• Biometrics in the aliens' identity chain - A literature study

      Meuwly, D.; Baker, N. (University of Twente - Faculty of Electrical, Mathematics and Computer Sciences, 2020)
      In the Netherlands, the aliens’ identity chain is an identity management process, which is part of the migration chain. It relies on two types of personal data: biographic, such as date and place of birth, name and nationality, and biometric, such as fingerprints, face and irides. Biometric technology is used in the aliens’ identity chain to (quickly) achieve automated identity verification and identification of aliens (immigrant or resident, legal or illegal).This literature study focuses exclusively on the role of biometric data in the aliens’ identity chain. At present the fingerprint is the single biometric mode automated for this purpose. It aimed at understanding the capabilities and limits of the fingerprint made in the current operational biometric process and to make an inventory of what is known about the possibilities to improve and/or combine the use of fingerprints and other biometric modes in a multimodal approach. Eventually, the purpose is to improve the verification of identity and identification processes in the aliens’ identity chain as applied by the Netherlands. CONTENT: 1. Introduction 2. Current implementations 3. Properties of the biometrics modes 4. Discussion 5. Conclusion 6. Aknowledgements 7. References
    • De toepassing van handpalmafdrukken voor de opsporing en vervolging

      Malsch, M.; Berg, T. van den; Hornman, M.; Lammers, M.; Wilde, B. de; Stevens, L. (Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), 2017)
      In het wetgevingsoverleg van 17 november 2014 heeft de minister van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer toegezegd om samen met politie en OM te bezien of en hoe de inzet van handpalmafdrukken bij de opsporing en vervolging binnen de huidige wetgeving voldoende benut kan worden (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2014-2015, 29628 nr. 490). De centrale vraagstelling van het onderzoek luidt:Hoe is het nemen, het gebruik en de opslag van handpalmafdrukken ten behoeve van de strafvordering juridisch genormeerd in Nederland en een aantal andere landen en in de supranationale jurisprudentie, hoe worden deze normen in de praktijk toegepast, wat is de meerwaarde van het gebruik van handpalmafdrukken voor de strafvordering en is standaardafname en/of verbetering van de wettelijke regeling in dit licht wenselijk en toelaatbaar binnen de (supra)nationale juridische kaders?Deze vraagstelling is in het rapport onderverdeeld in een aantal hoofdonderwerpen, te weten: juridisch kader (inclusief vraagstukken betreffende privacy), vergelijking tussen landen, inclusief de vraag naar standaardafname, praktijk van toepassing, en te verwachten meeropbrengst van handpalmafdrukken. INHOUD: 1. Inleiding 2. De handpalmvergelijking: dactyloscopie, databank, procedure en relatie tot andere typen sporen 3. Juridisch kader 4. Toepassing in de praktijk I: politie en Openbaar Ministerie 4. Toepassing in de praktijk II: rechterlijke uitspraken 5. Rechtsvergelijking 6. Conclusies
    • Eén spoor is geen spoor - Naar een landelijke sporendatabank voor informatiegestuurde opsporing

      Stol, W.Ph.; Kop, N.; Koppenol, P.A.; Evers, F.C.M. (medew.); Binnekamp, R. (medew.) (WODC, 2005)
      In het veiligheidsprogramma Naar een veiliger samenleving hebben de politieministers het voornemen geuit maatregelen te treffen om de kwaliteit van het recherchewerk te verhogen. In dat verband is aangekondigd dat een ‘landelijke sporendatabank’ tot stand zal worden gebracht. Dit voornemen tot integratie van opsporingdatabanken sluit aan bij de beoogde herstructurering van de informatiehuishouding van de Nederlandse politie. In een landelijke sporendatabank zouden verschillende sporen - zoals vingerafdrukken, werktuigsporen, kogel-, hulzen-, schoen- en digitale sporen - op gestandaardiseerde wijze opgeslagen en met elkaar vergeleken kunnen worden. Zo kunnen verbanden tussen delicten aan het licht komen, waardoor zaken opgehelderd kunnen worden. (Vooruitlopend op zo’n landelijke sporendatabank, om al vast ervaringen op te doen met het gekombineerd gebruik van sporen, is per 1 januari 2004 een pilot gestart waarin forensisch-technische informatie uit de DNA-databank en HAVANK (vingersporen) aan elkaar worden gerelateerd.) Een landelijke sporendatabank moet uiteindelijk leiden tot een betere bestrijding van de criminaliteit, vooral ten aanzien van High Volume Crime (o.a. woninginbraken en diefstallen) en veelplegers. Dit onderzoek geeft inzicht in de mogelijkheden en beperkingen van een landelijke sporendatabank.
    • Evaluatie van de Wet biometrie vreemdelingenketen

      Winter, H.; Klingenberg, A.; Bex-Reimert, V.; Geertsema, B.; Krol, E. (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit Rechtsgeleerdheid, 2017)
      De probleemstelling van het onderzoek luidt als volgt: Voor welke doeleinden worden biometrische kenmerken van vreemdelingen gebruikt, wordt bij de verwerking van biometrische gegevens voldaan aan de wettelijke vereisten en voldoen deze gegevens aan de criteria van kwaliteit en betrouwbaarheid en in hoeverre worden de doelstellingen gerealiseerd die de wetgever met de Wet biometrie vreemdelingenketen voor ogen stonden? De onderzoeksvraag valt uiteen in drie deelvragen: Welke doelstellingen beoogde de wetgever te bereiken met de invoering van de Wet biometrie vreemdelingenketen, welke beleidstheorie ligt aan de keuze van die doelstellingen ten grondslag en in hoeverre is de beleidstheorie ex ante gefundeerd? Handelen de verschillende ketenpartners bij enerzijds de afname en de registratie en anderzijds het gebruik en de benutting van biometrische gegevens volgens de wettelijke vereisten? Voldoen de afgenomen gegevens aan de criteria kwaliteit en betrouwbaarheid? In hoeverre zijn sinds 1 maart 2014 de beoogde effecten en eventuele neveneffecten opgetreden en in hoeverre is dat toe te schrijven aan de in de wet geboden verruimde mogelijkheid om biometrische gegevens af te nemen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Beleidsreconstructie 3. Wettelijke vereisten 4. Betrouwbaarheid en kwaliteit van gegevens 5. Gebruik van biometrie in de vreemdelingenketen 6. Conclusie en aanbevelingen
    • Nieuwe technologieën in opsporing en veiligheidszorg

      Vries, A. de; Smit, S.; Kitchin, R.; Cuijpers, C.; Schendel, S. van; Custers, B.; Vergouw, B.; Flight, S.; Elands, P.J.M.; Dignum, M.V.; et al. (WODC, 2016)
      ARTIKELEN: 1. A. de Vries en S. Smit - Predictive policing: Politiewerk aan de hand van voorspellingen 2. R. Kitchin - Datagestuurde stedelijke planning en ‘smart cities’ 3. C. Cuijpers en S. van Schendel - Data Protection by Design als argument in het FBI vs. Apple debat 4. B. Custers en B. Vergouw - Technologie voor opsporing en handhaving: Kansen, ervaringen en knelpunten 5. S. Flight - Politie en beeldtechnologie: Gebruik, opbrengsten en uitdagingen 6. P.J.M. Elands - Drones: Zegen of vloek? 7. M.V. Dignum en J. van den Hoven - Reflecties op het verantwoord gebruik van kunstmatige intelligentie SAMENVATTING: De opkomst van nieuwe technologieën stelt de politie en andere rechtshandhavingsinstanties in staat proactiever en effectiever te opereren. De toepassing van deze technologieën in het publieke veiligheidsdomein roept echter ook allerlei vragen op met betrekking tot privacy en andere grondrechten van burgers. Dit themanummer beoogt enerzijds die nieuwe technologische toepassingen te beschrijven en anderzijds de (mogelijke) consequenties daarvan nader te beschouwen en aan discussie te onderwerpen. Naast afzonderlijke artikelen over concrete technologische toepassingen (beeldtechnologie, drones) gaat de aandacht uit naar enkele belangrijke trends die alle voortvloeien uit de groeiende beschikbaarheid van – onderling koppelbare – grote hoeveelheden data afkomstig uit allerlei bronnen. Bij politiekorpsen wereldwijd heeft dit geleid tot een de groeiende populariteit van predictive policing: politiewerk doen aan de hand van voorspellingen die gebaseerd zijn op een enorme verzameling historische gegevens over o.a. delicten, de plegers ervan en criminaliteitspatronen, gecombineerd met realtime data. Het politieoptreden wordt aldus datagestuurd en meer op preventie gericht. Een stap verder is prescriptive policing, waarbij de data aangeven wat de meest effectieve interventie zou zijn. Met de film Minority Report in gedachten doemen de zwartste scenario’s op: krijgen we een ‘gedachtenpolitie’ , staat de onschuldpresumptie op het spel? Deze vragen zijn des te prangender wanneer de rechtshandhaving steeds meer wordt overgelaten aan drones en robots. De grote uitdaging in dit verband is hoe ethische, maatschappelijke en juridische waarden al in het ontwerpproces van articificiële intelligentie toepassingen kunnen worden ingebouwd. Iets soortgelijks speelt met betrekking tot de bescherming van persoonlijke gegevens en privé-communicatie bij het gebruik van computers en smartphones e.d. Nieuwe Europese wetgeving schrijft voor dat gegevensbescherming wordt ingebouwd in producten en diensten, een principe dat wordt aangeduid met de term Data Protection by Design and Default.
    • Vaststelling en uitwisseling van identificerende gegevens de EU

      Noorloos, M. van; Spapens, T. (Tilburg University - Tilburg Law School, 2017)
      Het correct vaststellen van iemands identiteit in strafrechtelijk kader is van essentieel belang. Onschuldigen die slachtoffer worden van identiteitsverwisseling, kunnen daarvan jarenlang ernstige gevolgen ondervinden. Omgekeerd kunnen ‘schuldigen’ door een valse identiteit juist problemen met de overheid vermijden. De Wet Identiteitsvaststelling Verdachten, Veroordeelden en Getuigen (WIVVG) heeft de wijze van identificatie van verdachten en veroordeelden (evenals getuigen) in het Nederlandse strafrecht in 2010 ingrijpend gewijzigd. Daarmee wordt, onder meer, beoogd om zo goed mogelijk te garanderen dat correcte identificatie en verificatie in de hele strafrechtsketen gewaarborgd blijft. De vraag is echter hoe ook zo goed mogelijk kan worden gegarandeerd dat identificerende informatie die vanuit andere EU-landen wordt verstuurd of aangeboden correct is. Die vraag stond in het onderhavige onderzoek centraal: kwetsbaarheden in het uitwisselingsproces zijn in kaart gebracht en er is nagegaan of toepassing van biometrische methoden daarvoor een oplossing biedt.
    • Vervolgevaluatie van de Wet biometrie vreemdelingenketen

      Winter, H.; Bex-Reimert, V.; Geertsema, B.; Hollenberg, S.; Krol, E. (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit rechtsgeleerdheid, 2019)
      De toegang, toelating, uitzetting van en het toezicht op vreemdelingen is in Nederland geregeld in de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000). Met de Wet van 11 december 2013 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de uitbreiding van het gebruik van biometrische kenmerken in de vreemdelingenketen in verband met het verbeteren van de identiteitsvaststelling van de vreemdeling (hierna: Wet biometrie vreemdelingenketen, Wbvk) is per 1 maart 2014 de Vw 2000 gewijzigd. De Wbvk voorziet in een uitbreiding van het gebruik van biometrie in de vreemdelingenketen. De afname en verwerking van een gezichtsopname en tien vingerafdrukken van in beginsel alle vreemdelingen in alle vreemdeling-rechtelijke processen is mogelijk gemaakt. Daarnaast kunnen deze biometrische gegevens centraal in de vreemdelingenadministratie (de Basisvoorziening Vreemdelingen, afgekort BVV) worden opgeslagen en kunnen zij worden geraadpleegd. In 2016 heeft een eerste evaluatie van de Wet Biometrie plaatsgevonden (Zie link bij: Meer informatie). Dit onderzoek is een vervolg van deze evaluatie. De probleemstelling van het onderzoek bestaat uit twee onderdelen:In welke mate bereikt de Wbvk zijn doelen?Hoe verhoudt de wet zich tot de Europese ontwikkelingen tot implementatie van informatiesystemen waarin biometrie wordt opgeslagen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Beleidsreconstructie 3. Juridisch kader 4. Procesevaluatie 5. Kwaliteit en betrouwbaarheid van de biometrische gegevens 6. Gebruik van biometrie in de vreemdelingenketen 7. Analyse 8. Europeesrechtelijke ontwikkelingen 9. Samenvatting en conclusies