• Cybersecurity - a state-of-the-art-review - Fase 2

      Silfversten, E.; Jordan, V.; Martin, K.; Dascalu, D.; Frinking, E. (Rand Europe, 2020-12)
      Er zijn vier thema’s geïdentificeerd als de meest urgente en relevante onderwerpen voor de NCTV: 1. Cybersecurity-governance vanuit het perspectief van de nationale veiligheid; 2. Vertrouwen in informatie en data; 3. De beveiliging van vitale infrastructuur; en 4. Veiligheid van de supply chain. De NCTV heeft twee van deze vier thema’s geselecteerd voor verder onderzoek in Fase 2, te weten: 1. Cybersecurity-governance vanuit het perspectief van de nationale veiligheid; en 2. De beveiliging van vitale infrastructuur. INHOUD: Preface, Summary, Figures, Tables, Boxes, Abbriviations, Acknowledgements, 1. Introduction, 2. Cybersecurity governance in the Netherlands, 3. Managing cybersecurity capabilities and skills required for national security, 4. Measuring performance for cybersecurity policymaking, 5. Recommendations for the NCTV to improve cybersecurity governance, 6. Critical infrastructure and technology, 7. Critical infrastructure and cybersecurity maturity, 8. Critical infrastructure and improving cybersecurity, 9. Recommendations for the NCTV to improve critical infrastructure protection and cybersecurity, 10. Summary and conclusions, References, Annexes
    • Investeren in Cybersecurity

      Meulen, N. van der (RAND Europe, 2015)
      Cybersecurity staat al enige tijd vol in de schijnwerpers, in zowel binnen- als buitenland. Onze digitale afhankelijkheid heeft ertoe geleid dat veiligheidskwetsbaarheden en veiligheidsincidenten gepaard (kunnen) gaan met grote gevolgen, in het bijzonder als het gaat om kwetsbaarheden en incidenten bij organisaties binnen de vitale sectoren. Dit onderzoek had als vertrekpunt de behoefte in kaart te brengen waarom, waarin en hoeveel organisaties binnen de vitale sectoren investeren in cybersecurity. De hoofdvraag voor dit onderzoeksproject was: Op basis waarvan, op welke wijze en in welke mate investeren private ondernemingen en publieke organisaties in de vitale sectoren in cybersecurity? INHOUD: 1. Inleiding en achtergrond van het onderzoek 2. Cybersecurity: van definitie tot dreiging 3. Drijfveren voor cybersecurity-investeringen 4. Aard en omvang van investeringen in cybersecurity 5. Van goed naar beter 6. Slotbeschouwing
    • Krachtig lerende netwerken - Samenwerkend leren in interorganisationele netwerken voor de aanpak van terrorisme en criminaliteit

      Noordegraaf, M.; Heres, L.; Terpstra, N.; Bos, A.; Kolthoff, E.; Bovens, C. (medew.); Wilt, A. van der (medew.) (Universiteit Utrecht - Departement Bestuurs - en Organisatiewetenschap (USBO), 2020)
      In dit onderzoek bekeken wij in hoeverre, en op welke manieren er beter samengewerkt en organisationeel geleerd zou kunnen worden rond de aanpak van criminaliteit en terrorisme. We verkenden daarbij tevens of beide aanpakken verder op elkaar betrokken zouden kunnen worden. We analyseerden of de wijze waarop de aanpak van terrorisme in Nederland bestuurlijk en organisatorisch is opgezet en (inhoudelijk) vorm krijgt, verder kan worden versterkt door te leren van de ervaringen die bij de aanpak van criminaliteit zijn opgedaan.Dit deden we aan de hand van de volgende hoofdvraag: Op welke wijzen en onder welke condities kan de bestuurlijke, organisatorische, professionele aanpak van terrorisme in Nederland via (keten)samenwerking verder worden versterkt, waarbij verschillen tussen regimes, (inhoudelijke) perspectieven en werkwijzen worden overbrugd? Wat kunnen we daarbij leren van de aanpak van andere complexe vraagstukken, in het bijzonder de bestrijding van (georganiseerde) criminaliteit, waarin interventievermogen is/wordt getoond? INHOUD: 1. Introductie 2. Analysekader 3. Criminaliteit en terrorisme: een nexus? 4. (Netwerk-)samenwerking in de praktijk 5. Leren in en van netwerken 6. Criminaliteits- en terrorismebestrijding op elkaar betrokken 7. Conclusies en aanbevelingen
    • Pilot Dreigingsmanagement - een ex-ante evaluatie

      Nelen, H.; Leeuw, B.; Bakker, F.; Herrenberg, T. (Universiteit Maastricht - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2012)
      In 2010 is de pilot dreigingsmanagement van start gegaan. De pilot richt zich op (veelal gemarginaliseerde en getroebleerde) mensen die als uitlaatklep voor hun persoonlijke en psychische problemen een bekende Nederlander bedreigen. In de pilotfase is de aandacht in eerste instantie gericht op bedreigers van en bedreigingen tegen leden van het Koninklijk Huis en de Minister-President. Na verloop van tijd zal het bereik van de pilot worden uitgebreid naar andere landelijk bekend personen die een publieke functie bekleden. Het doel van de pilot is om, daar waar dit nodig wordt geacht, door middel van een persoonsgerichte aanpak de geschetste dreiging weg te nemen, te reduceren of hanteerbaar te maken. De volgende probleemstelling staat centraal in dit onderzoek: Op welke wijze wordt de pilot Dreigingsmanagement geacht bij te dragen aan het behalen van de gekozen doelstellingen, welke knelpunten doen zich daar mogelijk bij voor en aan de hand van welke indicatoren kan deze bijdrage over twee jaar worden vastgesteld? INHOUD: 1. Vraagstelling en verantwoording 2. Doel en achtergrond van de pilot Dreigingsmanagement 3. Reflectie op de cognitieve logica 4. Reflectie op de operationele logica 5. Prestatie-indicatoren 6. Conclusie
    • Pilot dreigingsmanagement - De implementatie en wijze van uitvoering onder de loep

      Nelen, H.; Mol, M.; Plaisier, J.; Peters, M. (WODC, 2013)
      Dit rapport doet verslag van de bevindingen van een studie naar de wijze waarop de zogeheten pilot Dreigingsmanagement (PDM) is geïmplementeerd en uitgevoerd. Deze pilot is opgezet om dreigingen door solistische dreigers in de richting van personen binnen het Rijksdomein, in het bijzonder de leden van het Koninklijk Huis en de Minster-President, tijdig te detecteren, de risico's daarvan in te schatten en voor de dreiger een persoonsgerichte - op zorg toegesneden - aanpank te ontwikkelen.
    • State-of-the-art onderzoek Statelijke Dreigingen - Eindrapport

      Frerks, G.; Eckeveld, M. van; Koeleman, S.; Kool, M.; Palm, T.; Sanders, D.; Vane, E. (War Studies Research Center – Faculteit Militaire Wetenschappen, Nederlandse Defensie Academie, 2021-10-14)
      De doelstelling van het onderhavige onderzoek is om een eerste literatuurscan te maken van het wetenschappelijke onderzoeksveld van statelijke dreigingen, de onderwerpen die daarbinnen aan de orde komen, de onderbelichte onderwerpen waarvan wordt gesuggereerd dat zij meer aandacht verdienen en de status van de literatuur (omvang en zo mogelijk kwaliteit). In dit onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: 1. Welke onderwerpen op het gebied van statelijke dreigingen zijn volgens de onderzoekers in welke mate van belang, in welke mate onderzocht, en met welke kwaliteit? 2. Vallen deze onderwerpen binnen het aandachtsgebied van de NCTV? 3. Hoe kunnen deze onderwerpen in fase 2 worden onderzocht? 4. Welke onderzoeksvragen voor fase 2 komen naar voren? Het onderzoek in uitgevoerd in drie stappen: selectie, screening en analyse van de literatuur. In totaal zijn 2905 wetenschappelijke artikelen afkomstig uit 19 tijdschriften en 29 special issues gescreend hetgeen 1000 artikelen opleverde die relevante informatie over statelijke dreigingen bevatten. Deze artikelen zijn verder geanalyseerd op dreigingssubject, -object en -mechanisme. INHOUD: 1. Inleiding, probleemstelling en onderzoeksvragen 2. Methode van onderzoek en werkwijze 3. Hoofdbevindingen 4. Beantwoording van de onderzoeksvragen 5. Deelstudies Dreigingsmechanismen
    • Terroristische dreiging in Nederland - De risicoperceptie en mogelijkheden voor risicocommunicatie

      Liem, M.C.A.; Kuipers, S.L.; Sciarone, J. (Universiteit Leiden - Faculteit Governance and Global Affairs, 2018)
      Het is onduidelijk of en in hoeverre de aanslagen in nabijgelegen landen ook van invloed zijn op de risicobeleving van de Nederlandse bevolking Niet alleen aanslagen in buurlanden kunnen van invloed zijn op de risicoperceptie in Nederland, maar ook het, door de overheid ingeschaalde, dreigingsniveau. De vraag rijst of en in hoeverre het relatief langdurig hoge dreigingsniveau (substantieel, niveau vier van vijf, sinds maart 2013) de risicoperceptie van de Nederlandse bevolking beïnvloedt. Onderzoek laat zien dat terroristische aanslagen tot gedragsveranderingen onder de bevolking kunnen leiden, zoals veranderingen in mobiliteit en stemgedrag (Baird e.a. 2015; Huddy e. a. 2005; Mumpower e. a. 2013; Rubin e. a. 2005). Of dit ook gebeurt in het geval van een terroristische dreiging is tot op heden niet duidelijk. Tevens bestaat onduidelijkheid over de mogelijkheden waarop de overheid kan communiceren over een eventuele terroristische dreiging.Om helderheid te verschaffen in bovenstaande onduidelijkheden zijn de volgende vragen opgesteld: Wat is de risicobeleving van de Nederlandse bevolking inzake terroristische dreiging? En wat zijn passende mogelijkheden voor de Nederlandse overheid om te communiceren over terroristische dreiging en over het (contra-)terrorismebeleid? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden 3. Theoretische inzichten 4. De risicobeleving en zorgen ten aanzien van terrorisme in Nederland 5. Perceptie van (risico)communicatie over terroristische dreiging 6. Kennisniveau van het actuele dreigingsniveau en het Dreigingsbeeld Terrorisme 7. Aanpassingen in het gedrag naar aanleiding van een dreiging 8. Mogelijkheden voor communicatie vanuit de overheid ten aanzien van terrorisme 9. Conclusie en reflectie