• Banqueroute - Risico-analyse van misbruik van financiële diensten door criminele organisaties

      Bruin, B.; Egten, C.A. van; Gunst, M.G.J. de; Postema, A.; Schaap, C.D. (Ernst & Young Consulting, 1999)
      In deze publicatie worden de resultaten beschreven van het onderzoek naar:het misbruik dat criminele organisaties kunnen maken van de financiële diensten van financiële dienstverleners;het misbruik dat criminele organisaties kunnen maken van de diensten die faciliterende dienstverleners verlenen ten behoeve van het verkrijgen van een financiële dienst;de getroffen maatregelen om het misbruik tegen te gaan, het beoordelen van de effectiviteit van deze maatregelen alsmede het voorstellen van mogelijke aanvullende maatregelen.
    • Cybercrime en witwassen - Bitcoins, online dienstverleners en andere witwasmethoden bij banking malware en ransomware

      Oerlemans, J.J.; Custers, B.H.M.; Pool, R.L.D.; Cornelisse, R. (WODC, 2016)
      Het witwassen van geld dat wordt verkregen uit cybercrime vindt in de regel plaats via digitale betalingsmiddelen. De reden daarvoor is dat het geld bij cybercrime vaak wordt verkregen via online betalingsmethoden en virtuele valuta. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: Op welke wijze en door welke actoren wordt geld dat wordt verkregen uit banking malware en ransomware (al dan niet digitaal) witgewassen? De deelvragen van het onderzoek luiden als volgt: Wat wordt verstaan onder het witwassen van door banking malware en ransomware verkregen geld en hoe wordt witwassen juridisch gekwalificeerd? Wat zijn digitale betalingsmiddelen, in het bijzonder virtuele valuta zoals Bitcoin, en hoe werken deze digitale betalingsmiddelen? Op welke wijze en door welke actoren wordt geld witgewassen dat: a door middel van banking malware wordt verkregen? b door middel van ransomware wordt verkregen? Wat zijn de kenmerken van actoren die betrokken zijn bij het witwassen van geld dat wordt verkregen uit banking malware en ransomware? Welke informatie over de modus operandi van actoren, die betrokken zijn het bij het witwassen van geld dat verkregen wordt uit banking malware en ransomware, is beschikbaar op het dark web? Welke rol spelen digitale betalingsmiddelen, in het bijzonder virtuele valuta zoals bitcoins, bij het witwassen van geld dat wordt verkregen uit banking malware en ransomware? INHOUD: 1. Inleiding 2. Cybercrime en witwassen 3. Digitale betaalmiddelen 4. Witwassen van geld verkregen uit banking malware en ransomware 5. Kenmerken van actoren bij het witwassen van opbrengsten uit banking malware en ransomware 6. Conclusie
    • De kredietcrisis

      Wolters, W.G.; Huisman, W.; Slot, B.M.J.; Mecking, E.; Unger, B.; Schoenmaker, D.; Raaij, W.F. van; Duijn, J.J. van; Zuidhof, P.W. (WODC, 2009)
      ARTIKELEN: 1. W.G. Wolters - Spelen met financiële risico's in een onzekere wereld 2. W. Huisman - Kredietcrisis en organisatiecriminaliteit: vier mogelijkheden 3. B.M.J. Slot - Elke crisis haar eigen crimineel 4. E. Mecking - De kredietcrisis en de lessen van Kondratieff; een doemscenario 5. B. Unger - Wie is verantwoordelijk voor de financiële crisis? 6. D. Schoenmaker - Financieel toezicht op Europees niveau 7. W.F. van Raaij - De economische crisis en het herstel van vertrouwen 8. Boekrecensie: J. J. van Duijn over 'Animal spirits: how human psychology drives the economy, and why it matters for global capitalism' van G.A. Akerlof en R.J. Shiller 9. Boekrecensie: P.W. Zuidhof over 'Op naar de volgende crisis! Over het verleidende vermogen van de financiële markt' van O. Velthuis en L. Noordegraaf-Eelens SAMENVATTING: In dit themanummer is gekozen voor een brede benadering van het fenomeen kredietcrisis. Zo komt de relatie tussen kredietcrisis en criminaliteit aan de orde en wordt aandacht besteed aan financiële zwendel in heden en verleden en aan de (verschuivende) grenzen tussen moreel, immoreel en crimineel handelen. Het onderwerp 'vertrouwen' komt in verschilende bijdragen aan bod, evenals de gevolgen van de kredietcrisis voor de inrichting van het toezicht op de financiële sector. Om een en ander in een context te plaatsen zijn ook enkele meer economisch getinte bijdragen opgenomen waarin wordt ingegaan op de mogelijke oorzaken van de crisis.
    • Dutch National Risk Assessment on Money Laundering 2019

      Veen, H.CJ. van der; Heuts, L.F.; Leertouwer, E.C. (medew.) (WODC, 2020)
      Dutch policy to prevent and combat money laundering is based on the recommendations of the Financial Action Task Force (FATF) and European Union (EU) directives and regulations. The majority of the FATF’s recommendations has been adopted into the (amendments of the) fourth EU Anti-Money Laundering Directive, applicable to all EU Member States. Article 7 of this directive obliges EU Member States to implement a risk-based policy against money laundering and terrorist financing and to establish a National Risk Assessment (NRA). In 2017 the Research and Documentation Centre (WODC) carried out the first NRA on money laundering and on terrorist financing for the European part of the Netherlands (see link at: More information). A year later, the WODC also conducted an NRA on both topics for the Caribbean Netherlands: the islands Bonaire, Sint Eustatius and Saba. A second NRA for the European Netherlands on money laundering has been carried out by the WODC, with the aim of identifying the greatest risks in the field of money laundering. These are money laundering risks with the greatest residual potential impact. To this end, the money laundering threats with the greatest potential impact have been identified, an estimate has been made of the impact these threats can have and the ‘resilience’ of the policy instruments aimed at preventing and combating money laundering has been determined.
    • Dutch National Risk Assessment on Terrorist Financing 2019

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2020)
      Dutch policy to prevent and combat terrorist financing is based on the recommendations of the Financial Action Task Force (FATF) and European Union (EU) directives and regulations. Article 7 of this directive obliges EU Member States to implement a risk-based policy against money laundering and terrorist financing and to establish a National Risk Assessment (NRA). In 2017 the Research and Documentation Centre (WODC) carried out the first NRA on terrorist financing and on money laundering for the European part of the Netherlands. A year later, the WODC also conducted an NRA on both topics for the Caribbean Netherlands: the islands Bonaire, Sint Eustatius and Saba (see link). A second NRA for the European Netherlands on terrorist financing has been carried out by the WODC, with the aim of identifying the greatest risks in the field of terrorist financing. These are terrorist financing risks with the greatest residual potential impact. To this end, the terrorist financing threats with the greatest potential impact have been identified, an estimate has been made of the impact these threats can have and the ‘resilience’ of the policy instruments aimed at preventing and combating terrorist financing has been determined.
    • Financieel rechercheren in internationaal perspectief - Een geannoteerde bibliografie

      Secherling, P.H.T. (WODC, 1997)
      Deze geannoteerde bibliografie is een vervolg op de literatuurverkenning Financieel rechercheren in Nederland (WODC-Notitie 1997/7). Ze bevat bibliografische beschrijvingen van gevonden literatuur, aangevuld met uitgebreide annotaties over financieel rechercheren in de Verenigde Staten, Canada, Australië, Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk, in het Nederlands en in het Engels. Er is gebruik gemaakt van de collecties van het WODC, de Centrale bibliotheek van het Ministerie van Justitie en de CRI-documentatie. Daarnaast is er via Internet gezocht in het Amerikaanse bestand Dialog. Er is uitgegaan van de meest recente literatuur, vanaf ca. 1995 tot juni 1997.
    • Foreign financing of Islamic institutions in the Netherlands - A study to assess the feasibility of conducting a comprehensive analysis

      Hoorens, S.; Krapels, J.; Long, M.; Keatinge, T.; Meulen, N. van der; Kruithof, K.; Bellasio, J.; Psiaki, A.; Aliyev, G. (RAND Europe, 2015)
      The size and nature of foreign funding of religious institutions is subject to speculation. Foreign funding is not registered centrally, nor is there an obligation to report such donation. Hence, little is known about the origins of funding to mosques in the Netherlands, which is why it is difficult to draw any firm conclusions as to whether these concerns are justified. This research has tackled this through a staged approach. The first phase was commissioned in June 2014 and comprises an assessment of the feasibility of conducting a full analysis of the size and scope of foreign funding of Islamic institutions in the Netherlands and the possible conditions under which foreign funding might be provided. This document reports on the results of that feasibility study. CONTENT: 1. Introduction 2. Islam in the Netherlands 3. Islam and finance 4. Methodology 5. The feasibility of assessing the size and scope of foreign funding to Islamic institutions in the Netherlands 6. The feasibility of assessing the size and scope of foreign funding conditions for Islamic institutions in the Netherlands 7. Information available in source countries 8. Synthesis and conclusions
    • Fraude

      Friedrichs, D.O.; Brummelkamp, G.W.; Huisman, W.; Flikweert, T.; Onna, J.H.R. van; Kemp, F.; Schuyt, C.J.M.; Groot, W.; Maassen van den Brink, H.; Fenger, M.; et al. (WODC, 2014)
      ARTIKELEN: 1. D.O. Friedrichs - Kapitalistische banken als criminele ondernemingen: de casus Wall Street 2. G.W. Brummelkamp, W. Huisman en T. Flikweert - Drie drijvende krachten achter bedrijfscriminaliteit; een empirisch onderzoek naar fraude in het midden- en kleinbedrijf 3. J.H.R. van Onna - Patronen in de criminele ontwikkeling van fraudeurs 4. F. Kemp - Faillissementsfraude: een hardnekkig fenomeen; pleidooi voor een preventieve aanpak 5. C.J.M. Schuyt - Als je merkt dat niemand het merkt; over fraude in de wetenschap 6. W. Groot en H. Maassen van den Brink - Oorzaken van fraude in de zorgsector 7. M. Fenger en W. Voorberg - Het bestrijden van uitkeringsfraude: mogelijkheden en moeilijkheden 8. Internetsites. SAMENVATTING: In dit themanummer wordt een meer algemene definitie gehanteerd van fraude: opzettelijke misleiding om een voordeel te behalen ten koste van anderen. Hierin zitten drie basisbestanddelen. Allereerst moet de misleiding opzettelijk zijn: het kan ook zijn dat men ongewild en onbewust een foute voorstelling van zaken geeft. Zo is regelgeving soms dermate ingewikkeld dat het niet naleven ervan zowel voordelen als nadelen oplevert voor de overtreder. Het tweede aspect van de definitie draait om misleiding: men zet anderen op het verkeerde been door een valse voorstelling van zaken te geven. Dat kan actief door een leugen te vertellen of door bepaalde veranderingen in de eigen situatie niet te melden. Ten derde moet het bedrog ten eigen voordele strekken. Vaak zal het dan om het binnenharken van geld van anderen gaan. Maar een dergelijke gedraging kan ook draaien om het verwerven of verkrijgen van een vooraanstaande (markt)positie. Deze factoren komen aan de orde in de artikelen over diverse vormen van fraude.
    • Goud

      Arnold, I.J.M.; Rovers, B.; Siegel, D.; Theije, M. de; Heemskerk, M.; Mecking, E.; Garrett, J.R. (WODC, 2011)
      ARTIKELEN: 1. I.J.M. Arnold - Goud als geld 2. B. Rovers - Als de goudduivels langskomen; overvallen op juweliers 3. D. Siegel - Valse, gestolen en gesmokkelde Russische juwelen 4. M. de Theije en M. Heemskerk - Groot en klein goud in Suriname; de informalisering en ordening van de goudwinning 5. E. Mecking - Goud, geld en gezag 6. J.R. Garrett - Manipulatie van de gouden standaard door de Bank of England 7. Internetsites. SAMENVATTING: Goud oefent al eeuwenlang een grote aantrekkingskracht uit op mensen, maar is de laatste jaren wel heel erg populair. In dit themanummer is er enerzijds aandacht voor de achtergronden van en verklaringen voor de recente monetaire en economische ontwikkelingen en de rol van goud daarin. Anderzijds wordt gekeken naar enkele gevolgen van deze ontwikkelingen voor de machtspositie van overheden en centrale banken ten opzichte van individuele burgers en bedrijven. Ook de goudsector zelf, de juweliers en de goudhandel komen aan bod met onderwerpen als overvallen, vervalsing van goudmerken, goudsmokkel en conflicten rond en regulering van goudwinning.
    • Meewerken aan strafvordering door banken en Internet Service Providers - Een onderzoek naar wetgeving en praktijk

      Mac Gillavry, E.C. (Rijksuniversiteit Groningen - Vakgroep Strafrechte en Criminologie, 2000)
      Dit is het eerste deel van een promotieonderzoek dat voorziet in een onderzoek naar achtergrond en reikwijdte van de wettelijke verplichtingen tot het meewerken aan strafvordering door banken en Internet Service Providers en de mogelijkheden voor politie en justitie om gebruik te maken van vrijwillige medewerking door deze bedrijven. Tevens is onderzocht wat de praktijkervaringen zijn met deze wettelijke verplichtingen en vrijwillige medewerking.
    • National Risk Assessment on Money Laundering and Terrorist Financing 2021 - Bonaire, Sint Eustatius and Saba

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2021-10)
      In 2017 and 2019/2020, the WODC Research and Documentation Centre conducted a National Risk Assessment (NRA) in the areas of money laundering and terrorist financing for the European part of the Netherlands. In 2017/2018, the WODC conducted a separate NRA for the Caribbean Netherlands – Bonaire, Sint Eustatius and Saba (or the BES islands) – in the fields of money laundering and terrorist financing (See link). A second NRA on Money Laundering and Terrorist Financing has now been carried out for the Caribbean Netherlands, which aims to identify the greatest risks in the field of money laundering and terrorist financing. This concerns the risks with the 'greatest residual potential impact', or the impact that remains after taking into account the preventive and/or mitigating effect (the 'resilience') of the policy instruments that target these threats. To this end, the threats with the greatest potential impact have been identified, and estimates have been made of the impact that these threats may have and the resilience of the policy instruments. CONTENT: 1. Introduction 2. Research methodology 3. What makes the Carribbean Netherlands vulnerable to money laundering? 4. Insight into the largest threats in the field of money laundering 5. Resilience of the policy instruments 6. Largest money-laundering risks in de Caribbean Netherlands 7. Conclusions
    • National Risk Assessment Terrorismefinanciering 2019

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2020)
      Het Nederlandse beleid ter preventie en bestrijding van terrorismefinanciering is gebaseerd op de aanbevelingen door de Financial Action Task Force (FATF) en regelgeving van de Europese Unie (EU). In 2017 heeft het WODC een eerste National Risk Assessment (NRA) Witwassen en NRA Terrorismefinanciering uitgevoerd voor het Europese deel van Nederland. Een jaar later heeft het WODC op beide terreinen ook voor Caribisch Nederland – ofwel de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba – een NRA uitgevoerd (zie links bij: Meer informatie). Voor Europees Nederland is in 2019-2020 een tweede NRA Terrorismefinanciering uitgevoerd, die als doel heeft om de grootste risico’s op het terrein van terrorismefinanciering in kaart te brengen. De risicoanalyse is opgebouwd aan de hand van de ISO 31000 structuur voor risicomanagement en de daarin wetenschappelijk erkende effectieve methoden voor risicobepaling. Parallel aan de uitvoering van de tweede NRA Terrorismefinanciering is de tweede NRA op het terrein van witwassen uitgevoerd (voor Europees Nederland). INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethodiek 3. Achtergronden bij de financiering van terrorisme 4. Wat maakt Nederland kwetsbaar voor terrorismefinanciering 5. Inzicht in de grootste dreigingen op het terrein van terrorismefinanciering 6. Weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium 7. Grootste risico's op het terrein van terrorismefinanciering 8. Conclusies
    • National Risk Assessment Witwassen 2019

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F.; Leertouwer, E.C. (medew.) (WODC, 2020)
      Het Nederlandse beleid ter preventie en bestrijding van witwassen is gebaseerd op de aanbevelingen door de Financial Action Task Force (FATF) en regelgeving van de Europese Unie (EU). In 2017 heeft het WODC een eerste National Risk Assessment (NRA) Witwassen en NRA Terrorismefinanciering uitgevoerd voor het Europese deel van Nederland. Een jaar later heeft het WODC op beide terreinen ook voor Caribisch Nederland – ofwel de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba – een NRA uitgevoerd (zie links bij: Meer informatie). Voor Europees Nederland is in 2019-2020 een tweede NRA Witwassen uitgevoerd, die als doel heeft om de grootste risico’s op het terrein van witwassen in kaart te brengen. De risicoanalyse is opgebouwd aan de hand van de ISO 31000 structuur voor risicomanagement en de daarin wetenschappelijk erkende effectieve methoden voor risicobepaling. Parallel aan de uitvoering van de tweede NRA Witwassen is de tweede NRA op het terrein van terrorismefinanciering uitgevoerd (voor Europees Nederland). INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethodiek 3. Wat maakt Nederland kwetsbaar voor witwassen? 4. Inzicht in de grootste dreigingen op het terrein van witwassen 5. Weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium 6. Grootste witwasrisico's in Nederland 7. Conclusies
    • National risk assessment witwassen en terrorismefinanciering 2021 Bonaire, Sint Eustatius en Saba

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2021-08-26)
      In 2017 en 2019/2020 heeft het WODC een National Risk Assessment (NRA) op de terreinen witwassen en terrorismefinanciering uitgevoerd voor het Europese deel van Nederland. In 2017/2018 voerde het WODC voor Caribisch Nederland – Bonaire, Sint Eustatius en Saba (ofwel de BES-eilanden) – een afzonderlijke NRA op het terrein van witwassen en terrorismefinanciering uit. Voor Caribisch Nederland is nu een tweede NRA Witwassen en Terrorismefinanciering uitgevoerd, die als doel heeft de grootste risico’s op het terrein van witwassen en terrorismefinanciering in kaart te brengen. Het betreft de risico’s met de ‘grootste resterende potentiële impact’ ofwel de impact die overblijft nadat rekening is gehouden met de preventieve en/of mitigerende werking (de ‘weerbaarheid’ van de beleidsinstrumenten die op deze dreigingen zijn gericht. Daartoe zijn de dreigingen met de grootste potentiële impact geïdentificeerd, is een inschatting gemaakt van de impact die deze dreigingen kunnen hebben en is de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium bepaald.
    • Nieuwe vormen van oplichting en fraude

      Meerts, C.; Huisman, W.; Rooyakkers, J.; Weulen Kranenbarg, M.; Roks, R.; Monshouwer, N.; Borwell, J.; Notté, R.; Wilsem, J. van; Sipma, T.; et al. (WODC, 2020)
      ARTIKELEN: 1. Clarissa Meerts en Wim Huisman - Coronacrisis en fraude: vier mogelijke relaties 2. Joke Rooyakkers en Marleen Weulen Kranenbarg - Vissen met een nieuwe hengel: een onderzoek naar betaalverzoekfraude 3. Robby Roks en Nahom Monshouwer - F-gamers die ‘mapsen’, ‘swipen’ en ‘bonken’: een netnografisch onderzoek naar fraude en oplichting op Telegram Messenger 4. Jildau Borwell - Helpdeskfraude in Nederland 5. Raoul Notté - Het verlies van geld, geluk en gezicht; Romance scams, datingfraude en ‘sweetheart swindles’ 6. Johan van Wilsem, Take Sipma en Esther Meijer-van Leijsen - Wie krijgt zijn geld terug? Acties van slachtoffers tot schadevergoeding bij bankfraude 7. Dieke Miltenburg - Resultaten van een awareness-training in het herkennen van phishingmails 8. Jan-Willem Bullée en Marianne Junger - Social engineering: digitale fraude en misleiding; een metaanalyse van studies naar de effectiviteit van interventies 9. Anouk van de Beek - Wat maakt een cyber awareness-campagne effectief? 10. Rick van der Kleij, Susanne van ’t Hoff-de Goede, Steve van de Weijer en Rutger van de Leukfeldt - Ons cybergedrag is veel onveiliger dan we zelf denken; implicaties voor effectief beïnvloedingsbeleid door de overheid. SAMENVATTING: Oplichting en fraude zijn niet nieuw, maar daders gaan wel met hun tijd mee. Veel vormen van oplichting en fraude hebben zich bijvoorbeeld verplaatst naar het internet, waarbij daders hun methoden moesten aanpassen aan het digitale domein. Inmiddels is dit type criminaliteit wijdverspreid. Uit het door het CBS uitgevoerde onderzoek Digitale Veiligheid en Criminaliteit blijkt dat in 2018 in totaal 1,2 miljoen mensen slachtoffer werden van digitale criminaliteit. Ook andere maatschappelijke ontwikkelingen zorgen voor een nog sterkere toename of veranderingen in dergelijke criminaliteitsvormen. De huidige coronacrisis zorgt bijvoorbeeld voor een nog sterkere toename van oplichting via het internet. In dit themanummer van Justitiële verkenningen belichten we nieuwe vormen van oplichting en fraude die zich vooral (maar niet uitsluitend) manifesteren in communicatie via internet, e-mail en digitale applicaties zoals betaalapps. We richten het vizier op de daders en hun slachtoffers. Welke methoden hanteren daders, en hoe kunnen zij succesvol zijn via nieuwe kanalen? Welke schade wordt aangericht en hoe gaan slachtoffers met die schade om? Hoe kunnen burgers weerbaarder worden gemaakt tegen deze nieuwe criminaliteitsvormen? De langere artikelen worden in dit themanummer afgewisseld met korte kaderteksten waarin een specifieke nieuwe vorm van oplichting of een aspect van de aanpak daarvan centraal staat. Oplichting via phishing en valse betaalverzoeken, dating- en identiteitsfraude, ze komen allemaal aan de orde in dit themanummer, dat daarnaast ruim aandacht besteed aan slachtofferschap en de effectiviteit van methoden om weerbaarheid tegen fraude te bevorderen middels voorlichting en training.
    • Onderzoek maatschappelijke positie sekswerkers

      Snippe, J.; Schoonbeek, I.; Boxum, C. (Breuer & Intraval, 2018)
      Het onderzoek heeft de volgende probleemstelling: Wat zijn de hulpvragen en behoeften van sekswerkers rond hun maatschappelijke positie en werkomstandigheden? Zijn er knelpunten in de rechtspositie van sekswerkers, zo ja welke en hoe zouden die opgelost kunnen worden?De onderzoeksvragen die hierbij horen, zijn:Welke concrete problemen met betrekking tot de maatschappelijke positie en werkomstandigheden ondervinden sekswerkers?Welke hulpvragen en behoeften van sekswerkers vloeien voort uit die problemen?Wat is de huidige rechtspositie van sekswerkers en indien die positie onvoldoende lijkt in de huidige omstandigheden, hoe kan hij dan versterkt worden?
    • Opsporing locaties verzocht - Eindrapport

      Nassau, C.; Bulder, B. (Research voor Beleid, 2001)
      Het voorliggende onderzoek dient inzicht te geven in de technische mogelijkheden die er bestaan om bij opsporing gebruik te maken van door derden verzamelde locatiegegevens. Hiertoe zijn de volgende vijf bedrijfssectoren onderzocht: banken, telecommunicatieaanbieders, transportondernemingen, winkelketens en leasemaatschappijen. Per bedrijfssector is een set van casus ontwikkeld, die ingaan op het verstrekken van locatiegegevens (technische mogelijkheden, beperkingen en verbonden kosten). De resultaten hiervan worden in dit rapport weergegeven.
    • Organized crime in the economic and financial sectors of Russia and its impact on Western Europe

      Sinuraja, T. (WODC, 1996)
      This literature study focuses on the economical and financial aspects of organized crime of Russia and its impact on Western Europe. The first chapter focuses on the activities of organized crime in the economic sector of Russia taking the aluminium and oil businesses as examples. The second chapter gives information about the activities of organized crime in the financial sector, with the emphasis on different types of fraud and money laundering. The impact of these activities on Western Europe is the subject of chapter 3. INHOUD: 1. Introduction 2. Organized crime in the economic sector of Russia 3. Organized crime in the financial sector of Russia 4. Impact on Western Europe 5. Conclusion
    • Particuliere recherche - Een verkenning van enige ontwikkelingen

      Hoogenboom, A.B. (WODC, 1988)
      In dit onderzoek wordt voortgebouwd op twee in de literatuur uitgewerkte theoretische modellen: de Junior-Partner Theorie en de Economische Theorie. Het onderzoek is gebaseerd op een zestigtal interviews met sleutelpersonen uit de particuliere recherchewereld en de reguliere politie aangevuld met literatuur over dit onderwerp. In de hoofdstukken 2 t/m 6 wordt een aantal sectoren besproken waarbinnen zich ontwikkelingen hebben voorgedaan op het terrein van de particuliere recherche. In hoofdstuk 7 wordt een vergelijking getrokken tussen de particuliere recherche en de reguliere recherche. Over vormen van private justiche, met name bij verzekeringsfraude en interne fraude binnen een bedrijf, wordt in hoofdstuk 8 geschreven.