• Bestrijding van ondernemersfraude

      Unknown author (WODC, 1988)
      Het eerste nummer van deze jaargang staat in het teken van ondernemersfraude. Fraude is door de criminoloog Hoefnagels het delict van de jaren tachtig genoemd. Nu heeft dit delict daarbij in deze tijd veel 'concurrentie' van andere delictvormen. Een feit is echter dat in de pers met grote regelmaat verslag wordt gedaan van meer of minder grote fraude-zaken. In dat licht wordt wel gesteld dat het 'fraudebewustzijn' is toegenomen; dit lijkt zowel bij het publiek als bij de potentiele daders het geval te zijn. Met de verschijning van het Ismo-rapport in 1985 is de bestrijding van fraude in Nederland eerst goed van de grond gekomen. Desondanks kunnen vele problemen bij de bestrijding van fraude door ondernemingen worden gesignaleerd.
    • Effecten van de Wet ketenaansprakelijkheid op malafiditeit

      Berghuis, A.C.; Duyne, P.C. van; Essers, J.J.A. (WODC, 1985)
      In het kader van de evaluatie van de Wet Ketenaansprakelijkheid (WKa) is een studie ondernomen naar het met de wet beoogde effect van terugdringing van de malafide onderaanneming en het malafide ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Deze studie omvat twee activiteiten: een onderzoek naar faillissementen in enkele delen van het bedrijfsleven, en een inventarisatie met betrekking tot malafiditeit na inwerkingtreding van de Wet Ketenaansprakelijkheid (waaronder ook begrepen is de Verleggingsregeling Omzetbelasting).
    • Eindrapport experiment frauderegistratie

      Duyne, P. van (WODC, 1986)
      Allereerst wordt een globale beschrijving gegeven van het verloop van de drie onderdelen van het project: de uitkeringsfraude, de FIOD-fraude en de ondernemersfraude. Voor gedetailleerde beschrijvingen dient de lezer de als bijlage opgenomen interimrapporten I t/m III te raadplegen. Voor elk onderdeel worden deelaanbevelingen geformuleerd. Vervolgens worden aan de hand van de beschreven stand van zaken voorstellen gedaan voor de verdere uitbouw van het registratieproject en de daarbij behorende ambtelijke begeleidingsstructuur, waarover de Fraude Registratie Commissie consensus heeft bereikt.
    • Fraudenummer

      Unknown author (WODC, 1983)
      Dit fraude-nummer wordt geopend met een inleiding van P.C. van Duyne. De schrijver behandelt — in vogelvlucht — de geschiedenis van tien jaar fraudebeleid; een beleid, dat slechts langzaam op gang is gekomen. De inleiding wordt gevolgd door een bewerking van een paper van M. Levi over de sociaal-psychologische aspecten van fraude. Twee artikelen in bewerkte vorm, zijn gewijd aan een bepaald soort fraude, nl. belastingontduiking.
    • Malafide activiteiten in de vastgoedsector - Een exploratief onderzoek naar aard, actoren en aanpak

      Ferwerda, H.; Staring, R.; Vries Robbé, E. de; Bunt, J. van de (WODC, 2007)
      In dit rapport wordt verslag gedaan van een verkennend en exploratief onderzoek met als doel een beschrijving te geven van de malafide activiteiten binnen de vastgoedsector in ons land. In onderhavig onderzoek wordt ingegaan op malafide activiteiten binnen de deelsector woningen in de steden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht (G4). Drie onderzoeksvragen staan centraal: Wat is de aard van de malafide activiteiten in de vastgoedsector in de grote gemeenten en welke ontwikkelingen zijn op dit punt te verwachten? Welke actoren en welke samenwerkingsverbanden spelen een rol bij deze activiteiten? Welke mogelijkheden bestaan en ontbreken er voor een betere aanpak van deze malafide praktijken?
    • Misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden - een eerste literatuuroriëntatie t.b.v. de I.S.M.O.

      Kaaden, J.J. van der (WODC, 1979)
      Om zowel van elk terrein afzonderlijk, als van de voor alle terreinen gemeenschappelijke vragen, een idee te krijgen is in deze notitie de volgende hoofdstukindeling gemaakt: (*) Hoofdstuk 1: De sociale verzekeringswetten; (*) Hoofdstuk 2: De economische subsidiecriminaliteit; en (*) Hoofdstuk 3: De fiscale criminaliteit. Daarbij werden dan per hoofdstuk zoveel mogelijk de volgende paragrafen onderscheiden: § 1: Een terreinafbakening; § 2: De opsporing- en controle; § 3: De sancties; en § 4: Enkele cijfers. Aan het slot van deze notitie wordt een aantal, voor een eventueel onderzoek op dit terrein, relevante gegevens samengevat. In een bijlage is een overzicht van activiteiten opgenomen op het terrein van de sociale zekerheid.
    • Omvang fraude met belastingen en sociale zekerheid - een literatuuroverzicht

      Barendse-Hoornweg, E.J.M.; Cozijn, C. (medew.) (WODC, 1995)
      Dit literatuuronderzoek betreft de resultaten van empirisch onderzoek naar de omvang van belastingfraude en sociale zekerheidsfraude. Met name is gekeken naar de schattingen van het aantal fraudegevallen en naar de schattingen van het bedrag van de schade.
    • Opinies over belastingontduiking en uitkeringsmisbruik, en over maatregelen ter bestrijding daarvan

      Berghuis, A.C.; Kommer, M.M. (WODC, 1984)
      Onder ruim 1300 Nederlanders is een peiling verricht naar de opinies over belastingontduiking en uitkeringsmisbruik, en over maatregelen ter bestrijding daarvan. De resultaten mogen als representatief voor de gehele bevolking worden beschouwd.
    • Opinies over belastingontduiking en uitkeringsmisbruik, en over maatregelen ter bestrijding daarvan - onderzoeksrapport: resultaten van interviews met 50 personen

      Witteman - Devilee, A.C. (WODC, 1984)
      Dit onderzoek vormt een aanvulling op de 'peiling van de opinies in de Nederlandse bevolking omtrent belastingontduiking en misbruik bij sociale uitkeringen'. In deze opiniepeiling zijn ruim 1200 personen ondervraagd aan de hand van een vragenlijst met vooraf vastgestelde antwoordcategorieën.
    • Peiling van de opinies in de Nederlandse bevolking omtrent belastingontduiking en misbruik bij sociale uitkeringen - onderzoeksrapport: resultaten van een enquête onder ruim 1000 personen

      Berghuis, A.C.; Kommer, M.M. (WODC, 1984)
      De peiling omvat de volgende onderwerpen: 1. achtergronden: leeftijd, (arbeids-)positie, opleiding, politieke affiniteit, inkomen, etcetera; 2. de houding tegenover de hoogte van belastingen en uitkeringen; 3. de waargenomen omvang van belastingontduiking en uitkeringsmisbruik; 4. de houding tegenover ontduiking en misbruik, alsmede de noodzaak van bestrijding; (*) contacten met belastingdienst, uitkerende instanties; en 5. houding tegenover een aantal maatregelen tegen ontduiking en misbruik.
    • Resultaten van het project intensivering fraudebestrijding - Eindrapport

      Geveke, H.; Schouten, R.; Verberk, M.; Maas Geesteranus, M. (B&A Groep Beleidsonderzoek en -Advies, 1996)
      In 1992 werd de bestrijding van sociale zekerheids- en fiscale fraude hoog op de politieke agenda gezet. In bijlage 22 van de Miljoenennota voor 1993 werd vermeld dat de verwerkingscapaciteit van de justitiële keten - met name de Rechterlijke Macht - structureel met 205 FTE's (20,7 miljoen gulden) uitgebreid diende te worden ten behoeve van de verwerking van extra sociale zekerheids- en fiscale fraudezaken. Daarnaast diende het Openbaar Ministerie te gaan overleggen met de uitvoeringsorganen van de sociale zekerheidswetten. Om de uitbreiding ten behoeve van de intensivering van fraudebestrijding in goede banen te leiden, werd een projectteam geformeerd onder de verantwoordelijkheid van de procureur-generaal portefeuillehouder fraude. Ter evaluatie van het Project Intensivering Fraudebestrijding is onderzoek verricht in opdracht van het ministerie van Justitie. Het doel van dit onderzoek is vast te stellen of met de extra middelen, de doelen van het project zijn bereikt.
    • The detection and settlement of VAT fraud in four countries - Addendum to the report value-added tax fraud in the European Union

      Aronowitz, A.A.; Laagland, D.C.G.; Paulides, G. (WODC, 1996)
      This addendum to the report 'Value-added tax fraud in the European Union' gives additional information on the detection and settlement of VAT fraud in Belgium, Germany, the United Kingdom and the Netherlands. See link to the report at: More information.
    • Vallue-added tax fraud within the European Union - pilot study

      Aronowitz, A.A.; Laagland, D.C.G.; Paulides, G. (WODC, 1995)
      This research project, to a certain degree, aims at filling the knowledge gap concerning organized business crime by highlighting one specific phenomenon, that of cross-border Vallue-Added Tax (VAT) fraud within the European Union. Insight is to be provided into: a) the effectiveness of the present VAT control system; b) the vulnerability of legitimate trade to criminal inroads; c) the development of organized crime in this area.
    • Value-added tax fraud in the European Union

      Aronowitz, A.A.; Laagland, D.C.G.; Paulides, G. (WODC, 1996)
      Questions addressed in this project included:What are the existing control mechanisms and how do they operate? What public bodies are responsible for the fight against Value Added Tax (VAT) fraud and what are their competencies? What are the possibilities to exchange information between member states on VAT irregularities and how are these put into action?What techniques of VAT fraud are being used? Which legitimate branches of industry are being affected by this fraud in the sense of a) damage inflicted and b) complicity of the 'legitimate' entrepreneurs? What are the structures of the organizations or networks and what are the profiles of the crime-entrepreneurs involved? See Link to the Addendum at: More information.
    • Witwassen op de Nederlandse Antillen en Aruba

      Baars-Schuyt, A.H. (WODC, 1996)
      De vraag die aan deze literatuurverkenning ten grondslag ligt luidt: welke kenmerken van de Nederlandse Antillen en Aruba worden in de literatuur in verband gebracht met het verschijnsel witwassen. Allereerst wordt een globale, algemene schets van de Nederlandse Antillen en Aruba gegeven. Vervolgens worden enkele factoren (het fiscale stelsel, de financiële infrastructuur, wet- en regelgeving, internationale samenwerking/ verdragen, trustkantoren/brievenbusmaatschappijen, en casino's) apart beschreven.