• Beroepen op het professioneel verschoningsrecht - Doorlooptijden en gevolgen voor strafrechtelijke onderzoek

      Berk, V. de; Jongebreur, W.; Kluft, S. (Significant APE, 2020-12-29)
      Het professioneel verschoningsrecht dient het hoger algemeen belang van de vertrouwensrelatie tussen uitoefenaars van specifieke geheimhoudingsberoepen en hun cliënten. Geheimhoudingsberoepen zijn artsen, geestelijken, advocaten en notarissen. Een vertrouwensrelatie is noodzakelijk voor de uitoefening van deze beroepen en voor het goed functioneren van de rechtsstaat. Uitoefenaars van geheimhoudingsberoepen kunnen zich daarom in voorkomende situaties beroepen op het professioneel verschoningsrecht. Wanneer er verschoningsgerechtigd materiaal in beslag wordt genomen in het kader van strafrechtelijk onderzoek, kan een geheimhouder zich beroepen op zijn verschoningsrecht, waarmee hij verklaart dat deze stukken niet ingezien mogen worden door de opsporingsdiensten. Diverse bij de opsporing betrokken partijen alsmede de rechtspraak, signaleren een probleem in de lange doorlooptijden van de procedure bij inbeslagneming van (mogelijk) verschoningsgerechtigd materiaal. Het is daarom van belang te onderzoeken wat de aard, de omvang en de doorlooptijden van de beroepen op het professioneel verschoningsrecht zijn, alsook wat de gevolgen van substantiële doorlooptijden zijn voor strafrechtelijk onderzoek. De centrale probleemstelling van het onderzoek is: Wat is de aard en omvang en wat zijn de gevolgen van beroepen op het professioneel verschoningsrecht voor doorlooptijden van strafrechtelijk onderzoek? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Proces van het professioneel verschoningsrecht, 3. Verschoningsrecht in de praktijk, 4. Conclusies RECTIFICATIE 31 MAART 2021: In januari verscheen op de website van het WODC het rapport: ‘Beroepen op het professioneel verschoningsrecht. Doorlooptijden en gevolgen voor strafrechtelijk onderzoek.’ Na het verschijnen van het rapport bleek een passage in de tekst aanleiding te kunnen geven tot verwarring. Het betreft de vraag in hoeverre het voor de officier van justitie mogelijk is om in beroep te gaan tegen een beslissing van de rechter-commissaris inzake de inbeslagneming van stukken waartoe de verschoningsgerechtigde geen toestemming verleende. Tegen deze beslissing kan de officier niet in beroep gaan op grond van artikel 98 Sv.. De tekst van de betreffende passages is aangepast.
    • Beroepsethiek en marktwerking

      Niemeijer, E.; Voert, M. ter; Lankhorst, F.; Nelen, J.M.; Laclé, Z.D.; Jongbloed, A.W.,; Schilder, A.; Nuijts, W.H.J.M.; Grotenhuis, A.L.J. (WODC, 2005)
      ARTIKELEN: 1. - E. Niemeijer en M. ter Voert - Vertrouwen onder druk; vrije juridische beroepen tussen professie en commercie 2. F. Lankhorst en J.M. Nelen - Integriteitsproblemen van advocaten en notarissen in relatie tot georganiseerde criminaliteit 3. Z.D. Laclé - Notariaat, ethiek en marktwerking 4. A.W. Jongbloed - De gerechtsdeurwaarder; zakenman of functionaris? 5. A. Schilder en W.H.J.M. Nuijts - De accountant; Onafhankelijkheid in een meervoudig spanningsveld 6. A.L.J. Grotenhuis -Belastingadviseurs in de knel tussen twee loyaliteiten 7. Internetsites: Beroepsethiek SAMENVATTING: In deze aflevering staat de vraag centraal of en hoe de beroepsethiek onder invloed van marktwerking aan het veranderen is. Naast de advocaat, de notaris en de gerechtsdeurwaarder krijgen ook de accountant en de belastingadviseur aandacht. Ook dit zijn particuliere ondernemers die geacht worden zich in hun werk zodanig onafhankelijk op te stellen, dat zij in hun dienstverlening aan de cliënt het publieke belang meewegen.
    • Betalingsregelingen - Bevorderen van haalbare betalingsregelingen bij private schuldeisers

      Jungmann, N.; Linssen, M.; Moerman, A.; Muiswinkel, S. van; Oomkens, R. (Hogeschool Utrecht - Kenniscentrum Sociale Innovatie, 2020)
      Er leeft een breed gedragen maatschappelijke zorg rondom de aanpak van schulden. Voor het kabinet vormt deze breed gedragen zorg de aanleiding om werk te maken van een Brede schuldenaanpak. In het regeerakkoord is opgenomen dat de juridische afhandeling van schulden wordt verbeterd. Schuldeisers dienen eerst de mogelijkheden van een betalingsregeling te onderzoeken voor een zaak voor de rechter wordt gebracht. Het doel van het onderzoek is om in kaart te brengen hoe de private markt invulling geeft aan betalingsregelingen en om uit te werken hoe gestimuleerd kan worden dat er, voordat een zaak voor de rechter wordt gebracht, geprobeerd wordt om een haalbare minnelijke betalingsregeling te treffen. Om bovenstaand doel te realiseren, geeft het voorliggende onderzoek antwoord op de volgende centrale onderzoeksvraag: Op welke wijze en in welke mate treffen de verschillende soorten private schuldeisers (haalbare) betalingsregelingen en welke mogelijkheden zijn er om de inzet van dit middel te verbeteren? INHOUD: 1. Inleiding 2. Juridisch kader en jurisprudentie 3. Het perspectief van schuldeisers 4. Het perspectief van incassopartijen 5. Het perspectief van de debiteur 6. Het perspectief sociaal raadslieden 7. Het perspectief van de rechterlijke macht 8. Voorbeelden van aansprekende praktijken 9. De impact van corona 10. Conclusie 11. Denkrichtingen
    • De balie geschetst - Verslag van een door het WODC gehouden schriftelijke enquête onder de Nederlandse advocatuur

      Klijn, A. (WODC, 1981)
      In overleg met de begeleidingscommissie werd het doel van het onderzoek omschreven als het via verzamelen van materiaal verkrijgen van inzicht in zowel de samenstelling van en de rechtshulpverlening door de Nederlandse advocatuur in haar geheel, alsook in de samenstelling van en de rechtshulpverlening door verschillende binnen de balie te onderscheiden catergorieën, met daarbij speciale aandacht voor de advocatencollectieven. In deze omschrijving wordt tot uitdrukking gebracht dat twee vraagstellingen aan het onderzoek ten grondslag liggen. Allereerst de vraag naar een beschrijving van de huidige advocatuur in termen van de bovengenoemde kenmerken van de persoon van de advocaat, de werksituatie en de praktijkuitoefening. Vervolgens de vraag naar het opsporen van een aantal samenhangen tussen bedoelde kenmerken.
    • De bescherming van minderjarige slachtoffers - Implementatie van internationale voorschriften in nationale wet- en regelgeving in de praktijk

      Sondorp, J.E.; Hoogeveen, C.E. (Adviesbureau Van Montfoort, 2020)
      Het doel van het onderzoek is om in kaart te brengen in hoeverre internationale voorschriften ten aanzien van de behandeling en positie van minderjarige slachtoffers zijn geïmplementeerd in nationale wetgeving en in de praktijk. Bijkomend doel is om te benoemen op welke punten er mogelijk hiaten zijn en op welk terrein Nederland juist verder gaat dan hetgeen internationaal verplicht wordt gesteld of wordt aanbevolen. Het onderzoek is verricht in opdracht van het WODC op verzoek van de Directie Slachtofferbeleid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De volgende onderzoeksvragen worden in dit onderzoek beantwoord: Welke verplichtingen heeft Nederland op grond van internationale richtlijnen en verdragen als het gaat om de bescherming van minderjarige slachtoffers van misdrijven binnen de context van de toepassing van het strafrecht? Welke van deze verplichtingen zijn in Nederland tot dusver op papier geïmplementeerd en op welke wijze? Zijn de op papier geïmplementeerde verplichtingen ook in de uitvoeringspraktijk doorgevoerd. In welke mate wel of (nog) niet? INHOUD: 1. Inleiding en onderzoeksvragen 2. Onderzoeksverantwoording 3. Internationaal en nationaal kader 4. Verplichtingen Nederland vanuit internationaal kader 5. Bescherming van minderjarige slachtoffers in de praktijk 6. Conclusies
    • De praktijk van derdenrekeningen - Een onderzoek onder notarissen, gerechtsdeurwaarders en advocaten

      Dijken, K. van; Berdowski, Z.; Eshuis, P.H. (WODC, 2006)
      De Wet op het Notarisambt, de Wet Gerechtsdeurwaarders en de Boekhoudverordening van de Nederlandse Orde van Advocaten verplichten deze beroepsgroepen omaan cliënten toekomende gelden op een aparte rekening (derden- of kwaliteitsrekening) aan te houden. Het doel is om deze gelden te scheiden van het vermogen van de beroepsuitoefenaar en daarmee te beschermen tegen oneigenlijk gebruik of een eventueel faillissement. In het onderzoek zal aandacht worden besteed aan de vraag hoeveel derdenrekeningen er (gemiddeld) worden aangehouden, of daadwerkelijk sprake is van een scheiding van gelden, hoe  bruikbaar en/of noodzakelijk de regelingen voor de beroepsgroepen zijn, in hoeverre de beroepspraktijk afwijkt van de wettelijke bepalingen en hoe het toezicht op het gebruik van derdenrekeningen werkt en of zicht kan worden verkregen op de effectiviteit van het toezicht.
    • De rechter als ketenpartner

      Eshuis, R.; Doelen, F.C.J. van der; Vlis, E.J.C. van der; Brunning, M.R.; Ippel, P.C.; Wijkerslooth, J.L. de; Vliet, J.A. van (WODC, 2007)
      ARTIKELEN: 1. R. Eshuis - De keten en de delta; de verbeelding van de civiel rechtspleging 2. F.C.J. van der Doelen en E.J.C. van der Vlis - De rechtspraak en de vrije juridische beroepen; meesters in eigenzinnigheid 3. M.R. Brunning - Dynamisch samenwerken; de kinderrechter en ketenpartners in de jeugdzorg 4. P.C. Ippel - De geketende strafrechter? 5. J.L. de Wijkerslooth - De elastiekjes van Docters van Leeuwen; het O.M. tussen rechtspraak, politie, politiek en bestuur 6. J.A. van Vliet - Rechter en reclassering als ketenpartners 7. Internetsites. SAMENVATTING: In dit themanummer wordt de tegenspraak door partners (de juridische beroepen, het openbaar ministerie, de jeugdzorg, enzovoort) van de rechtspraak in beeld gebracht. Hoe kijken die eigenlijk aan tegen de hedendaagse rechtspraak? Hoe verhouden ze zich tegenwoordig (organisatorisch) tot elkaar? De rechter wordt in zijn onafhankelijke positie in de praktijk begrensd door de (kwalitatieve) inbreng en verantwoordelijkheden van procespartijen en door de samenwerking van organisaties in de verschillende justitiële ketens.
    • European judicial systems 2002 - Facts and figures on the basis of a survey conducted in 40 Council of Europe member states

      Unknown author (WODC, 2005)
      This report presents the results of a survey conducted in 40 member states of the Council of Europe, issued by the European Commission for the Effiency of Justice (CEPEJ). The results are based on self-report by the members of the CEPEJ. A description and a comparative analysis is given of the operation of European judicial systems and of the information regarding the organisation of these systems. The full text of this report (in English and in French) can be found on the CEPEJ-website.
    • Evaluatie tuchtrechtelijke handhaving Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme en haar voorlopers

      Faure, M.; Nelen, H.; Philipsen, N. (WODC, 2009)
      De Wet MOT en de Wid zijn in september 2003 van toepassing verklaard op bepaalde dienstverlening van onder meer de advocatuur, het notariaat en de accountancy. Destijds is gemeend dat de nakoming van voorschriften uit hoofde van de Wet MOT en de Wid deel uitmaakt van het beroepshandelen van de advocaten en notarissen. In dit onderzoek is nagegaan of met het stelsel van deels tuchtrechtelijke handhaving zoals dat is vastgelegd in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) bij de dienstverleners uit aan tuchtrechtelijk onderworpen beroepen (advocaten, notarissen en accountants) een effectieve handhaving kan worden bereikt.
    • Evaluatie van artikel 80a Wet op de rechterlijke organisatie - Een empirisch-juridisch onderzoek naar de toepassing van artikel 80a Wet RO door de Hoge Raad in de sectoren civiel recht, belastingrecht en strafrecht in de periode 2012-2019

      Kristen, F.G.H.; Bijlsma, J.; Verkerk, R.R.; Jong, E.R. de; Boekema, I.M.; Giesen, I. (Universiteit Utrecht - Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging, 2021-12-30)
      Het onderzoek strekt tot evaluatie van artikel 80a Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO). Deze bepaling is met de inwerkingtreding van de Wet versterking cassatierechtspraak op 1 juli 2012 ingevoerd voor de civiele kamer, belastingkamer en strafkamer van de Hoge Raad. Artikel 80a Wet RO biedt de Hoge Raad de bevoegdheid om bepaalde categorieën van zaken via een vereenvoudigde en snellere procedure af te doen door deze zaken niet-ontvankelijk te verklaren. Daartoe kent de regeling twee gronden: 1) degene die het cassatieberoep instelt, heeft daarbij ‘klaarblijkelijk onvoldoende belang’, en 2) de ‘klachten [kunnen] klaarblijkelijk niet tot cassatie […] leiden.’ Bij de parlementaire behandeling van de Wet versterking cassatierechtspraak is een evaluatie van artikel 80a Wet RO toegezegd. Dit onderzoek beoogt daarin te voorzien door een totaalbeeld te geven van de toepassing van artikel 80a Wet RO over de periode 2012-2019 voor de sectoren civiel recht, belastingrecht en strafrecht. De centrale onderzoeksvraag luidt dan ook: ‘Hoe is het totaalbeeld van de toepassing van artikel 80a Wet RO over de periode 2012-2019?’ INHOUD: 1. Aanleiding en onderzoeksvragen, 2. Methodologie, 3. Doelen van artikel 80a Wet RO, 4. Civiele kamer: bespreking procedure en ontwikkelingen in rechtspraak en literatuur, 5. Belastingkamer: bespreking procedure en ontwikkelingen in rechtspraak en literatuur, 6. Strafkamer: bespreking procedure en ontwikkelingen in rechtspraak en literatuur, 7. Cijfers over afdoeningen, 8. Sector civiel recht: ervaringen met artikel 80a Wet RO, 9. Sector belastingrecht: ervaringen met artikel 80a Wet RO, 10. Sector strafrecht: ervaringen met artikel 80a Wet RO, 11. Bevindingen, conclusies en aanbevelingen.
    • Evaluatie Wet positie en toezicht advocatuur - Eindrapportage

      Winter, H.; Herregodts, R.; Krol, E.; Schout, A. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2020)
      De advocatuur vervult een belangrijke en bijzondere rol en positie in de rechtsstaat. In de Advocatenwet (Aw) is de bijzondere positie van de advocaat wettelijk geborgd. Uit verschillende adviezen en onderzoeksrapporten eind vorige en begin deze eeuw bleek dat het toezicht onvoldoende was en modernisering en verbetering behoefde, mede vanwege de groei van de advocatuur en de toenemende internationalisering in de afgelopen decennia. Deze constatering heeft uiteindelijk na een complex wetgevingsproces geleid tot de Wet van 1 oktober 2014 tot aanpassing van de Advocatenwet en enige andere wetten in verband met de positie van de advocatuur in de rechtsorde en herziening van het toezicht op advocaten (Wet positie en toezicht advocatuur, Wpta), waarmee per 1 januari 2015 de Aw en enige andere wetten zijn gewijzigd. De kern van de wetswijziging heeft betrekking op de herziening van het toezichtstelsel. De Wpta voorziet daarnaast in de codificatie van de kernwaarden als toetsingskader voor de beroepsuitoefening door advocaten, een beperkte aanpassing van het tuchtrecht en enkele andere wijzigingen. De hoofdvraag van het onderzoek luidt als volgt: Functioneert het door de Wet positie en toezicht advocatuur geïntroduceerde stelsel van toezicht overeenkomstig zijn doelstellingen, hoe werken de overige wetswijzigingen, waaronder het tuchtrecht, en leveren die een bijdrage aan de kwaliteit van de advocatuur? INHOUD: 1. Inleiding 2. Beleidsreconstructie 3. Toezicht door lokale dekens 4. Systeemtoezicht door het CvT 5. Tuchtrecht 6. Analyse 7. Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
    • Geschilbeslechtingsdelta 2014 - Over verloop en afloop van (potentieel) juridische problemen van burgers

      Voert, M.J. ter; Klein Haarhuis, C.M. (WODC, 2015)
      In 2004 en 2010 zijn de eerste twee Geschilbeslechtingsdelta-onderzoeken verschenen (zie links bij: Meer informatie). Daarin werden de civiel- en bestuursrechtelijke problemen van Nederlandse burgers beschreven, de aanpak die zij volgden om de problemen op te lossen en de resultaten die zij behaalden. Inmiddels zijn we weer ruim vijf jaar verder. In die tijd hebben maatschappelijke ontwikkelingen en wijzigingen in het rechtsbestel mogelijk geleid tot veranderingen in het patroon van het ontstaan en de afdoening van (potentieel) juridische problemen van burgers. Het onderzoek geeft inzicht in bepaalde aspecten van die toegankelijkheid en kwaliteit van het rechtsbestel. Doordat de studie nu voor de derde keer heeft plaatsgevonden, wordt het langzamerhand ook mogelijk eventuele veranderingen over de jaren waar te nemen. In het onderzoek staan de volgende vragen centraal: In welke mate komen (potentieel) civiel- en bestuursrechtelijke problemen voor onder de bevolking en welke factoren zijn daarop van invloed? Voor welke (gefaseerde) aanpak kiezen burgers? In hoeverre wordt gebruikgemaakt van rechtshulp, buitengerechtelijke geschiloplossing en de rechtspraak, en welke factoren zijn daarop van invloed? Hoe zijn de problemen afgelopen en wat zijn de resultaten van de gevolgde aanpak? Hoe evalueren burgers de gebruikte rechtshulp, mediation en procedures en wat zijn de attitudes van burgers ten opzichte van het functioneren van advocatuur en rechtspraak? In hoeverre zijn er bij de antwoorden op bovenstaande vragen veranderingen opgetreden in vergelijking met de metingen uit 2003 en 2009? INHOUD: 1. Inleiding 2. Ontwikkeling in het rechtsbestel en digitalisering 3. Het landschap van juridische problemen 4. De aanpak 5. Afloop en resultaten 6. Tevredenheid en vertrouwen 7. Slotbeschouwing
    • Geschilbeslechtingsdelta 2019 - Over verloop en afloop van (potentieel) juridische problemen van burgers

      Voert, M.J. ter; Hoekstra, M.S. (WODC, 2020-12)
      Het onderhavige onderzoek geeft inzicht in de ervaringen van Nederlandse burgers met het rechtssysteem: de Geschilbeslechtingsdelta. Het beschrijft de (potentieel) civiel- en bestuursrechtelijke problemen die Nederlandse burgers ervaren, de verschillende wegen die zij bewandelen om deze problemen aan te pakken, de door hen behaalde resultaten en hun evaluatie van geraadpleegde adviseurs en procedures. De eerste Geschilbeslechtingsdelta verscheen in 2003, in 2009 en 2014 is dit onderzoek herhaald. Het onderhavige onderzoek beschrijft de periode 2015-2019. Dit maakt het mogelijk om veranderingen over de tijd waar te nemen. In het onderzoek staan de volgende vragen centraal: In welke mate kwamen (potentieel) civiel- en bestuursrechtelijke problemen voor onder de bevolking en welke factoren waren daarop van invloed? Voor welke (gefaseerde) aanpak kozen burgers? In hoeverre maakten zij gebruik van rechtshulp, buitengerechtelijke geschiloplossing en de rechtspraak, en welke factoren waren daarop van invloed? Hoe zijn de problemen afgelopen en wat waren de resultaten en neveneffecten? Welke juridische en overige kosten hebben burgers gemaakt bij de aanpak van hun problemen, en welke factoren waren daarop van invloed? Hoe evalueerden burgers de gebruikte rechtshulp, mediation en (buiten)gerechtelijke procedures en hoe oordeelden burgers over de advocatuur en rechtspraak in het algemeen? In hoeverre zijn er in de antwoorden op de bovenstaande vragen veranderingen opgetreden in vergelijking met de metingen uit 2003, 2009 en 2014? Bij het beantwoorden van deze onderzoeksvragen kijken we naar juridische problemen van burgers met andere burgers, met bedrijven of met de overheid. Juridische problemen tussen bedrijven onderling of tussen bedrijven en de overheid vallen buiten de reikwijdte van dit onderzoek, evenals rechtshulp ingeschakeld door bedrijven in conflicten met burgers. (zie link hiernaast verwijst naar de vorige publicatie over de Geschilbeslechtingsdelta). INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethode 3. Ontwikkelingen in het rechtsbestel en digitalisering 4. Het landschap van juridische problemen 5. De aanpak 6. Afloop, resultaten en neveneffecten 7. De kosten 8. Tevredenheid en vertrouwen 9. Conclusie en slotbeschouwing
    • Geschilprocedures en rechtspraak in cijfers 2005

      Erp, J.G. van (red.); Niemeijer, E. (red.); Voert, M.J. ter (red.); Meijer, R.F. (red.) (WODC, 2007)
      Dit rapport bevat een overzicht van kwantitatieve informatie over geschilbeslechting en civiele en bestuursrechtspraak in Nederland. In deze rapportage is de informatie over de civiele- en bestuursrechtspraak, die al aan de Commissie Deetman is gepresenteerd, aangevuld met gegevens over de buitengerechtelijke geschilbeslechting, rechtsbijstand door advocaten en gerechtsdeurwaarders en kosten en financiering van de rechtsbijstand. Het is de bedoeling in de toekomst periodiek te rapporteren. INHOUD: 1. Inleiding - E. Niemeijer 2. Buitengerechtelijke geschilprocedures - C.M. Klein Haarhuis 3. Civiele rechtspraak - J. van Erp en W. van der Heide 4. Bestuursrechtspraak - W. van der Heide, J. van Erp en P.P.J. Groen 5. Waardering van de rechtspraak - A. Hendriks en J. van Erp 6. Personeel en uitgaven rechtspraak - W. van der Heide en D.E.G. Moolenaar 7. Rechtsbijstand door juridische beroepsbeoefenaren - M.J. ter Voert en S. Peters 8. Kosten en financiering van rechtsbijstand - G.C. Maas
    • Herijken van strafvordering

      Unknown author (WODC, 1993)
      De sterke stijging van de criminaliteit in de afgelopen decennia, in het bijzonder van de georganiseerde misdaad, is aanleiding geweest tot de instelling in 1988 van de commissie herijking Wetboek van Strafvordering, beter bekend als de commissie Moons. De overweging hierbij was dat, door de toegenomen intelligentie van de zware misdaad en de veranderde rol en houding van haar verdedigers in het strafproces, het evenwicht tussen de noodzaak van criminaliteitsbestrijding enerzijds en de rechtsbescherming van de verdachte anderzijds, is verstoord ten nadele van het eerste. Deze aflevering van Justitiële Verkenningen is gewijd aan de werkzaamheden van de commissie Moons, die onlangs haar laatste rapport heeft uitgebracht.
    • Het maatschappelijk draagvlak van het strafrecht in de jaren negentig - Jubileum-uitgave

      Unknown author (WODC, 1990)
      Vijftien jaar geleden verscheen het eerste nummer van Justitiele Verkenningen. Althans onder die naam; reeds in 1956 begon het toenmalige Studie- en Voorlichtingscentrum van het Ministerie van Justitie met de uitgave van het zogenoemde Documentatieblad. Met de naamswijziging in 1975 begon een geleidelijk proces waarin JV van een puur documentatieblad steeds verder uitgroeide tot een vaktijdschrift op het terrein van justitie. Met het ingaan van de jaren negentig begint JV dus aan zijn vierde lustrum, en dit feit vormde de aanleiding voor de organisatie van een JV-symposium over het belangrijkste onderwerp van het tijdschrift: het strafrecht. In deze aflevering treft de lezer de lezingen aan die werden gehouden op het gelijknamige symposium dat op 15 februari 1990 in het Kurhaus te Scheveningen. Aan de sprekers werd, zonder nadere specificering, gevraagd zich over dit thema op persoonlijke titel uit te laten. Het resultaat biedt een aardig inzicht in de actuele, zeer gevarieerde discussie over de maatschappelijke rol van het strafrecht. De mogelijkheden, grenzen, tekortkomingen en fricties komen in allerlei varianten aan de orde, naast suggesties, concrete werkvoorstellen en wensdromen.
    • Het Nederlandse rechtsbestel in Europees perspectief

      Barendregt, M.; Langbroek, Ph.M.; Reiling, A.D.; Wolfson, D.J.; Otterlo, R. van; Niemeijer, E.; Klein Haarhuis, C.M.; Voert, M. ter; Eshuis, R.J.J.; Huls, N.J.H. (WODC, 2009)
      ARTIKELEN: 1. M. Barendrecht - Verantwoording van rechtspraak richting burger 2. Ph.M. Langbroek - Kwaliteitszorg voor rechtspraak 3. A.D. Reiling - ICT verandert de rechtspraak 4. D.J. Wolfson - Visitatie in de advocatuur: vreemde ogen zien blinde vlekken 5. R. van Otterlo - De moderne balie in internationaal perspectief 6. E. Niemeijer en C.M. Klein Haarhuis - Aantallen civiele rechtszaken in Nederland en elders; een vergelijking in de tijd en in Europa 7. M. ter Voert - Hoe snel kun je scheiden in Europa? 8. R.J.J. Eshuis - De uitvoering van gerechtelijke beslissingen in Europa 9. N.J.H. Huls - Hoogste gerechten, legitimiteit en leiderschap 10. Internetsites. SAMENVATTTING: In dit themanummer staat centraal het functioneren van het Nederlandse rechtsbestel in Europees perspectief, waarbij het rapport van de European Commission for the Efficiency of Justice van de Raad van Europa een belangrijk aanknopingspunt is.
    • Hulp bij juridische problemen - een verkennend onderzoek naar de kwaliteit van de dienstverlening van advocaten en rechtsbijstandverzekeraars; literatuurstudie en secundaire analyses

      Eshuis, R.J.J.; Geurts, T.; Beenakkers, E.M.Th. (WODC, 2012)
      Dit onderzoek betreft de kwaliteit van de dienstverlening door advocaten en rechtsbijstandverzekeraars. De professionele aanbieders van rechtshulp waren in de afgelopen jaren regelmatig onderwerp van debat in de Tweede Kamer. Naar aanleiding van één van die debatten is gevraagd onderzoek te verrichten naar de kwaliteitsborging, de ervaringen van rechtzoekenden en meningen van stakeholders over de kwaliteit van de dienstverlening door advocaten en rechtsbijstandverzekeraars. INHOUD: 1. Aanleiding en uitvoering van het onderzoek 2. Kwaliteitsproblemen in de juridische dienstverlening 3. Secundaire analyses 4. Kwaliteitsborging
    • Internationale kinderontvoering - De uitvoeringspraktijk van inkomende zaken in Nederland, Engeland & Wales, Zweden en Zwitserland

      Jonker, M.; Abraham, M.; Jeppesen-de Boer, C.; Rossum, W. van; Boele-Woelki, K. (Universiteit Utrecht - Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF), 2015)
      Sinds 2010 zijn er in Nederland veranderingen ingezet in de uitvoeringspraktijk bij inkomende zaken van internationale kinderontvoering. Zo is er in 2011 een verkorte procedure gerealiseerd, mediation wordt ingezet en de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering is per 1 januari 2012 gewijzigd, waardoor de procesvertegenwoordiging niet meer plaatsvindt door de Centrale autoriteit (CA) en cassatie is beperkt tot cassatie in het belang der wet. De doelen van de wijzigingen zijn het verkorten van de procedure, het verbeteren van de ‘equality of arms’ en algemeen, het beter dienen van het belang van het kind. Het doel van dit onderzoek is om de huidige uitvoeringspraktijk van inkomende kinderontvoeringszaken te evalueren. Dit zijn zaken waarbij een kind vanuit het buitenland naar Nederland is overgebracht. De vraag die daarbij centraal staat luidt: Worden de recente wijzigingen uitgevoerd zoals beoogd en hoe verhoudt zich de Nederlandse uitvoeringspraktijk ten opzichte van de uitvoering in andere landen met een vergelijkbaar stelsel? INHOUD: 1. Introductie 2. Het kader 3. De uitvoeringspraktijk in Nederland 4. De uitvoeringspraktijk in Engeland & Wales, Zweden en Zwitserland 5. De rechtsvergelijking 6. Eindbeschouwing
    • Inventarisatie civielrechtelijke registraties

      Brouwers, M. (WODC, 2009)
      Het doel van de inventarisatie is om ervoor te zorgen dat gegevens uit de justitiële basisregistraties effectiever gebruikt worden en dat Justitie_organisaties vaker gebruik maken van elkaars gegevens. Een ander doel is ervoor te zorgen dat Nederland is voorbereid op de vraag om basisregisters op het Justitiedomein te verbinden binnen Europa (een van de prioriteiten van E-Justice). De onderzoeksvragen zijn:Welke justitiële en aan justitie gelieerde instanties spelen een rol in civielrechtelijke processen?Welke registratiesystemen worden door hen gebruikt en wat wordt hierin geregistreerd?Waar bevindt de registratie zich; wie is de eigenaar of beheerder; is de registratie toegankelijk?Zijn er relaties met andere systemen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Opzet van de inventarisatie 3. De instanties en hun registratiesystemen 4. Dataplattegrond