• Afhandeling van winkeldiefstal via de Halt-procedure - Evaluatie van een Rotterdams experiment

      Kruissink, M.; Verwers, C. (medew.) (WODC, 1991)
      In 1989 is in Rotterdam geëxperimenteerd met een alternatieve afdoening van winkeldiefstal, gepleegd door strafrechtelijk minderjarigen. Het ging om een afdoening die veel overeenkomst vertoont met de afdoening van vandalismezaken via Halt-bureaus. Jongeren die wegens winkeldiefstal door de politie worden aangehouden, kunnen - mits zij aan bepaalde voorwaarden voldoen - aan justitiële vervolging ontkomen door alternatieve werkzaamheden te verrichten, liefst op de plek des onheils. Het experiment werd beschouwd worden als een variant op het lik-op-stuk-experiment onder meerderjarige winkeldieven. Een lik-op-stuk-aanpak voor jongeren zou ertoe leiden dat de ouders, in plaats van de jeugdige dader, het kind van de rekening worden, omdat jongeren doorgaans niet over veel geldelijke middelen beschikken. Voor minderjarigen lijkt het verrichten van werkzaamheden, overeenkomstig de Halt-aanpak van vandalisme, daarom een beter alternatief. Zeker wanneer die werkzaamheden enig verband met het gepleegde delict vertonen en daardoor als leerzaam en constructief kunnen worden aangemerkt. Een andere overweging om dit experiment te starten is dat jongeren die op vandalisme worden betrapt, op vrije middagen via Halt aan het werk gezet worden, terwijl winkeldiefjes veelal na een reprimande (politiesepot) worden heengezonden. Via het experimentele winkeldiefstalproject kan ook winkeldiefstal op een snelle lichte wijze gesanctioneerd worden, zonder het politie- en justitie-apparaat al te zeer te belasten. Probleemstelling: Leidt de alternatieve afdoening via het winkeldiefstal-project tot minder recidive dan de gangbare afhandeling? INHOUD: 1. Inleiding en probleemstelling 2. Methode van onderzoek 3. Het winkeldiefstalproject: opzet en praktijk 4. Kenmerken van de alternatief afgehandelde jongeren 5. Effectiviteit van de alternatieve afhandeling 6. Aanbevelingen.
    • Afschrikking en generale preventie

      Berghuis, A.C.; Suurmond, G.; Velthoven, B.C.J. van; Ultee, W.C.; Voorde, J.M. ten; Pligt, J. van der; Koomen, W.; Harreveld, F. van; Elffers, H,; Tonry, M. (WODC, 2008)
      ARTIKELEN: 1 A.C. Berghuis - De olifant in de kamer; generale preventie en criminaliteitstrends 2. G. Suurmond en B.C.J. van Velthoven - Werkt gevangenisstraf echt niet? Criminologen als struisvogels 3. W.C. Ultee - Minder misdrijven: door overheidsingrijpen of zelfbescherming? 4. J.M. ten Voorde - Strafrechtstheoretische bespiegelingen over afschrikking en generale preventie 5. J. van der Pligt, W. Koomen en F. van Harreveld - Bestraffen: een overzicht , een mythe en nieuwe varianten 6. H. Elffers - Afschrikking en het aanleren van normen; de theorie van Kelman toegepast op het strafrecht 7. M. Tonry - Onderzoek naar afschrikking; de noodzaak om klein te denken als we iets nieuws willen leren 8. Internetsites SAMENVATTING: Dit themanummer gaat in op de vraag of het straf- en vervolgingsbeleid (mede) heeft bijgedragen aan de opmerkelijke daling van de criminaliteit in Nederland in de afgelopen jaren. Zou de tot voor kort gestage stijging van het aantal gedetineerden in Nederland en het hardere strafbeleid in het algemeen daar iets mee te maken hebben?
    • Afwegingsinstrument 'Veiligheid en economie'

      Knoop, J. van der (WODC, 2009)
      Bij het invoeren van maatregelen ter verbetering van de veiligheid botsen de betreffende organisaties nog wel eens op economische belangen. Er bestaat nu nog geen instrument waarmee een afweging tussen deze twee belangen kan worden gemaakt. Dit rapport doet verslag van een onderzoek naar een analytisch instrument om de kwaliteit van de keuze van veiligheidsmaatregelen tegen criminaliteit en overlast te verhogen.
    • Afwijzingsgronden mediationvoorstel

      Guiaux, M. (WODC, 2009)
      Dit factsheet  benadert een mediationvoorstel vanuit het perspectief van partijen en beschrijft hoe vaak partijen niet ingaan op mediationvoorstellen bij het Juridisch Loket en de rechtspraak en de redenen waarom partijen dat niet doen.
    • Agressie en geweld; weten wat helpt - een overzichtsstudie van preventieve interventies tegen geweld in de openbare ruimte

      Onrust, S.A.; Speetjens, P.A.M.; Melchers, M.; Verdurmen, J.E.E. (Trimbos-instituut, 2011)
      De doelstelling van dit onderzoek is drieledig.In de eerste plaats heeft dit onderzoek als doel inzicht te bieden in het beschikbare aanbod van effectieve, veelbelovende, niet-effectieve en contraproductieve preventieve interventies voor risicogroepen van geweldpleging in Nederland en in het buitenland.Het tweede doel van het onderzoek betreft het in kaart brengen van de omstandigheden die bijdragen aan de gewenste of ongewenste effecten van deze interventies.Het laatste doel van dit onderzoek is het bieden van inzicht in de bruikbaarheid van effectieve en veelbelovende preventieve interventies in de Nederlandse praktijk. Om deze reden zijn de resultaten uit het literatuuronderzoek voorgelegd aan verschillende experts. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van onderzoek 3. Schoolinterventies 4. Individuele interventies 5. Wijkinterventie 6. Multi-componenten interventies 7. Toepasbaarheid interventies Nederlandse samenleving 8. Conclusies
    • Alcohol en criminaliteit

      Unknown author (WODC, 1980)
      Over alcohol en criminaliteit gaat het onderhavige themanummer. Dr. D. W. Steenhuis opent deze aflevering met een inleidend artikel getiteld: Alcohol, criminaliteit en Justitie: een problematische driehoeksverhouding. Na behandeling van de maatschappelijke en justitiele facetten van het alcoholprobleem gaat de auteur in op de relatie alcohol — 'gewone' criminaliteit. Hierbij wordt onder meer uiteengezet op welke (methodologische) problemen men stuit bij het onderzoeken van de relatie alcoholgebruik — crimineel gedrag. Aan het eind van dit inleidende artikel wordt aandacht besteed aan de — volgens de 3 schrijver — te belangrijke plaats die Justitie ten opzichte van de andere departementen inneemt bij het bestrijden van het alcoholprobleem. Genoemd worden o.a.: een te zware belasting van het strafrechtelijk apparaat en ook wordt een vraagteken gezet bij de effectiviteit van straffen. Gepleit wordt ten slotte voor een daadwerkelijk preventie- en ontmoedigingsbeleid, teneinde tot een zinvolle repressieve aanpak van het alcoholprobleem te komen.
    • Alles in één keer goed - Naar kortere doorlooptijden in de strafrechtketen - Quick scan over ervaringen en verwachtingen met betrekking tot doorlooptijden in VPS-projecten

      Struiksma, N.; Woestenburg, N.; Anema, K.; Boxum, C.; Winter, H. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto juridisch en bestuurskundig onderzoek/advies/onderwijs, 2016)
      In dit onderzoek is een kwalitatieve inventarisatie uitgevoerd van de gepercipieerde mate van realisatie van de doelstellingen met betrekking tot de doorlooptijden van een aantal VPS-projecten. In 2015 en begin 2016 heeft de directie Strafrechtketen van het ministerie van V&J onder begeleiding van het WODC een kwantitatief onderzoek uitgevoerd naar de huidige doorlooptijden in de strafrechtketen. Beide onderzoeken zijn erop gericht dat de Werkgroep (door)ontwikkeling bestuurlijke informatievoorziening strafrechtketen goed onderbouwde doelstellingen kan formuleren voor de doorlooptijd van afhandeling van zaken door de strafrechtketen als geheel. De centrale onderzoeksvraag van het onderzoek luidt als volgt: Wat zijn met betrekking tot de snelheid en doorlooptijden de doelen en achterliggende interventietheorie van een aantal, in het kader van het onderzoek te selecteren projecten van Versterking Prestaties Strafrechtketen (VPS) en wat zijn de ervaringen, percepties en verwachtingen over de doeltreffendheid met betrekking tot de snelheid en doorlooptijden in relatie tot de kwaliteit? INHOUD: 1. Inleiding 2. Programma Versterking Prestaties Strafrechtketen (VPS) 3. Verkeerstoren++ 4. Mobiel effectief op straat 5. Kwaliteitsverbetering proces van opsporing en vervolging 6. Strafrechtketen versterkt en versnelt (Lean Six Sigma) 7. ZSM en inloopzittingen 8. Modernisering Wetboek van Strafvordering: digitalisering 9. Wet uitbreiding gronden voorlopige hechtenis 10. Beantwoording van de deelvragen
    • Alternatieve sancties en andere strafrechtelijke afdoeningsvormen voor jeugdigen - Een vergelijkend onderzoek naar alternatieve sancties en andere afdoeningsvormen voor strafrechtelijk minderjarigen - 3e rapport

      Laan, P.H. van der; Hecke, Th.A.G. van; Klifman, J.H. (medew.); Lindt, H.M.A.J. van (medew.) (WODC, 1985)
      Dit derde rapport gaat nader in op de alternatieve sancties en haar kenmerken door de groep alternatief gestrafte jongeren te vergelijken met jongeren van wie in dezelfde periode de zaak is afgedaan met een onvoorwaardelijk sepot en met jongeren die in die periode een traditionele, reeds langer bestaande sanctie hebben gekregen. Tevens wordt nagegaan of door het introduceren van alternatieve sancties meer jongeren dan voorheen in het justitiele circuit terecht zijn gekomen. Deze vergelijkingen hebben tot doel vast to stellen of er van de alternatieve sancties een 'aanzuigende working' of, zoals het ook wel wordt genoemd, 'net-widening' uitgaat. INHOUD: 1. Inleiding 2. De CBS-gegevens 3. Het vergelijkend dossieronderzoek 4. Samenvatting en discussie
    • Alternatieve sancties voor jeugdigen - Organisatie en uitvoering; 2e rapport

      Laan, P.H. van der; Hecke, Th.A.G. van; Klifman, J.H. (medew.); Lindt, H.M.A.J. van (medew.) (WODC, 1985)
      Teneinde zicht te krijgen op de organisatie en uitvoering van de alternatieve sancties in de diverse proefarrondissementen is gedurende een bepaalde periode van alle alternatieve sancties een aantal basisgegevens verzameld. Het gaat hierbij om een aantal persoonlijke gegevens en delictgegevens van de jongere in kwestie, om gegevens met betrekking tot het justitieel verleden van de jongere, evenals om gegevens omtrent het justitieel kader waarin de alternatieve sanctie is opgelegd en de uiteindelijke afdoening van de zaak. Tevens word in alle gevallen geregistreerd welke alternatieve sanctie de jongere opgelegd kreeg en hoe het project afliep. Daarnaast is gepoogd in zoveel mogelijk gevallen waarin eon alternatieve sanctie word opgelegd, van een aantal direct betrokken personen eon interview af to nemen. Op deze wijze konden de ervaringen van die direct betrokkenen geïnventariseerd worden, zodat eventuele knelpunten en negatieve bij-effecten in de gang van zaken rond alternatieve sancties zichtbaar werden. De personen die bij iedere alternatieve sanctie (idealiter) geïnterviewd werden, zijn: de coordinator, de projectbegeleider, de rechter of de OvJ (Officier van Justitie) die de alternatieve sanctie oplegde en de jongere zelf. INHOUD: Deel I: Organisatie 1. De organisatie 2. Tijdlijnen Deel II: Uitvoering 1. De alternatieve sancties 2. De jongeren 3. Delictgegevens 4. Justitieel verleden 5. Justitieel kader 6. Definitieve afdoening 7. Ervaringen Deel III: Slotbeschouwing 1. Organisatorische aspecten 2. Profiel van alternatief gestrafte jongeren 3. Toepassing van alternatieve sancties 4. Alternatieve sancties en hun betekenis voor de betrokkenen 5. Slot
    • Alternatieve sankties

      Anjou, L.J.M. d' (WODC, 1976)
      INHOUD: 1. Inleiding 2. Overzicht van alternatieve sankties 3. Effektiviteit van alternatieve sankties 4. Mogelijke konsekwenties van de invoering van alternatieve sankties 5. Slotbeschouwing SAMENVATTING: In de Inleiding wordt aangegeven op welke wijze het terrein van onderzoek enigszins is afgebakend. In hoofdstuk 2 wordt eerst een overzicht gegeven van de alternatieve sancties die, volgens de in de Inleiding gehanteerde definitie, de aandacht verdienen. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 nagegaan hoe het zit met de relatieve effectiviteit van de alternatieve sanctie ten opzichte van de korte vrijheidsstraf. In hoofdstuk 4 wordt dan ingegaan op de mogelijke konsekwenties van de invoering van alternatieve sancties, terwijl in hoofdstuk 5 een slotbeschouwing wordt gegeven en enkele conclusies worden getrokken.
    • Alternatieven voor de vrijheidsstraf - Lessen uit het buitenland

      Junger-Tas, J. (WODC, 1993)
      Dit rapport is opgesteld op verzoek van de directeur-generaal Delinquentenzorg en Jeugdbescherming. Met het oog op mogelijke toekomstige ontwikkelingen in ons sanctiestelsel bestond er behoefte aan een overzicht van de ervaringen met alternatieve straffen in andere westerse landen. Van belang hierbij waren vooral de vragen of en in hoeverre deze sancties toegepast worden als alternatieven voor de vrijheidsstraf en hoe effectief ze zijn. De beantwoording van deze vragen staat dan ook centraal in dit rapport. Ook de kosten komen aan de orde, evenals de cruciale rol, die de reclassering bij de uitvoering van de alternatieve straffen moet spelen. Ingegaan wordt op bemiddelingsprojecten, schadevergoeding, dagboetes, dienstverlening, dagcentra, elektronisch huisarrest, intensief-toezichtprogramma's, boot camps.
    • Alternatives to prison sentences - Experiences and development

      Junger-Tas, J. (WODC, 1994)
      This study presents an overview of experiences with alternative sanctions in other countries with a view to the future development of the Dutch sanctioning system. The principal objective of the study was to examine the use of alternatives to prison with respect to their effectiveness and efficiency.
    • Analyse beoordelingsstelsel VOG NP

      Nauta, O.; Piepers, N.; Buysse, W.; Nijboer, R. (medew.); Koopmans, C. (DSP-groep, 2021-04)
      Nederland kent de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). De VOG is een preventief bestuursrechtelijk instrument dat bedoeld is om te voorkomen dat personen met een relevant justitieel verleden kwetsbare functies of bevoegdheden in de samenleving vervullen of uitoefenen. Met het aanvragen van een VOG wordt het justitiële verleden van de aanvrager afgewogen tegen het doel waarvoor de VOG wordt aangevraagd. Met die afweging worden twee doelen verenigd: het beschermen van de maatschappij tegen herhaald crimineel gedrag enerzijds en de re-integratie van justitiabelen anderzijds. De VOG heeft een lange geschiedenis en wordt op steeds meer terreinen en steeds vaker ingezet als integriteits-instrument. Het vergroten van het toepassingsbereik van de VOG heeft er onder meer voor gezorgd dat de beoordeling van de VOG-aanvraag steeds verder gedifferentieerd is naar de uiteenlopende VOG-doelen. De huidige criteria voor wel of niet afgeven en de wijze van beoordelen van een VOG-aanvraag zijn vastgelegd in de zogenaamde ‘Beleidsregels VOG NP RP 2018’ . Dit beoordelingsstelsel is ronduit complex. Vanwege de uitgebreide doorontwikkeling is ondertussen ook de vraag actueel of het stelsel nog wel consistent is en niet té complex is geworden. Doel van de analyse is de consistentie en complexiteit van het huidige VOG-beoordelingsstelsel te beoordelen. Nevendoel van het onderzoek is vast te stellen of een onbeperkte terugkijktermijn mogelijk is voor mensen die veroordeeld zijn voor kindermishandeling. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Beoordelingsstelsel VOG NP, 3. Uitvoeringspraktijk, 4. Beoordeling: consistentie en complexiteit, 5. Beoordeling in breder perspectief, 6. Verbetermogelijkheden, 7. Onbeperkte terugkijktermijn plegers kindermishandeling, 8. Conclusie
    • ANPR: toepassingen en ontwikkelingen

      Homburg, G.; Schreijenberg, A.; Tillaart, J. van den; Bleeker, Y. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2016)
      Automatic Number Plate Recognition (ANPR) is een techniek waarmee kentekens met behulp van camera's automatisch worden gelezen. De kentekens worden vervolgens real time vergeleken met één of meerdere referentiebestanden met kentekens waar iets mee aan de hand is. Het is een technologie die mogelijk bijdraagt aan betere opsporing. In 2011 is een ANPR-onderzoek uitgevoerd om te bepalen of, en zo ja hoe, ANPR bijdraagt of bij kan dragen aan de opsporing, vervolging en berechting van delictplegers (zie link bij: Meer informatie). Dit onderzoek gaat over bestaande en nieuwe toepassingen van ANPR. Het biedt achtergrond- informatie voor de actuele discussie over maatschappelijke aanvaardbaarheid en wettelijke bevoegdheden met betrekking tot ANPR. De onderzoeksvragen zijn: Welke (intelligente) toepassingen werden of worden op dit moment door opsporingsdiensten gebruikt? Hoe worden deze uitgevoerd en wat is er over de resultaten bekend? Welke (intelligente) toepassingen zijn er in het buitenland? Welke toepassingen zijn er denkbaar die nog niet worden gebruikt? In hoeverre passen ze binnen het huidige wettelijke kader voor de inzet van ANPR? In hoeverre zijn nieuwe intelligente toepassingen van ANPR aan gegevens binnen het overheidsdomein gebonden? Zijn er mogelijkheden voor publiek-private samenwerking? Wat zijn de beperkingen? INHOUD: 1. Inleiding 2. ANPR voor realtime alertering en opvolging 3. ANPR in de opsporing 4. Herkennen en voorspellen van delicten 5. Informatie voor efficiënte en effectieve inzet van capaciteit 6. Thema's 7. Conclusie
    • Autokraak verminderd of verplaatst? - De effecten van een Rotterdams project tegen diefstal uit auto

      Hesseling, R.B.P.; Aron, U. (WODC, 1995)
      In dit rapport wordt verslag gedaan van een empirisch onderzoek op het gebied van criminaliteitspreventie en verplaatsing. Centraal staat de vraag of de aanpak van diefstal uit auto's in het centrum van Rotterdam heeft geleid tot een verplaatsing van de criminaliteit naar andere wijken of delicten. Het onderzoek bestaat uit een procesevaluatie van de aanpak en een effectevaluatie op basis van een analyse van de ontwikkeling van de geregistreerde criminaliteit en een onderzoek naar en onder autokrakers. In het kader van dit daderonderzoek zijn onder andere 81 daders van diefstal uit auto's geinterviewd.
    • AVC-Proloog - Een effectevaluatie

      Leuw, Ed.; Brouwers, M. (WODC, 1995)
      In het arrondissement Assen wordt sinds maart 1991 de 'AVC-proloog' uitgevoerd. Dit is een verkorte Alcohol Verkeer Cursus (AVC), bestemd voor alcohol-verkeersdelinquenten met een ademalcoholgehalte van niet meer dan 570 mcg. Het gaat dus om een in vergelijking met de gewone AVC's 'lichtere' alternatieve sanctie, bedoeld voor een 'lichtere' groep overtreders van de alcohol-verkeersbepalingen. In dit onderzoek wordt een vergelijking gemaakt tussen de AVC en de AVC-proloog. Er wordt ingegaan op: kenmerken van de deelnemers; effecten van de cursus op kennis, attitude en gedrag; alcohol-verkeersgedrag. INHOUD: 1. Inleiding 2. De AVC en de AVC-Proloog als alternatieve sanctie 3. Het onderzoek 4. Kenmerken van de deelnemers 5. De effecten van de cursus op kennis, attitude en gedrag 6. Alcohol-verkeersgedrag
    • Bad thoughts - towards an organised crime harm assessment and prioritation system (OCHAPS)

      Dorn, N.; Bunt, H. van de (WODC, 2010)
      The overall purpose of this paper is to give conceptual support to the Ministry of Justice and the Public Prosecutor's Office in understanding the impact of organised crime on society. CONTENT: 1. Introduction and overview 2. Hurts to victims - how to conceptualise, what metrics? 3. Threat: neutralisation of guardians, public and private 4. Systemic damage: essential yet challenging 5. Renewed emphasis on effectiveness / amenability / efficiency 6. Cross-cutting issues 7. Relation between international and dutch approaches 8. Conclusions and recommendations
    • Beeldvorming onder (uitgeprocedeerde) asielzoekers en vluchtelingen over terugkeer- en remigratie(beleid)

      Muus, Ph.J.; Muller, P.H.A.M. (Universiteit Utrecht - ERCOMER, 1999)
      Onderzoek naar de beeldvorming onder (uitgeprocedeerde) asielzoekers en vluchtelingen over terugkeer- en remigratie(beleid) aan de hand van gesprekken met asielzoekers en vluchtelingen, met tussenpersonen die contact legden met respondenten en met medewerkers van organisaties van/voor asielzoekers en vluchtelingen dan wel van organisaties die zich richten op terugkeer of remigratie. Het onderzoek is toegespitst op asielzoekers van vijf nationaliteiten (Ethiopië, Iran, Somalië, Bosnië en Angola). Het onderzoek richt zich op relevant geachte factoren in het herkomstland (veiligheid, bestaansmogelijkheden, hertoelatings- en reïntegratiebeleid), in Nederland (veiligheid, bestaansmogelijkheden en het toelatings- en terugkeer-/remigratiebeleid) en factoren gelegen binnen de vluchtelingen- en asielzoekerspopulatie. Specifieke aandacht is besteed aan informatieverschaffing en beeldvorming over de situatie in het herkomstland en over het door Nederland voorgestelde of gevoerde terugkeer- en dan wel remigratiebeleid.
    • Bekostiging van het politieonderwijs en de Politieacademie

      Hols, M.C.A.B.; Rozenberg, P.F.; Schoenmakers, A.M.D.C.; Oudeman, R.M.; Rozenberg, R. (Cap Gemini Consulting, 2011)
      Dit onderzoek is gestart onder projectbegeleiding van Directie Kennisontwikkeling voor Openbaar Bestuur en Veiligheid (BZK) en per 1/1/2011 voortgezet onder projectbegeleiding van de afdeling Extern Wetenschappelijke Betrekkingen (WODC). In 2002 is het politieonderwijs naar aard en inhoud substantieel veranderd. De opleidingen zijn omgevormd van interne opleidingen en cursussen naar geaccrediteerde beroepsopleidingen op middelbaar en hoger niveau. De bekostiging van dit onderwijs en de taken van het Landelijk Selectie en Opleidingsinstituut voor de Politie (LSOP) is hiermee in overeenstemming gebracht.  In 2007 is door PriceWaterhouseCoopers een evaluatieonderzoek uitgevoerd naar de bekostiging van het politieonderwijs. Daarbij is het bekostigingsstelsel en de aannames die erin besloten liggen geëvalueerd en gevalideerd. In 2009 heeft echter een aantal ontwikkelingen plaatsgevonden, die een actualisatie van het huidige bekostigingsmethodiek lijken te rechtvaardigen. De centrale vraagstelling van dit onderzoek luidt: Hoe kan het politieonderwijs efficiënter en effectiever worden bekostigd, met als harde voorwaarde het behoud van kwaliteit? De afgeronde rapportage van dit onderzoek dat interne bedrijfsinformatie bevat, is aangeboden aan de Directeur-Generaal Politie.
    • Beleid bestrijding terrorismefinanciering - Effectiviteit en effecten (2013-2016)

      Wesseling, M.; Goede, M. de (Universiteit van Amsterdam - Amsterdam Institute for Social Science Research, 2018)
      Het Nederlandse beleid dat terrorismefinanciering tegengaat is gebaseerd op de veertig aanbevelingen door de Financial Action Task Force (FATF) en op EU regelgeving die Nederland verplicht risicogericht beleid tegen witwassen en terrorismefinanciering te voeren. De Beleidsmonitor terrorismefinanciering vormt onderdeel van een beleidscyclus waarin aan de hand van de risico’s van terrorismefinanciering het beleid tegen terrorismefinanciering wordt vastgesteld dat vervolgens op effectiviteit wordt geëvalueerd.De doelstelling van het rapport is om een breed overzicht te geven van de activiteiten, initiatieven en samenwerkingsverbanden in het Nederlandse landschap van de bestrijding van terrorismefinanciering. Daarbij geven we een overzicht van aantallen van meldingen, rechtszaken, bevriezing, aanwijzingen etc. De centrale vraagstelling van dit rapport is: Welke activiteiten hebben de actoren in het opsporings- en handhavingsnetwerk voor het bestrijden van terrorismefinanciering ontplooid in de periode 2013-2016, en hoe verhouden deze activiteiten zich tot de doelstellingen op dit gebied van de FATF? INHOUD: 1. Terrorismefinanciering en effectiviteit: een analyse van het FAFT raamwerk 2. Van effectiviteit naar effecten: een analyse van de wetenschappelijke literatuur 3. Onderzoeksmethoden en vertrouwelijkheid 4. Ministeries en toezichthouders in de strijd tegen TF 5. Operationele actoren in de strijd tegen TF 6. Informatie delen en samenwerkingsplatformen 7. Risico gericht werken in de praktijk 8. Opsporingsmethoden: typologieën versus namen delen