• Achtergronden van jeugddelinquentie en middelengebruik

      Junger-Tas, J.; Steketee, M.; Moll, M. (WODC (subsidie), 2008)
      Dit onderzoek naar jeugddelinquentie, het gebruik van alcohol en drugs en slachtofferschap is onderdeel van het tweede internationaal vergelijkend onderzoek via zelfrapportage naar deze problematiek. Het rapport biedt theoretische en maatschappelijke verklaringen voor delinquentie of risicogedrag van jongeren. De sociale en morele ontwikkeling van kinderen en de invloed van het gezin, de school, de buurt en de leefstijl van jongeren zijn volgens de auteurs van doorslaggevende invloed op de oorzaken, ernst en duur van jeugddelinquentie.
    • Agressie en geweld

      Unknown author (WODC, 1976)
      Gewelddadige criminaliteit vormt een in de literatuur steeds terugkerend onderwerp, dat in brede kring belangstelling geniet. Een drietal hoofdvragen treedt daarbij steeds aan de orde: Wat is de omvang van deze vormen van criminaliteit en welke ontwikkelingen zijn erin te onderkennen? Wat zijn de oorzaken van de geweldsmisdrijven? Hoe kunnen deze misdrijven worden voorkomen? Deze drie punten worden in de inleiding behandeld, waarbij de aandacht toegespitst wordt op enkele specifieke soorten van geweld. Tevens wordt hierbij aandacht besteed aan de reacties vanuit diverse sectoren van de samenleving op het verschijnsel agressie. In de volgende twee artikelen wordt ingegaan op de oorzaken van geweld in een meer algemene zin. Dan volgt een artikel over de rol van alcohol bij agressief gedrag, waarna in drie artikelen ingegaan wordt op een aantal van de in de inleiding onderscheiden soorten geweld. Tot slot wordt in het laatste artikel de rol van het slachtoffer bij geweldsmisdrijven aan de orde gesteld.
    • Alcohol en criminaliteit

      Unknown author (WODC, 1980)
      Over alcohol en criminaliteit gaat het onderhavige themanummer. Dr. D. W. Steenhuis opent deze aflevering met een inleidend artikel getiteld: Alcohol, criminaliteit en Justitie: een problematische driehoeksverhouding. Na behandeling van de maatschappelijke en justitiele facetten van het alcoholprobleem gaat de auteur in op de relatie alcohol — 'gewone' criminaliteit. Hierbij wordt onder meer uiteengezet op welke (methodologische) problemen men stuit bij het onderzoeken van de relatie alcoholgebruik — crimineel gedrag. Aan het eind van dit inleidende artikel wordt aandacht besteed aan de — volgens de 3 schrijver — te belangrijke plaats die Justitie ten opzichte van de andere departementen inneemt bij het bestrijden van het alcoholprobleem. Genoemd worden o.a.: een te zware belasting van het strafrechtelijk apparaat en ook wordt een vraagteken gezet bij de effectiviteit van straffen. Gepleit wordt ten slotte voor een daadwerkelijk preventie- en ontmoedigingsbeleid, teneinde tot een zinvolle repressieve aanpak van het alcoholprobleem te komen.
    • Beïnvloed geweld - Evaluatie Wet middelenonderzoek bij geweldplegers (WMG)

      Kuppens, J.; Brouwer, N.; Ferwerda, H. (Bureau Beke, 2022-01-02)
      Het onderzoeksdoel is als volgt omschreven: ‘de evaluatie moet inzicht bieden in de werking en effectiviteit van de Wet middelenonderzoek bij geweldplegers (WMG) en daarmee bijdragen aan het tegengaan van het plegen van geweld onder invloed. Op basis van de evaluatie kunnen waar nodig initiatieven ter vergroting van de effectiviteit worden genomen’. De evaluatie bestaat minimaal uit een plan- en procesevaluatie en, afhankelijk van de inzichten hieruit, eventueel een effectevaluatie. Voor de planevaluatie is de volgende probleemstelling geformuleerd: ‘Wat heeft de wetgever met de WMG beoogd en op welke wijze wordt verondersteld dat dit doel/deze doelen kunnen worden bereikt?’. Voor de procesevaluatie is de volgende probleemstelling geformuleerd: ‘Hoe verloopt de uitvoering in de praktijk van de in het plan essentieel geachte onderdelen?’ Vervolgens zijn de volgende onderzoeksvragen voor de planevaluatie geformuleerd: 1. Wat heeft de wetgever met de WMG beoogd, zowel als hoofddoel en als eventuele onderliggende doelen? 2. Op welke wijze wordt verondersteld dat dit doel of deze doelen kunnen worden bereikt? 3. Welke mogelijke andere, waaronder mogelijk ‘tegendraadse’, effecten werden voorzien en zijn aangetroffen? 4. Op welke onderdelen en/of in welke mate moet ten minste in de praktijk aan het plan (zie onderzoeksvraag 2) zijn voldaan om doelbereiking in enige mate te kunnen veronderstellen? Voor de procesevaluatie zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: 5. Hoe ziet de uitvoering in de praktijk eruit van de voor doelbereiking essentieel geachte onderdelen? 6. Is de uitvoering op essentieel geachte onderdelen in de praktijk voldoende in overeenstemming met het plan (zie vraag 4), zodat de beoogde effecten kunnen optreden? 7. Zijn er in de praktijk aanwijzingen voor het optreden van onvoorziene, zowel positieve als ‘tegendraadse’, effecten? INHOUD: 1. Inleiding, 2. De WMG-procedure, 3. Onderzoeksopzet, 4. De planevaluatie, 5. Procesevaluatie: WMG in cijfers, 6. Procesevaluatie: mening van de hOvJ's, 7. Procesevaluatie: casusanalyse en interviews, 8. Terugblik, onderzoeksvragen en conclusies.
    • Blazen bij geweld - Procesevaluatie Wet middelenonderzoek bij geweldplegers in startgebieden

      Abraham, M.; Nauta, O.; Roorda, W.; Bloeme, R. (medew.) (DSP-groep, 2017)
      Op 1 januari 2017 is de Wet middelentesten bij geweldplegers in werking getreden. Deze wet geeft de politie de bevoegdheid om een alcohol- en/of drugstest af te nemen bij een aanwijzing voor geweldpleging onder invloed. Deze test bestaat uit een voorlopig onderzoek en een vervolgonderzoek. Het voorlopig onderzoek kan bestaan uit een ademtest en/of een speekseltest en/of een psychomotorische test ter vaststelling van het gebruik van alcohol en/of ter vaststelling van gebruik van drugs - met in geval van twijfel een aanvullend onderzoek naar de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties ter controle of correctie van de resultaten van de speekseltest. Als de voorlopige middelentesten de aanwijzing van middelengebruik bevestigen kan vervolgonderzoek van adem door de politie of bloed door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) volgen. Daar wordt nauwkeurig vastgesteld of er daadwerkelijk sprake is van middelengebruik en in welke mate dat het geval is. Deze evaluatie heeft tot doel inzicht te krijgen in hoeverre de WMG in de startgebieden door de verschillende partijen wordt uitgevoerd volgens de landelijke werkwijze en wat de redenen zijn daar in eventuele gevallen van af te wijken. Tot de betrokken partijen worden gerekend: de politie, de reclassering, het Openbaar Ministerie (OM) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Daarmee dient de evaluatie inzicht te geven op welke punten verbetering noodzakelijk is. INHOUD: 1. Inleiding 2. Formeel kader WMG 3. Landelijke procedure WMG 4. Politie-ervaringen met de WMG 5. OM-ervaringen met de WMG 6. Reclassering-ervaringen met de WMG 7. NFI-ervaringen met de WMG 8. Samenwerking 9. Eerste resultaten 10. Aandachtspunten voor landelijke uitrol 11. Conclusies
    • Coffeeshops, toerisme, overlast en illegale verkoop van softdrugs, 2014 - verdiepende studie in vijf gemeenten

      Nabben, T.; Wouters, M.; Benschop, A.; Korf, D.J.; Liebregts, N. (medew.) (Universiteit van Amsterdam - Bonger Instituut voor Criminologie, 2015)
      Sinds de introductie van het aangescherpte coffeeshopbeleid werd de minister van Veiligheid en Justitie middels evaluatieonderzoek en voortgangsrapportages geïnformeerd over ontwikkelingen op het gebied van coffeeshops, toerisme, overlast en illegale verkoop van softdrugs (TK 2012-2013, 24077, nr. 310). Het evaluatieonderzoek was landelijk en combineerde meerdere informatiebronnen en onderzoeksmethodieken. De voortgangsrapportages waren echter gericht op de drie zuidelijke provincies en vooral gebaseerd op registratiecijfers van politie en Openbaar Ministerie. Deze registratiecijfers zijn soms weinig specifiek voor softdrugs en mede afhankelijk van meldingsbereidheid en personele opsporings- en handhavingsinzet, wat de interpretatie bemoeilijkt. Vanuit de behoefte aan een landelijk beeld en aan duiding van de registratiecijfers, zijn de ontwikkelingen in kaart gebracht die zich voordoen in coffeeshop- en softdrugstoerisme, softdrugsgerelateerde overlast, verkoop van cannabis aan gebruikers buiten de coffeeshop en drugsrunnen, alsmede de geografische spreiding van deze fenomenen. Hiertoe zijn niet alleen cijfers van politie en OM geanalyseerd, maar is ook systematisch en onafhankelijk informatie verzameld middels interviews en lokaal veldwerk om de cijfers te duiden.
    • Dalende jeugdcriminaliteit

      Berghuis, A.C.; Waard, J. de; Laan, A.M. van der; Beerthuizen, M.G.C.J.; Goudriaan, H.; Jennissen, R.; Weerman, F.; Looze, M. de; Koning, I.; Marie, O.; et al. (WODC, 2017)
      ARTIKELEN: 1. A.C. Berghuis en J. de Waard - Verdampende jeugdcriminaliteit: Verklaringen van de internationale daling 2. A.M. van der Laan, M.G.C.J. Beerthuizen en H. Goudriaan - Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit, 1997 tot 2015 3. R. Jennissen - Trends in de overrepresentatie van jongens en jongemannen met een Marokkaanse achtergrond in de verdachtenstatistiek 4. F. Weerman - Social media en smartphones als verklaring voor de daling in jeugdcriminaliteit? 5. M. De Looze en I. Koning - Alcoholgebruik bij jongeren in Nederland: Van zuipschuit van Europa tot het braafste kind van de klas 6. O. Marie en T. Paulovic - Jongeren op school houden, helpt dat tegen criminaliteit? 7. H. Ferwerda en T. van Ham - Lessen uit de aanpak van jeugdgroepen 8. S. van Grinsven en A. Verwest - Vijf jaar Aanpak Top600: Waar staan we nu? SAMENVATTING: De jeugdcriminaliteit is in de afgelopen tien jaar fors afgenomen. Het aantal geregistreerde minderjarige verdachten van een misdrijf daalde met zo’n 60%. Niet alleen de officiële registraties door politie en justitie laten een daling zien. Zelfrapportagecijfers over daderschap bevestigen dit beeld en deze trend stemt overeen met de afname in slachtofferschap in Nederland. Opmerkelijk is dat in de meeste andere westerse landen dezelfde tendens waar te nemen is. Deze ontwikkeling en de duiding daarvan hebben relatief nog weinig aandacht gekregen. Met dit themanummer van Justitiële verkenningen wordt beoogd in die leemte te voorzien.Gezien het internationale karakter ervan is het niet voor de hand liggend om de dalende trend in (jeugd)criminaliteit (uitsluitend) te beschouwen als het resultaat van succesvol criminaliteits- en jeugdbeleid, aangezien dat beleid per land behoorlijk verschilt. In dit themanummer gaan we daarom in de eerste plaats op zoek naar gemeenschappelijke culturele verklaringen, waarin bijvoorbeeld een link wordt gelegd met technologische ontwikkelingen die de tijdsbesteding en belevingswereld van jongeren drastisch veranderd hebben, zoals de opkomst van de smartphone en de populariteit van sociale media en allerlei computer en online games. Ook de tevredenheid met het eigen leven van de generatie ‘Gezond en gelukkig’[1] zou een criminaliteit dempende factor kunnen zijn.Naast deze culturele benadering is er aandacht voor de effecten van overheidsbeleid. Dat hoeft niet direct gericht te zijn op criminaliteitsbestrijding om toch indirect uiteindelijk gevolgen te hebben voor de ontwikkeling van de jeugdcriminaliteit. In dit nummer besteden we bijvoorbeeld aandacht aan campagnes tegen alcoholgebruik door jongeren en aan de maatregel die jongeren verplicht tot hun 18e onderwijs te volgen als zij nog geen startkwalificatie (minimaal mbo-2) hebben behaald. De aanpak van problematische jeugdgroepen en de grootschalige Amsterdamse Top600-aanpak komen eveneens aan bod als voorbeelden van beleid ter bestrijding van jeugdcriminaliteit.Dit themanummer beoogt mede een bijdrage te leveren aan de discussie over de inzet van justitie- en politiemiddelen en de toekomstige ontwikkeling van de criminaliteit. De jeugdstrafsector krimpt al jaren, met alle consequenties voor de werklast en benodigde capaciteit. En hoewel niet iedere crimineel al in zijn of haar jeugdjaren de eerste stappen richting misdaad zette, is het voorstelbaar dat de sterke vermindering van het aantal jeugdige delinquenten in de toekomst zal leiden tot minder aanwas van volwassen justitiabelen. [1] Zie: www.scp.nl/Nieuws/Hoe_staat_het_met_de_Nederlandse_jeugd
    • De juiste snaar - professionals met een publieke taak en de omgang met overlast, agressie en geweld als gevolg van alcohol- en/of drugsgebruik

      Ferwerda, H.; Hasselt, N. van; Ham, T. van; Voorham, L. (Bureau Beke, 2012)
      Werknemers met een publieke taak worden regelmatig geconfronteerd met agressie onder invloed van alchol en drugs. Over de rol van middelen hierin en hoe hier het beste mee zou kunnen worden omgegaan, is echter weinig bekend. De volgende vraagstelling ligt ten grondslag aan dit onderzoek: 'Wat zijn (meest) effectieve manieren voor toezichthouders, portiers, politie en andere personen met een publieke taak om door alchol en/of drugs veroorzaakte overlast, agressie, geweld te voorkomen, in te dammen en te beëindigen?' Ter beantwoording is een literatuuronderzoek uitgevoerd, zijn experts (uit wetenschap en praktijk) geraadpleegd, zijn zes jongeren die frequent uitgaan, geïnterviewd en is een expertmeeting gehouden omtrent de toekomstige aanpak van geweld onder invloed. INHOUD: 1. Een onderzoek naar geweld onder invloed 2. De literatuur over geweld onder invloed 3. Experts over geweld onder invloed 4. Geweld onder invloed te beïnvloeden?
    • Delinquent behavior among young people in the western world - First results of the international self-report delinquency study

      Junger-Tas, J. (ed.); Klein, M.W. (ed.); Terlouw, G.J. (ed.) (WODC, 1994)
      This volume presents the first results of the self-report in 13 individual countries. A second volume will follow in 1995, which will present the results of in-depth comparative analysis. The outcomes of these studies are presented in individual chapters. Some conclusions on the basis of this material are presented in the last chapter. These preliminary conclusions are based on similarities in the instruments used and a number of similar samples. In the chapters demographic and socio-economic features of the country under discussion are presented as well as cultural factors, alcohol- and drug consumption, study design, and conclusions about delinquency and problem behavior.
    • Doordringen of doordrinken - Effectevaluatie Halt-straf Alcohol

      Kuppens, J.; Ferwerda, H. (Bureau Beke, 2014)
      Sinds 2006 wordt gewerkt met de Haltafdoening Alcohol. Dit is een interventie die zich richt op jongeren tussen twaalf en achttien jaar die onder invloed van alcohol en APV- of een strafrechtelijk feit hebben gepleegd. Deze effectevaluatie is een vervolg op de procesevaluatie (projectnummer 1829 - zie link bij: Meer informatie). De hoofdvraag van deze effectevaluatie luidt: In hoeverre is de straf effectief in termen van het vergroten van de kennis ten aanzien van de effecten van alcoholgebruik, de bewustwording ten aanzien van het eigen gebruik (zoals risico's en effecten van eigen gebruik) en in termen van gedragsverandering en recidive? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden van onderzoek 3. Literatuurverkenning 4. Kenmerken van de onderzoekspopulatie 5. Effecten van de Halt-straf Alcohol 6. Conclusie en discussie
    • Evaluatie pilot Alcoholmeter 2017

      Kruize, A.; Muijnck, J. de (Breuer & Intraval onderzoek & advies, 2018)
      de pilot alcoholmeter 2017 is geëvalueerd. Deze pilot is uitgevoerd in de regio’s Rotterdam en Oost-Nederland. Door het lage aantal dragers en het ontbreken van een controlegroep kon het effect of de invloed van de alcoholmeter op alcoholgebruik en delictgedrag niet op een wetenschappelijk verantwoorde wijze worden vastgesteld. In overleg met de begeleidingscommissie is daarop besloten de evaluatie vooral het karakter van een procesevaluatie te geven en de effectevaluatie los te laten. We zijn begonnen met de reconstructie van de interventielogica om de werkzame mechanismen van de alcoholmeter in beeld te brengen. Vervolgens zijn diverse onderzoeksactiviteiten uitgevoerd om het verloop van de pilot, de knelpunten en verbeterpunten in kaart te brengen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methodologische verantwoording 3. Interventielogica 4. Verloop pilot 5. Dragers en ervaringen 6. Ervaringen alcoholmeter 7. Conclusies
    • Evaluatie Recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten

      Goedvolk, M.; Doumen, M.; Walberg, A. (Significant, 2015)
      Sinds 1 juni 2011 krijgen bestuurders die voor een tweede maal worden veroordeeld voor het rijden onder invloed van alcohol te maken met de recidiveregeling. Hun rijbewijs wordt van rechtswege ongeldig, zonder verdere tussenkomst van de rechter. De regeling houdt kortweg in dat het rijbewijs van rechtswege ongeldig wordt indien de betrokkene binnen vijf jaar tweemaal onherroepelijk wordt veroordeeld voor het rijden onder invloed, waarbij de tweede maal een alcoholgehalte van boven de 1,3 promille is gemeten. In de periode van oktober 2014 tot en met mei 2015 is een evaluatie uitgevoerd van de recidiveregeling. De doelstelling van het onderhavige onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de mate waarin de recidiveregeling op de door de wetgever beoogde wijze bijdraagt aan het realiseren van de doelstellingen van deze regeling en welke knelpunten zich eventueel in de praktijk voordoen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond en context van de recidiveregeling 3. Reconstructie en plausibiliteit van de beleidstheorie 4. Uitvoeringspraktijk recidiveregeling 5. Impactanalyse 6. Beschouwing en discussie
    • Geweld onder invloed - Evaluatie van een nieuwe werkwijze van de politie gericht op versterking van de informatiepositie ten aanzien van alcohol- en drugsgebruik door geweldplegers

      Bruinsma, M.; Balogh, L.; Muijnck, J. de (WODC, 2008)
      De afgelopen jaren is op drie pilotlokaties (politieregio's IJsselland, Zeeland en Gelderland-Midden) gewerkt aan het opbouwen en testen vaan een nieuwe wijze van informatie verzamelen over middelengebruik door geweldplegers. Hierdoor wil men het zicht op de aard en de omvang van middelengebruik door geweldplegers verbeteren, zodat duidelijk wordt wat het belang is van extra investeringen op dit vlak. Daarnaast richt men zich in de pilots op het verkennen van de mogelijkheden om een verbeterde informatiepositie van de politie ook zo in te kunnen zetten, dat deze ondersteunend is bij het maken van keuzes over de best passende justitiële en preventieve maatregelen gericht op vermindering van recidive onder geweldplegers.
    • Gezondheidseffecten van blootstelling aan stroomstootwapens (Tasers) in de context van wetshandhaving - Een systematisch literatuuronderzoek

      Dückers, M.; Baliatsas, C.; Gerbecks, J.; IJzermans, J. (Nivel, 2019)
      Er is media-aandacht ontstaan voor het gebruik van de Taser, mede in het licht van een kritisch rapport van Amnesty International en een database van persbureau Reuters. Voor de verdere besluitvorming in ons land over het mogelijk uitrollen van de Taser onder alle politie-eenheden is het van belang om te beschikken over goede kennis van de gezondheidseffecten van het stroomstootwapen. De volgende onderzoeksvragen worden in dit literatuuronderzoek beantwoord: Welke studies met voldoende wetenschappelijke kwaliteit zijn in de internationale literatuur beschikbaar over de mogelijke effecten van het gebruik van Tasers op de gezondheid?at is de waarschijnlijkheid op een ernstige verwonding, respectievelijk op ernstige complicaties van het geraakt worden door een Taser? Welke risicogroepen zijn daarbij te onderscheiden? Welke risico’s worden vastgesteld voor verwarde mensen, zwangeren, ouderen, door drugs of alcohol beïnvloede mensen, of mensen met een bestaande aandoening van het hart?elke risico’s hangen samen met de tijdsduur van de stroomstoot en met de plaats op het lichaam die wordt geraakt?elke specifieke gezondheidseffecten worden aangetoond in ieder van de orgaansystemen?
    • Het uitgaansleven

      Aalst, I. van; Liempt, I. van; Nabben, T.; Korf, D.J.; Weenink, D.; Hasselt, N. van; Bunningen, N. van; Bovens, R.; Bogaerts, S. (WODC, 2011)
      ARTIKELEN: 1. I. van Aalst en I. van Liempt - Uitgaansstad onder spanning 2. T. Nabben en D.J. Korf - Drugstrends in het Amsterdamse uitgaansleven 3. D. Weenink - Geweld en de alcoholcultuur van plattelandsjongeren 4. N. van Hasselt, N. van Bunningen en R. Bovens - Alcohol en agressie: een complexe relatie 5. S. Boogaerts - Etnische diversiteit en veranderingen in het stedelijk nachtleven 6. Internetsites. SAMENVATTING: In dit themanummer komt de verschuiving van gedogen naar regulering van het uitgaansleven in verschillende artikelen aan bod. Daarnaast is er aandacht voor veranderingen in het nachtleven onder invloed van etnische diversiteit en voor de relatie tussen alcoholgebruik en agressie.
    • Los van drank - procesevaluatie Haltafdoening Alcohol

      Kuppens, J.; Nieuwenhuis, A.; Ferwerda, H. (Advies- en Onderzoeksgroep Beke, 2011)
      Sinds 2006 wordt gewerkt met de Haltafdoening Alcohol. Dit is een interventie die zich richt op jongeren tussen twaalf en achttien jaar die onder invloed van alcohol en APV- of een strafrechtelijk feit hebben gepleegd. In deze procesevaluatie wordt de centrale vraag beantwoordt in hoeverre de Haltafdoening Alcohol uitgevoerd wordt zoals beoogd, mede afgezet tegen de kwaliteitscriteria van de Erkenningscommissie Gedragsinterventies. In de effectevaluatie (projectnummer 2159) zal gemeten moet worden in hoeverre de beoogde effecten bij de jongere worden behaald. INHOUD: 1. Inleiding 2. De achtergrond van de Haltafdoening Alcohol 3. De werkwijze van de drie partijen 4. Meningen en ervaringen rond de Haltafdoening 5. Alcohol 6. De onderzoeksvragen beantwoord
    • Middelengebruik bij jongens in Justitiële Jeugdinrichtingen - het gebruik van tabak, alcohol, cannabis en drugs bij jongens met en zonder PIJ-maatregel

      Kepper, A.; Veen, V.; Monshouwer, K.; Stevens, G.; Drost, W.; Vroome, T. de; Vollebergh, W. (WODC, 2009)
      Dit onderzoek is een inventariserende en beschrijvende studie naar de aard en omvang van (problematisch) middelengebruik (tabak, alcohol en drugs) onder justitiabele jongeren in een justitiële jeugdinrichting (met en zonder PIJ-maatregel) in vergelijking met de aard en omvang van het middelengebruik onder jongens in residentiële jeugzorginstellingen.
    • Middelengebruik en geweld - Een literatuurstudie naar de relatie tussen alcohol, drugs en geweld

      Ramaekers, J.G.; Verkes, R.J.; Amsterdam, J.G.C. van; Brink, W. van den; Goudriaan, A.E.; Kuypers, K.P.C.; Arends, R.; Schellekens, A.F.A. (Universiteit Maastricht - Faculteit Psychologie en Neurowetenschappen, 2016)
      Op 1 januari 2017 zal het wetsvoorstel voor middelenonderzoek bij geweldplegers in werking treden. Het kabinet geeft met het wetsvoorstel uitvoering aan de motie-Markouch uit 2011 over middelengebruik als zelfstandig strafverhogend element bij geweld. In het Wetboek van Strafvordering worden twee nieuwe artikelen ingevoegd die opsporingsambtenaren de bevoegdheid geven om aangehouden verdachten van geweldsdelicten tegen personen, goederen en dieren te bevelen mee te werken aan een onderzoek naar gebruik van middelen. Het doel van de wetswijziging is om de aanpak van geweld onder invloed van alcohol of drugs te verbeteren en middelengerelateerd geweld terug te dringen, zodat de veiligheid in het openbare leven en in de huiselijke kring wordt vergroot. Bij algemene maatregel van bestuur zullen vooralsnog alleen alcohol, cocaïne, amfetamine en methamfetamine onder de wet gaan vallen, omdat van deze middelen volgens een NFI-expertgroep een relatie met geweld wordt aangenomen. Naast overmatig alcoholgebruik, leiden vooral het gebruik van cocaïne, amfetamine of methamfetamine in combinatie met alcohol tot hogere risico’s op gewelddadig gedrag. In het kader van het wetsvoorstel bestaat er een behoefte aan een ‘state-of-the-art’ inzicht in de relatie tussen middelengebruik en geweld. Het onderhavige literatuuroverzicht beoogt om de relatie te beschrijven op basis van de beschikbare wetenschappelijke literatuur. INHOUD: . A. Samenvatting B. Inleiding en doelstelling C. Epidemiologie van alcohol- en druggerelateerd geweld D. Andere drugs en geweld E. Agressie onder invloed - drempel-concentraties F. Aard van het middelen-gerelateerd geweld - individuele en situationele factoren G. Antwoorden op de vragen van het WODC
    • Middelengebruik en geweld - Voorstellen voor onderzoek naar de grenswaarden voor alcohol en drugs

      Ramaekers, J.G.; Verkes, R.J.; Amsterdam, J.G.C. van; Brink, W. van den; Goudriaan, A.E.; Kuypers, K.P.C.; Arends, R.; Schellekens, A.F.A. (Universiteit Maastricht - Faculteit Psychologie en Neurowetenschappen, 2016)
      Op 1 januari 2017 zal het wetsvoorstel voor middelenonderzoek bij geweldplegers in werking treden. Dit wetsvoorstel heeft tot doel om de aanpak van geweld onder invloed van alcohol of drugs te verbeteren. Het voorziet hiertoe in een wettelijke basis voor de inzet van middelentesten tegen geweldplegers. De resultaten van deze middelentesten kunnen worden betrokken bij de te vorderen respectievelijk op te leggen straf. Literatuuronderzoek (zie link hiernaast) laat zien dat een aantal vragen over middelengebruik en geweld nog onbeantwoord zijn. Het gaat om vragen als: Bestaat er een dosis effect relatie tussen alcohol/drug gebruik en geweld? Welke zijn de kenmerken van de deelgroep personen die agressief reageert onder invloed? Is agressie afhankelijk van tijdsduur na gebruik en hoe lang houdt deze reactie aan? Leidt combinatiegebruik van alcohol en/of drugs tot een verhoogd risico op agressie? Wat is de prevalentie van alcohol en drugs geïnduceerde agressie bij aangehouden geweldplegers in Nederland? Welke experimentele gedragsmetingen vormen een goede voorspeller van alcohol- en druggerelateerd geweld in het dagelijkse leven? Dit rapport biedt de basis voor onderzoeksvoorstellen die antwoord kunnen geven op bovenstaande vragen. Het rapport omschrijft de randvoorwaarden waaraan toekomstige studies naar de relatie tussen middelen en geweld moeten voldoen. Het rapport definieert ook belangrijke uitkomstmaten en hoe die kunnen worden geoptimaliseerd. INHOUD: 1. Samenvatting 2. Abstract 3. Inleiding en doelstelling 4. Literatuuronderzoek 5. Workshop 'Alcohol, drugs en geweld' 6. Onderzoekvoorstellen 7. Conclusies 8. Bijlage 1 Expertmeeting 9. Bijlage 2 Detectie alcohol en drugs bij geweldplegers
    • Middelengebruik en geweld - Ontwikkeling en validatie van een testbatterij

      Dongen, J. van; Sergiou, C.; Franken, I. (Erasmus Universiteit Rotterdam - Department of Psychology, Education and Child Studies, 2018)
      Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet middelenonderzoek bij geweldplegers in werking getreden. Deze wet geeft de politie de bevoegdheid om een alcohol- en/of drugstest af te nemen bij een aanwijzing voor geweldpleging onder invloed (Brief Eerste Kamer, 2015-2016). Het doel hiervan is om, door de aanpak van alcohol- en druggerelateerd geweld te verbeteren en het geweld terug te dringen, de veiligheid in openbare gelegenheden en huiselijke kring te vergroten. De opdracht en het hoofddoel van het huidige onderzoek was het valideren van een testbatterij, die geschikt is om onderzoek te doen naar grenswaarden voor alcohol bij alcohol gerelateerde agressie.