• Bedrijfsbrandweer op grond van artikel 31 Wet veiligheidsregio's

      Wilms, P.; Schrijvershof, C.; Kuipers, S. (APE Public Economics, 2013)
      Het onderzoek kent een tweeledige probleemstelling: Hoe zien de inhoud en het proces van de beoordeling van risicobedrijven in het kader van artikel 31 Wvr er in de praktijk uit en hoe wordt het afstemmingsproces over de vergunningverlening tussen de veiligheidsregio's en milieudiensten gewaardeerd? Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen voor (publiek-private) samenwerkingsverbanden in industriële gebieden binnen de veiligheidsregio op het terrein van de brandweer rekening houdend met nieuwe ontwikkelingen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Procesbeschrijving 3. Waardering 4. Samenwerking in de brandweerzorg 5. Conclusies
    • Bedrijfseffecten wetsvoorstel reprorecht

      Alta, S.; Hoffius, R.; Kootstra, J. (B&A Groep, 2000)
      Het doel van het onderzoek is tot een beeld te komen hoe het bedrijfsleven mogelijk zal reageren op individuele afspraken inzake de uitvoering van de Wet Reprorecht. Wat is de verwachte administratieve belasting voor het Nederlands bedrijfsleven, rekening houdend met het slechtst denkbare scenario, te weten dat een bedrijf onvrijwillig individueel wordt belast met de uitvoering van de regelgeving? Uit het onderzoek blijkt dat reprorechtig kopiëren weinig aandacht heeft in het bedrijfsleven, zowel binnen bedrijven zelf als binnen de overkoepelende organisaties. Wel toont men zich bereid te betalen, hoewel men vraagtekens heeft bij de uitvoering van de regeling. De bedrijven zijn geneigd meer te betalen aan reprorecht wanneer dat in verhouding minder tijdsinvestering vraagt. Zo levert de toepassing van het totale aantal kopieën en het aantal medewerkers met het aantal apparaten een geringe administratieve belasting op (een half tot een heel uur per jaar). De onderzoekers concluderen dat de in de wetgeving voorgestelde methode de voorkeur van het bedrijfsleven heeft. Deze methode kan gebruikt worden voor individuele afspraken tussen de Stichting Reprorecht, maar zou ook heel goed deel uit kunnen maken van afgesloten centrale akkoorden. Ook in dat geval zal immers een verdeelsleutel opgenomen moeten worden voor individuele bedrijven.
    • COBA-onderzoek bedrijven - een schriftelijke enquete onder Haagse bedrijven over inbraken en inbraakpreventieve middelen; globaal overzicht van de resultaten

      Steinmetz, C.H.D.; Zee-Nefkens, A.A. van der (WODC, 1980)
      INHOUD: 1. Inleiding 2. Doelstelling van het onderzoek 3. Begeleiding van het onderzoek 4. Opzet van het onderzoek 5. De steekproef 6. Enkele kenmerken van de bedrijven 7. Maatregelen ter voorkoming van inbraken 8. Maatregelen om nadelige gevolgen van inbraken ter beperken 9. Een aanzet tot een inbraak-risico-analyse bij de Haagse bedrijven 10. Kostenberekeningen van maatregelen tegen inbraken 11. Kostenberekeningen voor de peiljaren 1970 en 1974 12. Samenvatting en conclusies SAMENVATTING: De Commissie voor de Ontwikkeling van Beleidsanalyse (COBA) heeft in het kader van haar activiteiten op het terrein van de kosten-batenanalyse ondermeer aandacht besteed aan het meten en waarderen van beleidseffecten. Het onderhavige rapport geeft een overzicht van de resultaten van het WODC-onderzoek naar de kosten van preventieve maatregelen en geleden schade bij het bedrijfsleven in de gemeente Den Haag.
    • Combating organized crime - A study on undercover policing and the follow-the-money strategy

      Kruisbergen, E.W. (Vrije Universiteit Amsterdam, 2017)
      This thesis presents empirical evidence on two counterstrategies to organized crime in the Netherlands: the criminal justice approach and the financial approach ('follow the money'). For the criminal justice approach, it focuses on a specific method of criminal investigation: undercover policing. For the financial approach, it looks into what organized crime offenders actually do with their money as well as the efforts of law enforcement agencies to confiscate criminal earnings. CONTENT: 1. General introduction 2. Undercover policing: assumptions and empirical evidence Infiltrating organized crime groups: theory, regulation and results of a last resort method of investigation 3. Profitability, power, or proximity? 4. Organized crime offenders investing their money in legal economy 5. Explaining attrition: investigating and confiscating the profits of organized crime 6. Conclusion and discussion
    • Correlatie onderzoek MBI - Experiment ten behoeve van de toekomstige inrichting van het MBI onderzoek

      Samson, C.; Oomen, Ph. (WODC, 2004)
      Om het WODC te ondersteunen bij het maken van keuzes over de inrichting van het MBI (Monitor Bedrijven en Instellingen) onderzoek in komende jaren is een onderzoek uitgevoerd naar de correlatie tussen de metingen van 2002 en die van nu. In totaal zijn 102 bedrijven en instellingen ondervraagd. Het responspercentage onder de benaderde vestigingen, 51% is zeer goed te noemen voor business-to-business onderzoek.
    • Cross-border voting in Europe - Final report

      Winter, J. (chairm.) (WODC, 2002)
      Dit onderzoek is bedoeld om de gebruiken bij, ervaringen met en juridische belemmeringen voor grensoverschrijdend stemmen in Europa te inventariseren en aanbevelingen te doen voor regelgeving op nationaal of Europees niveau.
    • ""Daar lig ik niet echt wakker van" - gesprekken met ondernemers uit het Midden- en Kleinbedrijf over criminaliteit en criminaliteitspreventie

      Grapendaal, M.; Sabee, V. (WODC, 1994)
      De interviews hadden onder meer betrekking op criminaliteit, criminaliteitspreventie, gedragscodes, criminogene effecten van regelgeving en dergelijke.
    • De praktijk van schadevergoeding voor slachtoffers van misdrijven

      Wingerden, S. van; Moerings, M.; Wilsem, J. van (WODC, 2007)
      Dit is een onderzoek naar de vraag hoe schadebemiddeling door politie en OM verloopt en hoe de schadeclaim binnen het strafrechtelijke traject verloopt. Het onderzoek richt zich op zowel de maatregelen als de knelpunten, waarbij tevens aandacht wordt geschonken aan de schadevergoedingsmaatregel voor de detailhandel en knelpunten die aldaar worden ervaren.
    • De slimme stad

      Karstens, B.; Est, R. van; Naafs, S.; Schuilenburg, M.; Zoonen, L. van; Engelbert, J.; Galič, M.; Kool, L. (WODC, 2020)
      ARTIKELEN: 1. Bart Karstens, Linda Kool en Rinie van Est - De slimme stad: grote beloften, weerbarstige praktijk 2. Saskia Naafs - Van de gesloten smart city naar een open slimme stad. Lessen uit Quayside, Toronto 3. Marc Schuilenburg - Psychomacht: hoe sturen data en algoritmen de veiligheid in smart cities? 4. Liesbet van Zoonen - Publieke waarden of publiek conflict: democratische grondslagen voor de slimme stad 5. Jiska Engelbert - Voorbij het polderen in de slimme stad 6. Maša Galič - Over het recht op de smart city. SAMENVATTING: De term smart duikt tegenwoordig overal op. Niet alleen telefoons, horloges en koelkasten moeten slim zijn, maar ook steden ontkomen daar niet meer aan. Slimme steden zijn overal te vinden. In Nederland staan onder meer Eindhoven, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht te boek als smart cities. Singapore investeert wereldwijd het meest in slimmestadinitiatieven, op de voet gevolgd door New York City, Londen en Tokyo. Van belang voor een goed begrip van de slimme stad is dat de term kan worden gezien als een ‘catastrofeconcept. Het succes ervan berust op de retorische pijler dat het stedelijk leven steeds meer wordt geconfronteerd catastrofes als werkloosheid, extreme luchtvervuiling, criminaliteitsproblemen en een afname en afname van democratische legitimiteit. Slimme technologie, zoals datamining en kunstmatige intelligentie, wordt hierbij voorgesteld als de wonderolie die elke kwaal geneest. Dit is de tweede retorische pijler. In dit technologisch-utopisch perspectief op de stad dreigt de publieke ruimte steeds meer de speelbal te worden van grote bedrijven, waaronder Google, IBM en Uber. Zij beloven dat hun technologie grootstedelijke problemen oplost en dat de stad hierdoor welvarender, democratischer, schoner en veiliger wordt. Maar technologie is geen wondermiddel en standaardoplossingen voor urgente problemen bestaan niet. De elementaire vraag is daarom wiens belangen slimme steden dienen, die van techbedrijven of die van de burger? Het verlangen naar slimheid betekent namelijk ook een grotere controle van burgers, verlies van privacy en privatisering van publieke taken, waaronder openbaar vervoer en de veiligheidszorg. Vragen die in dit themanummer van Justitiële verkenningen over de slimme stad aan bod komen, zijn: welke middelen worden ingezet om steden ‘slimmer’ te maken? Hoe verhouden de kansen van slimme steden zich tot bedreigingen? Op welke manier kunnen stadsbewoners actief worden betrokken bij de slimme stad? Hoe kan de overheid zich optimaal verhouden tot de dominantie van techbedrijven? Welke machtseffecten treden er op bij de inzet van slimme technologieën? Moet er een recht op de smart city komen?
    • De Wet Bibob en het eigen onderzoek van bestuursorganen - Een verkenning van scenario's

      Sibma, A.; Tollenaar, A.; Jager, L. de; Buggenum, I. van; Winter, H. (Pro Facto, 2014)
      Sinds 1 juni 2003 kunnen verschillende bestuursorganen bij een aantal beschikkingen gebruik maken van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). In dit onderzoeksrapport staat de volgende vraag centraal: Hoe kan de Bibob-procedure zo worden ingericht dat bestuursorganen zo snel mogelijk over een goed en rechtmatig tot stand gekomen advies beschikken ten behoeve van hun besluitvorming? Ter beantwoording van deze vraag zijn twee deelonderzoeken verricht. Het eerste deelonderzoek betrof een inventarisatie van de huidige samenwerking en informatie-uitwisseling, terwijl in het kader van het tweede deelonderzoek een scenarioverkenning is verricht. INHOUD: 1. Onderzoeksvragen en -aanpak 2. Bibob op hoofdlijnen 3. Praktijk van de Wet Bibob 4. Analyse bevindingen 5. Scenarioverkenning 6. Conclusies
    • Doeltreffende risicocommunicatie - Een inventariserend onderzoek

      Kuttschreuter, M.; Stel, M.; Haandrikman, M.; Bouwmeester, J.; Doeschot, F. ten; Straaten, G. van; Andringa, W. (Universiteit Twente, 2021-05)
      Dit rapport bevat een verslag van een onderzoek naar de doeltreffendheid en toekomstbestendigheid van de manier waarop de Nederlandse overheid over risico’s communiceert. In deze context houdt doeltreffendheid in dat de communicatiedoelen bereikt worden, dat de communicatie aansluit bij de informatiebehoefte van de burger, dat de beoogde doelen consistent zijn met relevant beleid, en dat zij op een adequate en efficiënte manier worden bereikt. Het onderzoek richt zich dus zowel op de reacties van burgers op de communicatie als op de processen bij de overheid.
    • Een inventarisatie van de mogelijkheden tot sanctionering van leidinggevende functionarissen binnen het civiel-, straf- en bestuursrecht

      Lindenbergh, S.D.; Schreuder, A.I.; Verbaan, J.H.J. (Erasmus Universiteit Rotterdam - School of Law, 2015)
      Er zijn de afgelopen jaren diverse voorvallen aan het licht gekomen waarbij bedrijven en instellingen op onoorbare wijze bleken te hebben gehandeld. In toenemende mate komt daarbij de vraag op naar de mogelijkheden om leidinggevende functionarissen aan te spreken wanneer zij rechtens onjuist handelen c.q. hun positie of hun bedrijf of instelling daarvoor gebruiken. Met dit document wordt beoogd om het bestaande juridische kader ter zake van de mogelijkheden tot sanctionering van leidinggevenden van bedrijven en instellingen in hoofdlijnen inzichtelijk te maken. Het doel is primair om een overzicht te bieden, en het bestaande ‘instrumentarium’ binnen het civiel-, straf- en bestuursrecht in een handzaam document samen te brengen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Civiel recht 3. Strafrecht 4. Bestuursrecht 5. Besluit 6. Schematisch overzicht 7. LIteratuur
    • Evaluatie Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

      Bilo, N.; Huberts, S.; Veen, S. van der; Wilms, P. (Significant APE, 2019)
      Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) is in 2004 opgericht door publieke en private partijen en beoogt de maatschappelijke veiligheid te vergroten. Deze doelstelling wil het CCV bereiken door de ontwikkeling en beschikbaarstelling van kennis en instrumenten op het gebied van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op een integrale aanpak door samenwerking tussen (semi-)publieke en private organisaties. De centrale probleemstelling in dit onderzoek is: ‘In hoeverre heeft het CCV in de periode 2013-2018 zijn algemene doelstelling gerealiseerd, hoe verhoudt dat beeld zich tot de vorige evaluatie van 2013, in hoeverre heeft het CCV opvolging gegeven aan de aanbevelingen uit de vorige evaluatie en in hoeverre is het huidige CCV in overeenstemming met het gewenste toekomstbeeld dat betrokkenen hebben voor de organisatie.’ INHOUD: 1. Inleiding 2. Probleemstelling en aanpak 3. Onderzoeksverantwoording 4. Schets van het CCV 5. Verhouding tot het ministerie van Justitie en Veiligheid 6. Aanbod en waardering van de producten en diensten 7. Het toekomstbeeld 8. Conclusies
    • Evaluatie De Geschillencommissie 2009

      Klapwijk, A.; Voert, M. ter (WODC, 2009)
      Het is wettelijk verplicht dat een organisatie die structureel subsidie ontvangt van het Rijk eens in de vijf jaar wordt geëvalueerd. De laatste evaluatie van De Geschillencommissie is in 2002 uitgevoerd. De doelstellingen van De Geschillencommissie zijn: het beslechten van consumentengeschillen op een snelle, goedkope, eenvoudige en goede wijze. Deze evaluatie geeft antwoord op de volgende vragen: In welke mate biedt De Geschillencommissie een toegankelijke vorm van geschilafdoening? Wat is de kwaliteit van de geschilafdoening door De Geschillencommissie? Welke positie bekleedt De Geschillencommissie in de Nederlandse samenleving? INHOUD: 1. Inleiding 2. De Geschillencommissie 3. Toegankelijkheid: vraag en aanbod 4. Toegankelijkheid: kosten 5. Kwaliteit 6. Positie in de samenleving 7. Conclusies
    • Evaluatie doelmatigheid Fraudehelpdesk

      Friperson, R.; Winden, R. van; Wilms, P.; Bouman, S. (APE, 2012)
      In mei 2010 besloot de toenmalige minister van Justitie tot de oprichting van een helpdesk op het gebied van fraude en oplichting. Een half jaar later werd voor de Stichting Aanpak Financieel-economische Criminaliteit in Nederland (SafeCin) als uitvoerende projectorganisatie gekozen. SafeCin heeft tevens Steunpunt Acquisitiefraude (SAF) onder haar hoede. Sinds februari 2011 is de helpdesk operationeel en kunnen burgers en ondernemers er met vragen over fraude terecht. De centrale vraagstelling van dit evaluatieonderzoek omvat vier onderdelen: Heeft de Fraudehelpdesk aan de formele subsidievoorwaarden voldaan? Voorziet de Fraudehelpdesk in een behoefte van burgers en bedrijven? Heeft de Fraudehelpdesk bijgedragen aan een beter functionerende fraudebestrijdingsketen? Heeft de Fraudehelpdesk bijgedragen aan de preventie van fraude waar vooral burgers en kleine bedrijven het slachtoffer van worden? INHOUD: 1. Achtergrond, probleemstelling en aanpak 2. Beschrijving Fraudehelpdesk 3. Toetsing evaluatiecriteria 4. Oordeel
    • Evaluatie PPP-projecten

      Sabee, V.; Bedem, R. van den (WODC, 1995)
      In 1993 en 1994 heeft het WODC een aantal haalbaarheidsstudies naar publiek-private en preventieve samenwerkingsverbanden (PPP) op bedrijventerreinen (of industrieterreinen) uitgevoerd. In deze notitie wordt een vergelijking gemaakt op het niveau van (clusters van) bedrijventerreinen ten aanzien van slachtofferschap en perceptie van het criminaliteitsniveau op bedrijventerreinen.
    • Evaluatie Wet Bibob - Eenmeting

      Voogd, M.C. de; Doornbos, F.; Huntjens, L.C.L. (WODC, 2007)
      De Wet Bibob bepaalt dat bestuursorganen kunnen weigeren een beschikking te geven (of deze kunnen intrekken) indien ernstig gevaar bestaat dat deze mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen of geldelijk voordeel uit strafbare feiten te benutten. De wet stelt tevens een Bureau Bibob in dat bestuursorganen desgevraagd advies uitbrengt over de mate van gevaar. De Wet Bibob trad in 2002 in werking en betrof vergunningverleningen, subsidieverleningen en aanbestedingen in een aantal sectoren. Artikel 45 van de Wet Bibob vereist da de Wet Bibob drie jaar na inwerkingtreding wordt geëvalueerd op doeltreffendheid en op de effecten van de Wet Bibob in de praktijk.
    • Expenditure on crime in the Netherlands

      Moolenaar, D. (WODC, 2006)
      This is an English reprint of Chapter 7 from: Eggen, A.Th.J., W. van der Heide (eds.) Criminaliteit en rechtshandhaving 2004: ontwikkelingen en samenhangen, The Hague, WODC/CBS, 2005 (Onderzoek en beleid, no. 237). CONTENT: 1. Introduction 2. Government expenditure in response to crime 3. Expenditure for the prevention of crime 4. Expenditure as a result of crime 5. Overview and international comparison
    • Faillissement

      Berends, A.; Huls, N.; Niemeijer, E.; Jungmann, N.; Beltzer, R.M.; Knegt, R.; Vriesendorp, R.D.; Galen, R.J. van; Weel, B.J. ter (WODC, 2000)
      ARTIKELEN: 1. Mr. drs. A. Berends - Faillissementsrecht; een balsturig onderdeel van het recht 2. Prof. dr. N. Huls - Naar een economische faillissementsfilosofie; niet terug- maar vooruit kijken 3. Mr. dr. E. Niemeijer, drs. N. Jungmann - Problematische schuldsituaties; van faillissement naar schuldsanering van natuurlijke personen 4. mr. drs. R.M. Beltzer, dr. R. Knegt - Faillissementen en het afvloeien van personeel; over misbruik van het faillissementsrecht 5. Prof. mr. R.D. Vriesendorp - De rechter-commissaris bij insolventies; onpartijdige rechter of betrokken commissaris 6. Mr. R.J. van Galen - Het Nederlandse faillissement; lessen uit het buitenland 7. Drs. B.J. ter Weel - De economie van het faillissement; 'creatieve destructie' onder kleine startende bedrijven Bijlagen: 1. Faillissementen: enige kerngegevens 2. Faillissementsfraude SAMENVATTING: Dit nummer poogt de problematiek van het faillissement in kaart te brengen. Bovendien worden tal van hervormingsvoorstellen gepresenteerd. Na een lange periode van windstilte – de Faillissementswet stamt uit 1896 – is het insolventierecht nu volop in beweging. Opmerkelijk is dat de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) die in 1998 werd geïntroduceerd, door velen als lichtend voorbeeld wordt gezien. De WSNP kan worden omschreven als een nieuw type sociaal beleid dat zwakke belangen beoogt te verdedigen. De schuldsaneringsregeling wil voorkomen dat schuldenaars hun hele leven met schuld blijven zitten en poogt een nieuwe start aan te moedigen (na een periode van strikte aflossing volgt kwijtschelding van het restant van schulden).
    • Focus op heling - Een onderzoek naar het functioneren van de helingmarkt, het beleid tegen en de gevolgen van heling

      Ferwerda, H.; Ham, T. van; Scholten, L.; Jager, D. (Bureau Beke, 2016)
      Het doel van dit onderzoek is het beeld over functioneren van de helingmarkt, het beleid tegen heling en de gevolgen van heling voor burgers en bedrijven te actualiseren. Tevens moet in het onderzoek gezocht worden naar aanknopingspunten voor het verder terugdringen van heling. Hoewel in een eerder onderzoek van 2007 (zie link bij: Meer informatie) niet werd gekeken naar heling van fietsen en autodiefstal – om de omvang en doorlooptijd van het onderzoek te beperken – zijn deze goederen in het huidige onderzoek wel meegenomen. INHOUD: 1. Een onderzoek naar heling 2. Heling ingekaderd 3. Aard, omvang en verschijningsvormen 4. De burger en het bedrijfsleven over heling 5. De aanpak 6. Samenvatting en conclusies