• Computercriminaliteit

      Unknown author (WODC, 1987)
      De moderne informatietechnieken geven op allerlei manieren gelegenheid tot misbruik ervan en nieuwe vormen van misdaad. In dat verband wordt dan gesproken van computercriminaliteit. Aandacht voor deze nieuwe vorm van ctiminaliteit bestaat reeds sinds enige tijd in de landen (met name de VS) waar de computer eerder dan in Nederland een grote verspreiding kende. Ook in Nederland staat computercriminaliteit echter in toenemende mate in de belangstelling. De instelling van de Commissie Computercriminaliteit door de Minister van Justitie in november 1985 kan in dit kader als een mijlpaal worden gezien. De commissie kreeg tot taak — zonodig — voorstellen te doen tot aanpassing van het strafrecht op dit punt. Op 8 april 1987 bood mr. H. Franken, de voorzitter van de commissie, haar rapport aan aan de Minister van Justitie. In dit themanummer van Justitiele Verkenningen is een samenvatting van de voorstellen van deze commissie opgenomen. Deze samenvatting wordt gevolgd door een verslag van een kort daarop gehouden Euroforum-studiedag, waarop leden van de Commissie Computercriminaliteit de voorstellen hebben toegelicht en waar reacties op deze voorstellen zijn gegeven. Deze reacties vormen de eerste in een te verwachten reeks van beschouwingen, die te zamen met de commissievoorstellen aanleiding voor de wetgever zullen vormen om een wetsontwerp in te dienen.
    • Cybercrime en witwassen - Bitcoins, online dienstverleners en andere witwasmethoden bij banking malware en ransomware

      Oerlemans, J.J.; Custers, B.H.M.; Pool, R.L.D.; Cornelisse, R. (WODC, 2016)
      Het witwassen van geld dat wordt verkregen uit cybercrime vindt in de regel plaats via digitale betalingsmiddelen. De reden daarvoor is dat het geld bij cybercrime vaak wordt verkregen via online betalingsmethoden en virtuele valuta. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: Op welke wijze en door welke actoren wordt geld dat wordt verkregen uit banking malware en ransomware (al dan niet digitaal) witgewassen? De deelvragen van het onderzoek luiden als volgt: Wat wordt verstaan onder het witwassen van door banking malware en ransomware verkregen geld en hoe wordt witwassen juridisch gekwalificeerd? Wat zijn digitale betalingsmiddelen, in het bijzonder virtuele valuta zoals Bitcoin, en hoe werken deze digitale betalingsmiddelen? Op welke wijze en door welke actoren wordt geld witgewassen dat: a door middel van banking malware wordt verkregen? b door middel van ransomware wordt verkregen? Wat zijn de kenmerken van actoren die betrokken zijn bij het witwassen van geld dat wordt verkregen uit banking malware en ransomware? Welke informatie over de modus operandi van actoren, die betrokken zijn het bij het witwassen van geld dat verkregen wordt uit banking malware en ransomware, is beschikbaar op het dark web? Welke rol spelen digitale betalingsmiddelen, in het bijzonder virtuele valuta zoals bitcoins, bij het witwassen van geld dat wordt verkregen uit banking malware en ransomware? INHOUD: 1. Inleiding 2. Cybercrime en witwassen 3. Digitale betaalmiddelen 4. Witwassen van geld verkregen uit banking malware en ransomware 5. Kenmerken van actoren bij het witwassen van opbrengsten uit banking malware en ransomware 6. Conclusie
    • De digitalisering van georganiseerde misdaad

      Odinot, G.; Poot, C. de; Verhoeven, M.; Kruisbergen, E.; Leukfeldt, R.; Kleemans, E.; Rok, R.; Bruggen, M. van der; Wagen, W. van der; Bernaards, F.; et al. (WODC, 2018)
      ARTIKELEN: 1. Geralda Odinot, Christianne de Poot en Maite Verhoeven - De aard en aanpak van georganiseerde cybercrime: Bevindingen uit een internationale empirische studie 2. Edwin Kruisbergen, Rutger Leukfeldt, Edward Kleemans en Robby Roks - Criminele geldstromen en ICT: Over innovatieve werkwijzen, oude zekerheden en nieuwe flessenhalzen 3. Madeleine van der Bruggen - Georganiseerde kinderporno netwerken op het darkweb 4. Wytske van der Wagen en Frank Bernaards - De ‘non-human (f)actor’ in cybercrime: Cybercriminele netwerken beschouwd vanuit het ‘cyborg crime’-perspectief 5. Thijmen Verburgh, Eefje Smits en Rolf van Wegberg - Uit de schaduw: Perspectieven voor wetenschappelijk onderzoek naar dark markets 6. Jan-Jaap Oerlemans - Facebookvrienden worden met de verdachte: Over undercoverbevoegdheden op internet 7. Bart Custers - Nieuwe online opsporings bevoegdheden en het recht op privacy: Een analyse van de Wet computercriminaliteit III SAMENVATTING: De digitalisering van de samenleving en het massale gebruik van internet hebben de samenleving in de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. Ook de zware en georganiseerde criminaliteit is niet onberoerd gebleven. Criminelen weten elkaar dankzij internet en ICT in bredere zin gemakkelijk te vinden en kunnen afgeschermd met elkaar communiceren. Ook kunnen aanbieders en vragers van illegale goederen en diensten ‘vanachter hun bureau’ zakendoen met elkaar. Bovendien is het bereik aan potentiële slachtoffers voor bijvoorbeeld fraude met betalingsverkeer sterk toegenomen en zijn er nieuwe mogelijkheden voor het witwassen van criminele verdiensten. Deze digitalisering van zware en georganiseerde criminaliteit is het thema van dit nummer van Justitiële verkenningen. In zeven artikelen biedt dit themanummer bieden inzichten uit empirisch wetenschappelijk onderzoek én opsporingsonderzoek op dit terrein. Digitalisering creëert immers niet alleen nieuwe kansen en mogelijkheden voor plegers van criminaliteit. Elke modus operandi kent zwakke plekken en elke technologie brengt ook kansen voor politie en justitie met zich mee.Het opsporingsonderzoek tegen Ennetcom is hier een treffend voorbeeld van. Ennetcom was een aanbieder van versleutelde communicatie die volgens het Openbaar Ministerie (OM) veelvuldig werd gebruikt door criminelen. In het opsporingsonderzoek kon een kopie worden gemaakt van de server waarop diensten van Ennetcom draaiden (2016). Daarmee bleek de Pretty Good Privacy (PGP) die gebruikers dachten te genieten toch niet zo sterk. Politie en justitie konden zo miljoenen versleutelde berichten ontcijferen. Een ander voorbeeld is het politieoptreden tegen de ondergrondse marktplaats Hansa, waarop kopers en verkopers van drugs elkaar troffen. In 2017 arresteerde de politie de beheerders van deze marktplaats en nam ook de servers in beslag. Bovendien hielden OM de marktplaats voor een bepaalde periode operationeel. Zo kwamen grote aantallen transacties én kopers en verkopers in beeld.
    • De strafvordering en straftoemeting in gevallen van zware criminaliteit - Een overzicht van de jaren 1973-1976 en een analyse van de beslissingen van officieren van justitie

      Zoomer, O.J. (WODC, 1981)
      De volgende delicten werden in dit onderzoek bekeken: inbraak, diefstal met geweld, afpersing; moord en doodslag, en verkrachting. Het rapport omvat in feite drie duidelijk te onderscheiden gedeelten: (a) een statistisch overzicht van de straftoemeting in gevallen van zware criminaliteit in de jaren 1973-1976, en (b) een analyse van de samenhangen tussen kenmerken van daad en dader, zoals vermeld in de strafdossiers, en de geëiste straffen, en een analyse van de antwoorden op de vragenlijsten.
    • Deepfakes - De juridische uitdagingen van een synthetische samenleving

      Sloot, B. van der; Wagensveld, Y.; Koops, B.-J. (Tilburg University - Tilburg Institute for Law, Technology, and Society, 2021-12-29)
      Een deepfake is beeld, geluid of ander materiaal dat geheel of gedeeltelijk is gefabriceerd of bestaand beeld, geluid of ander materiaal dat is gemanipuleerd met behulp van geavanceerde technische hulpmiddelen en dat niet of nauwelijks van echt te onderscheiden is. Deepfakes maken gebruik van Machine Learning technologie en Artificial Intelligence. Naast het ontdekken van patronen kunnen middels deze netwerken ook eenvoudig beelden en geluiden worden geproduceerd, die lijken en gebaseerd zijn op bestaand materiaal. Tegen deze achtergrond is de probleemstelling van dit onderzoek: ‘Dienen huidige en toekomstige onrechtmatige of strafwaardige uitingsvormen van deepfaketechnologie te leiden tot aanpassingen van de bestaande wetten en regels (met name de Uitvoeringswet AVG, het burgerlijk procesrecht en straf(proces)recht), of is bestaande wetgeving toereikend?’
    • Je bedrijf of je leven - Aard en aanpak van afpersing van het bedrijfsleven

      Leiden, I. van; Vries Robbé, E. de; Ferwerda, H. (WODC, 2007)
      Het onderwerp afpersing bij het bedrijfsleven is het afgelopen jaar diverse malen in de (politieke) aandacht geweest. Er zijn diverse malen kamervragen over gesteld. In juni 2005 heeft de Minister van Justitie aan de Tweede Kamer toegezegd dat een onderzoeksvoorstel over afpersing in het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing aan de orde gesteld zou worden. Het doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de wijze waarop afpersing van het bedrijfsleven plaatsvindt en zich ontwikkelt om vervolgens te kunnen komen tot mogelijkheden voor een succesvolle aanpak van de problematiek. De volgende vragen komen aan de orde: Welke verschijningsvormen van afpersing zijn er te onderscheiden?Wat is de aard van (vormen van) afpersing van het bedrijfsleven?Hoe kan afpersing van het bedrijfsleven effectief worden aangepakt?
    • Miscellaneaous Studies

      Tonry, M.; Estrada, F.; Ohlemacher, Th.; Wittebrood, K.; Nieuwbeerta, P.; Wilson, J.C.; Davies, G.M.; Kensey, A.; Tournier, P. (WODC, 1999)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. Michael Tonry - Community Penalties in the United States 3. Felipe Estrada - Juvenile Crime Trends in Post-War Europe 4. Thomas Ohlemacher - Viewing the Crime Wave from the Inside: Perceived Rates of Extortion among Restaurateurs in Germany 5. Karin Wittebrood and Paul Nieuwbeerta - Wages of Sin? The Link between Offending, Lifestyle and Violent Victimisation 6. J.C. Wilson and G.M. Davies - An Evaluation of the Use of Videotaped Evidence for Juvenile Witnesses in Criminal Courts in England and Wales 7. Annie Kensey and Pierre Tournier - Prison Population Inflation, Overcrowding and Recidivism: The Situation in France 8. Crime Institute Profile: The Centre for Criminal Justice Studies, University of Leeds
    • Ondergaan of ondernemen - Ontwikkeling in de aard en aanpak van afpersing van het bedrijfsleven

      Leiden, I. van; Appelman, T.; Ham, T. van; Ferwerda, H. (Bureau Beke, 2014)
      In dit onderzoek wordt het fenomeen afpersing van het bedrijfsleven uitgebreid beschreven. Aan bod komen de verschijningsvormen, daders en slachtoffers en de modus operandi. Het rapport kan gezien worden als een update van een eerdere publicatie over dit onderwerp onder de titel 'Je bedrijf of je leven' dat in 2007 verscheen (zie link bij: meer informatie). Naast de ontwikkelingen rond het fenomeen afpersing wordt ingegaan op het proces van signalering, melding en aangifte tot de opsporing en vervolging van afpersing. INHOUD: 1. Inleiding 2. Het fenomeen 3. Afpersing in beeld 4. Signalering, melding en aangifte 5. Opsporing en vervolging 6. De aanpak 7. Conclusies en slotbeschouwing
    • Onderzoek naar strafmaxima in het wetboek van strafrecht

      Hoevenaars, J.; Hullu, J. de; Koopmans, I.M.; Oosten, M. van (Katholieke Universiteit Brabant, 1999)
      In dit onderzoek ging het in de kern om de volgende vragen:Welke uitgangspunten heeft de wetgever gehanteerd sinds 1886 bij het vaststellen van strafmaxima,Welke verschuivingen zijn daarbij eventueel waarneembaar in de loop der tijd,Is ter zake een verschil waarneembaar tussen commune misdrijven en delicten uit bijzondere strafwetten, enKunnen er door de veranderingen in de loop der tijd inconsistenties worden aangewezen in het stelsel van wettelijke strafmaxima?
    • Trends in kunstcriminaliteit

      Charney, N.; Rausch, Chr.; Bouwknegt, L.; Hufnagel, S.; Bronswijk, R.; Beurden, J. van; Kila, J.; Assendelft, F.; Duijsens, J.; Gessel, F. van (WODC, 2021)
      ARTIKELEN: 1. Noah Charney - Kenmerken van kunstcriminaliteit 2.Christoph Rausch, Léonie Bouwknegt, Jeroen Duijsens en Frank Assendelft - ‘Dirty money, pretty art’. Witwassen en ondermijning in tijden van financialisering van kunst 3. Saskia Hufnagel - De aanpak van kunstcriminaliteit in Europa 4. Richard Bronswijk en Fons van Gessel - De aanpak van kunstcriminaliteit in Nederland 5. Jos van Beurden Dubieuze verwervingen en het Advies over de omgang met koloniale collecties 6. Joris Kila - De terugkeer van de beeldenstorm. Over iconoclasme, cultuurgoed en identiteit. SAMENVATTING: Met enige regelmaat worden in Nederland bekende kunstwerken geroofd, veelal schilderijen uit musea. De laatste keer was in augustus 2020, toen uit het museum Hofje van Mevrouw Van Aerden in Leerdam een schilderij van Frans Hals werd gestolen. Opmerkelijk genoeg werd dit doek, getiteld Twee lachende jongens, al twee keer eerder gestolen en ook weer teruggevonden. Eerder in 2020 was een schilderij van Vincent van Gogh het doelwit van kunstrovers. Zij gingen ervandoor met het werk Lentetuin, de pastorietuin te Nuenen in het voorjaar, dat in bruikleen was bij het Singer Museum in Laren. Dit type kunstcriminaliteit spreekt tot de verbeelding en is niet voor niets onderwerp van veel boeken, films en televisieprogramma’s. Kunstcriminaliteit heeft echter veel meer verschijningsvormen dan enkel kunstroof. Traditioneel vallen fraude, vervalsing en vandalisme daar ook onder, maar daarnaast zijn er vormen van criminaliteit die aan kunst gerelateerd zijn, zoals witwassen, belastingmisdrijven, gijzeling en afpersing. Ook worden met de verkoopopbrengst van gestolen kunst of cultuurgoederen andere illegale activiteiten gefinancierd, zoals de aankoop van wapens ten behoeve van terrorisme. De activiteiten van kunstcriminelen, de betrokkenheid van de georganiseerde misdaad en de opsporing en vervolging van kunstcriminaliteit komen ruimschoots aan bod in deze aflevering van Justitiële verkenningen over ‘Trends in kunstcriminaliteit’. In dit themanummer verstaan we onder kunst ook antiek en cultureel erfgoed, ‘cultuurgoederen’. Aan sommige kunst en cultuurgoederen afkomstig uit voormalige Nederlandse koloniale gebieden kleeft een smet. Ook daar is aandacht voor, met een artikel over teruggave van deze objecten aan de landen van herkomst. Daarnaast komt een verschijnsel aan de orde dat eind jaren negentig in een themanummer van Justitiële verkenningen nog werd aangeduid als ‘kunstvandalisme’. In het afgelopen decennium heeft dit een nieuwe dimensie gekregen. Agressie tegen cultuurgoederen (iconoclasme) is nu vaak politiek, ideologisch gemotiveerd, zoals recente aanvallen op standbeelden van bijvoorbeeld koloniale gezagsdragers laten zien. Ook de vernietiging door Islamitische Staat (IS) van eeuwenoude bouwwerken in Irak en Syrië in 2015-2016 doet de vraag rijzen of we kunnen spreken van een terugkeer van het fenomeen beeldenstorm.