• Alternatieven voor het beroep van rechtswege in de Rijkswet op het Nederlanderschap - Een onderzoek naar alternatieven voor ambtshalve handelingen die leiden tot rechterlijke toetsing van het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap in artikel 22a van de Rijkswet op het Nederlanderschap

      Graaf, K.J. de; Marseille, A.T.; Meulen, W.P. van der (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit Rechtsgeleerdheid, 2019)
      Artikel 14 lid 4 RWN verleent de Minister van Justitie en Veiligheid de bevoegdheid om – kort gezegd – in het belang van de nationale veiligheid het Nederlanderschap in te trekken van iemand van ouder dan zestien jaar die zich buiten het Koninkrijk bevindt en die zich heeft aangesloten bij een organisatie die deelneemt aan een gewapend conflict en een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid. In artikel 22a RWN is bepaald dat over een besluit op grond van artikel 14 lid 4 RWN steeds een bestuurs-rechter oordeelt, hetzij omdat de betrokkene tijdig beroep heeft ingesteld, hetzij omdat de betrokkene, als deze geen beroep heeft ingesteld, geacht wordt beroep te hebben ingesteld. In dit laatste geval ontstaat een beroep van rechtswege in naam van de betrokkene. De bestuursrechter raakt op de hoogte van een dergelijk beroep doordat de Minister de rechtbank Den Haag in kennis stelt van een besluit tot intrekking van het Nederlanderschap op grond van artikel 14 lid 4 RWN.De centrale vraag van het onderzoek luidt als volgt: Wat zijn (te ontwikkelen) alternatieve procedures voor het ambtshalve verrichten van een han-deling die leidt tot rechterlijke toetsing van het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap? INHOUD: 1. Inleiding 2. De regeling in de Rijkswet op het Nederlanderschap 3. Randvoorwaarden voor alternatieven 4. Alternatieven 5. Beantwoording onderzoeksvraag