• Cijfers civielrechtelijke procedures en rechtsbijstand - Instroom (buiten)gerechtelijke procedures en afgegeven toevoegingen

      Voert, M. ter (WODC, 2014)
      Dit factsheet geeft ontwikkelingen weer van het beroep dat de afgelopen jaren is gedaan op (buiten)gerechtelijke procedures en gesubsidieerde rechtsbijstand. Het factsheet beperkt zich tot civielrechtelijke zaken en geeft een beknopt overzicht van:de instroom van zaken bij buitengerechtelijke procedures;de instroom van zaken bij gerechtelijke procedures;het aantal afgegeven toevoegingen op het gebied van het civiele recht.
    • Civiele rechtspraak

      Eshuis, R.J.J.; Diephuis, B.J. (WODC, 2018)
      Dit factsheet heeft de civiele rechtspraak als onderwerp. Het is een geactualiseerde versie van het vierde hoofdstuk uit de publicatie ‘Rechtspleging Civiel en Bestuur’, dat in 2013 voor het laatst in druk verscheen. De gepresenteerde gegevens omvatten in- en uitstroomgegevens, doorlooptijden en gegevens over het soort geschil en het financieel belang.
    • De civiele procedure bij de kantonrechter - Evaluatie van een vernieuwing

      Klijn, A.; Cozijn, C.; Paulides, G. (WODC, 1994)
      Doel: Op 30 december 1991 werd een wijziging van de civiele kantongerechtsprocedure van kracht. Deze houdt in een wijziging van de dagvaardingsprocedure (nu, naast dagvaarding via een deurwaarder, ook mogelijk via een door de eiser in te vullen formulier), en het creëren van een door de kantonrechter te treffen voorlopige voorziening (te vergelijken met het kort geding bij de rechtbank). Het onderzoek zal inzicht moeten geven in enerzijds de mate waarin van de nieuwe procedure gebruik gemaakt wordt binnen de diverse soorten zaken (geldvorderingen, huurzaken, arbeidszaken), en anderzijds de overwegingen die aan de keuze voor de ene dan wel de andere procedure ten grondslag liggen. Deze vragen zijn van belang omdat de nieuwe procedure zowel gericht is op vergroting van de efficiency bij de kantongerechten als op vergroting van de toegankelijkheid. De volgende drie vragen worden in dit onderzoek beantwoord: 1) In welke frequentie en onder welke omstandigheden wordt thans gebruik gemaakt van de nieuwe procesfaciliteiten? 2) In hoeverre kan men stellen dat de huidige praktijk voldoet aan de in het vooruitzicht gestelde verwachtingen? 3) Welke factoren zijn ter verklaring van de gerealiseerde situatie aan te voeren? Opzet: Ten behoeve van dit onderzoek zal dossiermateriaal verzameld worden bij kantongerechten. Daarnaast wordt getracht worden via interviews inzicht te krijgen in de beweegredenen van eisers.
    • Duitsland-Nederland en de afdoening van strafzaken

      Tak, P.J.P.; Fiselier, J.P.S. (Katholieke Universiteit Nijmegen, 2002)
      Dit rapport geeft inzicht in de omvang van het strafrechtelijk apparaat in Nederland en Nordrheinwestfalen (DBR) en gaat in op de belangrijkste verschillen in de wijze van afdoening van strafzaken in beide landen. De wijze van afdoening in NRW, voorzover deze afwijkt van die in Nederland, staat in de beschrijving centraal, omdat deze een doorslaggevende factor is bij de verklaring van het verschil in omvang van het strafrechtelijk apparaat. Het onderzoek bestaat uit twee delen. In het eerste deel wordt beschreven in welke mate Nordrhein-Westfalen en Nederland vergelijkbaar zijn. Die vergelijkbaarheid wordt op drie onderdelen getoetst: de demografische, de sociaal-economische en de strafrechtelijke. In het onderdeel over de demografische opbouw van Nordrhein-Westfalen en Nederland worden kerncijfers gegeven ten aanzien van het inwoneraantal, de gebiedsgrootte, de bevolkingsdichtheid en de bevolkingssamenstelling. De demografische gegevens worden gevolgd door sociaal-economische kerngegevens inzake de industriële ontwikkeling, im- en export en het bruto binnenlands product. Tot slot wordt in het eerste deel ingegaan op de omvang van de criminaliteit en de strafrechtelijke rechtshandhaving, alsmede op de sterkte van politie en justitie. Het onderzoek naar de omvang van het strafrechtelijk apparaat in Nederland vergeleken met dat van Nordrhein-Westfalen toont aanzienlijke verschillen. Het tweede deel van deze studie geeft een mogelijke verklaring van deze verschillen.
    • Het onderzoek ter zitting - Onderzoeksproject Strafvordering 2001: eerste interimrapport

      Groenhuijsen, M.S. (red.); Knigge, G. (red.) (Katholieke Universiteit Brabant, 1999)
      In dit boek wordt verslag gedaan van de resultaten van het eerste jaar van het onderzoeksproject Strafvordering 2001. In deze periode is studie verricht naar het onderzoek ter zitting. Op basis van een algemene beschouwing over het doel en de functie van het strafproces is een procesmodel ontwikkeld waarin de rollen van de verschillende procesactoren ten opzichte van elkaar zijn gedefinieerd. Dit model ligt ten grondslag aan de concrete voorstellen die worden gedaan tot wijziging van het procesrecht. Het gaat daarbij onder meer om de invoering van een drie sporen-proces; om de mogelijkheid minder ernstige feiten buiten de rechter om te beboeten; om de terugdringing van verstekzaken en de invoering van domiciliekeuze; om een actievere rol van de rechter met betrekking tot vormfouten en de ondervraging van getuigen; om de verbetering van de rechtspositie van getuigen en slachtoffers; om meer waarborgen met betrekking tot de onafhankelijkheid van de rechter en om een vrijer bewijsrecht.
    • Kostprijzen, tarieven en prijsafspraken voor ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders

      Winter, H.; Geertsema, B.; Boxum, Ch.; Beukers, M.; Vermeulen, G.P. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2019)
      Het onderzoeksrapport doet verslag van twee deelonderzoeken. Deelonderzoek A gaat in op de integrale kostprijzen van ambtshandelingen verricht door gerechtsdeurwaarders, eventuele spreiding daarin en de oorzaken van die spreiding. Deelonderzoek B betreft de gevolgen van het maken van prijsafspraken tussen schuldeisers en gerechtsdeurwaarders voor de bedrijfsvoering en het verdienmodel van de gerechtsdeurwaarders en voor de financiële positie van schuldenaren, gerechtsdeurwaarders en schuldeisers. INHOUD: 1. Inleiding 2. Kader 3. Deelonderzoek A: Kostprijsberekening 4. Deelonderzoek B: Prijsafspraken 5. Analyse en conclusies
    • Modaliteiten van betekening in rechtsvergelijkend perspectief

      Mevis, P.A.M.; Verbaan, J.H.J.; Postma, L. (medew.) (Erasmus Universiteit Rotterdam - School of Law, 2012)
      De centrale vraagstelling van het onderzoek is: welke regelingen en modaliteiten bestaan er in de onderzochte landen (België, Duitsland, Engeland, Noorwegen en Zwitserland) inzake de betekening van stukken in strafzaken die kunnen bijdragen aan de verbetering van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen in Nederland? In hoeverre zijn die regelingen en modaliteiten werkbaar en in hoeverre zijn zij, in het licht van het EVRM en EHRM, acceptabel? INHOUD: 1. Inleiding 2. Resultaten uit de Quick Scan 3. België 4. Duitsland 5. Engeland 6. Noorwegen 7. Zwitserland 8. De Europese context: EVRM en EHRM 9. Slotbeschouwing: enige voor Nederland relevante conclusies
    • Over gerechtsdeurwaarders

      Unknown author (WODC, 1999)
      Gerechtsdeurwaarders zijn zich de laatste decennia veel meer gaan toeleggen op lucratieve, nietambtelijke taken als incassowerkzaamheden en procesvertegenwoordiging. De tijd dat de deurwaarder een 'onbezoldigd openbaar ambtenaar' was die zich vooral richtte op het uitreiken van dagvaardingen, ligt achter ons. Ook afspraken over de territoriale verdeling van het arrondissement behoren tot het verleden. Deurwaarders bezien elkaar steeds meer als concurrenten. Deregulering van marktgevoelige aspecten (vrije vestiging en tarieven) gaat gepaard met regulering van professionele aspecten van de beroepsuitoefening (toezicht en controle). Dat geeft aan dat de gerechtsdeurwaarder openbaar ambtenaar en ondernemer tegelijk is. Net als de notaris (zie JV 2/1997) draagt hij twee petten en zit dus ideologisch vaak met zichzelf in de knoop. In de bijdragen aan dit nummer is die spanningsverhouding goed waar te nemen.
    • Prognosemodellen justitiële ketens - Civiel en bestuur: modelversie 1.0

      Leertouwer, E.C.; Tulder, F.P. van; Diephuis, B.J.; Folkeringa, M.; Eshuis, R.J.J.; Gammeren, M. van (medew.); Son, A. van (medew.); Visser, Y. (medew.); Dijkhoff, N. (medew.) (WODC, 2005)
      Dit rapport beschrijft de eerste versie van een prognosemodel van het beroep op de civiele en bestuursrechter. De ambitie is om het model in de komende jaren te verbeteren en verder uit te breiden. INHOUD: 1. Inleiding 2. Organisatie van de rechtspraak 3. Inzichten uit theorieën 4. Modelbouw en schattingsmethode 5. Ontwikkeling verklarende variabelen 6. Civiel, kanton dagvaardingen 7. Civiel, kanton verzoekschriften 8. Civiel, rechtbank dagvaardingen 9. Civiel, rechtbank verzoekschriften 10. Civiel, hoger beroep en cassatie 11. Bestuur, rechtbank, eerste aanleg 12. Bestuur, niet-rechtbank, eerste aanleg 13. Bestuur, hoger beroep en cassatie 14. Conclusies
    • Tabellenrapport verkeerszaken

      Coenen, A.W.M.; Essers, J.J.A. (WODC, 1976)
      Ten behoeve van dit onderzoek werd aan de kantongerechten gevraagd de 10 eerste en de 10 laatste eenvoudige verkeerszaken op de rol te selekteren en een aantal vragen (nader aangeduid in de Inleiding) op een schema in te vullen. Vervolgens werden 2 soorten zaken onderscheiden, namelijk zaken waarbij een schikkingsvoorstel werd gedaan en zaken waarbij geen schikkingsvoorstel werd gedaan. Voor alle zaken werd het tijdsverloop tussen de datum van het feit en alle verschillende data in de berechtingsprocedure berekend en uitgezet tegen respectievelijk arrondissement, aard van het feit en de manier van behandeling van de zaken.