• Alimentatie na scheiding in 1982 - Een landelijk dossieronderzoek

      Werff, C. van der; Docter-Schamhardt, B.J.W. (medew) (WODC, 1987)
      Dit rapport bevat een onderzoek naar diverse aspecten van echtscheiding waarover weinig of geen recente informatie voorhanden is. Het gaat onder meer om landelijke gegevens betreffende aantal en aard van de gevallen waarin alimentatie is gevorderd, waarin die vordering is toegewezen, hoogte, duur en indexering van de alimentatie in die gevallen, de mate waarin nihilbeding voorkomt, aantal en aard van de gevallen waarin een omgangsregeling is vastgesteld en voorts de redenen voor toewijzing respectievelijk afwijzing van de nevenvorderingen. Geanalyseerd werden: a) een steekproef uit de dossiers van in 1982 uitgesproken echtscheidingen, b) een steekproef uit dossiers betreffende verzoeken tot wijziging of latere vaststelling van alimentatie voor de ex-echtgenoot en c) een steekproef uit dossiers betreffende verzoeken tot wijziging of latere vaststelling van een omgangsregeling. Het ligt in de bedoeling in een volgende fase via mondelinge of schriftelijke ondervraging van alimentatiegerechtigden en alimentatieplichtigen inzicht te verwerven in het verloop van de feitelijke betalingen.
    • Alimentatie van nu - Acceptatie van alimentatie in het licht van de maatschappelijke ontwikkelingen

      Kolkman, W.D.; Verstappen, L.C.A.; Visser, I.; Ibili, F. (medew.); Oost, S. (medew.) (Rijksuniversiteit Groningen, 2021)
      Dit onderzoek concentreert zich rond de probleemstelling of het wenselijk is de huidige regelingen van partner- en kinderalimentatie ‘bij de tijd’ te brengen. In dit kader komen drie facetten van alimentatie aan de orde: acceptatie door justitiabelen,aansluiting bij de huidige maatschappij en mogelijke aanpassingen van wet- en regelgeving, waaronder begrepen de Tremanormen. Deze facetten zijn onderling sterk met elkaar verbonden. Zo kan een aanpassing van de rekenmethodiek leiden tot een betere aansluiting bij de samenleving, waardoor betrokkenen sneller geneigd zullen zijn de regeling te aanvaarden. Uit de probleemstelling vloeien de volgende vier onderzoeksvragen voort: 1. Acceptatie door justitiabelen. Welke elementen van het systeem van partner- en kinderalimentatie dragen bij of doen afbreuk aan de acceptatie van de onderhoudsverplichting? In het verlengde hiervan rijst de vraag of er een verband is tussen de mate van acceptatie van de onderhoudsverplichtingen enerzijds en het aantal gerechtelijke procedures en invorderingsprocedures door het LBIO anderzijds. Dit onderdeel is nader uitgewerkt in hoofdstuk 4. 2. Aanpassing berekeningssysteem. Welke aanpassingen aan het bestaande berekeningssysteem van partneralimentatie kunnen bijdragen aan een vergroting van de acceptatie? In het bijzonder zal hierbij aandacht bestaan voor de vraag of een meer forfaitair stelsel de vergroting van de acceptatie bevordert. Ook stellen wij de vraag of een stelsel met een clean break tot een vergroting van de acceptatie van de onderhoudsverplichting leidt en een vermindering van het aantal procedures. Dit onderdeel is nader uitgewerkt in hoofdstuk 5. 3. Aansluiting bij maatschappij – algemeen. Sluit het stelsel van de onderhoudsverplichtingen aan bij de inrichting van de huidige maatschappij? Dit onderdeel is nader uitgewerkt in hoofdstuk 6. 4. Aansluiting bij maatschappij – informele samenlevers. Bij de maatschappelijke aansluiting speelt niet alleen de algemene vraag of het hedendaagse alimentatierecht nog wel ‘compatibel’ is, ook een specifieke vraag doemt hier op: dienen onderhoudsverplichtingen zich ook uit te strekken over de almaar groeiende groep ‘informele samenlevers’? Dit onderdeel is nader uitgewerkt in hoofdstuk 7. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Huidige stand van zaken wetgeving, jurisprudentie en literatuur, 3. Ontwikkelingen in (opvattingen over) relaties, gezinnen, kinderen en scheidingen, 4. Acceptatie door justitiabelen, 5. Aanpassing berekeningssysteem, 6. Aansluiting bij de maatschappij - algemeen, 7. Aansluiting bij de maatschappij- informeel samenlevenden, 8. Conclusies en beantwoording onderzoeksvragen
    • Bemiddeling in uitvoering - Evaluatie experimenten scheidings- en omgangsbemiddeling

      Chin-A-Fat, B.; Steketee, M. (Verwey-Jonker Instituut, 2001)
      In 1999 zijn er twee experimenten gestart door het ministerie van Justitie, één voor scheidingsbemiddeling en één voor omgangsbemiddeling. Het doel van het experiment scheidingsbemiddeling is om na te gaan of scheiden zonder tussenkomst van de rechter op basis van een convenant kan worden ingevoerd. het doel van de omgangsbemiddeling is het nagaan of deelname van partijen aan een verwijzing door de rechter naar een bemiddelingsdeskundige een positief effect heeft op de uitkomsten van een procedure, ter oplossing van een conflict over de omgang.
    • Civiele rechtspraak

      Eshuis, R.J.J.; Diephuis, B.J. (WODC, 2018)
      Dit factsheet heeft de civiele rechtspraak als onderwerp. Het is een geactualiseerde versie van het vierde hoofdstuk uit de publicatie ‘Rechtspleging Civiel en Bestuur’, dat in 2013 voor het laatst in druk verscheen. De gepresenteerde gegevens omvatten in- en uitstroomgegevens, doorlooptijden en gegevens over het soort geschil en het financieel belang.
    • Civielrechtelijke verkenningen in cijfers

      Unknown author (WODC, 1987)
      Dat het terrein van het civiele recht kwantitatief zo ondoorzichtig is, heeft mede te maken met de aard van het recht tussen particulieren. Vooraleer een rechter zich met hun problematiek inlaat, hebben zij een lange weg kunnen bewandelen — via advocatuur, consumenten-organisaties enzovoort — die zich aan het oog van de statistiek onttrekt. In dit themanummer van JV is een aantal artikelen opgenomen waarin vooral kwantitatieve gegevens worden verschaft met betrekking tot de civiele rechtspraak.
    • Doorlooptijden - Eindrapport

      Bij, J. van der; Langbroek, P.; Fleur, E. (B&A Beleidsonderzoek en -Advies, 2002)
      Verkennende studie naar de mogelijkheden om doorlooptijden te kunnen genereren uit geautomatiseerde gegevensbestanden (meervoudige strafzaken, contradictoire handelszaken, echtscheidingen). Tevens een verkennende studie naar welke gegevens nodig zijn om zinvolle en betrouwbare informatie over doorlooptijden te verkrijgen.
    • Echtscheiding

      Unknown author (WODC, 1981)
      Het thema 'echtscheiding' heeft de laatste jaren, zowel in de massamedia als in de wetenschappelijke literatuur veel aandacht ondervonden. Ook Justitiële verkenningen meent dat dit onderwerp een themanummer rechtvaardigt.
    • Effectuering van omgang in rechtsvergelijkend perspectief

      Chin-A-Fat, B.E.S. (Vrije Universiteit Amsterdam, 1999)
      Dit rapport schetst een beeld van de situatie met betrekking tot de theorie en praktijk van de handhaving van omgangsregelingen in Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en Engeland. De vragen die aan de orde komen, zijn:Welke effectueringsmiddelen/sancties zijn in de praktijk ontwikkeld en/of in de wet expliciet opgenomen in verband met omgang?Wie kunnen op deze middelen een beroep doen of sancties vragen en onder welke voorwaarden?Wie zijn bij de toepassing betrokken, met welke bevoegdheden?Hoe vaak worden de beschikbare middelen werkelijk gebruikt en wat is er bekend over de effectiviteit?
    • Eindevaluatie van de pilot Recht doen aan je kind

      Geurts, T.; Gutterswijk, R.V. (WODC, 2018)
      In deze rapportage worden de resultaten beschreven van de pilot Recht doen aan je kind (RDAJK). Deze pilot beoogt ouders te helpen in het oplossen van een vecht-scheiding door het aanbieden van een intensief weekprogramma. INHOUD: 1. Inleiding 2. De interventie 3. Methode van onderzoek 4. Procesevaluatie 5. Resultaatevaluatie 6. Resumé en discussie
    • Evaluatie ouderschapsplan - Een eerste verkenning

      Voert, M.J. ter; Geurts, T. (WODC, 2013)
      In maart 2009 is de ‘Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding’ in werking getreden. Een van de onderdelen van deze wet is dat alle scheidende ouders die gezamenlijk het gezag hebben over minderjarige kinderen vanaf die datum een ouderschapsplan moeten voorleggen aan de rechter. Dit ouderschapsplan moet afspraken bevatten over de verdeling van zorg- en opvoedingstaken, informatie-uitwisseling over de kinderen en kinderalimentatie. De doelstelling van het ouderschapsplan is conflicten over deze aspecten te beperken door ouders te verplichten hier voorafgaand aan de scheiding formele afspraken over te maken. Dit zou de nadelige gevolgen van een scheiding voor kinderen moeten verminderen. Deze rapportage geeft een eerste aanzet tot een evaluatie van deze wet. De volgende vragen staan centraal: Hoe wordt in de praktijk uitvoering gegeven aan het ouderschapsplan? In hoeverre worden de doelstellingen van het ouderschapsplan gehaald? Dat wil zeggen, is er, in vergelijking met voor de invoering van het ouderschapsplan, op de lange termijn sprake van: a. meer contact tussen ouders en kinderen; b. minder conflicten tussen ouders; c. minder problemen bij kinderen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond 3. De uitvoeringspraktijk 4. Effecten van het ouderschapsplan 5. Conclusie
    • Evaluatie pilot gezinsvertegenwoordiger 'Scheiden zonder Schade'

      Aar, J. van; Lenglet, M.J.E.; Torregrosa, L.D.R. (Van Montfoort, 2022-03-07)
      De gevolgen van een complexe scheiding kunnen voor kinderen groot zijn. Het overheidsprogramma Scheiden zonder Schade van het ministerie van Justitie en Veiligheid en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft als doel schade bij kinderen als gevolg van een complexe scheiding te voorkomen. Dit gebeurt onder andere door het ontwikkelen van een nieuwe scheidingsaanpak in de regiolabs Den Haag en Oost-Brabant. Een onderdeel van de nieuwe scheidingsaanpak is de pilot Gezinsvertegenwoordiger/Casushouder. In deze pilot wordt zo vroeg mogelijk in het scheidingsproces een gezinsvertegenwoordiger bij een gezin betrokken om ouders en kinderen te begeleiden tijdens de scheiding. Het doel van de inzet van een gezinsvertegenwoordiger is de-escalatie en dejuridisering van het conflict. Onderzoeksverantwoording Het doel van het huidige onderzoek is inzicht te geven in de bijdrage van de gezinsvertegenwoordiger aan de beoogde doelen van de nieuwe scheidingsaanpak: de-escalatie en dejuridisering en in de wenselijkheid van een gezinsvertegenwoordiger als onderdeel van de nieuwe scheidingsaanpak en de wijze waarop dat kan worden ingevuld. In de onderzoeksopdracht staan acht onderzoeksvragen verdeeld over de drie fasen van de pilot: A. Voorbereidende fase: werkzame elementen? B. Uitvoerende fase: gezinsvertegenwoordiger: onderdeel scheidingsaanpak? C. Opbrengstfase. INHOUD: 1. Inleiding en opzet van de pilot, 2. Onderzoeksverantwoording, 3. De pilot, 4. Ervaringen, 5. Beantwoording onderzoeksvragen, 6. Reflectie.
    • Evaluatie regelingen inning kinderalimentatie - Eindrapport

      Kemp, S. van der; Zuijdam, F.; Kriek, F. (Research voor beleid, 2002)
      Het is wettelijk geregeld dat ouders voor hun kinderen zorgen tot deze 21 jaar zijn. Als ouders hun kinderen niet (langer) gezamenlijk verzorgen, moet voor het onderhoud van de kinderen een financiële regeling worden getroffen. De rechter stelt indien nodig een vast bedrag per maand per kind vast. Ouders regelen vervolgens de betaling van de kinderalimentatie onderling. Om er zorg voor te dragen dat alimentatie betaald wordt aan diegenen die het toekomt, is het van belang dat maatregelen getroffen kunnen worden tegen 'wanbetalers'. Deze maatregelen moeten zo efficiënt mogelijk verlopen, zodat de betaling zo min mogelijk vertraging oploopt. Het voorliggende onderzoek is een evaluatie van de werking van de nieuwe wijze van inning van kinderalimentatie, die bij wet van 30 september 1993 is vastgesteld en die wordt uitgevoerd door het bij wet van 23 maart 1995 ingestelde Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). In dit onderzoek is het interne functioneren van het LBIO niet aan de orde; dit zou een doorlichting vergen van de interne procesvoering. Met name wordt in dit onderzoek gekeken naar de uitvoering van de kerntaak, inning van de kinderalimentatie, die wordt vervuld in het licht van de visie van de eigen verantwoordelijkheid van de ouders voor de betaling van de kinderalimentatie. Tevens wordt gekeken naar de kostenddekkendheid van de uitvoering van deze regelingen. In dit rapport zal in het vervolg naar bovengenoemde regelingen worden verwezen als 'inningswet kinderalimentatie'.
    • Evaluatie Wet verevening pensioenrechten bij scheiding

      Kok, L.; Sluis, J. van der; Hollanders, D.; Witte, I.; Zonnenberg, L. (medew.); Zult, D. (medew.) (WODC, 2007)
      De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS) is op 1 mei 1995 in werking getreden. In het onderzoek moet worden bezien of de huidige regelgeving bij echtscheiding (zowel in de WVPS, de PSW als in het BW) nog doeltreffend is. Het betreft hier een Kamertoezegging (Handelingen II, 5 april 2005, p. 68-4301, bevestigd in een brief van Minister SZW aan TK dd. 30 juni 2005). De wettelijke regelingen zijn tot stand gekomen voordat het nabestaandenpensioen in pensioenregelingen op grote schaal werd omgezet van opbouwbasis naar risicobasis. De vraag die in dit onderzoek beantwoordt wordt is of het doel van de wet bereikt is.
    • Het Nederlandse rechtsbestel in Europees perspectief

      Barendregt, M.; Langbroek, Ph.M.; Reiling, A.D.; Wolfson, D.J.; Otterlo, R. van; Niemeijer, E.; Klein Haarhuis, C.M.; Voert, M. ter; Eshuis, R.J.J.; Huls, N.J.H. (WODC, 2009)
      ARTIKELEN: 1. M. Barendrecht - Verantwoording van rechtspraak richting burger 2. Ph.M. Langbroek - Kwaliteitszorg voor rechtspraak 3. A.D. Reiling - ICT verandert de rechtspraak 4. D.J. Wolfson - Visitatie in de advocatuur: vreemde ogen zien blinde vlekken 5. R. van Otterlo - De moderne balie in internationaal perspectief 6. E. Niemeijer en C.M. Klein Haarhuis - Aantallen civiele rechtszaken in Nederland en elders; een vergelijking in de tijd en in Europa 7. M. ter Voert - Hoe snel kun je scheiden in Europa? 8. R.J.J. Eshuis - De uitvoering van gerechtelijke beslissingen in Europa 9. N.J.H. Huls - Hoogste gerechten, legitimiteit en leiderschap 10. Internetsites. SAMENVATTTING: In dit themanummer staat centraal het functioneren van het Nederlandse rechtsbestel in Europees perspectief, waarbij het rapport van de European Commission for the Efficiency of Justice van de Raad van Europa een belangrijk aanknopingspunt is.
    • Huwelijksvermogensrecht in rechtsvergelijkend perspectief - Denemarken, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italië, Zweden

      Braat, B.; Oderkerk, A.E.; Steenhoff, G.J.W.; Boele-Woelki, K. (Universiteit Utrecht - Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, 1999)
      In het in 1997 verschenen rapport van de Commissie rechten en plichten van echtgenoten werd geconcludeerd dat rechtsvergelijkend onderzoek geboden was teneinde het stelsel van huwelijksvermogensrecht te kunnen aanpassen. Het onderzoek zou zich moeten richten op de vraag welke kenmerkende verschillen er in de praktijk bestaan, met name bij de afwikkeling van de boedel bij echtscheiding. Dit rapport is het resultaat van dit onderzoek. Het bevat achtereenvolgens rapporten per onderzocht land, een rechtsvergelijkende synthese van verschillen en overeenkomsten, een poging tot verklaring en een evaluatie, waarbij de sterke en zwakke punten van de verschillende stelsels zijn geanalyseerd.
    • Kostenontwikkeling toevoegingen scheidingen 2002-2014

      Voert, M. ter (WODC, 2015)
      Op 13 februari 2015 is de ‘Commissie onderzoek oorzaken kostenstijgingen stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand en vernieuwing van het stelsel’ (Commissie-Wolfsen) ingesteld. De commissie is onder andere gevraagd onderzoek te doen naar de oorzaken van de kostenstijgingen binnen de gesubsidieerde rechtsbijstand vanaf 2002 tot en met 2014. In dit factsheet staat de ontwikkeling van de kosten voor toevoegingen die betrekking hebben op scheidingen centraal.1 Meer inzicht is nodig waar die stijgingen zich precies voordoen en of daar oorzaken voor zijn te vinden. Heeft dit te maken met de stijging van het aantal zaken, zijn er specifieke kosten die toenemen of zijn er andere oor-zaken aan te wijzen? Onderzoeksvragen:Hoe hebben de uitgaven voor toevoegingen zich ontwikkeld, naar zaakscode en type kosten?Hoe heeft het aantal toevoegingen zich ontwikkeld?In hoeverre komt de ontwikkeling van het aantal toevoegingen overeen met de ontwikkeling van soortgelijke zaken bij de rechtspraak?Welke verklaringen zijn er te geven voor de kostenstijging?
    • Koude uitsluiting - Materiële problemen en onbillijkheden na scheiding van in koude uitsluiting gehuwde echtgenoten en na scheiding van ongehuwd samenlevende partners, alsmede instrumenten voor de overheid om deze tegen te gaan

      Antokolskaia, M.V.; Breederveld, B.; Hulst, J.E.; Kolkman, W.D.; Salomons, F.R.; Verstappen, L.C.A. (Rijkuniversiteit Groningen - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2010)
      De Minister heeft in een debat met de Tweede Kamer d.d. 11 september 2008, bij de behandeling van een wetsvoorstel tot Wijziging van de titels 6, 7 en 8 van het Burgerlijk Wetboek, n.a.v. een tweetal moties toegezegd de wenselijkheid en mogelijkheden van aanvullende wetgeving met betrekking tot in huwelijkse voorwaarden opgenomen koude uitsluiting te willen verkennen, en daarbij ook de gevolgen van de verbreking van een langdurige duurzame relatie door ongehuwde en ongeregistreerde mensen te betrekken. Dit onderzoek concentreert zich op de materiële problemen en op de onbillijkheden die kunnen ontstaan bij de beëindiging van formele danwel informele relaties. INHOUD: 1. Inleiding 2. Wetgeving, jurisprudentie en literatuur 3. Aard, oorzaken en omvang van de problemen 4. Het rechtsvergelijkende onderzoek 5. Conclusies en slotbeschouwingen
    • Meningen van de Nederlandse bevolking over alimentatie na echtscheiding - Interim-verslag van een onderzoek

      Cozijn, C.; Werff, C. van der (WODC, 1981)
      In dit verslag zijn de eerste resultaten gepresenteerd van een onderzoek naar de meningen van de bevolking over de alimentatieplicht ten opzichte van een ex-partner na echtscheiding. Medio 1980 is een representatieve steekproef uit de bevolking hiertoe ondervraagd.
    • Monitor rechtsbijstand en geschiloplossing 2011

      Voert, M.J. ter; Geurts, T.; Os, R.M.V. van (WODC, 2012)
      In 2010 is de nulmeting van de monitor Rechtsbijstand en Geschiloplossing verschenen (zie link bij: Meer informatie). De monitor heeft tot doel periodiek te rapporteren over de stand van zaken met betrekking tot de realisatie van maatregelen die gericht zijn op structurele besparingen op de gesubsidieerde rechtsbijstand en de rechtspraak. De vraagstelling van dit onderzoek luidt: Hoe heeft het aantal vastgestelde toevoegingen en gerechtelijke procedures zich ontwikkeld tussen 2000 en 2010 en hoe hoog zijn de bijbehorende uitgaven? Wat zijn de belangrijkste wijzigingen in vergelijking met de eerste monitor? INHOUD: 1. Inleiding 2. Ontwikkelingen rechtspraak en gesubsidieerde rechtsbijstand 3. Bestuursrecht 4. Familierecht
    • Naleving mediationafspraken bij echtscheidingen

      Tumewu, M. (WODC, 2009)
      In deze factsheet wordt ingegaan op de volgende vragen:In hoeverre worden mediationafspraken bij echtscheidingen nageleefd?In hoeverre zijn de tevredenheid over de mediation en de relatie met de andere partij veranderd een of twee jaar na de mediation in vergelijking met de situatie direct na afloop van de mediation? Welke factoren hangen samen met deze verandering?