• Aard en omvang van dader- en slachtofferschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit in Nederland

      Beerthuizen, M.G.C.J.; Sipma, T.; Laan, A.M. van der (WODC, 2020)
      De Nederlandse samenleving is in hoog tempo gedigitaliseerd. Bijna iedereen maakt dagelijks gebruikt van computer, smartphone of andere vormen van informatie- en communicatietechnologie (ICT). Naast de voordelen die deze digitalisering oplevert is er ook een schaduwzijde—cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit. Cybercriminaliteit betreft delicten waarbij ICT het middel en doel is. Het gaat dan bijvoorbeeld om delicten als hacken en ransomware. Gedigitaliseerde criminaliteit betreft traditionele delicten waarbij ICT als middel wordt ingezet, maar niet het doel is. Daarbij gaat het bijvoorbeeld over (doods)bedreigingen via WhatsApp of aan- en verkoopfraude via Marktplaats.nl. In het huidige rapport wordt uiteengezet wat er bekend is over de aard en omvang van slachtoffer- en daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit binnen de Nederlandse context, vanaf 2008. Hierbij staan de volgende drie vragen centraal: Hoe is de aard van slachtoffer- en daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit geconceptualiseerd? Hoe is slachtoffer- en daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit concreet geoperationaliseerd? Hoe groot wordt de omvang geschat van slachtoffer- en daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit? INHOUD: 1. Inleiding 2. Slachtofferschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit 3. Online bedreigingen in het lokaal bestuur 4. Daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit 5. Aanbieders en afnemers van cybercrime-as-a-service 6. Conclusie en discussie
    • Agressie-incidenten in de asielopvang - Over de aard van de incidenten en ervaringen van medewerkers

      Ufkes, E.G.; Zebel, S.; Besten, A. den (Universiteit Twente - Faculteit Gedrags- en Managementwetenschappen, 2017)
      In 2015 kreeg Nederland te maken met een relatief hoge asielinstroom. De hoge asielinstroom leidde onder meer tot langere asielprocedures en ook vergunninghouders wachten hierdoor relatief lang op een sociale huurwoning. In de afgelopen maanden nam het aantal incidenten in de asielopvanglocaties (bijv. asielzoekerscentrum (azc), alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv)-opvang, noodopvang en crisisopvang) toe. Een veilige en beheersbare leefomgeving is belangrijk voor bewoners, COA-medewerkers en voor andere personen betrokken bij de asielopvang. Het is daarom belangrijk om zicht te krijgen op de aard van de incidenten en hoe ze voorkomen of effectief aangepakt kunnen worden. Daarbij is het ook van belang om inzicht te krijgen in hoeverre COA-medewerkers zich in hun dagelijkse werk toegerust voelen om de incidenten af te handelen. Om die redenen staan de volgende vragen in dit onderzoek centraal: Wat is de aard van agressie- en geweldsincidenten binnen asielzoekerscentra; In hoeverre voelen COA-medewerkers zich (on)voldoende toegerust om gewelds- en agressie-incidenten binnen COA-opvanglocaties te voorkomen of in goede banen te leiden; Hoe kunnen (nieuwe) inzichten in de toekomst helpen bij het voorkomen of effectief oplossen van agressie- en geweldsincidenten? INHOUD: 1. Inleiding 2. Literatuurverkenning 3. Analyse registratiegegevens 4. Critical incident analyse & interviews 5. Discussie en conclusie 6. Referentielijst 7. Bijlagen
    • Antisociaal gedrag van jongeren online

      Broek, T.C. van der; Weijters, G.; Laan, A.M. van der (WODC, 2014)
      Dit is het verslag van een deelstudie over de mate waarin jongeren in de leeftijd van 10 tot en met 17 jaar zelf online antisociaal gedrag rapporteren. Hieronder wordt verstaan het onbetaald downloaden van illegaal aangeboden software en muziek, het opzettelijk versturen van virussen en het bedreigen van iemand via sms, email of een chatprogramma. Het onderzoek is verricht op basis van gegevens uit de Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit (metingen 2005 en 2010). Het hoofdonderzoek is verricht door de Universiteit Twente (zie link bij: Meer informatie).
    • Bedreigen en intimideren van OM- en politiemedewerkers - Een onderzoek naar frequentie, aard, gevolgen en aanpak

      Torre, E.J. van der; Gieling, M.; Bruinsma, M.Y.; Jans, M. (medew.); Linden, M. van der (medew.) (Politieacademie, 2013)
      Dit onderzoek gaat over (de omgang met) situaties waarbij burgers, politie- of OM-medewerkers bedreigen of intimideren. De hoofdvraag luidt: Wat zijn de aard, frequentie en gevolgen van bedreiging of intimidatie van medewerkers van de politie en het Openbaar Ministerie en wat is het gewenste, ondervonden en bewezen effectieve beleid om bedreigingen en intimidatie te voorkomen of de gevolgen daarvan te beperken? INHOUD: 1. Inleiding 2. Over de frequentie, aard en gevolgen 3. Over de aanpak en effectiviteit 4. Bedreigingen en intimidatie: frequentie en aard 5. Bedreigingen en intimidatie: de gevolgen 6. Bedreigingen en intimidatie: de reactie 7. Het OM: casus 8. Het OM: reflectie op de casus 9. De politie: casus 10. De politie: reflectie op de casus 11. Onderzoeksvragen: de antwoorden
    • Bedreigingen en intimidaties van burgemeesters in relatie tot de bestuurlijke aanpak

      Klein Kranenburg, L.; Doeschot, F. ten; Bouwmeester, J.; Andringa, W. (I&O Research, 2020)
      Het doel van het onderzoek is het bieden van inzicht in de aard en omvang van de bedreigingen en intimidaties tegen burgemeesters, alsook in het aantal aangiften, vervolgingen en veroordelingen. Tevens dient het onderzoek inzicht te geven in de mogelijke relatie tussen de mate waarin burgemeesters gebruikmaken van het instrumentarium onder de noemer van ‘bestuurlijke aanpak’ en het zich voordoen van bedreigingen en intimidaties tegen hen. In dit onderzoek staan de volgende twee vragen centraal: Wat is in de periode vanaf 2010 de aard en omvang van het aantal bedreigingen en intimidaties tegen burgemeesters, hoe vaak doen zij daarvan aangifte, hoe vaak wordt er een verdachte opgepakt en hoe vaak vindt er vervolging en veroordeling plaats? In hoeverre is er wel of niet een relatie tussen de bestuurlijke aanpak en het zich voordoen van bedreigingen en intimidaties tegen burgemeesters, uitgesplitst naar de aard van de bedreiging of intimidatie en naar het type dader? INHOUD: 1. Inleiding 2. Bestuurlijke aanpak 3. Slachtofferschap en strafrechtelijke reactie 4. Relatie tussen inzet OOV-bevoegdheden en bedreiging/intimidatie 5. Conclusies en slotbeschouwing
    • Copycat - een fenomeenonderzoek

      Bos, J.G.H.; Es, A.M.D. van; Vasterman, P. (COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement, 2011)
      Het Copycat-effect is het effect dat plaatsheeft als er sprake is van een handeling die is uitgevoerd naar aanleiding van berichtgeving in de media over een eerdere soortgelijke handeling. Doelstelling van dit onderzoek is het inzichtelijk maken of het fenomeen Copycat bestaat en inzicht verkrijgen in de communicatieve consequenties van het fenomeen Copycat. Er is ook onderzoek gedaan naar het Cry Wolf-effect (zie link hiernaast). INHOUD: 1. Inleiding 2. Het fenomeen Copycat 3. Casuïstiek 4. Analysekader: besmettingsgevaar 5. Communicatieve implicaties van het Copycat-effect
    • Criminele beïnvloeding van het lokale openbaar bestuur

      Winter, H.; Woestenburg, N.; Struiksma, N.; Akerboom, C.; Boxum, C. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2017)
      De laatste jaren is er in de media dus de nodige aandacht voor het omkopen van lokale bestuurders en voor de wijze waarop criminelen lokale besluitvorming(sprocessen) proberen te beïnvloeden door middel van bedreiging of infiltratie. Die was echter vooral gestoeld op individuele gevallen en op impressies. Er is in Nederland nog geen diepgravend onderzoek gedaan naar de aard en omvang van de beïnvloeding door criminelen van het lokale openbaar bestuur. In dit onderzoek is daaraan gevolg gegeven door een grootschalig enquêteonderzoek uit te voeren onder bestuurders, raadsleden en ambtenaren in het lokale openbaar bestuur, aangevuld met verdiepende interviews.De centrale onderzoeksvraag van dit onderzoek is als volgt:Wat is de aard en omvang van de beïnvloeding van het lokale openbaar bestuur met een crimineel oogmerk, welke kwetsbaarheden kunnen hierbij aangewezen worden, in hoeverre heeft de beïnvloeding impact op besluitvorming(sprocessen) en de nati-onale veiligheid en welke maatregelen kunnen worden ontwikkeld of aangescherpt om beïnvloeding tegen te gaan?
    • De psychometrische kenmerken van de MZJ-vragenlijst over gedigitaliseerde, cyber- en offlinedelicten bij jongeren - Schaalconstructen, afnamemodi en omvangschattingen

      Beerthuizen, M.G.C.J.; Tollenaar, N.; Laan, A.M. van der (WODC, 2017)
      De Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit (MZJ) is een vijfjaarlijks onderzoek waarin Nederlandse jongeren in de leeftijd van 10 tot 23 jaar bevraagd worden over hun delictgedrag.Tijdens de laatste meting zijn een aantal veranderingen doorgevoerd, waar de belangrijkste van is de toevoeging van nieuwe gedigitaliseerde en cyber-delicten in de bevraging. In het huidig rapport worden de resultaten van een ver-diepingsonderzoek naar de MZJ gepresenteerd. De drie thema’s die aan bod komen zijn:De psychometrische kenmerken van de vragenlijst over gedigitaliseerde, cyber- en offlinedelicten, welke de kern vormt van de MZJ.De gevolgen van een overstap van een CAPI/CASI-afnamemodus (d.w.z., afname waarbij een interviewer aanwezig is) naar een CAWI-modus (d.w.z., een internet-afname) voor de rapportage en monitoring van zelfgerapporteerd delinquent gedrag.De mogelijkheden om de MZJ te gebruiken om een omvangschatting te maken van de door Nederlandse jeugdigen gepleegde gedigitaliseerde en cyberdelicten. Zie ook: de Tweede Kamerbrief rondom dit onderzoek. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Psychometrische kenmerken, gedigitaliseerde, cyber- en offlinedelinquentie 4. CAPI/CASI- versus CAWI-modus 5. Omvangschatting cyber- en gedigitaliseerde delinquentie 6. Samenvatting en conclusie
    • Discriminatieaspect als strafverzwarende omstandigheid - Cijfers en praktijkervaringen

      Kruize, P.; Gruter, P.; Suchtelen, T. van (medew.) (Ateno, 2020)
      In de huidige Aanwijzing Discriminatie (2018A009) worden commune delicten met een discriminatieaspect – afgekort tot CODIS-feiten – als volgt omschreven: Het gaat dan bijvoorbeeld om delicten als mishandeling, openlijke geweldpleging, eenvoudige belediging, bedreiging, opruiing, vernieling, brandstichting of doodslag waarbij een discriminatieaspect ex artikel 137c Sr als motief of aanleiding heeft gespeeld, of gebruikt is om het delict indringender te plegen. Ook als het discriminatieaspect is gelegen in een genderidentiteit die niet past bij het geboortegeslacht wordt dit beschouwd als een commuun delict met discriminatieaspect. Het doel van het onderzoek is om na te gaan in hoeverre de beleidsintensiveringen in de strafrechtelijke aanpak van discriminatie sinds 2015 hebben bijgedragen aan het intensiever betrekken van een discriminatieaspect bij de strafeis en straftoemeting en de inzichtelijkheid daarvan. Met de resultaten van het onderzoek wordt bezien in hoeverre er aanleiding is een discriminatieaspect als strafverzwarende omstandigheid op te nemen in de wet. Het andere deelonderzoek betreft een rechtsvergelijking (zie link hiernaast). INHOUD: 1. Inleiding 2. Registratie van discriminatiezaken 3. Inzicht in discriminatiezaken 4. Discriminatieaspect als strafverzwaring 5. Aandacht voor het discriminatieaspect 6. Conclusies
    • Ernstige verkeersdelicten

      Wolswijk, H.D.; Postma, A.; Keulen, B.F. (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2017)
      Over de straftoemeting in verkeerszaken is veel maatschappelijke en politieke discussie. Ook in de wetenschap is het een onderwerp van discussie. Op 18 februari jl. heeft de minister van V&J in een brief naar de Tweede Kamer over verkeershandhaving aangegeven dat er onderzoek zal plaatsvinden naar de straftoemeting in ernstige verkeerszaken (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2015-2016, 29398, nr. 495). Dit onderzoek betreft de straftoemeting in ernstige verkeerszaken. Daarbij wordt gekeken naar het 'strafgat' bij (kort gezegd) roekeloos rijgedrag. Bezien wordt of de opsporingsbevoegdheden bij het doorrijden na een ongeval met ernstig letsel of de dood als gevolg dienen te worden uitgebreid. De onderzoeksvragen betreffen de straftoemeting bij ernstige verkeersdelicten, de opvattingen van praktijkjuristen over die straftoemeting, en knelpunten van juridische of praktische aard bij de afdoening van ernstige verkeersdelicten. INHOUD: 1. Inleiding 2. De strafbaarstelling en het kader voor straftoemeting 3. Straftoemeting bij ernstige verkeersdelicten 4. Interviews 5. Conclusies en aanbevelingen
    • Evaluatie OK-puntenaanpak; de beleidslogica beschreven en getoetst

      Flight, S.; Abraham, M.; Voorbij, F. (DSP-groep, 2010)
      De Stichting Meld Geweld richt sinds 2003 OK-punten op. Dit begon in Rotterdam, maar inmiddels zijn er in totaal bijna vierhonderd OK-punten in ten verschillende gemeenten. De OK-punten zijn een instrument om de cultuur van afzijdigheid om te buigen naar een cultuur van betrokkenheid. OK-punten bieden ook een veilige plek aan mensen die slachtoffer of getuige zijn van geweld op straat of zich op een andere manier onveilig of bedreigd voelen.Het doel van deze plan- en procesevaluatie is te ontdekken hoe de OK -puntenaanpak kan bijdragen aan een afname van publiek geweld. Het betreft dus geen effectevaluatie. In het onderzoek zijn achtereenvolgens de volgende stappen gezet: Reconstructie beleidslogica (hoofdstuk 3) Literatuurstudie, interviews en een quick-scan in Rotterdam op zoek naar bewijs voor de beleidslogica (hoofdstuk 4) Onderzoek naar de implementatie van de OK-puntenaanpak in Rotterdam, Amsterdam en Tilburg (hoofdstuk 5 en bijlagen) INHOUD: 1. Inleiding 2. Zinloos geweld 3. Beleidslogica OK-puntenaanpak 4. Toets van de beleidslogica 5. Implementatie 6. Meten doelbereik 7. Conclusie
    • Evaluatie van de strafvorderingsrichtlijn kwalificerende slachtoffers

      Aa, S. van der; Vorm, B. van der; Pemberton, A.; Kesteren, J. van; Letschert, R. (WODC, 2008)
      Doelstelling van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de werking en toepassing van de strafvorderingsrichtlijn van het Openbaar Ministerie inzake geweld tegen beroepsbeoefenaars (waaronder politiepersoneel), slachtoffers van burgermoed en personen die in een afhankelijke situtatie tot de dader stonden. Deze richtlijn is per 1 december 2006 in werking getreden.
    • Feiten die tellen - Een overzicht van geregistreerde feiten met een strafdreiging van acht jaar of meer gepleegd door 12 tot en met 17 jarigen in de periode 1998-2003

      Laan, A.M. van der; Groen, P.P.J.; Bogaerts, S. (WODC, 2005)
      Het doel van het onderzoek is vierledig: Ten eerste inzicht in de specifieke aard en omvang van vormen van ernstig crimineel gedrag gepleegd door jongeren tussen de 14 en 16 jaar al dan niet in groepsverband. Ten tweede wordt nagegaan wat de aard en omvang is van de strafbare feiten die jongeren tussen 14 en 16 plegen en die de rechtsorde ernstig hebben aangetast en ten derde wat de aard van de sancties is die de rechter deze jongeren heeft opgelegd. Ten vierde is gevraagd na te gaan welke ontwikkeling in de periode 2000 tot en met 2003 te signaleren is in de omvang van ernstig criminele feiten gepleegd door minderjarigen.
    • Huwelijksdwang - een verbintenis voor het leven? - Een verkenning van de aard en aanpak van gedwongen huwelijken in Nederland

      Cornelissens, A.; Kuppens, J.; Ferwerda, H. (WODC, 2009)
      De impact van een gedwongen huwelijk is voor slachtoffers vaak groot. Daarom bestaat vanuit de politiek de vraag wat de (juridische) mogelijkheden zijn om dit fenomeen aan te pakken. In dit onderzoek worden de volgende vragen beantwoord: Wat wordt verstaan onder gedwongen huwelijken?In welke vorm(en) komt dit fenomeen in Nederland voor?Zijn er afdoende (strafrechtelijke) instrumenten om hiertegen op te treden?
    • Jeugddelinquentie in de virtuele wereld - Een nieuw type daders of nieuwe mogelijkheden voor traditionele daders

      Rokven, J.J.; Weijters, G.; Laan, A.M. van der (WODC, 2017)
      De achterliggende vraag van dit onderzoek is of de geconstateerde daling in jeugdcriminaliteit (deels) te verklaren valt, doordat jongeren overstappen van het plegen van offline delicten naar het plegen van online delicten. Op de volgende drie onderzoeksvragen wordt een antwoord gezocht in dit onderzoek: Wat is het profiel van jeugdige daders van zelf gerapporteerde gedigitaliseerde delinquentie en zelf gerapporteerde cyberdelinquentie? Waarin onderscheidt het profiel van (de verschillende groepen) jeugdige online daders zich van daders van offline jeugddelinquentie? In hoeverre is er sprake van een verplaatsing van offline naar online delinquentie onder jongeren? Zie ook: de Tweede Kamerbrief rondom dit onderzoek. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Online en offline daderschap 4. Profielen van online en offline daders 5. Verplaatsing van offline naar online delinquentie? 6. Conclusie en discussie
    • Liquidaties in Nederland

      Gestel, B. van; Verhoeven, M.A.; Korte, L.R. de; Slot, E.; Vugts, P.; Kras, H.; Roks, R.A.; Leistra, G.; Scheepmaker, M.P.C. (WODC, 2017)
      ARTIKELEN: 1. B. van Gestel en M.A. Verhoeven - Liquidaties nieuwe stijl: Verruwing en professionalisering bij liquidaties in Nederland 2. L.R. de Korte - ‘Hitman, at your service’: Een crime-scriptanalyse van liquidaties in Nederland 3. E. Slot - Liquidaties in Nederland in historisch perspectief 4. P. Vugts en H. Kras - Hoe de criminele ladder naar de ondergang leidt: De verschillende types slachtoffers van liquidaties in de Amsterdamse onderwereld 5. R.A. Roks - Liquidatie van een Solid Soldier? Het ‘niet-zeker-weten’ en de ‘realness’ rondom de dood van Sin 6. G. Leistra - Spreken is lood: Kan de overheid bedreigde getuigen beschermen? 7. M.P.C. Scheepmaker - Op de grens van ideeën en daden: Over de vervolging van het voorbereiden van liquidaties - Een interview met OvJ Koos Plooij en advocaat Christian Flokstra SAMENVATTING: Dit themanummer van Justitiële verkenningen is gewijd aan het fenomeen liquidaties. Als het om moord en doodslag gaat lopen de emoties in de samenleving vaak hoog op. Liquidaties vormen echter een aparte categorie. Deze gaan doorgaans gepaard met bruut geweld en vinden vaak in de openbare ruimte plaats, wat de nodige opschudding en verontwaardiging oproept. Tegelijkertijd is er minder mededogen met de slachtoffers, omdat dit veelal zelf criminelen zijn (de tragische ‘vergismoorden’ even buiten beschouwing latend). Maar wie zijn eigenlijk de slachtoffers van liquidaties? En welke achtergronden hebben deze liquidaties? Op deze vragen proberen we in dit themanummer antwoord te geven. Daarnaast is er aandacht voor de vraag hoe politie en justitie moeten omgaan met liquidaties. De belangrijkste getuigen zijn vaak dood en de uitvoerders proberen geen sporen achter te laten. Soms is een liquidatie ook onderdeel van een groter geheel, waarbij criminelen doelbewust anderen inzetten om potentiële getuigen om te brengen en hun omgeving angst aan te jagen. In die zin is een liquidatie dan ook een doelbewuste aanslag op de waarheidsvinding. Omdat het zo moeilijk is liquidatiezaken op te lossen worden soms bijzondere opsporingsmethoden gebruikt, zoals de inzet van meewerkende getuigen die strafvermindering krijgen toegezegd. Ook liggen aan een geslaagde liquidatie verschillende voorbereidingshandelingen ten grondslag, zoals het stelen en ‘koud zetten’ van auto’s en het aanschaffen van (automatische) wapens en volgapparatuur, waarmee vervolgens de gangen van het beoogde slachtoffer zo goed mogelijk in kaart kunnen worden gebracht. Deze ‘logistiek’ van liquidaties biedt enerzijds veel mogelijkheden voor de vroegtijdige opsporing van liquidaties en dus voor het voorkomen daarvan. Anderzijds wordt door vroegtijdig in te grijpen het bewijs vernietigd van het misdrijf dat ophanden is. Het voorkomen van het misdrijf betekent daarom dat soms ook de voorbereiding voor de betrokken daders minder zware strafrechtelijke consequenties heeft. Deze en andere juridische dilemma’s komen ook aan de orde in dit themanummer.
    • Methodenonderzoek Dark number jeugdige daders in Nederland van gedigitaliseerde criminaliteit en cybercriminaliteit

      Heijden, P.G.M. van der; Cruyff, M.J.L.F.; Gils, G.H.C. van (Universiteit Utrecht - Faculteit Sociale Wetenschappen, 2017)
      Het doel van het voorbereidend onderzoek is inzicht te verkrijgen in methoden waarmee het aantal (jeugdige) daders van gedigitaliseerde en cybercriminaliteit kan worden geschat. De onderzoeksvraag is: met welke onderzoeksmethode of (combinatie van) methoden kan, voortbouwend op de inzichten uit de Monitor Jeugdcriminaliteit (MZJ), het percentage jeugdigen in Nederland worden geschat dat zich schuldig maakt aan de volgende misdrijven: (1) online bedreiging, (2) het online verspreiden van seksueel beeldmateriaal van minderjarigen en (3) het inloggen op een computer/website zonder toestemming/kennisgeving, al dan niet gepaard met het wijzigen van gegevens. Onder ‘jeugdigen’ wordt hier verstaan personen vanaf 12 tot en met 22 jaar oud. INHOUD: 1. Inleiding 2. Network-Scale-Up Methode 3. Randomized response 4. Social Media Tekst Profiling 5. Vangst-hervangst met politiedata 6. Samenvatting, conclusies, aanbevelingen
    • Minder ernstig Vaker gestraft - een onderzoek naar de aard en kwalificatie van jeugdcriminaliteit

      Korf, D.J.; Benschop, A.; Blom, T.; Steen, M.; Doekhie, J. (medew.); Everartz, M. (medew.); Büller, N. (medew.) (Universiteit van Amsterdam - Criminologisch Instituut Bonger, 2012)
      Het onderhavige onderzoek is in de WODC onderzoeksprogrammering opgenomen als deel I van het onderzoek naar de ‘hedendaagse jeugdcriminaliteit en het dark number jeugdcriminaliteit’. De probleemstelling van dit onderzoek luidt: Welke concrete handelingen - binnen de delictscategorieën openbare ordedelicten en geweldsdelicten - plegen jeugdigen? Zijn dat andere handelingen dan tien jaar geleden? Worden vergelijkbare incidenten nu anders gekwalificeerd en/of bestraft dan tien jaar geleden? Naast dit onderzoek wordt (separaat) nog een tweede onderzoek uitgevoerd, deel II (project 2034). Dit onderzoek behelst een koppeling van gegevens uit de Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit (MZJ) - waarin ruim 3.000 jongeren zijn bevraagd over delicten die ze hebben gepleegd - aan gegevens van het CBS, waaronder politieregistraties. (zie link hiernaast ) INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Verdachten 4. Concrete handelingen 5. Kwalificatie 6. Afdoening, vonnis en sanctie 7. Continuïteit en verandering 8. Samenvatting en conclusie
    • Nooit meer dezelfde - gevolgen van misdrijven voor slachtoffers

      Lamet, W.; Wittebrood, K. (WODC, 2009)
      Dit onderzoek heeft als doel meer inzicht te krijgen in de gevolgen van misdrijven voor slachtoffers en hun nabestaanden. De volgende onderzoeksvragen worden in dit rapport beantwoord:  Welke gevolgen van misdrijven ondervinden slachtoffers en hun nabestaanden?Op welke termijn doen die gevolgen zich voor?Hoe groot is de groep slachtoffers met ernstige gevolgen?
    • Onderzoek naar strafmaxima in het wetboek van strafrecht

      Hoevenaars, J.; Hullu, J. de; Koopmans, I.M.; Oosten, M. van (Katholieke Universiteit Brabant, 1999)
      In dit onderzoek ging het in de kern om de volgende vragen:Welke uitgangspunten heeft de wetgever gehanteerd sinds 1886 bij het vaststellen van strafmaxima,Welke verschuivingen zijn daarbij eventueel waarneembaar in de loop der tijd,Is ter zake een verschil waarneembaar tussen commune misdrijven en delicten uit bijzondere strafwetten, enKunnen er door de veranderingen in de loop der tijd inconsistenties worden aangewezen in het stelsel van wettelijke strafmaxima?