• Behoeftenonderzoek Alerteringssystemen

      Bouwmeester, J.; Das, E.; Franx, K.; Holzmann, M. (I&O Research, 2013)
      Bij de politie bestaat soms onduidelijkheid over de inzet van de diverse alerteringsystemen zoals burgernet, sms alert en amber alert bij een persoonsvermissing, de vermissing van een voertuig of het oplossen van een misdrijf. Gezamenlijk worden ze aangeduid als de alerteringsfamilie. De doelstelling van dit onderzoek is het bieden van inzicht in de verwachtingen en behoeften van burgers ten aanzien van het gebruik van alerteringssystemen door de overheid. Het onderzoek biedt de overheid aanknopingspunten voor de wijze waarop burgers zijn te stimuleren om zich op te geven voor alerteringssystemen en om zich hiervoor in te zetten. Daarnaast zijn de resultaten te gebruiken als input voor een effectieve inzet van de alerteringssystemen, die aansluit bij de wensen en verwachtingen van burgers. INHOUD: 1. Inleiding 2. Huidige inzet van alerteringssytemen 3. Perceptie, waardering en verwachtingen 4. Motieven voor deelname aan alerteringssystemen
    • Belevingsonderzoek NL-Alert

      Holzmann, M.; Warners, E.; Franx, K.; Bouwmeester, J. (I&O Research, 2011)
      De rijksoverheid staat voor de invoering van een nieuw waarschuwings- en alarmeringssysteem bij rampen of crises: NL Alert. Bij een (dreigende) ramp of noodsituatie kunnen burgers in de directe omgeving via de mobiele telefoon worden geïnformeerd door middel van een bericht. In dat bericht staat specifiek wat burgers op dat moment het beste kunnen doen of wat ze juist vooral niet moeten doen. Daarmee gaat NL Alert verder dan de traditionele sirene. De doelstelling van dit onderzoek is het bieden van inzicht in de mate waarin burgers berichten via NL-Alert kunnen ontvangen en hoe zij staan tegenover deze wijze van alarmering. INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond en eerdere bevindingen 3. Het bereik van NL-Alert 4. Beeldvorming en verwachtingen 5. Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
    • Cry Wolf - een fenomeenonderzoek

      Bos, J.G.H.; Es, A.M.D. van; Vasterman, P. (COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement, 2011)
      Het Cry Wolf-effect is het effect dat optreedt wanneer regelmatig waarschuwingen voor een potentiële gebeurtenis worden gegeven, waarbij de daadwerkelijke gebeurtenis (meestal) uitblijft, waardoor het publiek het vertrouwen in en de geloofwaardigheid van het waarschuwingssysteem afneemt en de waarschuwing op zichzelf door het publiek geneutraliseerd wordt tot een punt waarop de waarschuwingen niet meer leiden tot de gewenste hangelingen bij het publiek. In deze verkenning wordt ingegaan op de kenmerken en achtergronden van waarschuwingen, alarm(isme), risicoperceptie en vals alarm en de wijze waarop mensen hiermee omgaan. Er is ook onderzoek gedaan naar het Copycat-effect (zie link hiernaast) INHOUD: 1. Inleiding 2. Het fenomeen Cry Wolf 3. Analyse casuïstiek Cry Wolf 4. Communicatie
    • Gebruik en effecten van NL-Alert

      Gutteling, J.M.; Kerstholt, J.; Terpstra, T.; As, N. van (Universiteit Twente - Faculteit Gedragswetenschappen, 2014)
      NL-Alert is een nieuw alarmmiddel van de overheid om mensen in de directe omgeving van een (dreigende) ramp of noodsituatie te waarschuwen en te informeren via de mobiele telefoon. Bij een crisis of dreiging ontvangt men een bericht dat informatie bevat over wat er aan de hand is. Dit onderzoek betreft een evaluatie van NL-Alert in het kader van een daadwerkelijke inzet bij een noodsituatie, waarbij wordt nagegaan hoe burgers verder geactiveerd kunnen worden om hun toestel correct in te stellen. Het is de eerste en enige grootschalige analyse van NL-Alert, bij de inzet naar aanleiding van feitelijke incidenten, waarbij de resultaten van publieksonderzoek en onderzoek bij bestuurlijk/operationeel verantwoordelijken met elkaar in verband kunnen worden gebracht. INHOUD: 1.. Inleiding 2. Theoretisch en meetkader van deze studie 3. Resultaten Publieksonderzoek (3 metingen) 4. Resultaten Inzetmeting Publiek (3 metingen) 5. Resultaten Inzetmeting Bestuurlijk/Operationeel (3 metingen) 6. Conclusie & Discussie
    • Het alarmeren en informeren van kwetsbare groepen bij crisissituaties

      Stel, M.; Ketelaar, D.; Gutteling, J.; Giebels, E.; Kerstholt, J. (Universiteit Twente - Vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid, 2017)
      Bij calamiteiten, rampen of crises kunnen mensen gealarmeerd en geïnformeerd worden via NL-Alert, de sirene, radio, tv, social media, nieuwswebsites, www.crisis.nl, de websites van de veiligheidsregio’s en andere mensen. Uit bestaand onderzoek naar het bereik en de effectiviteit van deze communicatiemiddelen komt het beeld naar voren dat bepaalde doelgroepen onderbelicht zijn gebleven. De onderzoeksvragen in het huidige onderzoek zijn: Welke kwetsbare groepen kunnen worden onderscheiden in het kader van alarmeren en informeren bij (dreigende) calamiteiten, rampen en crises? Binnen welke specifieke context(-en) kunnen die groepen als kwetsbaar worden aangemerkt? In hoeverre en hoe kan de eigen veiligheid van deze kwetsbare groepen in het kader van alarmeren en informeren bij (dreigende) calamiteiten, rampen en crises worden vergroot met het bestaande pakket crisiscommunicatiemiddelen of dienen er aanvullende voorzieningen te worden getroffen? Zo ja, welke? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden van onderzoek 3. Literatuurstudie kwetsbare groepen 4. Interviews deskundigen op gebied crisiscommunicatie 5. Focusgroepen kwetsbare burgers 6. Analyse websites, fora en social media 7. Literatuurstudie crisiscommunicatie in andere landen 8. Conclusie en discussie 9. Referenties 10. Bijlagen
    • Kosten en bereik van het waarschuwings- en alarmeringssysteem - Een analyse van het WAS vanuit het denkkader van een MKBA

      Korf, W.; Nijhof, W.; Rij, C. van (Cebeon, 2021-10-13)
      De overheid heeft de plicht om, in geval van een ramp of crisis, de burger informatie te verschaffen over de oorsprong, de omvang en de gevolgen van de ramp of crisis die een gebied bedreigt of treft, alsmede over de daarbij te volgen gedragslijn. Om aan deze verplichting te voldoen, is het noodzakelijk zoveel mogelijk burgers te alarmeren en informeren. Op dit moment kunnen twee landelijke systemen worden ingezet in het geval van een ramp of crisis: het WAS (Waarschuwings- en Alarmeringssysteem) en NL-Alert. Daarnaast heeft het lokale/regionale gezag nog andere crisiscommunicatiemiddelen tot haar beschikking, zoals lokale/regionale rampenzenders op radio en tv, het publieksinformatienummer 0800–1351, www.crisis.nl, eigen websites, sociale media en/of geluidswagens. De minister van Justitie en Veiligheid is sinds 2014 voornemens het WAS uit te faseren. De minister heeft hiervoor twee redenen aangegeven1. Ten eerste heeft het WAS slechts een beperkte operationele waarde, aangezien er geen informatie over de situatie of alternatief handelingsperspectief kan worden verstrekt. Ten tweede is het bereik van NL-Alert hoger dan het bereik van het WAS. De centrale onderzoeksvraag luidt: Wat is de toegevoegde waarde van het WAS in verhouding tot de lasten ervan en in vergelijking met de baten en lasten van andere crisiscommunicatiemiddelen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Nulalternatief en beleidsalternatieven 3. Bouwstenen voor inschatting kosten 4. Inschatting baten: bereik van WAS en NL-Alert 5. Overzicht van kosten en baten (beantwoording onderzoeksvragen)
    • Kwantificering van de effectiviteit van zelfredzaamheidsbevorderende maatregelen voor ongevallen met gevaarlijke stoffen, Fase 2

      Trijssenaar, I.; Thijssen, C.; Sterkenburg, R.; Raben, I.; Kobes, M. (TNO - Earth, Environmental and Life Sciences, 2013)
      Dit onderzoek bouwt voort op de bevindingen van fase 1 en geeft antwoordt op de volgende vragen: Voor welke maatregelen om de zelfredzaamheid van burgers te verbeteren is behoefte aan kwantificering bij gebruikers (gemeenten, provincies, veiligheidsregio's) het grootst? Wat is de veiligheidswinst (in termen van reductie van het aantal doden en gewonden) van maatregelen gericht op het vergroten of benutten van zelfredzaamheid? INHOUD: 1. Inleiding 2. Maatregelmodellering: concept en begrippenkader 3. Letselmodellering per EV-scenario 4. Kwantificeren van maatregelen ter verkorting van de voorbereidingsfase 5. Kwantificeren van maatregelen ter bevordering van de handelingsstrategie 'ontruimen' 6. Kwantificeren van beschermingsmaatregelen 7. Conclusies en aanbevelingen 8. Referenties 9. Definities 10. Ondertekening
    • Onderzoek assistentieverlening gemeentepolitie Den Haag

      Zee-Nefkens, A.A. van der (WODC, 1975)
      De doelstelling van het onderzoek werd als volgt geformuleerd: (a) een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de aard en de frequentie van assistentieverzoeken die de Haagse politie bereiken; (b) na te gaan uit welke straten en buurten die assistentieverzoeken afkomstig zijn en op welke tijdstippen deze binnenkomen; (c) na te gaan op welke wijze op de assistentieverzoeken wordt gereageerd; en (d) de wenselijkheid en mogelijkheden af te tasten van een permanent functionerend informatie-, verzamelings- en verwerkingssysteem met behulp waarvan de surveillance- en andere politietaken gepland kunnen worden.
    • Stand van zaken multi-governance meldkamers

      Schelfhout, D.; Colenbrander, B.; Folmer, T. (Andersson Elffers Felix, 2022-03-16)
      Sinds juli 2020 is er sprake van een nieuwe governancestructuur in het meldkamerveld Op 1 juli 2020 is de Wijzigingswet meldkamers van kracht geworden. Die regelt dat de nationale politie verantwoordelijk is voor het beheer van de 112-meldkamers, terwijl die taak hiervoor bij de besturen van Veiligheidsregio’s lag. De Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) voert deze taak uit binnen de politieorganisatie. Deze verandering is gepaard gegaan met een nieuw besturingsmodel voor de hoofdlijnen van beleid en beheer van de meldkamers. Het doel van dit onderzoek is om in beeld te brengen hoe de implementatie van de governance is gevorderd, en of de besturing in de praktijk functioneert zoals bedoeld. De volgende onderzoeksvragen staan centraal in dit rapport: 1. Wat is de stand van zaken van de implementatie van de (multi-)governance in het meldkamerveld? 2. Werkt de (multi-)governance voor het beheer van de meldkamers zoals bedoeld in de ministeriële regeling? 3. Zo nee, in hoeverre is de verwachting dat dit binnen afzienbare tijd het geval zal kunnen zijn? 4. Kunnen de partijen invloed uitoefenen op het beheer? 5. Zijn er mogelijke aandachtspunten voor verbetering in de werking van de (multi-)governance? INHOUD: 1. Inleiding 2. De meldkamer: taken en achtergrond 3. Vormgeving van de governance 4. Implementatie van de governance 5. Praktijkwerking van de governance 6. Conclusies en aanbevelingen