• 25 jaar Van der Hoeven kliniek - De patiëntenpopulatie van de dr. Henri van der Hoevenkliniek in de periode 1955-1977: achtergronden, afloop van de behandeling en recidive

      Emmerik, J.L. van (WODC, 1981)
      Dit interimrapport bevat de beantwoording van vier deelvragen:In hoeverre is de aard van de patiëntenpopulatie, die in de loop der jaren bij de Van der Hoeven Kliniek in behandeling is geweest, veranderd?Welke behandelingsvormen zijn in de Van der Hoeven Kliniek op deze personen toegepast, en hoe heeft de filosofie, die aan de behandeling ten grondslag ligt, hierop ingewerkt?Op grond waarvan is de ex-patiënt ontslagen, en hoe is het daarna verder gegaan?In hoeverre zijn er verbanden te leggen tussen the welzijn van de ex-patiënt op dit moment en de behandeling in de Van der Hoeven Kliniek?
    • Balanceren met recht - onderzoek naar de beginselenwet verpleging terbeschikkinggestelden in de klinische praktijk

      Hoek, D. van der; Eppink, K.; Koenraadt, F.; Boone, M. (WODC, 2009)
      Dit rapport vormt de neerslag van het tweede evaluatie-onderzoek naar de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt). Deze wet is ruim elf jaar geleden in werking getreden en regelt de interne rechtspositie van terbeschikkinggestelden. De probleemstelling van het onderzoek is drieledig en luidt: - Hoe is de Bvt tien jaar na invoering van de wet geïmplementeerd in de tbs-inrichtingen? - In hoeverre zijn de met de wet beoogde doelstellingen bereikt? - Welke knelpunten/aandachtspunten treden op? Wat zijn ongewenste neveneffecten?
    • Behandeling van seksuele delinquenten

      Unknown author (WODC, 1989)
      Dit themanummer van Justitiele Verkenningen gaat over de problemen in de behandeling van seksuele delinquenten. In maart van dit jaar werden vanuit het Ministerie van Justitie twee besloten studiedagen georganiseerd over 'seksualiteit en intimiteit in de inrichting' ten behoeve van de medewerkers in inrichtingen waarin de tbs-maatregel ten uitvoer wordt gelegd. De lezingen die op deze dagen werden gehouden, zijn in dit themanummer in artikelvorm bijeengebracht. De bijdragen vormen met elkaar een fascinerende staalkaart van morele overwegingen, behandelingsproblemen, psychotherapeutische technieken en beleidsafwegingen rond agressief seksueel geweld.
    • Behandeling van verslaafden aan heroïne - Een inventarisatie en evaluatie van bestaande behandelingsmogelijkheden

      Anjou, L.J.M. d' (WODC, 1978)
      Dit is het verslag van een literatuuronderzoek naar de behandeling van verslaafden aan heroïne.
    • Beperkt en gevangen? - De haalbaarheid van prevalentieonderzoek naar verstandelijke beperking in detentie

      Kaal, H.L. (WODC, 2010)
      Zowel in de politiek als bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) bestaat al lang de wens tot het ontwikkelen van beleid en het programmeren van onderzoek ten aanzien van licht verstandelijk beperkte (LVB) gedetineerden. In deze rapportage wordt verkend wat de knelpunten en oplossingsrichtingen zijn bij het opzetten van studie naar de prevalentie van LVB onder gedetineerden. Knelpunten en oplossingen zijn gevonden via bestudering van literatuur (o.a. buitenlandse studies) en het raadplegen van experts. INHOUD: 1. Achtergrond en relevantie van de studie 2. Nederlands prevalentieonderzoek naar LVB in detentie 3. Buitenlands prevalentieonderzoek naar LVB in detentie 4. Vaststellen van LVB in detentie 5. Slotbeschouwing
    • Binnen beeld buiten - Een evaluatie van zorgconferenties bij langverblijvers (15+) in de tbs

      Wolf, M.J.F. van der; Reef, J.; Gunnink, L.; Hertzberger, J.; Doekhie, J.V.O.R. (Universiteit Leiden - Instituut voor Strafrecht en Criminologie, 2022-05-06)
      Dit onderzoek heeft als doel de gehouden zorgconferenties in het kader van het Project 15-plus, als veelbelovende oplossing voor het ervaren probleem van langverblijvers in de tbs, te evalueren. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Kenmerken van langverblijvers – verslag van een dossierstudie, 3. Waardering van betrokkenen – verslag van een interviewstudie, 4. Buitenlandse inzichten – verslag van een vergelijkend onderzoek, 5. Beleidsimplicaties en vroegsignalering – verslag van expertmeetings, 6. Conclusies, discussie en aanbevelingen.
    • Biologische factoren van agressief gedrag

      Donker, A.G.; Hessing, D.J.; Scholte, E.M.; Ploeg, J.D. van der; Matser, D.; Doreleijers, Th.A.H.; Goozen, S.H.M. van; Engeland, H. van; Matthys, W.; Slot, N.W.; et al. (WODC, 2000)
      ARTIKELEN: 1. Drs. A.G. Donker - Het agressie-gen en andere misverstanden 2. Prof. dr. D.J. Hessing - Genetische determinanten van antisociaal gedrag; mogelijkheden en beperkingen van onderzoek 3. Dr. E.M. Scholte en prof. dr. J.D. van der Ploeg - Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD); een stoornis met vraagtekens 4. Drs. D. Matser en prof. dr. Th.A.H. Doreleijers - Antisociaal en agressief gedrag; een literatuuroverzicht van neurobiologisch onderzoek 5. Dr. S.H.M. van Goozen, dr. W. Matthys en prof. dr. H. van Engeland - Antisociaal gedrag van kinderen; een neurobiologisch perspectief 6. Prof. dr. N.W. Slot en drs. H.M.P. van Leeuwen - Behandeling van gedragsstoornissen; hoe zwaar wegen biologische factoren? 7. Dr. C.H. de Kogel - Een biopsychologische benadering van psychopathie; perspectieven voor het tbs-veld SAMENVATTING: In dit nummer worden uiteenlopende biologische benaderingen van agressief en antisociaal gedrag bij elkaar gebracht. Wat leren deze onderzoeken? Hoeveel gewicht moet je toekennen aan biologische factoren bij de verklaring van crimineel gedrag? Voor welke probleemgroepen is een biopsychologische aanpak van belang? Welke preventieve maatregelen kun je nemen op basis van die kennis? Wat vermogen medicamenten en therapieën te veranderen?
    • Criminogene en beschermende factoren bij preventief gehechte jongens in een JJI

      Matkoski, S.; Vervaeke, G. (WODC, 2008)
      Dit rapport is opgebouwd uit twee delen: een literatuurstudie en een terreinverkenning. Deel I gaat in op de verschillende elementen uit onze titel, met name de aard van de criminogene en beschermende factoren bij preventief gehechte jongeren in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI). Deel II bevat de terreinverkenning.
    • Dataveiligheid en privacy bij het gebruik van fysiologische wearables in de justitiële context - Een casusonderzoek met de Empatica E4

      Braak, S.W. van den; Platje, E.; Kogel, C.H. de (WODC, 2021-03)
      Onderzoek laat zien dat technologische zelfmeetmethoden de potentie hebben om behandeling te personaliseren, veiligheid in detentie te verbeteren, reclasseringstoezicht te verrijken en zelfredzaamheid van justitiabelen te vergroten. Niettemin zijn er ook serieuze aandachtspunten en risico’s verbonden aan het gebruik van technologische zelfmeetmethoden. Voordat technologische zelfmeetmethoden op grotere schaal in de justitiële context gebruikt kunnen worden, is het daarom van belang te onderzoeken hoe het gesteld is met de dataveiligheid bij dergelijke methoden en wat binnen de justitiële context eventueel zou kunnen worden gedaan om de veiligheid van verzamelde gegevens en daarmee de privacy van de betrokkenen te waarborgen. In dit rapport beschrijven we een casusonderzoek hiernaar waarbij we ons specifiek gericht hebben op fysiologische wearables. Dit zijn draagbare apparaatjes die om de pols of op het lichaam gedragen worden en waarmee door middel van sensoren fysiologische gegevens verzameld kunnen worden. Dit casusonderzoek is verricht aan de hand van één specifieke wearable: de Empatica E4. De volgende deelvragen staan centraal: 1. Wat gebeurt er met de fysiologische gegevens van de Empatica E4 nadat deze verzameld zijn door de gebruiker met betrekking tot: gegevensopslag, gegevenstransport en toegang tot de gegevens door derden? 2. Wat zijn de risico’s daarbij voor de veiligheid van de gegevens en voor de privacy van de drager? En hoe zien de risico’s en de geboden functionaliteit eruit in vergelijking met andere wearables? 3. Welke kennis, ervaringen en zorgen hebben professionele gebruikers van de Empatica E4 met betrekking tot gegevensopslag, toegang tot gegevens door derden en privacy? 4. Wat betekenen de antwoorden op de deelvragen voor het gebruik van de Empatica E4 en andere fysiologische wearables in de justitiële context? INHOUD: 1. Inleiding en methoden, 2. De Empatica E4, 3. Dataveiligheid en privacy bij gebruik van de Empatica E4, Vergelijking: functionaliteit, dataveiligheid en privacy van andere wearables geschikt voor onderzoek, behandeling en toezicht, 5. Ervaringen van gebruikers, 6. Discussie.
    • De 'zelfmetende' justitiabele - Een verkennend onderzoek naar technologische zelfmeetmethoden binnen justitiële context

      Cornet, L.J.M.; Mandersloot, M.N.A.; Pool, R.L.D.; Kogel, C.H. de (WODC, 2017)
      Quantified Self (QS) is de trend waarbij de mens in toenemende mate technologie integreert in zijn leven, met als doel informatie te verzamelen over zichzelf en hiervan te leren en/of zichzelf bij te sturen. In de Verenigde Staten is er al veel activiteit op dit gebied: de overheid aldaar heeft bijvoorbeeld onlangs financiële middelen beschikbaar gesteld om QS-data te proberen te linken aan ‘officiële’ data (in dit geval op het terrein van gezondheid). In Nederland wordt momenteel een beperkt aantal kleine pilotprojecten uitgevoerd, zoals in de Oostvaarderkliniek met de behandeling van tbs-patiënten en bij de jeugdreclassering door middel van e-begeleiding. Dit onderzoek betreft een verkenning van toepassingsmogelijkheden van QS voor de justitiële context. QS kan mogelijk bijdragen aan onder andere het vergroten van het probleeminzicht van justitiabelen, het voorspellen van (negatief) gedrag, het verbeteren van behandeling en bejegening en het ontwikkelen van alternatieve behandelingen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden 3. Zelfmeting in de gezondheidszorg 4. De 'zelfmetende' justitiabele 5. Aandachtspunten 6. Slothoofdstuk. Zie ook link naar: YouTube-Filmpje 'Zelfmetende justitiabele'.
    • De Externe Monitor Terbeschikkinggestelden - ontwikkeling van een samenwerkingsverband

      Nagtegaal, M.H.; Horst, R.P. van der (WODC, 2014)
      Dit rapport beschrijft de totstandkoming van een samenwerkingsverband tussen zeven (justitiële) organisaties, waarbij gegevens van personen met een maatregel terbeschikkingstelling (tbs-maatregel) voor onderzoeksdoeleinden worden gekoppeld. Dit samenwerkingsverband heeft de naam Exterme Monitor Terbeschikkinggestelden (EMT) gekregen. De term extern slaat op het feit dat het gaat om gegevens die in de extramurale fase van de tbs-behandeling worden verzameld. De volgende onderzoeksvragen komen aan de orde:Welke informatie wordt in de EMT verzameld?Op welke manier zijn de data van verschillende organisaties (anoniem) te koppelen?Welke procedures moeten worden gevolgd bij het indienen van een onderzoeksvraag bij de EMT? INHOUD: 1. Inleiding en methode 2. Verzameling van informatie en koppelmethode 3. Procedures EMT-onderzoek 4. Eerste onderzoek EMT 5. Conclusie
    • De Inrichting Stelselmatige Daders

      Unknown author (WODC, 2009)
      ARTIKELEN: 1. M. van Ooyen-Houben en M. Goderie - Veelplegers terug bij af? De ISD in retrospectief 2. B.C.J. van Velthoven en D.E.G. Moolenaar - Loont de SOV/ISD-maatregel? Een eerste verkenning 3. S. Struijk - De ISD-maatregel in wetshistorisch perspectief 4. M. Weevers en C. Bijleveld - Schipbreukelingen van de maatschappij? 5. W.M.E.H. Beijers en L.S.M. Rutjens - Tussen hoop en vrees; ISD'ers aan het woord 6. K.D. Lünnemann - Met de blik van de rechter; juridische overwegingen aangaande de ISD-maatregel 7. Internetsites. SAMENVATTING: Dit themanummer behandelt o.a. de geschiedenis en achtergronden van de maatregel Inrichting Stelselmatige Daders (ISD) en de voorloper daarvan, de maatregel Strafrechtelijke Opvang Verslaafden (SOV).
    • De problematiek van gedetineerden met een lichte verstandelijke beperking in het gevangeniswezen

      Kaal, H.L.; Negenman, A.M.; Roeleveld, E.; Embregts, P.J.C.M. (Universiteit van Tilburg - Faculteit der Sociale Wetenschappen, 2011)
      Er bestaat een vermoeden dat mensen met een lichte verstandelijke beperking (LVB) meer problemen ondervinden in detentie, en hier ook vaker last van hebben, dan gedetineerden zonder LVB. Er is echter onvoldoende informatie bekend over de Nederlandse situatie. Dit onderzoek is er op gericht om antwoord te geven op de volgende vragen: Wat is de aard van de problemen die mensen met een LVB ervaren in detentie?Waarin verschillen deze van de problemen van gedetineerden zonder LVB?Wat zijn, in het licht van deze problemen, de specifieke behoeften van gedetineerden met een LVB?
    • De puzzel is het grootst bij allochtonen - een verkennend onderzoek naar culturele diversiteit in de tbs

      Verstegen, N.; Zendedel, R.; Ingleby, D.; Vogel, V. de (Van der Hoeven Kliniek, 2011)
      Dit is het eerste breed verkennende, kwalitatieve onderzoek naar de invloed van culturele factoren tijdens oplegging en tenuitvoerlegging van de tbs-maatregel. Doel van dit project is het verkrijgen van inzicht in de momenten waarop de culturele achtergrond van de tbs-gestelde van belang is, in de omgang hiermee in de praktijk en het blootleggen van eventuele knelpunten. Daartoe is de dagelijkse praktijk bestudeerd in twee instellingen: de Van der Hoeven Kliniek en het Pieter Baan Centrum.
    • De tbs met aanwijzing - De toepassing van en professionele oordelen over een strafrechtelijke maatregel

      Leuw, Ed. (WODC, 1993)
      De 'tbs met aanwijzing' is een strafrechtelijke maatregel, waarbij de 'gestoorde' veroordeelde in plaats van behandeling in een tbs-inrichting dient mee te werken aan extramurale behandeling en begeleiding. Sinds de invoering in 1988 is van deze maatregel slechts zeer spaarzaam gebruikgemaakt. Het onderzoek gaat in op de mogelijke oorzaken en achtergronden daarvan. Uit een analyse van desbetreffende dossiers en enquetes onder opleggers en uitvoerders van deze tbs-maatregel blijkt allereerst een gebrek aan beveiligingsgaranties. Behandeling en begeleiding worden noodzakelijk geacht om een acceptabel risico te kunnen waarborgen. Als de veroordeelde echter uiteindelijk niet bereid of niet in staat is om zich aan zijn verplichtingen te houden, zijn er onvoldoende praktische mogelijkheden om een mogelijk toenemend risico van geweldcriminaliteit te bezweren.
    • De tbs ter discussie

      Unknown author (WODC, 1999)
      Door de vele problemen waarmee de tbs-voorzieningen kampen, is een herbezinning op de gronden waarop de maatregel gelegitimeerd kan worden, noodzakelijk geworden. Sommigen twijfelen überhaupt aan het bestaansrecht van de tbs-maatregel en pleiten voor afschaffing (zie de bijdrage van Van der Landen in Justitiële verkenningen 1993, nr. 3). Geen van de auteurs in voorliggend nummer wil zover gaan. Wel wordt door de meeste beklemtoond de tbs niet te gebruiken voor groepen die elders behandeld of gedetineerd horen te worden. Het idee dat tbs-gestelden alleen voor behandeling in aanmerking komen als ze daartoe gemotiveerd zijn, lijkt meer steun te krijgen. Mede daardoor wordt de vraag wat te doen met degenen die niet behandeld kunnen of willen worden, steeds prangender.
    • Delictkenmerken PIJ-populatie 2006-2010

      Weijters, G.; Blom, M. (WODC, 2012)
      In 2010 is door het WODC gerapporteerd over de (delict)kenmerken van jongeren die in de periode 1996-2005 een PIJ-maatregel opgelegd hebben gekregen (zie link bij: Meer informatie). De vraag is nu of nieuwe ontwikkelingen ertoe hebben geleid dat de populatie Pij'ers er in de periode 2006-2010 anders uit is gaan zien wat betreft achtergrondkenmerken en delictkenmerken dan de Pij-populatie in de periode 1996-2005.
    • Delinquente meisjes - achtergronden, risicofactoren en interventies

      Slotboom, A.; Wong, T.M.L.; Swier, C.; Broek, T.C. van der (Vrije Universiteit - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2011)
      Het eerste doel van dit onderzoek is meer inzicht te krijgen in de kenmerken van de populatie delinquente meisjes in Nederland. Het tweede doel van dit onderzoek is te inventariseren of de bestaande interventieprogramma's voor delinquente jongeren aansluiten bij de problematiek van delinquente meisjes. De uitkomsten moeten tot meer inzichten leiden over een adequate aanpak en behandeling van deze populatie. De achterliggende vraag van dit onderzoek luidt daarmee: Hoe kan het beste geïntervenieerd worden in de criminele carrière van delinquente meisjes om de problematiek te verminderen en latere recidive te voorkomen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode(n) van onderzoek 3. Verklaringen voor criminaliteit bij meisjes: een overzicht van de belangrijkste risicofactoren voor meisjescriminaliteit 4. Interventies voor delinquente meisjes 5. Aard en omvang van (geregistreerde) criminaliteit van delinquente meisjes in Nederland 6. Verblijfsduur van meisjes in de JJI's 7. Risicodomeinen van delinquente meisjes 8. Risicodomeinen van delinquente meisjes met verschillende typen afdoeningen 9. Conclusies, discussie en aanbevelingen
    • Drugsverslaafde justitiabelen - resultaten uit onderzoek naar behandelingsprogramma's

      Meyboom, M.L. (WODC, 1982)
      Dit rapport bevat een inventarisatie van behandelingsresultaten bij aan harddrugs, voornamelijk heroïne, verslaafde justitiabelen. Daarbij is gekozen voor een invalshoek waarin de volgende vragen centraal staan: (1) Wat zijn de effecten van verschillende wijzen waarop aan heroïne verslaafde justitiabelen worden behandeld; en (2) Zijn er cliëntgebonden factoren aan te wijzen die naast de wijze van behandelen mogelijk samenhangen met verschillen in behandelingsresultaten?
    • Een veld in beeld - Een beschrijving van het werk in de justitiële behandelinrichtingen

      Boendermaker, L.; Verwers, C. (WODC, 1996)
      In dit rapport wordt een beschrijving gegeven van het werk in een specifieke sector van de justitiële jeugdinrichtingen: de behandelinrichtingen. In het eerste deel van het rapport wordt een beschrijving gegeven van de inrichtingen, hun organisatie en de behandelprogramma's van elke inrichting. In het tweede deel van het rapport komen de afzonderlijke onderdelen van het dagprogramma aan de orde: het verblijf in de groep, onderwijs en opleiding en therapie en vrijetijdsbesteding. In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de tien inrichtingen en komt de organisatie aan de orde. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de theoretische fundering van de behandeling in elk van de inrichtingen en op de opbouw van het behandelingsproces in verschillende fasen, met elk eigen doelen en vrijheden. In hoofdstuk 4 wordt de planning van de behandeling beschreven en komen de in de behandelplannen gestelde doelen aan de orde. In hoofdstuk 5 gaan de auteurs in op het dagelijkse leven in de leefgroepen en andere, meer geïndividualiseerde afdelingen. Hoofdstuk 6 behandelt de praktijk binnen het onderwijs en de werkplaatsen en in hoofdstuk 7 wordt ingegaan op het therapie-aanbod van de inrichtingen en de activiteiten in de vrije tijd. In hoofdstuk 8 wordt aandacht besteed aan de recente veranderingen in het veld van de justitiële behandelinrichtingen. Hoofdstuk 9 bevat een slotbeschouwing.