• Facilitering van mobiele bendes - Research synthese

      Gestel, B. van (WODC, 2014)
      De minister van Veiligheid en Justitie heeft de afgelopen jaren meerdere malen zijn zorgen geuit over het brede scala aan vermogensdelicten dat door rondtrekkende bendes wordt gepleegd en over de schade die dat bij burgers en bedrijven teweegbrengt (o.a. Kamerbrief 9 oktober 2013, Vergaderjaar 2013-2014, Tweede Kamerstukken 29911 nr. 85; Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar resp. 2009–2010 en 2010-2011, 28684, nrs. 273 en 301). Een intensivering van de aanpak van het probleem is volgens de minister vereist op zowel nationaal als Europees niveau. Doel van deze research synthese is kennis vergaren over de facilitering van mobiel banditisme. Het gaat bij facilitering om actoren en omstandigheden die - bewust of onbewust - mobiel banditisme mogelijk maken en gelegenheid bieden voor deze criminaliteit. INHOUD: 1. Inleiding 2. Theoretisch kader 3. Voorbereidingen 4. Planning en uitvoering van de roof 5. Verwerking van de buit 6. Slotbeschouwing
    • Incidenten en misdrijven door COA-bewoners 2017-2021

      Noyon, S.M.; Latenko, A.; Vink, M.E.; Braak, S.W. van den (WODC, 2022-06-22)
      Tot en met 2020 werd deze publicatie verzorgd door de Analyse-proeftuin Migratieketen (APM) van de directie Regie Migratieketen, onderdeel van het Directoraat-Generaal Migratie (DGM) van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het onderhavige rapport is het eerste dat onder WODC-vlag verschijnt. Vanaf deze editie zal het WODC de rapportage jaarlijks uitbrengen. In de komende jaren zal dit product bovendien verder verfijnd worden. Bij dit rapport dient opgemerkt te worden dat het nadrukkelijk het karakter van een monitor heeft. Een monitor kenmerkt zich door een beschrijvend karakter, waarmee een algemeen beeld wordt geschetst. Door over de jaren eenzelfde opzet aan te houden, kunnen opeenvolgende publicaties vergeleken worden. Aanvullende analyses zullen onderwerp zijn van (toekomstige) verdiepende studies en vallen buiten de scope van dit rapport. Het doel van de onderhavige rapportage is tweeledig. Ten eerste worden incidenten op COA-locaties (in relatie tot de totale groep COA-bewoners) beschreven en wordt daarmee een algemeen beeld geschetst van de situatie op COA-locaties. Daarnaast geeft het een overzicht van de misdrijven waarvan bewoners tijdens hun verblijf op COA-locaties verdacht werden. Om deze cijfers in perspectief te kunnen plaatsen, worden waar mogelijk vergelijkingen gemaakt met criminaliteitscijfers over de algemene Nederlandse bevolking. Door een rapportageperiode van vijf jaar aan te houden, kunnen bovendien ontwikkelingen over de tijd in kaart gebracht worden. Hoewel deze en toekomstige edities vergelijkbaar zullen zijn van jaar tot jaar, heeft het WODC een andere werkwijze gehanteerd dan APM. Dit betekent dat de hier gerapporteerde cijfers en trends niet zonder meer vergelijkbaar zijn met die uit eerdere edities. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Beleidscontext, 3. Vreemdelingen op COA-locaties, 4. Incidenten waarbij COA-bewoners zijn betrokken, 5. Misdrijven waarvan COA-bewoners worden verdacht, 6. Conclusie en discussie.
    • Incidenten en misdrijven op en rond COA-locaties - Een duiding van COA- en politiecijfers over de periode 2018-2019

      Kruize, P.; Gruter, P. (Ateno, 2022-03-10)
      De centrale vraag die met dit onderzoek wordt beantwoord, luidt als volgt: Hoe kan de stijging in de periode 2018-2019 van het aantal incidenten op COA-locaties en de van misdrijven verdachte personen die op enig moment in het peiljaar op een COA-locatie verbleven worden geduid? Voor het beantwoorden van deze vraag is een analyse gemaakt van de incidenten op COA-locaties en van de criminaliteit waarvan COA-bewoners zijn verdacht. Hierbij is ook ingezoomd op kwaliteit van de geregistreerde data. Tevens zijn de kenmerken van de asielzoekers en COA-locaties beschreven. Voor het onderzoek waarbij het Incidentenoverzicht 2019 het uitgangspunt vormt, zijn drie onderzoeksmethoden gebruikt, namelijk: deskresearch, bestandsanalyse en een interviewronde. De databestanden zoals gebruikt voor het maken van het Incidentenoverzicht 2019 zijn opnieuw samengesteld, en waar mogelijk aangevuld met relevante extra variabelen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Opvang van asielzoekers in vogelvlucht 3. COA-incidenten 4. Misdrijven 5. Conclusies
    • Over grenzen op dievenpad - Een onderzoek naar de facilitering van mobiele bendes

      Gestel, B. van; Kouwenberg, R.F. (WODC, 2016)
      Doel van dit onderzoek is om actuele informatie te verzamelen over de facilitering van mobiele bendes, specifiek gericht op de Nederlandse situatie. In dit onderzoek staan de volgende vragen centraal: Hoe zijn de mobiele bendes samengesteld en op welke delicten zijn zij gericht? Op welke wijze worden mobiele bendes in Nederland gefaciliteerd? Welke actoren en omstandigheden kunnen daarbij worden onderscheiden? Op welke wijze wordt tijdens of na een opsporingsonderzoek informatie uitgewisseld met opsporingspartners in andere regio’s en andere landen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Theoretisch kader 3. Zaken en verdachten 4. Voorbereiding en uitvoering van het criminele bedrijfsproces 5. Verwerking van de buit 6. Faciliterende dimensies en de opsporing 7. Informatie-uitwisseling 8. Slotbeschouwing
    • Stoppen of verplaatsen? - Een literatuuronderzoek over gelegenheidsbeperkende preventie en verplaatsing van criminaliteit

      Hesseling, R.B.P. (WODC, 1994)
      In de ene wijk worden de woningen voorzien van hang- en sluitwerk, in een andere wijk niet. Sommige bedrijven beveiligen zich wel en andere niet en de politie surveilleert op het ene tijdstip intensiever dan op het andere tijdstip. Met andere woorden, men tracht de criminaliteit te voorkomen door gelegenheidsbeperkende maatregelen in een specifiek projectgebied. Deze wijze van criminaliteitspreventie wordt verschillend gewaardeerd. Enerzijds zijn er auteurs die beweren dat een dergelijke aanpak leidt tot minder criminaliteit, anderzijds zijn er critici die stellen dat zo'n aanpak de criminaliteit alleen of grotendeels verplaatst. Op basis van een literatuurstudie is de huidige kennis met betrekking tot criminaliteitspreventie en verplaatsing systematisch in kaart gebracht. Er wordt o.a. geconcludeerd dat de veel gehuldigde stelling, dat gelegenheidsbeperkende preventie tot verplaatsing leidt, in de praktijk maar ten dele opgaat.
    • Wat kunnen we leren over de preventie van woninginbraken?

      Piepers, N.; Soomeren, P. van; Pluijm, M.; Struick, I. (medew.) (DSP-groep, 2021-12-30)
      Het aantal woninginbraken in Nederland is fors teruggelopen de laatste jaren. In 2012 werden er nog zo’n 92.000 inbraken gemeld, in 2019 waren dat er nog 40.000. Ten tijde van Corona daalde dit aantal in 2020 naar 30.000. De impact van woninginbraken is groot en de kosten zijn aanzienlijk. De ervaring leert dat een daling van de woninginbraken op termijn soms weer gevolgd wordt door een stijging. Daarbij komt dat het aantal woninginbraken landelijk weliswaar afneemt, maar die afname blijft in bepaalde situaties achter waardoor er nog steeds zorgwekkende concentraties zijn. In dit literatuuronderzoek staan drie onderzoeksvragen centraal: 1. Welke ontwikkelingen zijn er op het gebied van woninginbraak om te bepalen waar en op wie preventieve maatregelen het beste ingezet kunnen worden? 2. Zijn er preventieve maatregelen in het buitenland die we in Nederland nog niet kennen? 3. Wat kunnen we in Nederland - op basis van buitenlandse literatuur - beter en anders doen bij de inzet van preventieve maatregelen die we reeds toepassen tegen woninginbraak? INHOUD: 1. Inleiding 2. Woninginbraken in perspectief 3. Nieuwe maatregelen, zijn die er wel? 4. Verbetermogelijkheden voor Nederland 5. Conclusie