• Aanpak van organisatiecriminaliteit

      Unknown author (1999)
      Er bestaat geen goed inzicht in de werkelijke waarde van zelfregulering voor de naleving van wettelijke regels door organisaties. Dit nummer tracht die kennis-lacune enigszins op te vullen en het middengebied tussen gedragscodes enerzijds en strafrechtelijke handhaving anderzijds te verkennen. In welke opzichten kan zelfregulering preventie bevorderen, en in welke opzichten fungeert zelfregulering als afschermingsmechanisme om de overheid op afstand te houden? Een daarbij aansluitende vraag is hoeveel we mogen verwachten van de eigen verantwoordelijkheid van organisaties bij de handhaving van wettelijk gestelde normen.
    • Accountantscontrole, fraude en meldplicht - Een onderzoek naar de werking van de Verordening op de fraudemelding

      Sabee, V.; Bijl, W.A. (WODC, 1996)
      Door de leden van de twee beroepsorganisaties van de accountants in Nederland (Het Koninklijk NIVRA en de NOvAA) is in het najaar van 1994 de Verordening op de fraudemelding aanvaard. Deze verordening regelt hoe de openbaar accountant dient te handelen als hij bij een wettelijk verplichte controle van een jaarrekening fraude constateert.
    • Banqueroute - Risico-analyse van misbruik van financiële diensten door criminele organisaties

      Bruin, B.; Egten, C.A. van; Gunst, M.G.J. de; Postema, A.; Schaap, C.D. (Ernst & Young Consulting, 1999)
      In deze publicatie worden de resultaten beschreven van het onderzoek naar:het misbruik dat criminele organisaties kunnen maken van de financiële diensten van financiële dienstverleners;het misbruik dat criminele organisaties kunnen maken van de diensten die faciliterende dienstverleners verlenen ten behoeve van het verkrijgen van een financiële dienst;de getroffen maatregelen om het misbruik tegen te gaan, het beoordelen van de effectiviteit van deze maatregelen alsmede het voorstellen van mogelijke aanvullende maatregelen.
    • Bestrijding van ondernemersfraude

      Unknown author (WODC, 1988)
      Het eerste nummer van deze jaargang staat in het teken van ondernemersfraude. Fraude is door de criminoloog Hoefnagels het delict van de jaren tachtig genoemd. Nu heeft dit delict daarbij in deze tijd veel 'concurrentie' van andere delictvormen. Een feit is echter dat in de pers met grote regelmaat verslag wordt gedaan van meer of minder grote fraude-zaken. In dat licht wordt wel gesteld dat het 'fraudebewustzijn' is toegenomen; dit lijkt zowel bij het publiek als bij de potentiele daders het geval te zijn. Met de verschijning van het Ismo-rapport in 1985 is de bestrijding van fraude in Nederland eerst goed van de grond gekomen. Desondanks kunnen vele problemen bij de bestrijding van fraude door ondernemingen worden gesignaleerd.
    • Compliance als transactievoorwaarde

      Gelinck, H.W.J.; Bree, M.A. de; Schoof, N.A.C. (Legal Vision, 2002)
      In 1999 stelde het College van procureurs-generaal een aanwijzing hoge transacties vast waarin onder andere is opgenomen dat de officier van justitie de mogelijkheid heeft om nalevingsafspraken, ook wel genoemd complianceregeling, overeen te komen met een van strafbare feiten verdachte organisatie. Om ook in de praktijk met dit instrument te kunnen werken is het noodzakelijk dat wordt bepaald wanneer een complianceregeling zinvol kan zijn en hoe kan worden vastgesteld of de afspraken die zijn neergelegd in de complianceregeling daadwerkelijk worden nageleefd.
    • Complianceprogramma's - Een brug tussen preventieve en repressieve rechtshandhaving

      Wempe, J.F.D.B.; Wiering, J.R.; Zwieten, M.J.A. van; Gelinck, H.W.J.; Schoof, N.A.C. (KPMG Forensic Accounting, 1999)
      Het WODC heeft KPMG de opdracht gegeven om door middel van literatuuronderzoek te inventariseren welke ervaringen men in het buitenland heeft met complianceregelingen en te beoordelen onder welke voorwaarden deze regelingen in Nederland bij de aanpak van organisatiecriminaliteit van waarde kunnen zijn. Een complianceprogramma wordt gedefinieerd als een weloverwogen ontwikkeld en geïmplementeerd (management)systeem dat erop gericht is om onrechtmatig handelen binnen een onderneming tijdig op te sporen en te voorkomen. De opbouw is als volgt. In H. 1 wordt de opzet van het onderzoek besproken. In H. 2 komen drie modellen in de rechtstheorie aan de orde met betrekking tot strafrechtelijk daderschap van rechtspersonen. Deze worden toegelicht aan de hand van de wet en de jurisprudentie, en toegelicht wordt hoe het daderschap van rechtspersonen in de onderzoekslanden (de VS, Australië, Denemarken en Zuid-Afrika) benaderd wordt. Complianceprogramma's komen aan bod in H. 3; de werking ervan wordt beschreven in de onderzoekslanden. In de VS is dit geregeld in de Federal Sentencing Guidelines; deze komen uitgebreid aan de orde. In H. 4 wordt belicht op welke wijze een effectief complianceprogramma tot stand komt, waarbij alle stappen in het proces worden toegelicht. In H. 5 wordt nagegaan of het gebruik van complianceregelingen in de rechtshandhaving in Nederland een bredere plaats zou kunnen krijgen. Na een korte toelichting op de bestuurlijke en privaatrechtelijke handhaving besluit het hoofdstuk met een verkenning van de gecombineerde handhaving. Het rapport eindigt met samenvatting en conclusies.
    • Corruption and Corporate Crime

      Huberts, L.; Savona, E.U.; Gleason, G.; Vagg, J.; Punch, M.; Garsse, L. van; Garsse, L. van; Aertsen, I.; Peters, T.; Gramckow, H.; et al. (WODC, 1995)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. Western Europe and public corruption: expert views on attention, extent and strategies - L. Huberts 3. Beyond criminal law in devising anticorruption policies: lessons from the Italian experience - E.U. Savona 4. Corruption, decolonization and development in Central Asia - G. Gleason 5. A fragmented organizational approach to fraud in a European context: the case of the United Kingdom public sector - A. Doig 6. Anti-fraud coordination in the EU 7. The policing of signs: trademark infringement and law enforcement - J. Vagg 8. (g.b.h.) Grievous business harm: exploring corporate violence - M. Punch 9. L. van Garsse, I. Aertsen and T. Peters on the (in)compatability of insurance and mediation; 9. Gramckow on comunity prosecution in the US and its relevance for Europe 10. Crime institute profile: Willem Pompe Penology Institute, University of Utrecht
    • De kredietcrisis

      Wolters, W.G.; Huisman, W.; Slot, B.M.J.; Mecking, E.; Unger, B.; Schoenmaker, D.; Raaij, W.F. van; Duijn, J.J. van; Zuidhof, P.W. (WODC, 2009)
      ARTIKELEN: 1. W.G. Wolters - Spelen met financiële risico's in een onzekere wereld 2. W. Huisman - Kredietcrisis en organisatiecriminaliteit: vier mogelijkheden 3. B.M.J. Slot - Elke crisis haar eigen crimineel 4. E. Mecking - De kredietcrisis en de lessen van Kondratieff; een doemscenario 5. B. Unger - Wie is verantwoordelijk voor de financiële crisis? 6. D. Schoenmaker - Financieel toezicht op Europees niveau 7. W.F. van Raaij - De economische crisis en het herstel van vertrouwen 8. Boekrecensie: J. J. van Duijn over 'Animal spirits: how human psychology drives the economy, and why it matters for global capitalism' van G.A. Akerlof en R.J. Shiller 9. Boekrecensie: P.W. Zuidhof over 'Op naar de volgende crisis! Over het verleidende vermogen van de financiële markt' van O. Velthuis en L. Noordegraaf-Eelens SAMENVATTING: In dit themanummer is gekozen voor een brede benadering van het fenomeen kredietcrisis. Zo komt de relatie tussen kredietcrisis en criminaliteit aan de orde en wordt aandacht besteed aan financiële zwendel in heden en verleden en aan de (verschuivende) grenzen tussen moreel, immoreel en crimineel handelen. Het onderwerp 'vertrouwen' komt in verschilende bijdragen aan bod, evenals de gevolgen van de kredietcrisis voor de inrichting van het toezicht op de financiële sector. Om een en ander in een context te plaatsen zijn ook enkele meer economisch getinte bijdragen opgenomen waarin wordt ingegaan op de mogelijke oorzaken van de crisis.
    • De markt van misdaad en milieu; deel I

      Berg, E.A.I.M. van den (red.) (WODC, 1995)
      Onderzoek, in samenwerking met B&A Groep Beleidsonderzoek en -advies, mede op verzoek van de politieregio Kennemerland, verricht naar de aard, verschijningsvormen en omvang van zware milieucriminaliteit. Het was erop gericht zware milieucriminaliteit zichtbaar te maken teneinde prioriteitenstelling in de aanpak van het probleem in Kennemerland mogelijk te maken. Daarnaast was het doel de theoretische en praktische basis te leggen voor een toekomstig landelijk onderzoek naar het verschijnsel zware milieucriminaliteit. De resultaten hiervan, zoals verwoord in voorliggend rapport en deelrapport 2 zijn onder meer een beschrijving van het dreigingsbeeld van zware milieucriminaliteit aan de hand van een marktmodel en een methode waarmee inzicht kan worden verkregen in de aard en omvang van verschijningsvormen van zware milieucriminaliteit. Binnen het marktmodel zijn op basis van het theoretisch raamwerk en een groepering van daders en delicten, acht deelmarkten te onderscheiden: de schoonmaak- en saneringsmarkt; de& hergebruiks- en secundaire-grondstoffenmarkt; de afvalverwijderingsmarkt; de ontdoe-het-zelfmarkt; de bestrijdingsmiddelenmarkt; de markt van bodemverbeteraars; de wildlife-markt; en de markt van vis en visprodukten. INHOUD: 1. Inleiding 2. Zware milieucriminaliteit: wat is het? 3. Daders en motieven 4. Resultaten 5. Conclusies, discussie en aanbevelingen
    • De wereld achter de wietteelt

      Spapens, A.C.M.; Bunt, H.G. van de; Rastovac, L.; Miralles Suero, C. (medew.) (WODC, 2007)
      In deze studie is het productieproces en de organisatie van de wietteelt onderzocht. Tevens is ingezoomd op de internationale dimensies en op het geweld in relatie tot de bedrijfsmatige en grootschalige wietteelt. In de tweede plaats komt de aanpak van de hennepteelt aan de orde. Daarbij is, met betrekking tot de politieregio's Brabant-Noord, Brabant Zuid-Oost, Limburg-Noord en Limburg-Zuid, nagegaan welke inspanningen op dit moment worden gepleegd, en tot welke resultaten deze vooralsnog hebben geleid. INHOUD: 1. Algemene inleiding 2. Het productieproces 3. De organisatie van de wietteelt 4. Internationale dimensies van de wietteelt 5. Bedrijfsmatige wietteelt en geweld 6. De aanpak van de wereld achter de wietteelt 7. Algemeen besluit
    • Dossier TCR - Tien jaar schone schijn

      Eshuis, R.J.J.; Berg, E.A.I.M. van den (WODC, 1996)
      Dit rapport beoogt een totaalbeeld te presenteren van de illegale praktijken rond het bedrijf Tankcleaning Rotterdam (TCR) en daarbij risico's aan te geven met betrekking tot (tekortkomingen in) de huidige milieuwetgeving en de organisatie en werkwijze van het handhavingsnetwerk. In hoofdstuk 2 wordt de scheepsafvalstoffenmarkt beschreven. In hoofdstuk 3 worden achtergrondgegevens gepresenteerd die als'juridische context' zouden kunnen worden aangemerkt. het betreft de relevante wet-en regelgeving, de vergunningssituatie van TCR en Tankcleaning Amsterdam (TCA), een korte beschrijving van de delicten en de door het handelen van TCR veroorzaakte milieuschade. In hoofdstuk 4 worden de mechanismenachter het crimineel handelen blootgelegd. Daarbij wordt ondermeer ingegaanp de belangrijkste bedrijfdscredo's ('de bedrijfsfilosofie'), cultuur en leiderschap binnen het bedrijf en wordt het handelen van TCR bezien vanuit verschillende criminologische theorieën. In hoofdstuk 5 komt de rol van overheden aan de orde. Hierbij wordt ingegaan op de beleidscontext, de vergunningverlening, de handhavingsstategie, de uitvoering van toezicht en de wijze waarop de overheid reageerde op geconstateerde tekortkomingen bij het bedrijf. In hoofdstuk 6 wordt vervolgens, aan de hand van het bij TCR geconstateerde, nader ingegaan op mogelijkheden die de overheid heeft om dergelijke vormen van criminaliteit te voorkomen, of ten minste tijdig te signaleren en van een adequaat antwoord te voorzien. In hoofdstuk 7 ten slotte wordt de onderzoeksvraag gerecapituleerd en worden de belangrijkste conclusies gepresenteerd. INHOUD: 1. Inleiding De markt 2. Achtergrondgegevens bij de casus De organisatie TCR 3. De rol van de overheden 4. Vrije markt en regulering 5. Slotbeschouwing
    • Effecten van de Wet ketenaansprakelijkheid op malafiditeit

      Berghuis, A.C.; Duyne, P.C. van; Essers, J.J.A. (WODC, 1985)
      In het kader van de evaluatie van de Wet Ketenaansprakelijkheid (WKa) is een studie ondernomen naar het met de wet beoogde effect van terugdringing van de malafide onderaanneming en het malafide ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Deze studie omvat twee activiteiten: een onderzoek naar faillissementen in enkele delen van het bedrijfsleven, en een inventarisatie met betrekking tot malafiditeit na inwerkingtreding van de Wet Ketenaansprakelijkheid (waaronder ook begrepen is de Verleggingsregeling Omzetbelasting).
    • Eindrapport experiment frauderegistratie

      Duyne, P. van (WODC, 1986)
      Allereerst wordt een globale beschrijving gegeven van het verloop van de drie onderdelen van het project: de uitkeringsfraude, de FIOD-fraude en de ondernemersfraude. Voor gedetailleerde beschrijvingen dient de lezer de als bijlage opgenomen interimrapporten I t/m III te raadplegen. Voor elk onderdeel worden deelaanbevelingen geformuleerd. Vervolgens worden aan de hand van de beschreven stand van zaken voorstellen gedaan voor de verdere uitbouw van het registratieproject en de daarbij behorende ambtelijke begeleidingsstructuur, waarover de Fraude Registratie Commissie consensus heeft bereikt.
    • Fraude

      Unknown author (WODC, 1993)
      Fraude wordt vaak wordt geassocieerd met ambtelijke en niet-ambtelijke vormen van corruptie, die weer in verband kunnen worden gebracht met de georganiseerde misdaad. Het onderscheid tussen fraude en corruptie is dan ook niet zo groot. Bij fraude bevoordeelt iemand alleen zichzelf, terwijl bij corruptie ook een derde in het spel is (zie het artikel van Huberts). In beide gevallen gaat het veelal om het onjuist of onvolledig verschaffen van informatie, dan wel om het misbruik maken van vertrouwen. In deze betekenis wordt in dit nummer van Justitiele Verkenningen aandacht besteed aan verschillende vormen van fraude. Daarbij is gestreefd naar het zo goed mogelijk in kaart brengen van de huidige stand van de kennis en inzichten op dit gebied.
    • Fraude

      Friedrichs, D.O.; Brummelkamp, G.W.; Huisman, W.; Flikweert, T.; Onna, J.H.R. van; Kemp, F.; Schuyt, C.J.M.; Groot, W.; Maassen van den Brink, H.; Fenger, M.; et al. (WODC, 2014)
      ARTIKELEN: 1. D.O. Friedrichs - Kapitalistische banken als criminele ondernemingen: de casus Wall Street 2. G.W. Brummelkamp, W. Huisman en T. Flikweert - Drie drijvende krachten achter bedrijfscriminaliteit; een empirisch onderzoek naar fraude in het midden- en kleinbedrijf 3. J.H.R. van Onna - Patronen in de criminele ontwikkeling van fraudeurs 4. F. Kemp - Faillissementsfraude: een hardnekkig fenomeen; pleidooi voor een preventieve aanpak 5. C.J.M. Schuyt - Als je merkt dat niemand het merkt; over fraude in de wetenschap 6. W. Groot en H. Maassen van den Brink - Oorzaken van fraude in de zorgsector 7. M. Fenger en W. Voorberg - Het bestrijden van uitkeringsfraude: mogelijkheden en moeilijkheden 8. Internetsites. SAMENVATTING: In dit themanummer wordt een meer algemene definitie gehanteerd van fraude: opzettelijke misleiding om een voordeel te behalen ten koste van anderen. Hierin zitten drie basisbestanddelen. Allereerst moet de misleiding opzettelijk zijn: het kan ook zijn dat men ongewild en onbewust een foute voorstelling van zaken geeft. Zo is regelgeving soms dermate ingewikkeld dat het niet naleven ervan zowel voordelen als nadelen oplevert voor de overtreder. Het tweede aspect van de definitie draait om misleiding: men zet anderen op het verkeerde been door een valse voorstelling van zaken te geven. Dat kan actief door een leugen te vertellen of door bepaalde veranderingen in de eigen situatie niet te melden. Ten derde moet het bedrog ten eigen voordele strekken. Vaak zal het dan om het binnenharken van geld van anderen gaan. Maar een dergelijke gedraging kan ook draaien om het verwerven of verkrijgen van een vooraanstaande (markt)positie. Deze factoren komen aan de orde in de artikelen over diverse vormen van fraude.
    • Georganiseerde misdaad in het Nederlandse internationale wegtransport

      Bovenkerk, F.; Lempens, A. (Universiteit Utrecht - Willem Pompe Instituut, 1996)
      In Nederland zijn tal van ogenschijnlijk bonafide firma's die als dekmantel dienen voor illegale handel. Vooral de sector van het wegtransport is kwetsbaar voor penetratie door de georganiseerde misdaad. Door overname van bedrijven kan illegaal verkregen vermogen worden geinvesteerd en kan men via deze firma's eigen aan- en afvoerlijnen beheersen. Doel van dit onderzoek is om beter zicht te krijgen in de aard, omvang en sociale functie van de georganiseerde misdaad, en in de voordelen van modern recherchewerk alsook in de beperkingen daarvan. Die zijn ten dele gelegen in moeilijkheden rond de begripsbepaling van wat georganiseerde misdaad is. Een ander doel is om in de praktijk te ervaren op welke wijze wetenschap en politie- en justitieonderzoek naar georganiseerde misdaad zinvol kunnen samengaan. Het onderzoek bestond uit literatuurstudie en het afnemen van interviews.
    • Groene criminologie

      Boekhout van Solinge, T.; Janssen, J.; Huijstee, M. van; Steinweg, T.; Ruggiero, V.; South, N.; Leest, W.P.E. van der; Zon, G.J. van der; Uhm, D.P. van (WODC, 2012)
      ARTIKELEN: 1. T. Boekhout van Solinge - Ontbossing en criminologie 2. J. Janssen - Over mensen en andere dieren in de criminologie 3. M. van Huijstee en T. Steinweg - E-waste: de donkere kant van de elektronicaconsumptie 4. V. Ruggiero en N. South - Groene criminologie en vuileboordencriminaliteit 5. W.P.E. van der Leest en G.J. van der Zon - Witwasmethoden bij grensoverschrijdende milieucriminaliteit 6. D.P. van Uhm - De illegale handel in beschermde diersoorten 7. Internetsites. SAMENVATTING: Groene criminologie onderscheidt zich van andere meer legalistisch geörienteerde criminologie door het centraal stellen van een breed opgevat schadebeginsel. Dit betekent dat groene criminologie niet stopt bij de bestudering van milieucriminaliteit. Veel milieuschade is het gevolg van activiteiten die (nog) niet strafbaar zijn gesteld. Een nieuw element in de groene criminologie is dat mensen worden gezien als deel van complexe ecosystemen en niet langer centraal staan. Ook dieren en diersoorten kunnen slachtoffer zijn, evenals ecosystemen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de waarde van de dieren en de natuurlijke omgeving op zichzelf vooropstaat, niet zozeer het nut dat zij al dan niet hebben voor de mens. Naast deze onderwerpen zijn enkele artikelen in dit themanummer gewijd aan vormen van milieuschade en daaraan gelieerde criminele activiteiten.
    • Het motiverende effect van normatieve en afschrikwekkende boodschappen - een stated preference-benadering

      Graaf, S. de; Putte, B. van den; Werff, S. van der (SEO Economisch onderzoek, 2011)
      Onderzocht is welke voorlichtingsboodschappen volgens burgers en leidinggevenden van bedrijven het meest motiveren om lichte overtredingen niet meer te begaan. Een centrale vraag is of handhavingscommunicatie zich vooral moet bedienen van afschrikwekkende boodschappen (pakkans, sancties) of juist van normatieve boodschappen of een combinatie van deze elementen. Moet benadrukt worden dat er wordt gecontroleerd, en/of dat er sancties staan op het niet naleven van de regels, of is het effectiever om te benadrukken dat het niet naleven van de regels een kwalijk effect heeft op de samenleving en/of dat regelovertreding afwijkend gedrag is? Hoe reageren niet-overtreders op de boodschappen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Theoretisch kader 3. Boodschappen: hoe onderzocht? 4. Burgers: sanctiekans meest motiverend 5. Bedrijven: boetehoogte meest motiverend 6. Conclusie en discussie
    • Illegal Markets and Practices

      Passas, N.; May, T.; Hough, M.; Aronowitz, A.A.; Courakis, N.; Muller, E.R.; Rosenthal, U.; Otten, M.H.P.; Ruitenberg, A.G.W.; Heerschap, H.; et al. (WODC, 2001)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. Nikos Passas - False Accounts: Why do Company Statements Often Offer a True and Fair View of Virtual Reality? 3. Tiggey May and Michael Hough - Illegal Dealings: The Impact of Low-level Police Enforcement on Drug Markets 4. Alexis A. Aronowitz - Smuggling and Trafficking in Human Beings: The Phenomenon, the Markets that Drive it and the Organisations that Promote it 5. Nestor Courakis - Financial Crime Today: Greece as a European Case Study 6. E.R. Muller, U. Rosenthal, M.H.P. Otten, A.G.W. Ruitenberg, H. Heerschap, R. Schellingerhout - Current Issues: Evaluation of the European Championships 2000: Public Order and Safety
    • Milieurecht en zelfregulering

      Unknown author (WODC, 1994)
      De omvang en ernst van de milieucriminaliteit lijken almaar toe te nemen. Recente rapporten hebben een zorgelijke en soms alarmerende toon. Het rapport Politic en milieu constateert dat van een daadwerkelijke handhaving van milieuwetten nog niet veel terecht is gekomen. De conclusies van het rapport Zuiver handelen in een vuile context zijn nog radicaler. Het stelt dat de overheid medeplichtig is aan milieumisdrijven doordat zij wegens economische belangen, dubbele petten en naIviteit te veel door de vingers ziet. Volgens de onderzoekers worden vergunningen en certificaten lichtvaardig verleend. Door onvoldoende controle of nalatigheid van ambtenaren krijgen louche handelaars de kans afval op illegale wijze te dumpen. De milieu-mafia zou hierdoor greep krijgen op een sector waarin miljarden guldens omgaan. De procureurs-generaal van het O.M. zijn eveneens ontevreden. Ten slotte hoort men ook in de milieubeweging sombere tonen. De mazen in de wet, de gebrekkige controles en de belangenverstrengeling tussen overheid en branche-organisaties, het zijn allemaal bewijzen dat het economisch belang over het milieubelang zegeviert. Maar vormen meer controle en meer centrale regelgeving een oplossing? Is niet juist de veelvoud van formele regelgeving de oorzaak van de impasse waarin het milieubeleid zich bevindt? Wie deze vraag bevestigend beantwoordt, zal de oplossing willen zoeken in vrijwillige overeenkomsten tussen branche-organisaties en de overheid. Velen wijzen op kinderziekten en stellen vertrouwen in de uiteindelijk gunstige resultaten die convenanten en andere vormen van publiekprivate samenwerking zullen bieden.