• Adoptie onder vuur

      Slot, B.M.J.; Post, R.; Juffer, F.; Vlaardingerbroek, P.; Linden, A.P. van der (WODC, 2008)
      ARTIKELEN: 1. B.M.J. Slot - Adoptie en welvaart; een analyse van vraag en aanbod van adoptiekinderen 2. R. Post - De perverse effecten van het Haags Adoptieverdrag 3. F. Juffer - De ontwikkeling van interlandelijk geadopteerden; een overzicht van onderzoek 4. P. Vlaardingerbroek - Alternatieven voor (interlandelijke) adoptie 5. A.P. van der Linden - Adoptie in het kennelijk belang van het kind? 6. Internetsites SAMENVATTING: Justitiële verkenningen besteedde in 1979 voor het eerst aandacht aan adoptie van buitenlandse kinderen. Er was destijds vooral veel aandacht voor het aanpassingsproces van adoptiekinderen aan een vreemde cultuur, discriminatie en verlies van identiteit. Ook de vraag of raciale verschillen tussen ouders en kind al dan niet doorwerkten in hun onderlinge relatie was een onderwerp. Er zijn - vanzelfsprekend - parallellen en verschillen met de huidige adoptiesituatie en -discussie. Een parallel is bijvoorbeeld de problematisering van culturele verschillen. Vooral de afgelopen jaren worden deze vaak als een argument tegen interlandelijke adoptie aangevoerd. Het meest in het oog springende verschil met de adoptiesituatie destijds is natuurlijk dat adoptie tegenwoordig in één adem wordt genoemd met kinderhandel. Termen als 'de adoptie-industrie' en 'de adoptielobby' zijn gemeengoed geworden. Verschillende auteurs in dit themanummer wijzen erop dat de belangen van het kind weer meer voorop zouden moeten staan in de adoptiepraktijk.
    • Kind in proces: van communicatie naar effectieve participatie - Het hoorrecht en de procespositie van minderjarigen in familie- en jeugdzaken

      Bruning, M.R.; Smeets, D.J.H.; Bolscher, K.G.A.; Peper, J.S.; Boer, R. de; Alink, L.R.A. (medew.); Crone, E.A.M. (medew.); Doek, J.E. (medew.); Mesman, J. (medew.); Zon, K.A.M. van der (medew.) (Universiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2020)
      Ondanks dat de minder jarige in beginsel niet procesbekwaam is in civielrechtelijke procedures, moet de minderjarige wel worden betrokken in familie- en jeugdprocedures (boek 1 BW). Dit is voor minderjarigen van twaalf jaar en ouder vormgegeven met een zogenoemd hoorrecht. In dit onderzoek staat de vraag centraal of het mogelijk dan wel wenselijk is om de formele procespositie en het hoorrecht van de minderjarige in het Nederlandse civiele procesrecht uit te breiden en zo ja, op welke wijze. Hierbij wordt onderzocht wat de pedagogische en juridische voor- en nadelen daarvan zouden zijn. Dit onderzoek omvat derhalve twee aspecten: (I) het hoorrecht van minderjarigen in familie- en jeugdprocedures en (II) de procespositie van minderjarigen in familie- en jeugdprocedures. INHOUD: 1. Inleiding 2. Juridische analyse van de procespositie en het hoorrecht van minderjarigen 3. Inzichten van de pedagogische wetenschappen en de neuropsychologie 4. Praktijkonderzoek naar ervaringen met de civiele procespositie van minderjarigen 5. Naar een uitbreiding van de formele procespositie en het hoorrecht
    • Omgang tussen grootouders en kleinkinderen - Een sociaalwetenschappelijke en rechtsvergelijkende studie

      Jonker, M.; Sarti, A.; Jeppesen-de Boer, C.; Lünnemann, K.; Drost, L. (medew.); Koster, N. (medew.) (Verwey-Jonker Instituut, 2020)
      De aandacht voor de positie van grootouders in het huidige regeerakkoord in het kader van het landelijk beleid ten aanzien van het voorkomen van ‘vechtscheidingen’ hangt samen met de initiatiefnota ‘Opgroeien met opa en oma’, waarin wordt gepleit voor een wettelijk omgangsrecht voor grootouders met hun (klein)kinderen (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2017-2018, 33836, nr. 24 en Vergaderjaar 2015-2016, 34168, nr. 4). Ook zouden grootouders recht moeten krijgen op een informatieregeling. Bij echtscheiding van de ouders van het kleinkind zouden af_spraken over een omgangsregeling met de grootouders in het ouderschapsplan kunnen worden vastgelegd. Dit onderzoek geeft antwoord op de vraag of een uitbreiding van de procespositie van grootouders wen_selijk is en in het belang van de kleinkinderen. Door nader inzicht te bieden in welke gevallen, op welke wijze en met welke mogelijke (neven)effecten (bestaande en aanvullende) juridische en niet-juridische instrumenten kunnen bijdragen aan een verbeterde omgang tussen grootouders en (minderjarige) kleinkinderen. Het verkent onder welke omstandig_heden grootouders via de rechter omgang trachten af te dwingen en hoe vaak dit voorkomt. Tevens wordt nagegaan hoe het recht van grootouders op contact/om_gang met/of informatie over hun klein_kinderen wettelijk is geregeld in België, Duits_land en Frankrijk.
    • Twaalfminners

      Kruithof, B.; Laan, P.H. van der; Slot, N.W.; Hoeve, M.; Weijers, I.; Wilde, E.J. de; Boendermaker, L.; Yperen, T. van; Lier, P.A.C. van; Oribio de Castro, B.; et al. (WODC, 2008)
      ARTIKELEN: 1. B. Kruithof - Overheid, kinderbescherming en 'het belang van het kind' 2. P.H. van der Laan, N.W. Slot en M. Hoeve - Jonge kinderen en delinquent gedrag 3. I. Weijers - Het gaat niet slecht met de Nederlandse jeugd 4. E.J. de Wilde - Het monitoren van probleemgedrag 5. I. Boendermaker en T. van Yperen - Gedragsproblemen bij kinderen voorkomen en verminderen 6. P.A.C. van Lier en B. Oribio de Castro - Universele preventie; de effecten van twee veelbelovende programma's 7. H. Jonkman en M. Steketee - Jong geleerd, oud gedaan; effectieve preventieprogramma's in Nederland 8. Internetsites SAMENVATTING: De huidige regering wil meer invloed uitoefenen op het welzijn en de opvoeding van kinderen. De aandacht van Justitie voor jonge kinderen (Twaalfminners) is vrij recent en concentreert zich op probleem- en regelovertredend gedrag. In de nieuwe aflevering van JV bespreken we deze trend van groeiende overheidsbemoeiienis en stellen de vraag onder welke voorwaarden een effectief preventief jeugdbeleid van de grond zou kunnen komen. Daarbij komt de rol van monitoring en het Elektronisch Kinddossier aan de orde, evenals de reactie van politie, scholen en jeughulpverleners op regelovertredend gedrag van kinderen. Er is veel aandacht voor de vraag in hoeverre regelovertredend gedrag op jonge leeftijd de kans vergroot op een criminele levenswandel. Duidelijk wordt dat het antwoord daarop niet eenvoudig is. Voorts worden verschillende interventieprogramma’s besproken, waarvan aangetoond is dat ze effectief zijn of veelbelovend. Het gaat dan enerzijds om preventieprogramma’s voor grote groepen kinderen (schoolklassen), die een breed welzijnsbevorderend effect hebben (bv. betere sfeer op school, minder pesten, betere prestaties). Anderzijds zijn er interventies gericht op kinderen die al probleemgedrag vertonen en die een vergroot risico lopen daarin te blijven steken. Last but not least wordt ingegaan op de vraag hoe het eigenlijk gesteld is met de Nederlandse jeugd. Uit internationaal vergelijkend onderzoek blijkt dat de Nederlandse jeugd in het algemeen gezond en gelukkig is, niet geneigd is tot extreem risicovol gedrag en bevredigende relaties heeft met gezinsleden en leeftijdgenoten.