• Dataveiligheid en privacy bij het gebruik van fysiologische wearables in de justitiële context - Een casusonderzoek met de Empatica E4

      Braak, S.W. van den; Platje, E.; Kogel, C.H. de (WODC, 2021-03)
      Onderzoek laat zien dat technologische zelfmeetmethoden de potentie hebben om behandeling te personaliseren, veiligheid in detentie te verbeteren, reclasseringstoezicht te verrijken en zelfredzaamheid van justitiabelen te vergroten. Niettemin zijn er ook serieuze aandachtspunten en risico’s verbonden aan het gebruik van technologische zelfmeetmethoden. Voordat technologische zelfmeetmethoden op grotere schaal in de justitiële context gebruikt kunnen worden, is het daarom van belang te onderzoeken hoe het gesteld is met de dataveiligheid bij dergelijke methoden en wat binnen de justitiële context eventueel zou kunnen worden gedaan om de veiligheid van verzamelde gegevens en daarmee de privacy van de betrokkenen te waarborgen. In dit rapport beschrijven we een casusonderzoek hiernaar waarbij we ons specifiek gericht hebben op fysiologische wearables. Dit zijn draagbare apparaatjes die om de pols of op het lichaam gedragen worden en waarmee door middel van sensoren fysiologische gegevens verzameld kunnen worden. Dit casusonderzoek is verricht aan de hand van één specifieke wearable: de Empatica E4. De volgende deelvragen staan centraal: 1. Wat gebeurt er met de fysiologische gegevens van de Empatica E4 nadat deze verzameld zijn door de gebruiker met betrekking tot: gegevensopslag, gegevenstransport en toegang tot de gegevens door derden? 2. Wat zijn de risico’s daarbij voor de veiligheid van de gegevens en voor de privacy van de drager? En hoe zien de risico’s en de geboden functionaliteit eruit in vergelijking met andere wearables? 3. Welke kennis, ervaringen en zorgen hebben professionele gebruikers van de Empatica E4 met betrekking tot gegevensopslag, toegang tot gegevens door derden en privacy? 4. Wat betekenen de antwoorden op de deelvragen voor het gebruik van de Empatica E4 en andere fysiologische wearables in de justitiële context? INHOUD: 1. Inleiding en methoden, 2. De Empatica E4, 3. Dataveiligheid en privacy bij gebruik van de Empatica E4, Vergelijking: functionaliteit, dataveiligheid en privacy van andere wearables geschikt voor onderzoek, behandeling en toezicht, 5. Ervaringen van gebruikers, 6. Discussie.
    • De modernisering van het Nederlands procesrecht in het licht van big data - Procedurele waarborgen en een goede toegang tot het recht als randvoorwaarden voor een data-gedreven samenleving

      Sloot, B. van der; Schendel, S. van (Universiteit van Tilburg - Tilburg Institute for Law, Technology and Society (TILT), 2019)
      Big Data en data-gedreven toepassingen vormen een steeds structureler onderdeel van zowel de publieke als de private sector. Als steeds meer processen binnen de overheid data-gedreven worden, dan is het belangrijk een aantal aanpassingen te doen in recht en beleid. In deze studie is bekeken welke aanpassingen voor een betere en stevigere inbedding van Big Data in de Nederlandse publieke sector kunnen zorgen, waarbij algemene en maatschappelijke belangen zijn gewaarborgd, belanghebbenden op een effectieve wijze hun recht kunnen halen en de principes van procedurele rechtvaardigheid en procesrechtelijke randvoorwaarden een volwassen positie innemen. De kernvraag die beantwoord moest worden is: Hoe zouden de mogelijkheden voor burgers en belangenorganisaties om besluitvorming op basis van Big Data-toepassingen te laten toetsen door de rechter desgewenst kunnen worden uitgebreid? De kernopdracht was dus het verkennen van diverse mogelijke rechtsvormen die in het Nederlandse rechtsstelsel zouden kunnen worden geïntroduceerd, niet of dit wenselijk of noodzakelijk is. Daarbij is gekozen voor nadruk op een analyse van de rechtsvormen die in de Nederland omringende landen beschikbaar zijn. INHOUD: 1. Inleiding 2. Het Nederlandse rechtsstelsel 3. Internationale vergelijking 4. Reguleringsopties 5. Conclusies en aanbevelingen 6. Bijlagen
    • De toekomst verkennen en voorspellen

      Meijnders, M.; Gooijer, L.; Duijnhoven, H.; Braak, S. van den; Choenni, S.; Pruyt, E.; Joseph, R.; Kuijt, J. van de; Luijk, D. van; Wiegman, A.; et al. (WODC, 2019)
      ARTIKELEN: 1. Minke Meijnders, Leendert Gooijer en Hanneke Duijnhoven - Toekomstige risico’s voor de nationale veiligheid 2. Susan van den Braak en Sunil Choenni - Voorspellen met big-datamodellen. Over de valkuilen voor beleidsmakers 3. Erik Pruyt - Systeemmodelleren in het justitie- en veiligheidsdomein 4. Regina Joseph, Marieke Klaver, Judith van de Kuijt en Diederik van Luijk - Over Cyber Forecasting-toernooien. Naar een effectiever gebruik van gekwantificeerde voorspellingen 5. Andrea Wiegman - Netwerk-trendwatchen als verkenningstool voor nieuwe vormen van financiële misdaad 6. Boekrecensie: Met de kennis van morgen - Bob van der Vecht over Met de kennis van morgen – Toekomstverkennen voor de Nederlandse overheid van Patrick van der Duin & Dhoya Snijders (red.) SAMENVATTING: Het verkennen of voorspellen van de toekomst in enigerlei vorm is bij veel overheidsorganisaties steeds vaker een onderdeel van het proces van beleidsvorming. Strategic Foresight is het vakgebied waarbinnen de verschillende technieken om tot voorspellingen te voorkomen zijn ontwikkeld. Zowel kwalitatieve als kwantitatieve methoden worden ingezet. In dit themanummer van Justitiële verkenningen kijken we vanuit verschillende invalshoeken naar het raakvlak van toekomstverkenningen met justitie en veiligheid. Daarbij ligt de nadruk op verkenningen voor de iets langere termijn. In een aantal bijdragen komen concrete toekomstverkenningen aan bod en worden toegepaste methoden beschreven. Andere gaan in op wetenschappelijke ontwikkelingen, of zijn meer beschouwend.
    • Het gebruik van datagedreven analysemethoden in de (beleids)praktijk - Kansen, uitdagingen en handreikingen

      Braak, S.W. van den; Choenni, R. (WODC, 2017)
      In dit memorandum wordt stilgestaan bij oorzaken van de problemen die relevant zijn bij het ontwerpen van informatiesystemen, het toepassen van data-analysemethoden, en het gebruik hiervan in de (beleids)praktijk. Hierin zijn twee belangrijke processen van belang:het verzamelen van geschikte data, enhet selecteren van een geschikte data-analysestrategie of -algoritme. INHOUD: 1. Inleiding 2. Uitdagingen bij het verzamelen van data 3. Uitdagingen bij het analyseren van data 4. Van data naar valide en bruikbare hypotheses 5. Praktische handreikingen 6. Conclusie
    • Inzicht in het presteren van de executieketen - Ontwikkeling van een monitor voor het meten van Kritieke Prestatie Indicatoren in de Executieketen

      Braak, S.W. van den; Netten, C.P.M.; Witzenburg, R. van (WODC, 2013)
      Dit zijn de voorlopige resultaten van het ontwikkelprojcet Monitor Kritieke Prestatie Indicatoren Executieketen. Het structureel meten van de vastgestelde Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI's) behelst het periodiek verzamelen, bewerken en presenteren van grote hoeveelheden data van verschillende ketenpartners. Om de KPI-monitor verder te ontwikkelen, zijn de volgende onderzoeksvragen beantwoord: - Welke data zijn nodig voor het berekenen van de resultaten op de KPI's? - Hoe dienen relevante data uit de verschillende bronnen ingelezen te worden? - Hoe worden op basis van analysedata de resultaten op de KPI's berekend? - Hoe dient de webinterface ingericht te worden?
    • Nieuwe technologieën in opsporing en veiligheidszorg

      Vries, A. de; Smit, S.; Kitchin, R.; Cuijpers, C.; Schendel, S. van; Custers, B.; Vergouw, B.; Flight, S.; Elands, P.J.M.; Dignum, M.V.; et al. (WODC, 2016)
      ARTIKELEN: 1. A. de Vries en S. Smit - Predictive policing: Politiewerk aan de hand van voorspellingen 2. R. Kitchin - Datagestuurde stedelijke planning en ‘smart cities’ 3. C. Cuijpers en S. van Schendel - Data Protection by Design als argument in het FBI vs. Apple debat 4. B. Custers en B. Vergouw - Technologie voor opsporing en handhaving: Kansen, ervaringen en knelpunten 5. S. Flight - Politie en beeldtechnologie: Gebruik, opbrengsten en uitdagingen 6. P.J.M. Elands - Drones: Zegen of vloek? 7. M.V. Dignum en J. van den Hoven - Reflecties op het verantwoord gebruik van kunstmatige intelligentie SAMENVATTING: De opkomst van nieuwe technologieën stelt de politie en andere rechtshandhavingsinstanties in staat proactiever en effectiever te opereren. De toepassing van deze technologieën in het publieke veiligheidsdomein roept echter ook allerlei vragen op met betrekking tot privacy en andere grondrechten van burgers. Dit themanummer beoogt enerzijds die nieuwe technologische toepassingen te beschrijven en anderzijds de (mogelijke) consequenties daarvan nader te beschouwen en aan discussie te onderwerpen. Naast afzonderlijke artikelen over concrete technologische toepassingen (beeldtechnologie, drones) gaat de aandacht uit naar enkele belangrijke trends die alle voortvloeien uit de groeiende beschikbaarheid van – onderling koppelbare – grote hoeveelheden data afkomstig uit allerlei bronnen. Bij politiekorpsen wereldwijd heeft dit geleid tot een de groeiende populariteit van predictive policing: politiewerk doen aan de hand van voorspellingen die gebaseerd zijn op een enorme verzameling historische gegevens over o.a. delicten, de plegers ervan en criminaliteitspatronen, gecombineerd met realtime data. Het politieoptreden wordt aldus datagestuurd en meer op preventie gericht. Een stap verder is prescriptive policing, waarbij de data aangeven wat de meest effectieve interventie zou zijn. Met de film Minority Report in gedachten doemen de zwartste scenario’s op: krijgen we een ‘gedachtenpolitie’ , staat de onschuldpresumptie op het spel? Deze vragen zijn des te prangender wanneer de rechtshandhaving steeds meer wordt overgelaten aan drones en robots. De grote uitdaging in dit verband is hoe ethische, maatschappelijke en juridische waarden al in het ontwerpproces van articificiële intelligentie toepassingen kunnen worden ingebouwd. Iets soortgelijks speelt met betrekking tot de bescherming van persoonlijke gegevens en privé-communicatie bij het gebruik van computers en smartphones e.d. Nieuwe Europese wetgeving schrijft voor dat gegevensbescherming wordt ingebouwd in producten en diensten, een principe dat wordt aangeduid met de term Data Protection by Design and Default.
    • On statistical disclosure control technologies - For enabling personal data protection in open data settings

      Bargh, M.S.; Meijer, R.; Vink, M. (WODC, 2018)
      To enhance the transparency, accountability and efficiency of the Dutch Ministry of Justice and Security, the ministry has set up an open data program to proactively stimulate sharing its (public-funded) data sets with the public or with other organi-sations. Disclosure of personal data is considered as one of the main threats for data opening. This study, as one activity within the open data program, aims at investigating Statistical Disclosure Control (SDC) tools and methods for protecting personal data. More specifically, the main objective of the study is to provide in-sights in the main functionalities provided by SDC technologies so that data control-lers can be supported in their decision-making processes related to storing, sharing, and opening the ministry’s personal data. To this end, the study context is tuned to the ministry’s settings and requirements. This deliverable presents the acquired insights, particularly for three selected open source SDC tools (namely: _-ARGUS, ARX and sdcMicro). CONTENT: 1. Introduction 2. Study context with a reflection on legal aspects 3. Foundations of SDC technologies 4. A functional model of SDC tools 5. On functionalities of SDC tools 6. Discussion 7. Conclusion
    • On statistical disclosure control technologies for protecting personal data in tabular data sets

      Bargh, M.S.; Latenko, A.; Braak, S. van den; Vink, M.; Meijer, R. (WODC, 2020)
      The objective of this study is to investigate statistical disclosures and the SDC technologies for protecting personal data in tabular data sets, especially in the context of opening privacy sensitive data sets (as in the case of, e.g., justice domain data sets). The main research questions that will be addressed in this deliverable are:Q1: What are the ways for disclosing personal data when tabular data sets are published? Q2: What are the methods for protecting tabular data sets? Q3: What are the main functionalities of available SDC tools for protecting personal data in tabular data sets and preserving data utility therein?The intention is also to explore those state-of-the-art SDC mechanisms or functionalities that are not yet (widely) integrated in the studied SDC tools. CONTENT: 1. Introduction 2. Personal data disclosure in tabular sets 3. Quantifying the risks and utility of tabular data sets 4. Protecting tabular data sets 5. Tools 6. Reflection
    • Vernieuwende onderzoeksmethoden

      Custers, B.H.M.; Leeuw, H.B.M.; C.C.J.H. Bijleveld; Roks, R.A.; Gelder, J.L. van; Kogel, C.H. de; Cornet, L.J.M.; Vanderveen, G.; Andriessen, D.G. (WODC, 2016)
      ARTIKELEN: 1. B.H.M. Custers - Big Data in wetenschappelijk onderzoek 2. H.B.M. Leeuw - De evaluatie van digitaal beleid: Een Big Data case study 3. C.C.J.H. Bijleveld - Analysemethoden en technieken voor criminologisch onderzoek: Oude trends en nieuwe ontwikkelingen 4. R.A. Roks - In de h200d: Een eigentijdse etnografie 5. J.L. van Gelder - CRIME Lab: Pleidooi voor een nieuwe en vernieuwende criminologie 6. C.H. de Kogel en L.J.M. Cornet - Toepassingsmogelijkheden van Quantified Self-data: Enkele voorbeelden uit de forensisch psychiatrische praktijk 7. G. Vanderveen - Zal ik je eens wat laten zien? Over visuele onderzoeksmethoden 8. D.G. Andriessen - Via een andere methodologie naar een grotere relevantie van onderzoek SAMENVATTING: De sociale wetenschappen zijn decennialang gegijzeld door de tegenstelling tussen onderzoekers die kwantitatieve methoden gebruiken en zij die kwalitatief te werk gaan. Hoewel de discussie daarover wel zal voortduren, lijken toch de scherpe kantjes van dit debat wat afgesleten. Er lijkt een zekere mate van consensus te groeien dat beide benaderingen elkaar aanvullen en nodig hebben. Zoals een van de auteurs in dit themanummer het formuleert: ‘ Waar kwantitatieve methoden hard bewijs kunnen leveren, in die zin dat (...) getoetst kan worden of relaties als ‘niet toevallig’ mogen worden beschouwd, zijn kwalitatieve methoden veel beter in staat dan kwantitatieve methoden om de ‘waarom’-vraag te stellen’ (zie de bijdrage van Catrien Bijleveld). Een andere reden waarom de ‘kwanti-kwali-discussie’ wat lijkt uitgewoed, is de opkomst van allerlei nieuwe technologieën die veel meer variëteit hebben gebracht in methoden van wetenschappelijk onderzoek. En stuk voor stuk brengen die nieuwe methoden weer hun eigen dilemma’s en beperkingen met zich mee die niet goed passen in de aloude kwanti-kwali-discussie. Te denken valt aan toepassingen van Big Data, Google Trends, smartwatches, smartphones, internet, sociale media en virtual reality. Zo stuiten onderzoekers die gebruik maken van Big Data op het probleem dat er veel teveel (onverwachte) verbanden worden gevonden tussen variabelen. Hoe maak je onderscheid tussen verbanden die nieuwe inzichten bieden en correlaties die triviaal zijn? Verrassend genoeg blijkt menselijke intuïtie nog altijd onmisbaar (zie de bijdrage van Bart Custers). De auteurs in dit themanummer over vernieuwende onderzoeksmethoden is gevraagd om niet alleen de mogelijkheden en voordelen van deze methoden te beschrijven, maar ook stil te staan bij beperkingen en (ethische) dilemma’s.