• Betalingsregelingen - Bevorderen van haalbare betalingsregelingen bij private schuldeisers

      Jungmann, N.; Linssen, M.; Moerman, A.; Muiswinkel, S. van; Oomkens, R. (Hogeschool Utrecht - Kenniscentrum Sociale Innovatie, 2020)
      Er leeft een breed gedragen maatschappelijke zorg rondom de aanpak van schulden. Voor het kabinet vormt deze breed gedragen zorg de aanleiding om werk te maken van een Brede schuldenaanpak. In het regeerakkoord is opgenomen dat de juridische afhandeling van schulden wordt verbeterd. Schuldeisers dienen eerst de mogelijkheden van een betalingsregeling te onderzoeken voor een zaak voor de rechter wordt gebracht. Het doel van het onderzoek is om in kaart te brengen hoe de private markt invulling geeft aan betalingsregelingen en om uit te werken hoe gestimuleerd kan worden dat er, voordat een zaak voor de rechter wordt gebracht, geprobeerd wordt om een haalbare minnelijke betalingsregeling te treffen. Om bovenstaand doel te realiseren, geeft het voorliggende onderzoek antwoord op de volgende centrale onderzoeksvraag: Op welke wijze en in welke mate treffen de verschillende soorten private schuldeisers (haalbare) betalingsregelingen en welke mogelijkheden zijn er om de inzet van dit middel te verbeteren? INHOUD: 1. Inleiding 2. Juridisch kader en jurisprudentie 3. Het perspectief van schuldeisers 4. Het perspectief van incassopartijen 5. Het perspectief van de debiteur 6. Het perspectief sociaal raadslieden 7. Het perspectief van de rechterlijke macht 8. Voorbeelden van aansprekende praktijken 9. De impact van corona 10. Conclusie 11. Denkrichtingen
    • De (blijvende) gevolgen van de coronacrisis

      Kruisbergen, E.; Haas, M.; Es, L. van; Snijders, J.; Coomans, A.; Deuren, S. van; Dijk, M. van; Weijer, S. van de; Blokland, A.; Baak, C.; et al. (WODC, 2021-09-29)
      ARTIKELEN: 1. Edwin Kruisbergen, Marco Haas, Lisa van Es en Joanieke Snijders - De pandemie als criminologisch experiment. De ontwikkeling van de criminaliteit tijdens een jaar coronamaatregelen 2. Anne Coomans, Sjoukje van Deuren, Meintje van Dijk, Steve van de Weijer, Arjan Blokland, Carlijn van Baak, David Kühling, Rosanne Bombeld en Veroni Eichelsheim - Stay home, stay safe? De gevolgen van COVID-19-maatregelen op huiselijk geweld in Nederland 3. Joska Appelman, Kiki Bijleveld, Peter Ejbye-Ernst, Evelien Hoeben, Lasse Liebst, Cees Snoek, Dennis Koelma en Marie Rosenkrantz Lindegaard - Naleving van gedragsmaatregelen tijdens de COVID-19-pandemie 4. Peter Klerks - Misleiding tijdens de coronapandemie. Over nepnieuws, complotdenken en maatschappelijke ontvankelijkheid 5. Eddy Bauw, Yasemin Glasgow, Anne Janssen en Marc Simon Thomas - Rechtspleging in jeugdbeschermingszaken tijdens de coronacrisis. Een verslag van lopend onderzoek 6. Roos de Wildt - Sekswerk ten tijde van corona. De impact van de lockdown op sekswerkers SAMENVATTING: Anderhalf jaar na het begin van de coronapandemie in Nederland staat Justitiële verkenningen stil bij de gevolgen van deze crisis. De pandemie heeft bovenal veel persoonlijk leed veroorzaakt, zowel bij direct getroffenen als hun naasten. Het virus, en dan vooral de maatregelen die ter bestrijding ervan wereldwijd zijn ingevoerd, heeft echter een veel bredere uitwerking. De regering trof maatregelen die sinds de Tweede Wereldoorlog ongekend zijn. Onderwijsinstellingen gingen dicht. Bedrijven sloten hun deuren. Het onderling contact tussen mensen werd ingeperkt en voor zover het plaatsvond moesten verschillende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen. Binnen Justitie kreeg de politie ondermeer te maken met de handhaving van de anderhalvemetermaatregel en de avondklok. Wat is de invloed geweest van de ingevoerde maatregelen op het werkterrein van justitie? Wat valt er te leren uit de afgelopen periode? Zijn er ook blijvende gevolgen van de coronacrisis? En hoe die gevolgen te beoordelen? Dergelijke vragen staan centraal in dit themanummer van Justitiële verkenningen, waarin de resultaten van verschillende (doorlopende) onderzoeken worden besproken.
    • Buitengewoon veilig - Onderzoek naar taken en arbeidsomstandigheden van boa's en de samenwerking met politie

      Abraham, M.; Soomeren, P. van (DSP-groep, 2020)
      Voor toezichts- en handhavingstaken, evenals voor het opsporen van (bepaalde) strafbare feiten, worden naast de politie (algemene opsporingsambtenaren) ook buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) ingezet. Deze boa’ s vervullen een steeds belangrijker rol: de afgelopen decennia heeft zich een verschuiving voorgedaan waarbij veiligheidszorg in de openbare ruimte niet langer het exclusieve domein is van de politie. Gemeenten zetten in toenemende mate en met steeds meer taken gemeentelijke boa’s in voor toezicht en handhaving. Ook in andere gebieden vervult de boa een belangrijke rol. In bijvoorbeeld natuurgebieden en het openbaar vervoer zien we de inzet van boa’s voor toezicht en handhaving. Het gaat ondertussen om meer dan 24.000 boa’s die in zes verschillende domeinen actief zijn. Deze ontwikkeling is niet uniek voor Nederland en is eigenlijk in heel Europa zichtbaar. De probleemstelling van het onderzoek luidt als volgt:Wat zijn de taken en de inzet van de boa’s in de praktijk, hoe verloopt de samenwerking met de politie en met andere partijen (taakafbakening en –verdeling) en wat zijn de arbeidsomstandigheden van de boa’s (met name wat betreft veiligheid) tijdens hun taakuitoefening?In hoeverre zit de huidige toepassing van het leefbaarheidscriterium en het uitvoeringscriterium6 effectief toezicht en handhaving in de weg? INHOUD: 1. Onderzoek naar boa's 2. Wettelijk kader en landelijke afspraken - Intermezzo: landelijke spelers in het boa-landschap 3. Aantallen boa's 4. Taken en samenwerking 5. Arbeidsomstandigheden en ondersteuning door politie 6. Bijzondere omstandigheden: coronacrisis 7. Gevolgen voor de toekomst 8. Conclusie
    • Criminaliteit en rechtshandhaving 2020 - Ontwikkelingen en samenhangen

      Meijer, R.F. (red.); Moolenaar, D.E.G. (red.); Choenni, R. (red.); Braak, S.W. van den (red.) (WODC, 2021-10-18)
      De publicatie Criminaliteit en rechtshandhaving brengt ontwikkelingen in en samenhangen tussen criminaliteit en rechtshandhaving in kaart. Deze 19e editie richt zich daarbij met name op de periode 2010 tot en met 2020. Deze editie staat weer boordevol informatie over de aard en omvang van de criminaliteit in Nederland, welk deel hiervan wordt opgespoord, de strafrechtelijke reactie die justitie hierop heeft, de tenuitvoerlegging van opgelegde sancties en ontwikkelingen die zich hierin hebben voorgedaan. Verder worden de uitgaven gemoeid met sociale veiligheid beschreven. Ten slotte is er aandacht voor de ontwikkelingen in internationaal perspectief. C&R is oorspronkelijk door WODC en CBS opgezet. Sinds 2011 werkt de Raad voor de rechtspraak aan deze publicatie mee en in de onderhavige editie C&R 2020 ook de politie en het Openbaar Ministerie, waardoor de expertise verder is verbreed. C&R 2020 omvat de strafrechtsketencijfers inclusief het eerste jaar van de COVID-19-pandemie. C&R beschrijft de ontwikkelingen in de vorm van jaarcijfers. Wat zich qua ontwikkelingen afspeelt in de afzonderlijke maanden binnen het jaar blijft daarmee buiten beeld. Mogelijke verbanden met COVID-19 komen alleen aan de orde voor zover daar voldoende aanwijzingen voor zijn. Een parallel aan deze editie te verschijnen WODC-publicatie (zie: link hiernaast) gaat meer in detail in op het effect van de COVID-19-pandemie op de criminaliteit en de strafrechtsketen. De publicatie 'Criminaliteit en rechtshandhaving 2020' is ook terug te vinden op de websites van het CBS en de Raad voor de rechtspraak. Daarnaast is de publicatie beschikbaar op het digitale platform www.criminaliteitinbeeld.nl, een initiatief gedragen door het WODC, het CBS, de Raad voor de rechtspraak, het Openbaar Ministerie en de Nationale Politie. Een overzicht van vorige edities van C&R is te vinden op de speciale webpagina 'Criminaliteit en rechtshandhaving' (zie: link hiernaast). INHOUD: 1. Inleiding 2. Het Nederlandse strafrechtsysteem 3. Criminaliteit en slachtofferschap 4. Misdrijven en opsporing 5. Vervolging 6. Berechting 7. Tenuitvoerlegging van sancties 8. De strafrechtsketen in samenhang 9. Overtredingen 10. Uitgaven aan sociale veiligheid 11. Nederland in internationaal perspectief
    • Doeltreffende risicocommunicatie - Een inventariserend onderzoek

      Kuttschreuter, M.; Stel, M.; Haandrikman, M.; Bouwmeester, J.; Doeschot, F. ten; Straaten, G. van; Andringa, W. (Universiteit Twente, 2021-05)
      Dit rapport bevat een verslag van een onderzoek naar de doeltreffendheid en toekomstbestendigheid van de manier waarop de Nederlandse overheid over risico’s communiceert. In deze context houdt doeltreffendheid in dat de communicatiedoelen bereikt worden, dat de communicatie aansluit bij de informatiebehoefte van de burger, dat de beoogde doelen consistent zijn met relevant beleid, en dat zij op een adequate en efficiënte manier worden bereikt. Het onderzoek richt zich dus zowel op de reacties van burgers op de communicatie als op de processen bij de overheid.
    • Effect van COVID-19 op de strafrechtketen

      Moolenaar, D.; Choenni, S. (WODC, 2021-10-18)
      Hoewel het verleidelijk is om de hele afname van de productie en de voorraadproblematiek aan COVID-19 te wijten, is de vraag of dit terecht is. De hoofdvraag van dit rapport is dan ook wat het netto-effect van COVID-19 op de strafrechtketen is geweest? In dit rapport beoordelen we het effect van de COVID-19-maatregelen op de criminaliteit en de strafrechtketen. Ten eerste wordt het effect van COVID-19 op criminaliteit ingeschat door middel van een tijdreeksanalyse op criminaliteitsgegevens, resulterend in een aantal geschatte tijdreeksmodellen. Ten tweede wordt met de geschatte modellen een voorspelling zonder COVID-19-effecten gemaakt, die vervolgens wordt afgezet tegen de werkelijke criminaliteit in 2020 en 2021. Tot slot worden met het Prognosemodel Justitiële Ketens de langetermijneffecten van het kleinere aantal verdachten, verschuivingen binnen delictcategorieën, het inhalen van de achterstanden bij de rechtbanken en de gewijzigde economische ontwikkelingen op de rest van de strafrechtketen bepaald.
    • Ervaringen met elementen uit de tijdelijke COVID-19-wetgeving Justitie en Veiligheid

      Riddrbos-Hovingh, Ch.; Beukers, M.; Bergen, E. van; Krol, E.; Winter, H. (Pro Facto, 2022-09-14)
      Op 24 april 2020 trad de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid (Tijdelijke wet) in wer-king.1 Deze spoedwet treft enkele voorzieningen op het terrein van Justitie en Veiligheid (JenV) die noodzakelijk geacht werden in verband met de uitbraak van corona. Daarna zijn er nog aanvullingen gekomen in de Verzamelspoedwet COVID-19, in de Tweede Verzamelspoedwet COVID-19 en in de Tijdelijke wet COVID-19 SZW en JenV. In deze wetgeving worden voor alle rechtsgebieden (strafrecht, bestuursrecht, privaatrecht) voorzieningen getroffen, veelal voor het waarborgen van de continuïteit van het rechtsverkeer tijdens de coronacrisis. Deze tijdelijke voorzieningen gelden tot het vervallen van de wet. Dit was in beginsel op 1 september 2020, maar de wet bevat mogelijkheden om de werkingsduur (van onderdelen) om de twee maanden te verlengen. De hoofdvraag in dit onderzoek luidt als volgt: In hoeverre en onder welke (juridische en praktische) condities kunnen (onderdelen van) voorzieningen van de tijdelijke COVID-19-wetgeving JenV omgezet worden in permanente regelingen? Doel van het onderzoek is inzichtelijk maken in hoeverre het juridisch mogelijk en volgens betrokkenen wenselijk is om (onderdelen van) voorzieningen van de tijdelijke COVID-19-wetgeving JenV in de rechtspleging en het notariaat om te zetten in permanente regelingen. INHOUD: Inleiding Mondelinge digitale behandeling in burgerlijke, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke procedures Elektronisch horen penitentiair beklag/beroep Mondelinge digitale behandeling in tuchtzaken Herstel verzuim hoger beroep in vreemdelingenzaken Verlenging termijn tenuitvoerlegging taakstraf Verlijden van akten Uitreiken van exploten Slotbeschouwing
    • Mexicaanse griep in Nederland - berichtgeving, verontrusting en publieksreacties

      Vasterman, P.L.M.; Ruigrok, N.; Scholten, O. (Stichting Het Persinstituut, 2011)
      Twee jaar geleden diende zich met de komst van de Mexicaanse griep voor het eerst sinds de jaren zestig een nieuwe pandemie aan: een wereldwijde griepepidemie. Voor de media was de griep vervolgens maandenlang een groot nieuwsonderwerp dat vaak de voorpagina's domineerde. Bij het onderzoek naar de berichtgeving in de Nederlandse media over de Mexicaanse griep in 2009. De volgende vragen komen aan de orde:Hoe verliep de berichtgeving vanaf de uitbraak in Mexico in april 2009 tot en met eind december?Welke beeld(en) hebben de verschillende media in die maanden neergezet van de epidemie?Hoe was de toonzetting van de berichtgeving?Welke bronnen spelen daar een belangrijke rol bij?Is er een samenhang tussen de berichtgeving en de reacties (verontrusting) van het publiek?Dit onderzoek is gestart onder projectbegeleiding van Directie Kennisontwikkeling voor Openbaar Bestuur en Veiligheid (BZK) en per 1/1/2011 voortgezet onder projectbegeleiding van de afdeling Extern Wetenschappelijke Betrekkingen van het WODC. INHOUD: 1. Ter inleiding 2. Theoretisch kader en vraagstellingen 3. Methode: periodisering, dataverzameling, inhoudsanalyse 4. Verloop van de berichtgeving over de Mexicaanse griep in 2009 5. Thema's toon en bronnen in de berichtgeving over Mexicaanse griep 6. Samenhang berichtgeving en publieksreacties 7. Samenvatting onderzoeksresultaten 8. Slotbeschouwing en discussie 9. Geraadpleegde literatuur
    • Nieuwe vormen van oplichting en fraude

      Meerts, C.; Huisman, W.; Rooyakkers, J.; Weulen Kranenbarg, M.; Roks, R.; Monshouwer, N.; Borwell, J.; Notté, R.; Wilsem, J. van; Sipma, T.; et al. (WODC, 2020)
      ARTIKELEN: 1. Clarissa Meerts en Wim Huisman - Coronacrisis en fraude: vier mogelijke relaties 2. Joke Rooyakkers en Marleen Weulen Kranenbarg - Vissen met een nieuwe hengel: een onderzoek naar betaalverzoekfraude 3. Robby Roks en Nahom Monshouwer - F-gamers die ‘mapsen’, ‘swipen’ en ‘bonken’: een netnografisch onderzoek naar fraude en oplichting op Telegram Messenger 4. Jildau Borwell - Helpdeskfraude in Nederland 5. Raoul Notté - Het verlies van geld, geluk en gezicht; Romance scams, datingfraude en ‘sweetheart swindles’ 6. Johan van Wilsem, Take Sipma en Esther Meijer-van Leijsen - Wie krijgt zijn geld terug? Acties van slachtoffers tot schadevergoeding bij bankfraude 7. Dieke Miltenburg - Resultaten van een awareness-training in het herkennen van phishingmails 8. Jan-Willem Bullée en Marianne Junger - Social engineering: digitale fraude en misleiding; een metaanalyse van studies naar de effectiviteit van interventies 9. Anouk van de Beek - Wat maakt een cyber awareness-campagne effectief? 10. Rick van der Kleij, Susanne van ’t Hoff-de Goede, Steve van de Weijer en Rutger van de Leukfeldt - Ons cybergedrag is veel onveiliger dan we zelf denken; implicaties voor effectief beïnvloedingsbeleid door de overheid. SAMENVATTING: Oplichting en fraude zijn niet nieuw, maar daders gaan wel met hun tijd mee. Veel vormen van oplichting en fraude hebben zich bijvoorbeeld verplaatst naar het internet, waarbij daders hun methoden moesten aanpassen aan het digitale domein. Inmiddels is dit type criminaliteit wijdverspreid. Uit het door het CBS uitgevoerde onderzoek Digitale Veiligheid en Criminaliteit blijkt dat in 2018 in totaal 1,2 miljoen mensen slachtoffer werden van digitale criminaliteit. Ook andere maatschappelijke ontwikkelingen zorgen voor een nog sterkere toename of veranderingen in dergelijke criminaliteitsvormen. De huidige coronacrisis zorgt bijvoorbeeld voor een nog sterkere toename van oplichting via het internet. In dit themanummer van Justitiële verkenningen belichten we nieuwe vormen van oplichting en fraude die zich vooral (maar niet uitsluitend) manifesteren in communicatie via internet, e-mail en digitale applicaties zoals betaalapps. We richten het vizier op de daders en hun slachtoffers. Welke methoden hanteren daders, en hoe kunnen zij succesvol zijn via nieuwe kanalen? Welke schade wordt aangericht en hoe gaan slachtoffers met die schade om? Hoe kunnen burgers weerbaarder worden gemaakt tegen deze nieuwe criminaliteitsvormen? De langere artikelen worden in dit themanummer afgewisseld met korte kaderteksten waarin een specifieke nieuwe vorm van oplichting of een aspect van de aanpak daarvan centraal staat. Oplichting via phishing en valse betaalverzoeken, dating- en identiteitsfraude, ze komen allemaal aan de orde in dit themanummer, dat daarnaast ruim aandacht besteed aan slachtofferschap en de effectiviteit van methoden om weerbaarheid tegen fraude te bevorderen middels voorlichting en training.
    • Politiek van de aandacht voor het Nederlandse veiligheidsbeleid - een onderzoek naar maatschappelijke dynamiek, politieke agendavorming en prioriteiten in het Nederlandse veiligheidsbeleid

      Breeman, G.; Timmermans, A.; Dalfsen, F. van (Wageningen universiteit - Bestuurskunde, 2011)
      Het doel van dit onderzoek is te begrijpen op welke wijze maatschappelijke en politieke aandacht voor veiligheidsvraagstukken ontstaat en wat hiervan de gevolgen zijn voor prioriteiten in het beleid en de begroting. De hoofdvraag luidt: Hoe, wanneer en onder welke voorwaarden komt het thema veiligheid op de politieke en maatschappelijke agenda en wat zijn hiervan de gevolgen voor beleidskeuzes en budgettaire prioriteiten? Dit onderzoek is gestart onder projectbegeleiding van Directie Kennisontwikkeling voor Openbaar Bestuur en Veiligheid (BZK) en per 1/1/2011 voortgezet onder projectbegeleiding van de afdeling Extern Wetenschappelijke Betrekkingen (WODC). INHOUD: 1. Inleiding 2. Theoretische lens op de politiek van de aandacht 3. Veiligheid aan de input-zijde 4. Veiligheid in de media 5. Veiligheid aan de output: wetgeving en begroting 6. De politiek-bestuurlijke dynamiek 7. Conclusies
    • Tussenevaluatie - Handhaving van coronagedragsregels in de periode maart tot en met november 2020

      Bouwmeester, J.; Doeschot, F. ten; Noort, L. van; Straaten, G. van; Vlaanderen, A. (I&O Research, 2021-05)
      Sinds het uitbreken van de coronacrisis heeft de Nederlandse overheid maatregelen ingevoerd om de verspreiding van het Covid-19 virus tegen te gaan. Naast dringende adviezen om geen handen meer te schudden en zoveel mogelijk thuis werken, werden er gedragsregels ingesteld die gevolgen hadden voor de persoonlijke vrijheden van de Nederlanders, zoals verplicht 1,5 meter afstand houden tot elkaar en een verbod op groepsvorming in de openbare ruimte. Sommige maatregelen werden zonder veel commotie opgenomen in het maatschappelijk verkeer. Over andere maatregelen werd een maatschappelijke discussie gevoerd. Ook was sprake van overtreding van de gedragsregels. Politieagenten en buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) hadden er, in het handhaven van de coronagedragsregels, vanaf maart 2020 ineens een taak bij. De minister van Justitie en Veiligheid verzocht een tussentijdse evaluatie uit te voeren van de handhaving van de coronagedragsregels in de eerste negen maanden na het van kracht worden van die gedragsregels. Het onderzoek gaat in op het handhavingsbeleid, de aansturing en uitvoering van de handhaving, de praktijkervaringen van handhavers, de naleving door burgers, en het draagvlak bij burgers voor handhaving en de eigen ervaringen die zij met handhavend optreden hadden. In het kader van het onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: deskresearch naar handhavingsbeleid en oriënterende interviews, analyse van geregistreerde bekeuringen en waarschuwingen voor overtreding van de coronagedragsregels, en een empirisch deel bestaande uit enquêtes onder 955 handhavers en 1.637 burgers, analyse van reeds uitgevoerde en lopende nalevingsonderzoeken en een media-analyse. INHOUD: 1. Inleiding 2. Handhavingsbeleid 3. Uitvoering handhaving 4. Ervaringen van handhavers 5. Ervaringen van burgers.
    • Wat kunnen we leren over de preventie van woninginbraken?

      Piepers, N.; Soomeren, P. van; Pluijm, M.; Struick, I. (medew.) (DSP-groep, 2021-12-30)
      Het aantal woninginbraken in Nederland is fors teruggelopen de laatste jaren. In 2012 werden er nog zo’n 92.000 inbraken gemeld, in 2019 waren dat er nog 40.000. Ten tijde van Corona daalde dit aantal in 2020 naar 30.000. De impact van woninginbraken is groot en de kosten zijn aanzienlijk. De ervaring leert dat een daling van de woninginbraken op termijn soms weer gevolgd wordt door een stijging. Daarbij komt dat het aantal woninginbraken landelijk weliswaar afneemt, maar die afname blijft in bepaalde situaties achter waardoor er nog steeds zorgwekkende concentraties zijn. In dit literatuuronderzoek staan drie onderzoeksvragen centraal: 1. Welke ontwikkelingen zijn er op het gebied van woninginbraak om te bepalen waar en op wie preventieve maatregelen het beste ingezet kunnen worden? 2. Zijn er preventieve maatregelen in het buitenland die we in Nederland nog niet kennen? 3. Wat kunnen we in Nederland - op basis van buitenlandse literatuur - beter en anders doen bij de inzet van preventieve maatregelen die we reeds toepassen tegen woninginbraak? INHOUD: 1. Inleiding 2. Woninginbraken in perspectief 3. Nieuwe maatregelen, zijn die er wel? 4. Verbetermogelijkheden voor Nederland 5. Conclusie
    • Zelfredzaamheid en burgerhulp bij rampen en crises

      Bouwmeester, J.; Doeschot, F. ten; Mathurin, A.; Straaten, G. van; Stel, M.; Kuttschreuter, M.; Haandrikman, M. (Universiteit Twente, 2021-05)
      De overheid is verantwoordelijk voor rampenbestrijding en crisisbeheersing. Het is echter ook van belang dat burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties zich medeverantwoordelijk voelen om zichzelf en de samenleving veilig te houden tijdens rampen en crises. Een zelfredzame samenleving kan helpen crisissituaties te voorkomen of de impact ervan beperken. De overheid wil het vermogen van burgers om zichzelf te helpen in voorbereiding op, tijdens en na een crisis, faciliteren en versterken. Onderzoeksvragen: 1. In hoeverre zijn burgers zelfredzaam en verlenen zij burgerhulp? In welke mate en in welke situaties schiet zelfredzaamheid tekort en/of komt hulp niet op gang of was deze juist contraproductief? 2. Onder welke condities en op welke wijze kan de zelfredzaamheid en de hulpverlening door burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties in geval van een ramp of crisis door de overheid effectief en tijdig worden gefaciliteerd en bevorderd? Hierbij is aandacht voor de aard van de ramp of crisis, voor de wil, het vermogen en de gelegenheid van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties die worden aangesproken, voor de instrumenten die de overheid kan inzetten, evenals voor de ruimte of juist beperkingen die het juridisch kader geeft. 3. Hoe kan daarbij worden voorkomen dat zelfredzaamheid en hulpverlening door burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij een ramp of crisis leidt tot (te grote) ongewenste of zelfs averechtse neveneffecten in het domein van crisisbeheersing en rampenbestrijding? Inhoud: 1. Inleiding, 2. Literatuurstudie, 3. Ervaringen van burgers, 4. Ervaringen van professionals, 5. Zelfredzaamheid en burgerhulp tijdens de coronapandemie, 6. Mate van zelfredzaamheid en burgerhulp, 7. Bevordering zelfredzaamheid en burgerhulp, 8. Voorkomen van ongewenste effecten, 9. Conclusies en slotbeschouwing.