• Collaboration with Justice in the Netherlands, Germany, Italy and Canada - A comparative study on the provision of undertakings to offenders who are willing to give evidence in the prosecution of others

      Crijns, J.H.; Dubelaar, M.J.; Pitcher, K.M.; Lindemann, M. (ass.); Toor, D.A.G. van (ass.); Ferioli, M.L. (ass.); Caianiello, M. (ass.); Kovalev, N. (ass.) (Leiden University - Criminal Law and Criminology, 2017)
      One of the more far-reaching investigative tools in criminal cases is the instrument of collaboration with justice, the measure by which undertakings are made to otherwise unwilling ‘offender witnesses’, i.e. witnesses who themselves are suspected or who have been found guilty of committing a criminal offence, in order to persuade them to cooperate with the authorities, by giving (incriminating) evidence in the prosecution of others. This study aims to gain insight into the legal avenues available for making undertakings to witnesses in exchange for their evidence in several countries – the Netherlands, Germany, Italy and Canada –, ultimately with a view to drawing lessons from the comparative exercise for the Netherlands in particular. The main questions that have been answered in this study are as follows: How is the instrument of collaboration with justice (hereafter: ‘the instrument’) regulated in each of the countries under examination? How is the instrument applied in practice in each of the countries under examination, and what are the experiences and results achieved in this regard? How does the relevant law and practice in Germany, Italy and Canada compare to that in the Netherlands? CONTENT: 1. Introduction 2. Preliminary observations 3. Collaboration with Justice in the Netherlands 4. Collaboration with Justice in Germany 5. Collaboration with Justice in Italy 6. Collaboration with Justice in Canada 7. Comparative analysis 8. Concluding observations
    • Tappen en infiltreren

      Odinot, G.; Jong, D. de; Oerlemans, J.J.; Leij, J.B.J. van der; Kruisbergen, E.W.; Fijnaut, C. (WODC, 2012)
      ARTIKELEN: 1. G. Odinot en D. de Jong - Wie belt er nou nog? De veranderende opbrengst van de telefoontap 2. J.J. Oerlemans - Mogelijkheden en beperkingen van de internettap 3. J.B.J. van der Leij - Opsporingsbevoegdheden en privacy; een internationale vergelijking 4. E.W. Kruisbergen en D. de Jong - Undercoveroperaties: een noodzakelijk kwaad? Heden, verleden en toekomst van een omstreden opsporingsmiddel 5. C. Fijnaut - De exfiltratie van verdachte en veroordeelde criminelen; over de onmisbaarheid van een effectieve regeling voor coöperatieve criminele getuigen 6. Internetsites. SAMENVATTING: De telefoontap is een veelvuldig ingezet opsporingsmiddel. Nu de inzet van telefoontap steeds minder effectief blijkt en de internettap nog in de kinderschoenen staat, lijkt het voor de hand te liggen dat er in de opsporing meer aandacht zal komen voor andere bijzondere opsporingsmethoden, zoals observatie (stelselmatig volgen), infiltratie, pseudokoop en -dienstverlening, undercover stelselmatig informatie inwinnen, inkijken, direct afluisteren en bijstand en opsporing door burgers (informanten en infiltranten). In dit themanummer wordt daarnaast aandacht besteed aan het fenomeen exfiltratie, ofwel meewerkende criminele getuige.