• Analyzing a complaint database by means of a generatic-based data mining algorithm

      Dijk, J.J. van (WODC, 2009)
      In this paper the researcher have analyzed the complaint database of the National Ombudsman who handles complaints with regard to almost all government organizations in the Netherlands. The analysis aims to investigate the trend with regard to (the handling of) complaints during a period of 25 years. CONTENT: 1. Introduction 2. The database and mining questions 3. Genetic-based algorithm 4. Results 5. Conclusion
    • ANPR: toepassingen en ontwikkelingen

      Homburg, G.; Schreijenberg, A.; Tillaart, J. van den; Bleeker, Y. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2016)
      Automatic Number Plate Recognition (ANPR) is een techniek waarmee kentekens met behulp van camera's automatisch worden gelezen. De kentekens worden vervolgens real time vergeleken met één of meerdere referentiebestanden met kentekens waar iets mee aan de hand is. Het is een technologie die mogelijk bijdraagt aan betere opsporing. In 2011 is een ANPR-onderzoek uitgevoerd om te bepalen of, en zo ja hoe, ANPR bijdraagt of bij kan dragen aan de opsporing, vervolging en berechting van delictplegers (zie link bij: Meer informatie). Dit onderzoek gaat over bestaande en nieuwe toepassingen van ANPR. Het biedt achtergrond- informatie voor de actuele discussie over maatschappelijke aanvaardbaarheid en wettelijke bevoegdheden met betrekking tot ANPR. De onderzoeksvragen zijn: Welke (intelligente) toepassingen werden of worden op dit moment door opsporingsdiensten gebruikt? Hoe worden deze uitgevoerd en wat is er over de resultaten bekend? Welke (intelligente) toepassingen zijn er in het buitenland? Welke toepassingen zijn er denkbaar die nog niet worden gebruikt? In hoeverre passen ze binnen het huidige wettelijke kader voor de inzet van ANPR? In hoeverre zijn nieuwe intelligente toepassingen van ANPR aan gegevens binnen het overheidsdomein gebonden? Zijn er mogelijkheden voor publiek-private samenwerking? Wat zijn de beperkingen? INHOUD: 1. Inleiding 2. ANPR voor realtime alertering en opvolging 3. ANPR in de opsporing 4. Herkennen en voorspellen van delicten 5. Informatie voor efficiënte en effectieve inzet van capaciteit 6. Thema's 7. Conclusie
    • Behoeften inventarisatie voor de ontwikkeling van financieel rechercheren in de Europese Unie

      Slot, B.; Swart, L. de; Deleanu, I.; Merkus, E.; Levi, M.; Kleemans, E. (ECORYS, 2015)
      De centrale vraag van het onderzoek luidt: In hoeverre is er behoefte bij de EU lidstaten aan nieuwe methodieken en de daarbij behorende tools van financieel rechercheren om hiermee de georganiseerde en ondermijnende criminaliteit tegen te gaan? Welke zijn de belangrijkste behoeften van de EU lidstaten op het gebied van financieel rechercheren? Deze studie richt zich op financieel rechercheren in de context van strafrechtelijke onderzoeken. Daarnaast vind er ook financieel onderzoek plaats in het kader van onder meer fiscale onderzoeken of onderzoeken ten behoeve van de sociale dienst. Dergelijke vormen van financieel onderzoek vallen buiten het kader van deze studie. De studie bouwt voort op onder meer: de bevindingen, conclusies en aanbevelingen van de ‘Fifth cycle of mutual evaluations on financial crime and financial investigation’, adopted by the Council on 26 October 2012 (doc. 14597/12), aanbevelingen van de Financial Action Task Force (FATF) ten aanzien van het financieel rechercheren, EU beleidsdocumenten en wetenschappelijk onderzoek.
    • Bescherming van persoonsgegevens in het justitiële domein - Richtlijnen voor Statistical Disclosure Control - Project Privacy Utility Tools 2.0

      Bargh, M.S.; Latenko, A.; Braak, S. van den; Vink, M.; Meijer, R. (WODC, 2021-05)
      Er bestaan verschillende technologieën om persoonsgegevens in een dataset te beschermen. SDC-technologieën (Statistical Disclosure Control) zijn daar een onderdeel van. Deze technologieën zijn ontwikkeld om de hoeveelheid persoonsgegevens in een dataset te beperken en tegelijk de bruikbaarheid van de gegevens te behouden. SDC-technologieën kunnen worden toegepast op zowel microdatasets als geaggregeerde datasets. Microdatasets, die (zeer) omvangrijk kunnen zijn, bestaan uit gestructureerde tabellen met een aantal rijen, die staan voor personen, en een aantal kolommen, die staan voor de kenmerken (attributen) van die personen (zoals hun leeftijd, geslacht en beroep). Geaggregeerde datasets zijn opgebouwd uit microdata. Een geaggregeerde dataset bevat een of meer tabellen met een aantal rijen en kolommen, die corresponderen met een aantal groepskenmerken, die weer een subset zijn van de kenmerken in de betreffende microdata. Het hoofddoel van ons onderzoeksproject is het vergroten van de kennis binnen de Nederlandse overheid, en meer in het bijzonder het ministerie van Justitie en Veiligheid, over SDC-technologie, en de mogelijkheden, de beperkingen en het gebruik daarvan. In navolging van eerdere publicaties (Bargh et al., 2018, 2020) zetten we in dit rapport een volgende stap naar de ingebruikname van SDC-technologie binnen overheidsinstanties door enkele initiële richtlijnen te ontwikkelen voor het gebruik van SDC-technologie in de praktijk. We verwachten dat SDC-technologie op die manier toegankelijker wordt voor data stewards die verantwoordelijk zijn voor het op verantwoorde wijze delen of openstellen van datasets. INHOUD: 1. Introduction, 2. On adopting SDC technology for protecting personal data, 3. Generic guidelines, 4. Microdata specific guidelines, 5. Tabular data specific guidelines, 6. Conclusion.
    • Bewaren van verkeersgegevens door telecommunicatieaanbieders

      Brand, P.J. (WODC, 2003)
      Dit onderzoek heeft bestudeerd welke verkeersgegevens die voor de opsporing van belang zijn door telecomaanbieders bewaard worden en gedurende welke termijn.
    • Big Data, Big Consequences? - Een verkenning naar privacy en Big Data gebruik binnen de opsporing, vervolging en rechtspraak

      Lodder, A.R.; Meulen, N.S. van der; Wisman, T.H.A.; Meij, L.; Zwinkels, C.M.M. (Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Center for Law and Internet (CLI), 2016)
      Big Data staat voor het om het verwerken en analyseren van grote datavolumes, in verschillende dataformaten die met hoge snelheid worden gegenereerd/geanalyseerd (en snel verouderen). Men spreekt van Big Data als de hoeveelheid gegevens zó groot en divers is dat ze niet meer te beheren zijn met tot nu toe gebruikelijke middelen, zoals conventionele databases. De hoeveelheid data groeit snel, verandert voortdurend en is diffuus en ongestructureerd van aard. Om overweg te kunnen met zeer grote, ongestructureerde, niet relationele dataverzamelingen is meer en andere kennis nodig. Bovendien is er veel (meer dan in het verleden) rekenkracht nodig zijn om bewerkingen uit te voeren, niet in de laatste plaats omdat analyses steeds vaker real-time worden gedaan (real-time analytics). Gesteld kan worden dat Big Data (waarschijnlijk) heel belangrijk wordt, alleen in welke vorm is nog onbekend. Het bedrijfsleven maar zeker ook de overheid staan voor de taak om zich een voorstelling te maken van concrete Big Data-mogelijkheden. De vraag is hoe Veiligheid en Justitie (V&J) gebruik zou kunnen maken van Big Data in de ruimste zin van het woord. INHOUD: 1. Inleiding 2. Doelstelling en vraagstelling 3. Big Data en Big Data analysis 4. Normen rond privacybescherming 5. Big Data gebruik in de rechtspraak 6. Big Data gebruik in de opsporing 7. Uitgangspunten Big Data, in het bijzonder vanuit het oogpunt van verwerking persoonsgegevens 8. Conclusie 9. Literatuur
    • Big Data: technologie verkenning voor het Ministerie van Veiligheid & Justitie

      Busker, T.; Kroon, J.; Shoae Bargh, M. (Hogeschool Rotterdam - Kenniscentrum Creating010, 2016)
    • De Externe Monitor Terbeschikkinggestelden - ontwikkeling van een samenwerkingsverband

      Nagtegaal, M.H.; Horst, R.P. van der (WODC, 2014)
      Dit rapport beschrijft de totstandkoming van een samenwerkingsverband tussen zeven (justitiële) organisaties, waarbij gegevens van personen met een maatregel terbeschikkingstelling (tbs-maatregel) voor onderzoeksdoeleinden worden gekoppeld. Dit samenwerkingsverband heeft de naam Exterme Monitor Terbeschikkinggestelden (EMT) gekregen. De term extern slaat op het feit dat het gaat om gegevens die in de extramurale fase van de tbs-behandeling worden verzameld. De volgende onderzoeksvragen komen aan de orde:Welke informatie wordt in de EMT verzameld?Op welke manier zijn de data van verschillende organisaties (anoniem) te koppelen?Welke procedures moeten worden gevolgd bij het indienen van een onderzoeksvraag bij de EMT? INHOUD: 1. Inleiding en methode 2. Verzameling van informatie en koppelmethode 3. Procedures EMT-onderzoek 4. Eerste onderzoek EMT 5. Conclusie
    • De modernisering van het Nederlands procesrecht in het licht van big data - Procedurele waarborgen en een goede toegang tot het recht als randvoorwaarden voor een data-gedreven samenleving

      Sloot, B. van der; Schendel, S. van (Universiteit van Tilburg - Tilburg Institute for Law, Technology and Society (TILT), 2019)
      Big Data en data-gedreven toepassingen vormen een steeds structureler onderdeel van zowel de publieke als de private sector. Als steeds meer processen binnen de overheid data-gedreven worden, dan is het belangrijk een aantal aanpassingen te doen in recht en beleid. In deze studie is bekeken welke aanpassingen voor een betere en stevigere inbedding van Big Data in de Nederlandse publieke sector kunnen zorgen, waarbij algemene en maatschappelijke belangen zijn gewaarborgd, belanghebbenden op een effectieve wijze hun recht kunnen halen en de principes van procedurele rechtvaardigheid en procesrechtelijke randvoorwaarden een volwassen positie innemen. De kernvraag die beantwoord moest worden is: Hoe zouden de mogelijkheden voor burgers en belangenorganisaties om besluitvorming op basis van Big Data-toepassingen te laten toetsen door de rechter desgewenst kunnen worden uitgebreid? De kernopdracht was dus het verkennen van diverse mogelijke rechtsvormen die in het Nederlandse rechtsstelsel zouden kunnen worden geïntroduceerd, niet of dit wenselijk of noodzakelijk is. Daarbij is gekozen voor nadruk op een analyse van de rechtsvormen die in de Nederland omringende landen beschikbaar zijn. INHOUD: 1. Inleiding 2. Het Nederlandse rechtsstelsel 3. Internationale vergelijking 4. Reguleringsopties 5. Conclusies en aanbevelingen 6. Bijlagen
    • De slimme stad

      Karstens, B.; Est, R. van; Naafs, S.; Schuilenburg, M.; Zoonen, L. van; Engelbert, J.; Galič, M.; Kool, L. (WODC, 2020)
      ARTIKELEN: 1. Bart Karstens, Linda Kool en Rinie van Est - De slimme stad: grote beloften, weerbarstige praktijk 2. Saskia Naafs - Van de gesloten smart city naar een open slimme stad. Lessen uit Quayside, Toronto 3. Marc Schuilenburg - Psychomacht: hoe sturen data en algoritmen de veiligheid in smart cities? 4. Liesbet van Zoonen - Publieke waarden of publiek conflict: democratische grondslagen voor de slimme stad 5. Jiska Engelbert - Voorbij het polderen in de slimme stad 6. Maša Galič - Over het recht op de smart city. SAMENVATTING: De term smart duikt tegenwoordig overal op. Niet alleen telefoons, horloges en koelkasten moeten slim zijn, maar ook steden ontkomen daar niet meer aan. Slimme steden zijn overal te vinden. In Nederland staan onder meer Eindhoven, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht te boek als smart cities. Singapore investeert wereldwijd het meest in slimmestadinitiatieven, op de voet gevolgd door New York City, Londen en Tokyo. Van belang voor een goed begrip van de slimme stad is dat de term kan worden gezien als een ‘catastrofeconcept. Het succes ervan berust op de retorische pijler dat het stedelijk leven steeds meer wordt geconfronteerd catastrofes als werkloosheid, extreme luchtvervuiling, criminaliteitsproblemen en een afname en afname van democratische legitimiteit. Slimme technologie, zoals datamining en kunstmatige intelligentie, wordt hierbij voorgesteld als de wonderolie die elke kwaal geneest. Dit is de tweede retorische pijler. In dit technologisch-utopisch perspectief op de stad dreigt de publieke ruimte steeds meer de speelbal te worden van grote bedrijven, waaronder Google, IBM en Uber. Zij beloven dat hun technologie grootstedelijke problemen oplost en dat de stad hierdoor welvarender, democratischer, schoner en veiliger wordt. Maar technologie is geen wondermiddel en standaardoplossingen voor urgente problemen bestaan niet. De elementaire vraag is daarom wiens belangen slimme steden dienen, die van techbedrijven of die van de burger? Het verlangen naar slimheid betekent namelijk ook een grotere controle van burgers, verlies van privacy en privatisering van publieke taken, waaronder openbaar vervoer en de veiligheidszorg. Vragen die in dit themanummer van Justitiële verkenningen over de slimme stad aan bod komen, zijn: welke middelen worden ingezet om steden ‘slimmer’ te maken? Hoe verhouden de kansen van slimme steden zich tot bedreigingen? Op welke manier kunnen stadsbewoners actief worden betrokken bij de slimme stad? Hoe kan de overheid zich optimaal verhouden tot de dominantie van techbedrijven? Welke machtseffecten treden er op bij de inzet van slimme technologieën? Moet er een recht op de smart city komen?
    • De Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens - Over het bewaren en gebruiken van gegevens over telefoon- en internetverkeer ten behoeve van de opsporing

      Odinot, G.; Jong, D. de; Bokhorst, R.J.; Poot, C.J. de (WODC, 2013)
      Over de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens, die op 1 september 2009 in werking is getreden, worden in het parlement regelmatig kritische vragen gesteld. Bij de evaluatie zal aandacht worden besteed aan de bijdrage die de wet levert aan opsporing en vervolging van ernstige criminaliteit; de vraag welke risico’s de wet oplevert voor ongerechtvaardigde inbreuken op de persoonlijke levenssfeer en welke maatregelen zijn genomen om deze te beschermen; op welke wijze de wet bijdraagt aan de efficiënte inzet van schaarse capaciteit bij de opsporingsdiensten. In 2014 is een Engelse vertaling van dit rapport gepubliceerd. INHOUD: 1. De Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens - een inleiding 2. Communicatie op afstand, ontwikkelingen en gevolgen 3. De wetsgeschiedenis en Europese regelgeving inzake de bewaarplicht van verkeersgegevens 4. Het bewaren en beveiligen van de gegevens in de praktijk 5. Het gebruik van historische verkeersgegevens in de praktijk 6. Het gebruik van historische verkeersgegevens in cijfers 7. Slotbeschouwing
    • DNA in de databank: de moeite waard? - Een procesanalyse binnen de strafrechtsketen met het oog op de effectiviteit en efficiëntie van de toepassing van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden

      Taverne, M.D.; Nijboer, J.F.; Abdoel, M.F.; Farooq, S. (Universiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2013)
      Op 1 februari 2005 is de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (Wet DNA-V) in werking getreden. Sinds die datum wordt van het overgrote deel van alle personen die worden veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict celmateriaal afgenomen. Uit dat celmateriaal wordt vervolgens een DNA-profiel opgesteld dat wordt bewaard in de databank en vergeleken met reeds aanwezige en met in de toekomst toe te voegen DNA-profielen. De doelstelling van dit onderzoek luidt: Zicht krijgen op de wijze waarop toepassing van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden in Nederland bijdraagt aan de opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten, teneinde een weloverwogen besluit te kunnen nemen over mogelijk gewenste aanpassingen in de werkprocessen in de strafrechtsketen aangaande de toepassing van deze wet, en over de rechtvaardiging van nieuwe investeringen in dit opsporingsmiddel. INHOUD: 1. Inleiding 2. Contextuele aspecten 3. Onderzoeksopzet- en uitvoering 4. DNA 5. Effectiviteit van de toepassing van de Wet DNA-V 6. De strafvorderlijke keten en het DNA-ketenproces (efficiëntie) 7. Conclusies en aanknopingspunten ter verbetering
    • Evaluatie ANPR-wetgeving 126jj Wetboek van Strafvordering - De wet 'vastleggen en bewaren van kentekengegevens door de politie' geëvalueerd

      Berkel, J.J. van; Uden, A. van; Poot, C.J. de; Eeden, C.A. van den (medew.) (WODC, 2021-10)
      Op 1 januari 2019 is de wet ‘Vastleggen en bewaren kentekengegevens door de politie’ in werking getreden. Op basis van het nieuwe artikel 126jj Wetboek van Strafvordering (in de rest van het rapport aangeduid als 126jj) is het voor de politie mogelijk om door middel van daarvoor aangewezen camera’s kentekengegevens van passerende voertuigen te registreren en op te slaan voor een periode van 28 dagen. Deze gegevens kunnen gedurende deze periode worden ingezien ten behoeve van de opsporing van een misdrijf of van voortvluchtige personen. De wet bevat een evaluatie- en horizonbepaling. De bevoegdheid is in beginsel voor drie jaar van kracht, tenzij bij Koninklijk Besluit anders wordt besloten. Mede op basis van de onderhavige evaluatie wordt bepaald of de bevoegdheid zal worden gehandhaafd. De evaluatie is gebaseerd op twee monitorrapportages. Het eerste monitorrapport verscheen in 2020 (zie: link hiernaast) en het tweede monitorrapport is gelijktijdig met de onderhavige evaluatie verschenen (zie: link hiernaast). De centrale onderzoeksvraag van dit onderzoek luidt als volgt: Op welke wijze wordt bij de opsporing van strafbare feiten gebruikgemaakt van kentekens die op basis van de wet ‘Vastleggen en bewaren kentekengegevens door de politie’ worden opgeslagen en welke rol spelen deze gegevens in de opsporing? INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond van de wet 3. Plaatsing en inzet van camera's 4. Vastlegging, raadpleging en verstrekking gegevens 5. Effecten van de wet 6. Conclusie.
    • Evaluatie DIV - Rijden onder invloed van drugs deel 2: onderzoek naar de werkprocessen en speekseltester, condities rondom opslag en transport van bloed en informatieopslag

      Abraham, M.; Nauta, O.; Aalst, M. van (DSP-groep, 2019)
      Per 1 juli 2017 is artikel 8 van de Wegenverkeerswet uitgebreid met lid 5 om het rijden onder invloed van drugs beter aan te pakken. Dit kan bijdragen aan het vergroten van de verkeersveiligheid. De wetswijziging voorziet onder andere in een instrumentarium waarmee politie en justitie het gebruik van drugs eenvoudiger kunnen vaststellen. Daarmee is de politie bevoegd om verkeersdeelnemers te testen op drugsgebruik door middel van een speekseltester en door onderzoek van de psychomotorische functies en oog- en spraakfuncties (middels een psychomotorische test oftewel PMT). 1 Bij een positieve uitslag op de speekseltester of PMT volgt een bloedonderzoek. Als op basis van het bloedonderzoek de concentratie drugs boven de bij AMvB vastgestelde grenswaarde blijkt te liggen of bij gecombineerd gebruik van drugs of van één of meer drugs en alcohol boven de daarvoor vastgestelde grenswaarde uitkomt, is er sprake van een strafbaar feit. Het onderzoek kent de volgende drieledige probleemstelling (hoofdvragen) die vervolgens zijn uitgewerkt in onderzoeksvragen: Hoe verloopt het proces van het testen op drugs in het verkeer? Welke eisen dienen aan opslag en transport van bloed, afgenomen in het kader van een drugstest, te worden gesteld opdat de afbraak in de hoeveelheden stoffen er niet toe leidt dat de uitslag onterecht beneden de grenswaarden van de geteste drugs komen te liggen? Welke informatie is voor de evaluatie van de wet over vijf jaar nodig en wordt deze informatie in de huidige praktijk verzameld en opgeslagen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Procesbeschrijving 3. Politie 4. NFI (& andere geaccrediteerde laboratoria) 5. OM 6. Opslag en transport van bloed 7. Benodigde gegevens wetsevaluatie 8. Conclusies
    • Evaluatie regeling DNA-verwantschapsonderzoek

      Winter, H.; Hoving, R.; Boxum, C.; Veen, C. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2019)
      In dit onderzoek is de wet geëvalueerd die per 1 april 2012 DNA-verwantschapsonderzoek in strafzaken mogelijk heeft gemaakt met de invoering van art. 151da en 195g Sv. DNA-verwantschapsonderzoek is – naast klassiek vergelijkend DNA-onderzoek en DNA-onderzoek naar uiterlijk waarneembare persoonskenmerken – de derde soort DNA-onderzoek die wettelijk is toegestaan. Bij DNA-verwantschapsonderzoek worden DNA-profielen vergeleken waarbij wordt gezocht naar indicaties van familierelaties met de mogelijke dader. Informatie over de aanwezigheid van een familierelatie kan bijdragen aan de opsporing en vervolging van strafbare feiten.De vraag die centraal staat in dit onderzoek is in hoeverre deze DNA-verwantschapsonderzoeken hebben bijgedragen aan het bereiken van de doelstelling daarvan en welke neveneffecten en knelpunten zich bij DNA-verwantschapsonderzoek voordoen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Wettelijke regeling van DNA-verwantschapsonderzoek 3. Cijfermatig beeld DNA-verwantschapsonderzoek 4. DNA-verwantschapsonderzoek in de praktijk 5. Grootschalig verwantschapsonderzoek 6. Slotbeschouwing
    • Focus op heling - Een onderzoek naar het functioneren van de helingmarkt, het beleid tegen en de gevolgen van heling

      Ferwerda, H.; Ham, T. van; Scholten, L.; Jager, D. (Bureau Beke, 2016)
      Het doel van dit onderzoek is het beeld over functioneren van de helingmarkt, het beleid tegen heling en de gevolgen van heling voor burgers en bedrijven te actualiseren. Tevens moet in het onderzoek gezocht worden naar aanknopingspunten voor het verder terugdringen van heling. Hoewel in een eerder onderzoek van 2007 (zie link bij: Meer informatie) niet werd gekeken naar heling van fietsen en autodiefstal – om de omvang en doorlooptijd van het onderzoek te beperken – zijn deze goederen in het huidige onderzoek wel meegenomen. INHOUD: 1. Een onderzoek naar heling 2. Heling ingekaderd 3. Aard, omvang en verschijningsvormen 4. De burger en het bedrijfsleven over heling 5. De aanpak 6. Samenvatting en conclusies
    • Haalbaarheid recidiveonderzoek onder gedetineerden opgenomen in de monitor nazorg

      Verweij, S.; Wartna, B.S.J. (WODC, 2016)
      In deze voorstudie is bekeken welke mogelijkheden er zijn om recidiveonderzoek te doen. Eerst is onderzocht of de gegevens die zijn verzameld in het kader van de monitor nazorg kunnen worden gekoppeld aan de Recidivemonitor. Daarna is nagegaan of de groep gedetineerden die voorkomt in de monitor nazorg representatief is voor de totale groep ex-gedetineerden die tot de doelgroep behoort en langer dan twee weken in detentie verblijft. Vervolgens is gekeken welke gegevens beschikbaar zijn voor het recidiveonderzoek. Ten slotte is uitgezocht welk type effectonderzoek haalbaar is.
    • Harmonisation in forensic expertise - An inquiry into the desirability of and opportunities for international standards

      Nijboer, J.F. (ed.); Sprangers, W.J.J.M. (ed.) (Leiden University - Study Centre on Evidence, 2000)
      This volume contains contributions regarding different aspects of the following questions:What are the differences and similarities between the various national jurisdictions in European countries concerning the law and practices regarding forensic experts and legal professionals?What instruments are available to legislators, politicians and legal professionals to create more unity in legal systems and practices?What frameworks and tools can be developed in this context by international organizations such as the European Union, the Council of Europe and non-governmental organizations such as the European Network of Forensic Science Institutes?
    • Herziening Toezicht Rechtspersonen - vuistregels voor het opstellen van scorefuncties

      Braak, S.W. van den; Choenni, S.; Verwer, S.E. (WODC, 2011)
      Het programma Herziening Toezicht Rechtspersonen (HTR) heeft als doel om een systematiek op te zetten waarmee tijdens de gehele levensloop van een rechtspersoon (van oprichting tot opheffing) actief getoetst kan worden of er een risico bestaat dat de rechtspersoon wordt gebruikt voor frauduleuze doeleinden. Hiertoe wordt het informatiesysteem HTR ontwikkeld dat data uit verschillende bronnen ophaalt, verwerkt en op basis hiervan  risicomeldingen afgeeft. Twee belangrijke aspecten van de automatische analyse zijn nader onderzocht. Het gaat hierbij, ten eerste, om de wijze waarop scores aan de indicatoren worden toegekend en, ten tweede, om de manier waarop deze scores met elkaar gecombineerd worden. INHOUD: 1. Inleiding 2. Scores toekennen aan risico-indicatoren 3. Scores van risico-indicatoren combineren tot één risicoscore 4. Een simulatiedatabase genereren 5. Discussie
    • Het gebruik van bewaarde kentekengegevens in de opsporing - De wet 'vastleggen en bewaren van kentekengegevens door de politie' een jaar in werking

      Berkel, J.J. van; Eeden, C.A.J. van den; Poot, C.J. de; Haan, M. de (medew.) (WODC, 2020)
      Op 1 januari 2019 is de wet “Vastleggen en bewaren kentekengegevens door de politie” in werking getreden. Op basis van het nieuwe artikel 126jj Wetboek van Strafvordering (hierna aangeduid als 126jj) is het voor de politie mogelijk om door middel van daarvoor aangewezen camera’s kentekengegevens van passerende voertuigen te registreren en op te slaan voor een periode van 28 dagen. Deze gegevens kunnen gedurende deze periode worden opgevraagd ten behoeve van de opsporing van een misdrijf of van voortvluchtige personen. De centrale onderzoeksvraag van deze monitor is als volgt: Op welke wijze wordt in de opsporing gebruikgemaakt van kentekens die op basis van de wet ‘Vastleggen en bewaren kentekengegevens door de politie’ worden opgeslagen en welke rol spelen deze gegevens in de opsporing? Een nadere beschouwing van de bevindingen volgt nadat de wet twee jaar in werking is, in een wetsevaluatie die in 2021 zal verschijnen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Juridisch kader 126jj 3. Privacy Impact Assessment 4. Ontwikkeling van ANPR in Nederland 5. Bestaande ANPR-bevoegdheden en -toepassingen 6. ANPR-camera's in het kader van 126jj 7. 126jj in de praktijk 8. Opsporingsproces 9. Slotbeschouwing