• Advocaat bij politieverhoor 2017-2019

      Geurts, T.; Hoekstra, M.S.; Aidala, R. (medew.); Beenakkers, E.M.Th. (medew.); Lierop, L.E.H.P. van (medew.); Teeuwen, G. (medew.) (WODC, 2021-07-12)
      In deze rapportage wordt voortgebouwd op eerder onderzoek van Klein Haarhuis (2018). In dit eerdere onderzoek stond de opstartfase van het nieuwe recht centraal (de periode van 1 maart 2016 - 1 maart 2017) en de stand van zaken werd vooral beschreven vanuit de politieorganisatie. Bovendien konden zwaardere zaken maar beperkt worden meegenomen. Het onderhavige onderzoek belicht het nieuwe recht opnieuw, maar dan vooral vanuit het advocatenperspectief en één tot drie jaar na de invoering van het recht. Een wijziging in onderzoeksmethodiek zorgde ervoor dat we ditmaal meer van de zwaarste zaken in de analyse konden betrekken. Daarnaast is nog gekeken naar twee wijzigingen die gelijktijdig met de wettelijke verankering werden doorgevoerd, te weten de beperkte uitbreiding van bevoegdheden van de advocaat en de verlenging van de ophoudtermijn bij ernstigere strafbare feiten van zes naar maximaal negen uur. Het onderhavige onderzoek richt zich op verhoorbijstand voor meerderjarige verdachten van strafbare feiten waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is. Vooral voor deze onderzoeksonderwerpen bestaan er beleidsmatig gezien relevante kennislacunes. Onder verhoorbijstand rekenen we de door advocaten verleende bijstand tijdens het politiële verdachtenverhoor en het verhoor voor de inverzekeringstelling (ivs-verhoor). De volgende vier onderzoeksvragen staan in deze rapportage centraal: 1. Hoe verloopt de invoering van de Implementatiewet in termen van organisatie en werkprocessen? 2. Hoe pakt de implementatie van het recht op verhoorbijstand in de praktijk uit? 3. Welke rol heeft de advocaat tijdens het verhoor? 4. Hoe hebben de uitgaven aan (piket)vergoedingen voor consultatie- en verhoor-bijstand zich ontwikkeld? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Achtergronden bij het onderzoek, 3. Organisatie en werkprocessen, 4. Effectuering van het recht, 5. Invulling van de advocatenrol, 6. Conclusie
    • Advocaten en advocatuur in loondienst - Een evaluatieonderzoek naar de verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking

      Gunst, J.P.; Bruinsma, F. (WODC, 2002)
      In de maanden januari - juni 2002 is evaluatieonderzoek uitgevoerd naar de nieuwe Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking van de Nederlandse Orde van Advocaten, die sinds 1 mei 1997 van  kracht is. Deze Verordening maakt het voor juristen in dienstbetrekking bij niet-advocaten mogelijk om onder bepaalde voorwaarden toe te treden tot de advocatuur. In het evaluatie-onderzoek staan de volgende vraagstelling centraal: In welke mate treden juristen die in dienst zijn bij niet-advocaten toe tot de Balie sinds de inwerkingtreding van de Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking? Is er sprake van belemmeringen of knelpunten en indien dat zo is, welke zijn dat? Twee soorten van belemmeringen of knelpunten zijn onderscheiden, namelijk belemmeringen of knelpunten in institutionele zin en belemmeringen of knelpunten in persoonsgebonden zin. Bij belemmeringen of knelpunten in institutionele zin kan gedacht worden aan de toetredingsvoorwaarden die de nieuwe Verordening aan potentiële nieuwkomers stelt, maar ook aan de wijze waarop centrale actoren als de Raden van Toezicht, de Raden van Rechtsbijstand, de Nederlandse Orde van Advocaten en eventuele andere organisatorische verbanden zich opstellen ten opzichte van potentiële nieuwkomers. Bij belemmeringen of knelpunten in persoonsgebonden zin kan gedacht worden aan onbekendheid en desinteresse, hetzij van de zijde van de potentiële  gegadigden zelf of hun werkgevers. Het uitgevoerde, empirisch onderzoek bestaat uit drie delen, namelijk: een enquêteonderzoek onder advocaten in loondienst, een tweede enquêteonderzoek naar de motieven van bedrijfsjuristen en/of hun werkgevers om van toetreding tot de advocatuur af te zien en telefonische vraaggesprekken met de werkgevers van Bureaujuristen, van juristen in dienst van  het CNV en de FNV en van juristen in dienst van een rechtsbijstandverzekeraar of schaderegelingskantoor.
    • Daderschap en deelneming doorgelicht - onderzoek naar het functioneren van de regeling van daderschap en deelneming in de rechtspraktijk tegen de achtergrond van een bespreking van het Nederlandse en Oostenrijkse recht

      Keulen, B.F.; Vellinga-Schootstra; Dijk, A.A. van; Lindenberg, K.K.; Wolswijk, H.D. (Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Rechtsgeleerdheid, 2010)
      In dit onderzoek komen de volgende onderzoeksvragen aan de orde: Hoe zijn daderschap en deelneming in Nederland en Oostenrijk geregeld? Waarin verschillen deze stelsels, en waarin komen ze overeen? Hoe worden daderschaps- en deelnemingsfiguren in Nederland en Oostenrijk ten laste gelegd? In welke mate is de rechter in deze landen bij bewijs en kwalificatie op dit punt aan de tenlastelegging gebonden? Blijkt uit het functioneren van de deelnemingsfiguren in de Nederlandse rechtspraktijk van problemen en, zo ja, welke? Op welke onderdelen en op welke wijze zou in het systeem van deelnemingsfiguren verbetering gebracht kunnen worden? Genieten deze voorstellen tot verbetering steun in de rechtspraktijk? INHOUD: 1. Inleiding 2. Daderschap en deelneming in Nederland 3. Daderschap en deelneming in Oostenrijk 4. Interviews 5. Conclusies
    • De balie geschetst - Verslag van een door het WODC gehouden schriftelijke enquête onder de Nederlandse advocatuur

      Klijn, A. (WODC, 1981)
      In overleg met de begeleidingscommissie werd het doel van het onderzoek omschreven als het via verzamelen van materiaal verkrijgen van inzicht in zowel de samenstelling van en de rechtshulpverlening door de Nederlandse advocatuur in haar geheel, alsook in de samenstelling van en de rechtshulpverlening door verschillende binnen de balie te onderscheiden catergorieën, met daarbij speciale aandacht voor de advocatencollectieven. In deze omschrijving wordt tot uitdrukking gebracht dat twee vraagstellingen aan het onderzoek ten grondslag liggen. Allereerst de vraag naar een beschrijving van de huidige advocatuur in termen van de bovengenoemde kenmerken van de persoon van de advocaat, de werksituatie en de praktijkuitoefening. Vervolgens de vraag naar het opsporen van een aantal samenhangen tussen bedoelde kenmerken.
    • De kosten van procedures - Gedragskeuzen in de delta van geschilbeslechting

      Croes, M.T.; Os, R.M.V. van (WODC, 2012)
      Dit onderzoek richt zich op de kosten van oplossingsrichtingen die burgers kiezen voor (potentieel) juridische problemen, waarmee zij in Nederlands worden geconfronteerd en de wijze waarop zij daarmee omgaan. In dit Memorandum wordt een manier geopperd om dergelijke kosten vast te stellen. Wanneer deze kosten vervolgens in de verklaring van de gedragskeuzen zouden worden meegenomen, zou dat het Geschilbeslechtingsdelta-onderzoek verder kunnen verbeteren. INHOUD: 1. Inleiding 2. Kosten-batenbalans 3. Soorten kosten 4. Vaste kosten 5. Variabele kosten 6. Financiering van de kosten 7.Een rekenvoorbeeld 8. Conclusie en discussie
    • De toegevoegde kwaliteit - Een ex ante evaluatie van de werking van inschrijfvoorwaarden in de Wet op de rechtsbijstand

      Leeuwen, S. van; Klijn, A.; Paulides, G. (WODC, 1996)
      Per 1 januari 1994 is de Wet op de rechtsbijstand (Stb. 1993, nr. 775) in werking getreden. Deze wet bepaalt dat advocaten die deel wensen te nemen aan de gefinancierde rechtsbijstand zich moeten inschrijven bij de Raden voor rechtsbijstand. Aan die inschrijving kunnen de raden voorwaarden stellen ter bevordering van de kwaliteit en de doelmatigheid in de rechtsbijstandsverlening. In de wet worden deze voorwaarden slechts globaal omschreven; de specifieke invulling ervan is overgelaten aan de raden. Daarmee zien deze zich voor de vraag gesteld hoe het stellen van inschrijfvoorwaarden aan advocaten kan bijdragen aan een grotere doelmatigheid en betere kwaliteit van de voorzieningen van gefinancierde rechtsbijstand?
    • Dienstverlening - Vervanging van de vrijheidsstraf in het strafrecht voor volwassenen; Deel 3: de plaats van de dienstverlening in de Nederlandse strafrechtspleging

      Bol, M.; Overwater, J. (WODC, 1983)
      In het kader van de experimenten met dienstverlening verrichtte het WODC onderzoek in acht door de Minister van Justitie aangewezen proefarrondissementen. In dit derde en laatste deelrapport wordt een aantal uiteenlopende aspecten van dienstverlening behandeld; centraal staat de plaats van dienstverlening in de Nederlandse strafrechtspleging. Verder wordt dienstverlening in het kader van gratie aan de orde gesteld en wordt verslag gedaan van een opiniepeiling welke de auteurs bij wijze van eindevaluatie hielden onder reclasseringsmedewerkers, advocaten en leden van staande en zittende magistratuur in de acht proefgebieden
    • Eindrapportage werkwijze ZSM en Rechtsbijstand

      Jacobs, G.; Giessen, M. van der; Brein, E.; Bayerl, P.S.; Verbaan, J.; Thuis, Th. (Erasmus Universiteit Rotterdam - Rotterdam School of Management (RSM), 2015)
      De afkorting ZSM staat voor Zo Simpel, Spoedig, Samen en Selectief Mogelijk zaken afdoen. In deze aanpak werken de politie, het Openbaar Ministerie (OM), Reclassering Nederland, Verslavingszorg Noord-Nederland, het Leger des Heils, Slachtofferhulp Nederland en (bij jeugdige verdachten) de Raad voor de Kinderbescherming, samen aan de versnelde afdoening van strafzaken. De ZSM-werkwijze van politie en OM beoogt door een goede samenwerking van alle ketenpartners aan de voorkant van het proces een snelle selectie en zo mogelijk afdoening van zaken die vallen onder de noemer ‘veel voorkomende criminaliteit’. Het onderzoek geeft antwoord op de volgende twee hoofdvragen: Wat zijn de feitelijke gevolgen van de door de werkgroep ‘ZSM en rechtsbijstand’ geadviseerde werkwijze op de rechtsbescherming van verdachten, de efficiency van het afdoeningsproces en de kosten voor politie, OM en gesubsidieerde rechtsbijstand afgezet tegen de huidige praktijk? Wat zijn de organisatorische consequenties van het advies van de werkgroep, wat is de praktische uitvoerbaarheid van de verschillende elementen van het advies en wat zijn de belangrijkste kostendrivers? INHDOUD: 1. Inleiding 2. Aanleiding 3. De werkwijze ZSM en Rechtsbijstand 4. Onderzoeksvragen en -aanpak 5. Resultaten evaluatie werkwijze ZSM en Rechtsbijstand 6. Samenvatting bevindingen 7. Conclusie
    • Evaluatie Wet positie en toezicht advocatuur - Eindrapportage

      Winter, H.; Herregodts, R.; Krol, E.; Schout, A. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2020)
      De advocatuur vervult een belangrijke en bijzondere rol en positie in de rechtsstaat. In de Advocatenwet (Aw) is de bijzondere positie van de advocaat wettelijk geborgd. Uit verschillende adviezen en onderzoeksrapporten eind vorige en begin deze eeuw bleek dat het toezicht onvoldoende was en modernisering en verbetering behoefde, mede vanwege de groei van de advocatuur en de toenemende internationalisering in de afgelopen decennia. Deze constatering heeft uiteindelijk na een complex wetgevingsproces geleid tot de Wet van 1 oktober 2014 tot aanpassing van de Advocatenwet en enige andere wetten in verband met de positie van de advocatuur in de rechtsorde en herziening van het toezicht op advocaten (Wet positie en toezicht advocatuur, Wpta), waarmee per 1 januari 2015 de Aw en enige andere wetten zijn gewijzigd. De kern van de wetswijziging heeft betrekking op de herziening van het toezichtstelsel. De Wpta voorziet daarnaast in de codificatie van de kernwaarden als toetsingskader voor de beroepsuitoefening door advocaten, een beperkte aanpassing van het tuchtrecht en enkele andere wijzigingen. De hoofdvraag van het onderzoek luidt als volgt: Functioneert het door de Wet positie en toezicht advocatuur geïntroduceerde stelsel van toezicht overeenkomstig zijn doelstellingen, hoe werken de overige wetswijzigingen, waaronder het tuchtrecht, en leveren die een bijdrage aan de kwaliteit van de advocatuur? INHOUD: 1. Inleiding 2. Beleidsreconstructie 3. Toezicht door lokale dekens 4. Systeemtoezicht door het CvT 5. Tuchtrecht 6. Analyse 7. Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
    • Geschilbeslechtingsdelta midden- en kleinbedrijf - over het optreden en afhandelen van (potentieel) juridische problemen in het midden- en kleinbedrijf

      Croes, M.T.; Maas, G.C. (WODC, 2009)
      Centraal in het onderzoek staan de volgende vragen:Wat is de aard en de frequentie van problemen die bedrijven hebben die tot het midden- en kleinbedrijf behoren? Met wie hebben die bedrijven deze problemen en hoe zijn de verschillen tussen de bedrijven in de aard en frequentie van deze problemen te verklaren?Hoe gaan de bedrijven met problemen om en welke juridische dienstverleners worden door hen daarbij ingeschakeld? Hoe zijn de verschillen tussen bedrijven in dit verband te verklaren?Hoe beëindigen bedrijven hun problemen en hoe beoordelen zij het optreden van de door hen ingeschakelde juridische dienstverleners in dit verband? INHOUD: 1. Opzet van het onderzoek 2. Problemen en wederpartijen 3. Het beroep op juridische dienstverlening 4. Kansen en keuzen in de delta van geschilbeslechting 5. Operationalisering 6. Kansen en keuzen: toetsing van hypothesen 7. Conclusie en discussie
    • Geschillen in het MKB - Over het verloop van conflicten bij bedrijven tot tien werkzame personen

      Geurts, T.; Voert, M.J. ter (WODC, 2019)
      Deze rapportage gaat in op conflicten van MKB-bedrijven tot tien werkzame personen. Dit vanuit de veronderstelling dat als een conflict zich voordoet, ze kwetsbaarder zijn dan grotere MKB-bedrijven omdat ze vaak minder beschikking zullen hebben over economische en juridische hulpbronnen en minder ervaring met het oplossen van potentieel juridische problemen. MKB-bedrijven met 10 t/m 250 werkzame personen blijven dus buiten beeld. Desalniettemin geeft het onderhavige onderzoek zicht op het leeuwendeel van de bedrijven in de zakelijke economie: 96% van alle MKB-bedrijven telt één tot tien werkzame personen. De onderzoeksvragen zijn:Hoeveel bedrijven hebben in het afgelopen jaar civiel- en bestuursrechtelijke conflicten ervaren? Wat is de aard van deze conflicten?Hoeveel bedrijven hebben het afgelopen jaar een beroep op juridische dienstverleners en (buiten)gerechtelijke procedures gedaan? Welke waren dit? En om welke redenen zien ze af van het inschakelen van dienstverleners en procedures?Hoe zijn de belangrijkste conflicten afgelopen en wat zijn de resultaten van de gevolgde aanpak?Hoe beoordelen bedrijven de dienstverlening van dienstverleners en beslissende instanties?Hoe beoordelen bedrijven de toegang tot recht en hoe is hun vertrouwen in het rechtssysteem in het algemeen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond 3. Juridiceerbare conflicten van kleine bedrijven 4. De weg naar het recht: opvattingen en hoofdlijnen 5. Aanpak van het belangrijkste conflict 6. Afloop en waardering. Bekijk de resultaten in vogelvlucht: Animatie - Geschillen in het MKB (zie link naar: youtube-animatie) en neem kennis van de kernbevindingen: (zie link naar: Infographic - Geschillen in het MKB
    • Het gerechtelijk vooronderzoek in woord en daad

      Werff, C. van der; Bol, M.W.; Docter-Schamhardt, B.J.W. (WODC, 1991)
      In dit rapport wordt verslag gedaan van een onderzoek naar het gerechtelijk vooronderzoek (gvo). Het onderzoek is ingesteld op verzoek van de Commissie herijking Wetboek van Strafvordering (Commissie Moons). Doel van dit onderzoek is inzicht te verschaffen in het functioneren van het gvo op dit moment. Het gaat daarbij om om inzicht in de feitelijke gang van zaken; daarnaast bestaat behoefte aan inzicht in de opvattingen over de taak van de rechter-commissaris, het OM en raadslieden in het kader van het gvo en de te verwachten gevolgen van eventuele wetswijzigingen. Het onderzoek is opgesplitst in twee delen: in de eerste plaats is een dossieronderzoek uitgevoerd en daarnaast zijn vraaggesprekken gehouden met rc's, ovj's en raadslieden.
    • Het vooronderzoek in strafzaken - Tweede interimrapport onderzoeksproject strafvordering 2001

      Groenhuijsen, M.S. (red.); Knigge, G. (red.) (Katholiek Universiteit Brabant, 2001)
      In dit boek wordt verslag gedaan van de resultaten van het tweede jaar van het onderzoeksproject Strafvordering 2001. In deze periode is studie verricht naar het vooronderzoek in strafzaken. Het voorbereidend onderzoek omvat die fasen van het strafgeding in ruime zin die voorafgaan aan de terechtzitting. In het vigerende wetboek staan daarin het opsporingsonderzoek, de voorlopige hechtenis en het gerechtelijk vooronderzoek centraal.
    • Hulp bij juridische problemen - een verkennend onderzoek naar de kwaliteit van de dienstverlening van advocaten en rechtsbijstandverzekeraars; literatuurstudie en secundaire analyses

      Eshuis, R.J.J.; Geurts, T.; Beenakkers, E.M.Th. (WODC, 2012)
      Dit onderzoek betreft de kwaliteit van de dienstverlening door advocaten en rechtsbijstandverzekeraars. De professionele aanbieders van rechtshulp waren in de afgelopen jaren regelmatig onderwerp van debat in de Tweede Kamer. Naar aanleiding van één van die debatten is gevraagd onderzoek te verrichten naar de kwaliteitsborging, de ervaringen van rechtzoekenden en meningen van stakeholders over de kwaliteit van de dienstverlening door advocaten en rechtsbijstandverzekeraars. INHOUD: 1. Aanleiding en uitvoering van het onderzoek 2. Kwaliteitsproblemen in de juridische dienstverlening 3. Secundaire analyses 4. Kwaliteitsborging
    • Internationale verkenning kosten gesubsidieerde rechtsbijstand - Een vergelijkende studie naar Nederland, Finland en Schotland

      Scholte, R.; Weel, B. ter; Westerveld, M. (SEO Economisch Onderzoek, 2017)
      De centrale vraag in dit rapport is wat geleerd kan worden van een verkenning van de stelsels van gesubsidieerde rechtsbijstand van Nederland, Finland en Schotland met betrekking tot de doelmatigheid van het Nederlandse stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Deze vraag wordt aan de hand van twee specifieke maatregelen beantwoord. Ten eerste, wat zou het inzetten van advocaten in de eerste lijn voor gevolgen kunnen hebben voor de kosten van het Nederlandse stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand? Ten tweede, wat zou het aanwenden van een rechtsbijstandsverzekering voor gevolgen kunnen hebben voor de kosten van het Nederlandse stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand? INHOUD: 1. Inleiding 2. Vergelijking van stelsels 3. Casestudy - gesubsidieerde rechtsbijstand bij echtscheidingen 4. Scenario 1 - Advocaten in eerste lijn 5. Scenario 2 - Vergroten belang rechtsbijstandsverzekeringen 6. Conclusies en beperkingen onderzoek
    • Klachten buiten de orde - De behandeling van klachten over advocaten via de Klachten- en Geschillenregeling Advocatuur

      Böcker, A.G.M.; Groot-van Leeuwen, L.E. de (Katholieke Universiteit Nijmegen, 2002)
      Het doel van dit onderzoek is nagaan of het instellen van een Geschillencommissie Advocatuur en de invoering van een klachtenregeling per kantoor leidt tot een kwaliteitsverbetering van de klachtenafhandeling tussen advocatenkantoren en hun cliënten en of er een neveneffect optreedt tot vermindering van het aantal tuchtzaken.
    • Knelpunten bij de toepassing van dienstverlening? - Uitkomsten van een enquête onder rechters, officieren van justitie, advocaten en coördinatoren dienstverlening

      Kockelkorn, R.; Laan, P.H. van der; Meulenberg, C. (WODC, 1991)
      In september en oktober 1990 heeft het WODC op verzoek van de Overleg- en adviescommissie Alternatieve Sancties (OCAS) een schriftelijke enquete gehouden onder rechters, officieren van justitie, advocaten en coordinatoren dienstverlening. Doel van deze enquete was het achterhalen van eventuele knelpunten bij de toepassing van de Wet Straf van Onbetaalde Arbeid (dienstverlening). Bevat enqueteformulier. INHOUD: 1. Inleiding 2. Toepassing van de dienstverlening 3. Persoon van de dienstverlener 4. Organisatie van de dienstverlening 5. Niet naar behoren verrichte dienstverleningen 6. Knelpunten 7. Opvattingen over dienstverlening 8. Slotbeschouwing.
    • Kostenontwikkeling Extra-uren Strafzaken 2004-2014

      Voert, M. ter (WODC, 2015)
      Op 13 februari 2015 is de ‘Commissie onderzoek oorzaken kostenstijgingen stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand en vernieuwing van het stelsel’ (Commissie-Wolfsen) ingesteld. De commissie is onder andere gevraagd onderzoek te doen naar de oorzaken van de kostenstijgingen binnen de gesubsidieerde rechtsbijstand vanaf 2002 tot en met 2014. De commissie heeft het WODC gevraagd onderzoek te doen naar de kostenstijging van het stelsel. Dit factsheet geeft inzicht in de kostenstijging voor extra-urenvergoedingen in strafzaken door de volgende vragen te beantwoorden:Hoe worden extra-urenzaken toegekend door de RvR?Hoe hebben de uitgaven voor extra uren in straf-zaken zich ontwikkeld tussen 2004-2014?Hoe heeft het aantal extra-urenzaken zich ontwik-keld tussen 2004-2014?Hoe hebben verschillende ‘kostenposten’ zich ontwikkeld?Welke mogelijke verklaringen zijn er voor de stijging van de uitgaven en het aantal zaken?
    • Kostenontwikkeling strafpiket en straftoevoegingen 2002-2014

      Voert, M. ter (WODC, 2015)
      Op 13 februari 2015 is de ‘Commissie onderzoek oorzaken kostenstijgingen stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand en vernieuwing van het stelsel’ (Commissie-Wolfsen) ingesteld. De commissie is onder andere gevraagd onderzoek te doen naar de oorzaken van de kostenstijgingen binnen de gesubsi-dieerde rechtsbijstand vanaf 2002 tot en met 2014. De commissie heeft het WODC gevraagd onderzoek te doen naar de kostenstijging van het stelsel. In dit fact-sheet staan de ontwikkelingen van de kosten voor strafpiket en straftoevoegingen centraal. Per jaar wordt ongeveer 40% van de totale kosten voor piket, toevoegingen en extra-urenvergoedingen uitgegeven aan rechtsbijstand voor strafzaken.
    • Kostenontwikkeling toevoegingen scheidingen 2002-2014

      Voert, M. ter (WODC, 2015)
      Op 13 februari 2015 is de ‘Commissie onderzoek oorzaken kostenstijgingen stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand en vernieuwing van het stelsel’ (Commissie-Wolfsen) ingesteld. De commissie is onder andere gevraagd onderzoek te doen naar de oorzaken van de kostenstijgingen binnen de gesubsidieerde rechtsbijstand vanaf 2002 tot en met 2014. In dit factsheet staat de ontwikkeling van de kosten voor toevoegingen die betrekking hebben op scheidingen centraal.1 Meer inzicht is nodig waar die stijgingen zich precies voordoen en of daar oorzaken voor zijn te vinden. Heeft dit te maken met de stijging van het aantal zaken, zijn er specifieke kosten die toenemen of zijn er andere oor-zaken aan te wijzen? Onderzoeksvragen:Hoe hebben de uitgaven voor toevoegingen zich ontwikkeld, naar zaakscode en type kosten?Hoe heeft het aantal toevoegingen zich ontwikkeld?In hoeverre komt de ontwikkeling van het aantal toevoegingen overeen met de ontwikkeling van soortgelijke zaken bij de rechtspraak?Welke verklaringen zijn er te geven voor de kostenstijging?