• De oplegging en uitvoering van de gedragsbeïnvloedende maatregel voor delinquente jongeren - 531 dossiers (2008 t/m 2013) onder de loep genomen

      Plaisier, J.; Knijnenberg, M.; Lenssen, D.; Pollaert, H.; Straaten, I. van (Impact R&D, 2016)
      De gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) is een maatregel voor jeugdige delinquenten die een ernstig delict plegen (of veel delicten plegen) en psychische problematiek hebben waarvoor ambulante behandeling nodig is. De maatregel is ingevoerd in 2008, maar wordt veel minder gebruikt dan oorspronkelijk werd verwacht: nog geen 1% van alle sancties voor jeugdigen per jaar bestaat uit een GBM. Er zijn al meerdere onderzoeken gedaan naar de redenen voor het feit dat de maatregel zo weinig wordt gebruikt. Er is nog geen onderzoek uitgevoerd naar de vraag hoe het proces van advisering tot oplegging precies verloopt en hoe de maatregel wordt uitgevoerd bij de jongeren bij wie wel een GBM is opgelegd. Over deze vragen gaat dit onderzoeksrapport: Hoe vaak wordt een gedragsbeïnvloedende maatregel geadviseerd, geëist en opgelegd en om welke redenen wordt een advies van de Raad voor de Kinderbescherming wel of niet overgenomen door het Openbaar Ministerie of de Zittende Magistratuur? Hoe verloopt de gedragsbeïnvloedende maatregel? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksvragen 3. Methode 4. Instroom: van advies tot oplegging 5. Het verloop van de GBM 6. Conclusie 7. Discussie
    • Grenzen van medische technologie

      Unknown author (WODC, 1991)
      De verhouding tussen wetenschap en beleid is wellicht nergens zo precair als op medisch terrein. Zij kan worden beschreven in termen van kwaliteit van leven, technologie en financiering. De medisch technologische ontwikkeling roept behalve financieringstechnische vragen ook volstrekt onvergelijkbare ethische vragen op, en beide vragen staan onder druk van de levensdrang die aan niemand kan worden ontzegd. De complexiteit van de problematiek maakt dat gebruikelijke afwegingsprocessen of politieke vooronderstellingen niet van toepassing zijn. De medisch technologische vooruitgang roept controversen op die dwars door ideologische verbanden, gangbare rationele afwegingen en ethische uitgangspunten heen snijden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat rond dit onderwerp een keur van onderzoeksinstituten en adviesinstellingen werkzaam is, die probeert te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen, de kwaliteit van argumenten afweegt, en de kosten ervan in kaart brengt. Onder de noemer `Grenzen van medische technologie' wordt in dit themanummer onderzocht waar deze grenzen liggen, maar vooral hoe deze worden getrokken, of zo men wil, dienen te worden onderkend.
    • Marktonderzoek bibobadviezen

      Unknown author (Marktplan Adviesgroep, 1998)
      Het onderzoekt geeft antwoord op de volgende vragen:Hoeveel opdrachten vergunningen/subsidies worden per jaar ongeveer verstrekt?In welk percentage van de voorkomende opdrachten/vergunningen/subsidies heeft men een vermoeden van criminaliteit of betrokkenheid van criminelen?Hoe evalueren potentiele opdrachtgevers van het Bureau BIBOB het concept van Wet, het Bureau en haar dienstverlening?Voor welke diensten/omstandigheden/aanvragen etcetera acht men het een geschikte oplossing?In hoeverre verwacht men zelf gebruik te gaan maken van de adviezen van het Bureau ongeacht de prijsstelling?Welke informatie over de dienstverlening van het Bureau BIBOB moet bij hoeveel functionarissen in de betrokken organisatie beschikbaar zijn?Hoe wordt de beoogde prijsstelling beoordeeld?In hoeverre beinvloedt de prijsstelling de te verwachten eventuele afname van de adviezen?
    • Sharia in Nederland - een studie naar islamitische advisering en geschilbeslechting bij moslims in Nederland

      Bakker, L.G.H.; Gehring, A.J.; Mourik, K. van; Claessen, M.M.; Harmsen, C.; Harmsen, E. (WODC, 2010)
      De meerderheid van de Tweede Kamer is bezorgd en heeft vragen gesteld over het mogelijke vóórkomen van rechtspraak volgens de regels van de sharia in Nederland. De zorg van de Kamer betreft het mogelijke ontstaan van een rechtssysteem parallel aan het systeem van het Nederlands recht, met elementen die strijdig zouden zijn met de beginselen van de Nederlandse rechtsorde. In antwoord op de vragen van de leden Wilders en Fritsma (Kenmerk 2009Z12804, ingezonden op 30 juni 2009 en beantwoord op 2 juli 2009) is toegezegd dat naar het voorkomen van shariarechtbanken onderzoek zal worden gedaan. Daarnaast zal het ook informatie opleveren voor de beantwoording van de vragen die de commissie voor WWI op 6 juli 2009 heeft gesteld aan de Ministers van Justitie en van Wonen Wijken en Integratie in reactie op de beantwoording van 2 juli 2009. Het doel van dit onderzoek is te komen tot een inventarisatie van geschilbeslechting op basis van sharia in Nederland. De hoofdvraag is: Komt geschilbeslechting of een andere vorm van het uitleggen van regels op basis van sharia voor in Nederland, in welke mate en met betrekking tot welke vragen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethoden en onderzoeksgroep 3. De betekenissen van het begrip sharia 4. Advisering 5. Geschilbeslechting 6. Internet en televisie 7. Conclusie