• De strafbare belediging

      Kaaden, J.J. van der (WODC, 1979)
      Er zou informatie moeten worden verschaft over de aard van de beledigingen, de persoon van de belediger en beledigde, en de gebezigde scheldwoorden. Daarnaast zou in dit onderzoek ook moeten worden nagegaan of en in welke mate het enkele feit dat de politie thans tot ingrijpen bevoegd is - een bevoegdheid die zou vervallen, indien belediging niet meer strafbaar zou zijn - bijdraagt tot conflictoplossing of tot het voorkomen van erger. Van dit onderzoek wordt in dit rapport verslag gedaan.
    • De transactie in misdrijfzaken - een beleidsevaluatie

      Kommer, M.M.; Essers, J.J.A.; Damen, W.A.F. (WODC, 1986)
      Op 1 mei 1983 verkreeg de officier van justitie de bevoegdheid om in gewone misdrijfzaken (met ten hoogste een strafmaximum van 6 jaar gevangenisstraf) een transactie aan te bieden, d.w.z. de verdachte mede te delen bij voldoening aan een of meer transactievoorwaarden bereid te zijn van verdere strafvervolging af te zien. Op verzoek van de vergadering van procureurs-generaal bij de Gerechtshoven is door het WODC een onderzoek uitgevoerd naar de toepassing van deze transactiebevoegdheid. Van dit onderzoek wordt hier verslag gedaan. Onderzoeksvragen waren:in welke gevallen (soort delict, ernst, persoon verdachte) wordt een transactie-aanbod gedaan;hoe vaak wordt hieraan (per delictscategorie) voorwaarden verbonden, in het bijzonder die van schadeloosstelling van de gedupeerde; in welke mate worden de transactievoorstellen (inclusief de voorwaarden) aanvaard;welke afdoening krijgen de niet-aanvaarde transactievoorstellen en op welke termijn gebeurt dit?
    • Discriminatie: van aangifte tot vervolging - De gang van discriminatiezaken door de strafrechtketen

      Kruize, P.; Gruter, P. (Ateno - Bureau voor Criminaliteitsanalyse, 2015)
      Er zijn feitelijk twee aanleidingen voor dit onderzoek. Enerzijds is dat de wens de gang van discriminatiezaken door de strafrechtketen in kaart te brengen en anderzijds de wens om inzicht te verkrijgen in slachtofferschap van discriminatie (haatcriminaliteit). Het gemeenschappelijke is dat beide verzoeken betrekking hebben op discriminatie. De methode en de uitwerking zijn echter verschillend en daarom is er voor gekozen het rapport twee delen te geven. Deel I heeft betrekking op ervaren slachtofferschap van discriminatie en registraties bij politie en Openbaar Ministerie. Deel II beschrijft de gang van discriminatiezaken door de strafrechtketen. iNHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden van onderzoek (Deel I) 3. Ervaren discriminatie 4. Registratie bij politie en OM 5. Conclusies (Deel I) 6. Methoden van onderzoek (Deel II) 7. In- en uitstroom bij de politie 8. In- en uitstroom bij het OM 9. Afdoening en strafmaat bij discriminatie 10. Conclusies (Deel II)
    • Discriminatieaspect als strafverzwarende omstandigheid - Cijfers en praktijkervaringen

      Kruize, P.; Gruter, P.; Suchtelen, T. van (medew.) (Ateno, 2020)
      In de huidige Aanwijzing Discriminatie (2018A009) worden commune delicten met een discriminatieaspect – afgekort tot CODIS-feiten – als volgt omschreven: Het gaat dan bijvoorbeeld om delicten als mishandeling, openlijke geweldpleging, eenvoudige belediging, bedreiging, opruiing, vernieling, brandstichting of doodslag waarbij een discriminatieaspect ex artikel 137c Sr als motief of aanleiding heeft gespeeld, of gebruikt is om het delict indringender te plegen. Ook als het discriminatieaspect is gelegen in een genderidentiteit die niet past bij het geboortegeslacht wordt dit beschouwd als een commuun delict met discriminatieaspect. Het doel van het onderzoek is om na te gaan in hoeverre de beleidsintensiveringen in de strafrechtelijke aanpak van discriminatie sinds 2015 hebben bijgedragen aan het intensiever betrekken van een discriminatieaspect bij de strafeis en straftoemeting en de inzichtelijkheid daarvan. Met de resultaten van het onderzoek wordt bezien in hoeverre er aanleiding is een discriminatieaspect als strafverzwarende omstandigheid op te nemen in de wet. Het andere deelonderzoek betreft een rechtsvergelijking (zie link hiernaast). INHOUD: 1. Inleiding 2. Registratie van discriminatiezaken 3. Inzicht in discriminatiezaken 4. Discriminatieaspect als strafverzwaring 5. Aandacht voor het discriminatieaspect 6. Conclusies
    • Evaluatie van de strafvorderingsrichtlijn kwalificerende slachtoffers

      Aa, S. van der; Vorm, B. van der; Pemberton, A.; Kesteren, J. van; Letschert, R. (WODC, 2008)
      Doelstelling van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de werking en toepassing van de strafvorderingsrichtlijn van het Openbaar Ministerie inzake geweld tegen beroepsbeoefenaars (waaronder politiepersoneel), slachtoffers van burgermoed en personen die in een afhankelijke situtatie tot de dader stonden. Deze richtlijn is per 1 december 2006 in werking getreden.
    • Godslastering, discriminerende uitingen wegens godsdienst en haatuitingen - Een inventariserende studie

      Stokkom, B.A.M. van; Sackers, H.J.B.; Wils, J.-P. (WODC, 2007)
      Naar aanleiding van de moord op Theo van Gogh op 2 november jl. is bij brief van de Minister van Justitie aan de Tweede Kamer kenbaar gemaakt dat een mogelijke verruiming van de strafbaarstellingen van belediging en godslastering zou worden onderzocht. De probleemstelling van deze studie luidt: welke plaats heeft de strafbaarstelling van godslastering, discriminatie wegens godsdienst en (religieuze) haatuitingen in het wetboek gekregen, op welke gronden worden de betreffende verboden gelegitimeerd - de verhouding tot de vrijheid van meningsuiting - en hoe worden ze toegepast en gehandhaafd? INHOUD: 1. Probleemverkenning 2. Deel 1: Normatieve perspectieven: Godslastering en kwetsing van overtuigingen: een historische blik 3. Vrijheid van meningsuiting: rechtvaardiging en redenen voor inperking 4. Deel 2: religiegerelateerde uitingsdelicten in het Nederlands strafrecht: Godslastering 5. Discriminerende uitingen wegens godsdienst 6. Deel 3: Rechtsvergelijkende excursies: Godslastering in enkele buitenlandse rechtstelsels 7. Strafbaarstelling 'religieuze haat' in Engeland en de Verenigde Staten 8. Deel 4: De problematiek van haat zaaien: inzicht en uitzicht: Haatuitingen en -incidenten in Nederland: enkele kerngegevens 9. Bestrijdingen en haatuitingen 10. Conclusies
    • Onderzoek naar strafmaxima in het wetboek van strafrecht

      Hoevenaars, J.; Hullu, J. de; Koopmans, I.M.; Oosten, M. van (Katholieke Universiteit Brabant, 1999)
      In dit onderzoek ging het in de kern om de volgende vragen:Welke uitgangspunten heeft de wetgever gehanteerd sinds 1886 bij het vaststellen van strafmaxima,Welke verschuivingen zijn daarbij eventueel waarneembaar in de loop der tijd,Is ter zake een verschil waarneembaar tussen commune misdrijven en delicten uit bijzondere strafwetten, enKunnen er door de veranderingen in de loop der tijd inconsistenties worden aangewezen in het stelsel van wettelijke strafmaxima?
    • Predictieve textmining in politieregistraties - Cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit

      Tollenaar, N.; Rokven, J.; Macro, D.; Beerthuizen, M.; Laan, A.M. van der (WODC, 2019)
      In deze studie is onderzocht of het mogelijk was een machine learning (ML-)model te ontwikkelen om politieregistraties in de Basisvoorziening Handhaving (BVH) die betrekking hebben op cyber- of gedigitaliseerde criminaliteit te classificeren. Het doel is om met dat model de omvang van deze online criminaliteit in de BVH-registratie van 2016 te schatten. Tevens zijn de achtergrondkenmerken beschreven van bekende verdachten bij deze registraties van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit. Het onderzoek richt zich op registraties van drie typen cybercriminaliteit (hacken, ransomware en DDoS-aanvallen) en vijf typen gedigitaliseerde criminaliteit (online bedreiging, online stalken, online smaad/laster/belediging, online identiteitsfraude en online aan- en verkoopfraude).Het onderzoek maakt deel uit van de Monitor Jeugdcriminaliteit (MJC). De MJC betreft een periodieke rapportage waarin op basis van politie- en justitieregistraties de trends in jeugdcriminaliteit op geaggregeerd niveau worden onderzocht. INHOUD: 1. Inleiding 2. ML voor geautomatiseerde documentclassificatie 3. Ontwikkeling van een classificatiemodel 4. Resultaten modellering cyber- en gedigitaliseerde delicten in politieregistraties 5. Omvangschatting en verdachtenkenmerken 6. Slotbeschouwing
    • Strafbaarstelling van 'belediging van geloof' - Een onderzoek naar mogelijke aanpassing van de uitingsdelicten in het Wetboek van Strafrecht, mede in het licht van internationale verdragsverplichtingen

      Noorloos, M. van (Tilburg University, 2014)
      Dit onderzoek geeft uitvoering aan de motie-Schrijver c.s., die is aangenomen toen de Eerste Kamer in december 2013 akkoord ging met het laten vervallen van het verbod op godslastering (art. 147 van het Wetboek van Strafrecht). De onderzoeksvraag is als volgt: Kan een mogelijke aanpassing van artikel 137c t/m 137e van het Wetboek van Strafrecht dienstig zijn om te bewerkstelligen dat deze artikelen eveneens genoegzame bescherming bieden tegen als ernstig ervaren belediging van burgers door belediging van hun geloof of geloofsbeleving zonder de werking van de vrijheid van mening onnodig te beperken?
    • Vloeken, schelden en schimpen

      Sterkenburg, P.G.J. van; Bunt, T.; Vuijsje, H.; Ellian, A.; Janssens, F.; Heestermans, H.; Middelhoven, L.K.; Driessen, F.M.H.M.; Bron, R.P. (WODC, 2003)
      ARTIKELEN: 1. P.G.J. van Sterkenburg - Vloeken; hedendaagse uitdrukkingsvormen en veranderingen 2. T. Bunt - Waarom mensen niet moeten vloeken 3. H. Vuijsje - Schelden deed geen pijn; de opkomst van het openbaar leedvermaak 4. A. Ellian - Van Janmaat tot El Moumni; de discriminatie tussen gewone en heilige mening 5. F. Janssens - De strafbare belediging; schelden doet soms zeer 6. H. Heestermans - Hoe schelden we? 7. L.K. Middelhoven en F.M.H.M. Driessen - Schelden in het (semi-)publieke domein; een onderzoek onder verschillende beroepsgroepen 8. R.P. Bron - Van dienders blijf je af!'; verbaal geweld tegen politieambtenaren SAMENVATTING: In deze aflevering van Justitiële verkenningen staat verbaal geweld centraal: vloeken, schelden en schimpen. Voor de een vormen vloeken en schelden een onschuldige uitlaatklep, voor de ander zijn ze een gruwel om religieuze of andere redenen. Relevant is verder de vraag onder welke omstandigheden verbaal geweld een strafbare belediging oplevert en wat de rol van het strafrecht in deze zou moeten zijn. De bescherming tegen aantasting van eer en goede naam botst al snel met de vrijheid van meningsuiting. Hetzelfde geldt voor de handhaving van de beledigings- en ‘haatzaai’-bepalingen in artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht.