• Huwelijksvermogensrecht in rechtsvergelijkend perspectief - Denemarken, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italië, Zweden

      Braat, B.; Oderkerk, A.E.; Steenhoff, G.J.W.; Boele-Woelki, K. (Universiteit Utrecht - Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, 1999)
      In het in 1997 verschenen rapport van de Commissie rechten en plichten van echtgenoten werd geconcludeerd dat rechtsvergelijkend onderzoek geboden was teneinde het stelsel van huwelijksvermogensrecht te kunnen aanpassen. Het onderzoek zou zich moeten richten op de vraag welke kenmerkende verschillen er in de praktijk bestaan, met name bij de afwikkeling van de boedel bij echtscheiding. Dit rapport is het resultaat van dit onderzoek. Het bevat achtereenvolgens rapporten per onderzocht land, een rechtsvergelijkende synthese van verschillen en overeenkomsten, een poging tot verklaring en een evaluatie, waarbij de sterke en zwakke punten van de verschillende stelsels zijn geanalyseerd.
    • Meningen van de bevolking over de verdeling van nalatenschappen onder het abintestaat erfrecht

      Cozijn, C. (WODC, 1978)
      INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van materiaalverzameling en steekproef 3. Kennis en evaluatie van het huidige abintestaat erfrecht 4. De alternatieven voor een nieuw verdelingsmechanisme in het erfrecht bij versterf 5. De voor- en tegenstanders van alternatief C-nieuw 6. Slotbeschouwing SAMENVATTING: Op 20 maart 1974 werd aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal aangeboden het wetsontwerp Partiele wijziging van de regeling van het erfrecht, vooruitlopende op de invoering van Boek 4 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, (Kamerstuk 12 863, nr. 2). Dit wetsontwerp is bekend geworden onder naam voortrein. Voornaamste doel van dit wetsontwerp is dat nu reeds, d.w.z. voordat Boek 4 NBW tot geldend recht wordt, bepaalde nieuwe regels betreffende de erfopvolging bij versterf van kracht kunnen worden. Het gaat hierbij dus om wijziging van de regels van de erfopvolging die gelden indien de overledene geen testament heeft opgemaakt. Meer in het bijzonder gaat het hierbij om een nieuwe regeling van de rechten van de echtgenoot of echtgenote van de overledene. Het onderzoek naar de opvattingen omtrent een abintestaat erfrecht, in verband met een voorgenomen wetswijziging, dient zich te richten op de beantwoording van twee hoofdvragen. Te weten de vraag naar de wenselijkheid van een wijziging van de bestaande regeling en (indien die wenselijkheid mocht blijken) de vraag naar de materiele inhoud van die wijziging.
    • Toezicht op het bewind van ouders en voogden over het vermogen van minderjarigen - Onderzoek naar toezicht op vermogensbeheer bij minderjarigen en vier overige, aanverwante onderwerpen

      Haar, J.H.M. ter; Kolkman, W.D.; Schrama, W.M.; Verstappen, L.C.A. (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2016)
      Dit onderzoek heeft betrekking op de regelgeving rondom toezicht op vermogensbeheer bij minderjarigen. De relatie van dit toezicht tot het nieuwe erfrecht neemt daarbij een belangrijke rol in. In dit onderzoek is door middel van bestudering van literatuur en rechtspraak, internationale normen, buitenlandse rechtssystemen en interviews met juridische professionals in Nederland en in het buitenland fundamenteel gekeken naar het systeem van toezicht op vermogensbeheer bij minderjarigen in zijn geheel. In Deel I van dit rapport is verslag gedaan van dit onderzoek.In Deel II van dit rapport zijn vier verschillende andere onderwerpen nader onderzocht, waarbij vermogensrechtelijke belangen van minderjarigen onder de loep genomen worden. Het betreft de regeling van het ouderlijk vruchtgenot, testamentair bewind bij minderjarigen, de som ineens als alimentatie-aanspraak voor een kind in het erfrecht en de werking van verjarings- en vervaltermijnen in ons recht bij minderjarigen. INHOUD: Deel I: Toezicht op vermogensbeheer bij minderjarigen 1. Het internationale kader 2. Onderzoek wetgeving, literatuur en jurisprudentie 3. Toezicht volgens Nederlandse professionals 4. Regelingen en ervaringen in het buitenland 5. Mogelijke verbeteringen 6. Conclusie deel I - Deel II: Overige onderwerpen 1. Vier afzonderlijke onderwerpen 5. Conclusie deel II