of de invoering van gedragscodes meer behelst dan een poging het imago van de organisatie te verbeteren, is uiteraard een andere vraag. Moraal in zaken dient als studiemateriaal voor het congres 'Samen sterk tegen criminaliteit' dat op 23 mei jl. door de Stichting Beroepsmoraal en Misdaadpreventie werd georganiseerd samenwerking met het ministerie van Justitie en de Vrije Universiteit te Amsterdam.
    • De ontwikkeling van het geweten

      Schalkwijk, F.; Wied, M. de; Heynen, E.; Vugt, E. van; Assink, M.; Stams, G.J.; Tiemersma, J.; Oploo, L. van (WODC, 2022-06-28)
      ARTIKELEN: Inleiding, Frans Schalkwijk - De relatie tussen een vloeibaar geweten en een stabiele identiteit, Minet de Wied - Over empathie en disruptieve gedragsstoornissen, Evelyn Heynen, Eveline van Vugt, Mark Assink en Geert-Jan Stams - De effectiviteit van morele gedragsinterventies bij jeugdige delinquenten: Een overzichtsstudie, Julia Tiemersma - Het perspectief van de expert en de diagnostiek van het geweten, Laura van Oploo - Etniciteit en cultuur in gedragsdeskundige adviezen aan de rechter. SAMENVATTING: Het geweten en de ontwikkeling daarvan. Wat is het geweten nu precies? En wat verstaan we dan onder ‘gewetensontwikkeling’? Er bestaan vele definities en vele invalshoeken, van waaruit het geweten wordt bekeken. De ontwikkeling ervan en de aspecten die hiervoor van belang zijn, worden vervolgens vanuit veel disciplines ook weer net anders bekeken en benoemd. Het belang is groot om hier nader op in te zoomen en onderzoek naar te doen. Zo blijken jeugdige delinquenten bij sociaalpsychiatrische screenings vaak gediagnosticeerd te worden als kampend met een ‘gebrekkige gewetensontwikkeling’. Een onderzoek van de GGD Amsterdam komt zelfs tot de conclusie dat die diagnose voor vrijwel de gehele onderzochte groep jongvolwassenen in de zogeheten Top600-criminelen geldt. Bij bijna een derde van die groep werd hun geweten als ‘ernstig verstoord’ aangemerkt. De gewetensfunctie blijkt in de rechtbank een belangrijk aspect. Niet alleen bij de bepaling van een vonnis, maar ook voor de mate waarin over behandeling beslist wordt. Dit themanummer van Justitiële verkenningen zoomt in 5 artikelen in op verschillend wetenschappelijk onderzoek naar het geweten. Wat weten we inmiddels? Wat zijn de functies van het geweten, en welke domeinen kunnen worden onderscheiden? Is ontwikkeling ervan mogelijk? Welke aspecten zijn daarbij van belang? En, wat weten we over de relatie tussen de ontwikkeling van het geweten en delinquent gedrag van jeugdigen? Ook wordt de andere kant van de medaille belicht: de diagnostische praktijk. Hoe wordt beoordeeld in welke mate een jeugdige delinquent een ontwikkeld geweten heeft? Ten slotte richten we onze blik op strafrechtzaken en is onderzocht in hoeverre etnische en culturele aspecten meewegen bij rechtspraak van jonge verdachten.
    • Ontwikkelingen in bestuurlijke criminaliteitspreventie

      Unknown author (WODC, 1987)
      Sinds 1960 is sprake van een vertienvoudiging van de geregistreerde criminaliteit. Het gaat hierbij met name om delicten als inbraak, winkeldiefstal, autokraken en dergelijke. In dat kader werd in 1983 de Commissie Kleine Criminaliteit geinstalleerd. In de aanbevelingen van deze commissie Roethof werd gepleit voor een veelvuldiger beroep op niet-justitiele instanties om deze stijging te doen keren. Er zou meer aandacht besteed moeten worden aan de preventie van deze vormen van veel voorkomende criminaliteit, waarbij het lokale bestuur een vooraanstaande rol dient te spelen. In de kabinetsnota Samenleving en criminaliteit werden deze aanbevelingen overgenomen en werd geld beschikbaar gesteld voor experimenten op het vlak van `bestuurlijke preventie'. In 1986 is een start gemaakt met dit nieuwe initiatief in de bestrijding van criminaliteit. Er was geld beschikbaar voor interessante gemeentelijke preventieprojecten, evaluatieonderzoeken werden gestart en het kwartaalblad SEC (Samenleving en criminaliteit) verscheen. In het begin van dit jaar deed het kabinet opnieuw een nota verschijnen, het zogenaamde Actieplan, waarin nieuwe plannen ter bestrijding van de veel voorkomende criminaliteit werden aangekondigd. Deze ontwikkelingen waren aanleiding voor de Stuurgroep Bestuurlijke Preventie en het WODC om een symposium te organiseren over de stand van zaken in de bestuurlijke criminaliteitspreventie. De studiedag vond plaats op 26 maart van dit jaar op het Ministerie van Justitie. In deze aflevering van Justitiele Verkenningen worden de lezingen ervan gepubliceerd.
    • Prostitutie

      Unknown author (WODC, 1987)
      Het eerste nummer van jaargang 1987 is gewijd aan het thema prostitutie. De directe aanleiding hiervoor is de op handen zijnde wijziging van artikel 250bis WvS, het zogenaamde bordeelverbod. Het bij de Tweede 'Kamer aanhangig gemaakte voorstel tot wijziging van dit artikel houdt in dat exploitatie van prostitutiebedrijven niet langer strafbaar zal zijn, behalve indien er sprake is van dwang, misbruik van overwicht of misleiding.
    • Recht en moraal

      Unknown author (WODC, 1993)
      Met de suprematie van het wetenschappelijk denken, waarin ratio en empirische waarneming de enige geldige criteria worden geacht, heeft de moraal sterk aan kracht ingeboet. Het primaat van de wetenschap heeft bovendien, via de technologie, geleid tot een voorheen ongekende welvaart en deze heeft op haar beurt het individualiseringsproces in gang gezet. De vroegere inbedding van het individu in de gemeenschap, heeft plaatsgemaakt voor een directe afhankelijkheid van het individu van de staat. Aangezien de materiele functies van de gemeenschap zijn overgenomen door de staat, is het begrijpelijk dat de overheid ertoe neigt ook de morele functie van de gemeenschap over te nemen. Daarbij heeft de minister van Justitie, E.M.H. Hirsch Ballin, nadrukkelijk het voortouw genomen. Te beginnen met het beleidsplan Recht in beweging (1990) heeft de minister in tal van toespraken gewezen op de noodzaak van een revitalisering van de moraal, waarbij hij een belangrijke rol toekende aan de overheid. In verband hiermee heeft het ministerie van Justitie, in samenwerking met de ministeries van 0 & W en WVC, op 17 september 1992 een studiedag georganiseerd over de overdracht van normen en waarden in opvoeding en onderwijs, onder de titel Mores leren? Die studiedag heeft de aanleiding gevormd voor deze aflevering van Justitiele Verkenningen, die is gewijd aan het thema `Recht en moraal'.
    • Reflectie en actie - Een onderzoek naar moreel leeroverleg binnen Dienst Justitiële Instellingen

      Houwelingen, G. van; Hoogervorst, N.; Dijke, M. van (Erasmus Universiteit Rotterdam - Rotterdam School of Management (RSM), 2015)
      Om professionals te ondersteunen in hun oordeelsvorming wil het Opleidingsinstituut van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) in een aantal inrichtingen een pilot organiseren met een effectieve methode om tot een weloverwogen keuze te komen. Als voorbereiding hierop wil dit instituut laten inventariseren welke methoden van morele oordeelsvorming bestaan, hoe ze werken en wat bekend is over hun resultaten en effectiviteit. DJI denkt momenteel aan een vorm van moreel leeroverleg, waarbij professionals in overleg en op een systematische manier ingaan op moeilijke situaties en leren om daadwerkelijk moreel te handelen. De doelstelling van dit onderzoek was drieledig: De inventarisatie van de inhoud, doel en effectiviteit van bestaande morele trainingsprogramma's. De inventarisatie van organisatie-gerelateerde randvoorwaarden voor een effectieve implementatie van morele trainingsprogramma's. Een voorstel voor een pilot project met een effectieve methode. INHOUD: 1. Algemene inleiding 2. Interviews en inventarisatie bestaande trainingsmethoden 3. Morele besluitvorming 4. Moreel leervermogen 5. Organisatie-gerelateerde randvoorwaarden 6. Voorstel pilot-project 7. Conclusie