• Achterlopende ontwikkeling - Het begrip 'onvoltooide ontwikkeling' in de toepassing van het adolescentenstrafrecht

      Spanjaard, H.J.M.; Filé, L.L.; Noom, M. J.; Buysse, W.H. (Spanjaard Development & Training, 2020)
      Het adolescentenstrafrecht (ASR) is in werking getreden op 1 april 2014. Sinds deze datum is er voor personen in de leeftijd van 16 tot 23 jaar een flexibele toepassing mogelijk van sancties uit het jeugd- en volwassenenstrafrecht. Afhankelijk van de condities ‘persoon van de dader’ en ‘omstandigheden waarin het feit is gepleegd’ kan bij een strafzaak tegen een jongvolwassene gekozen worden voor de toepassing van een sanctie uit het jeugdstrafrecht (JSR) of uit het volwassenenstrafrecht (VSR). Bij personen van 18 tot en met 22 jaar die verdacht worden van een strafbaar feit is de vraag aan de orde in hoeverre er sprake is van ‘onvoltooide ontwikkeling’. Is hier sprake van, dan vormt dit volgens de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel invoering ASR een reden om een sanctie op te leggen uit het jeugdstrafrecht in plaats van het volwassenenstrafrecht. De invulling van het begrip ‘onvoltooide ontwikkeling’ heeft de wetgever overgelaten aan de praktijk. In de praktijk blijft er echter onduidelijkheid bestaan over de vraag wanneer er sprake is van ‘onvoltooide ontwikkeling’. Dit bemoeilijkt de keuze voor toepassing van sancties uit het JSR of sancties uit het VSR. Het doel van dit onderzoek was om meer helderheid te verschaffen over het begrip ‘onvoltooide ontwikkeling’ en de wijze waarop dit gebruikt kan worden bij de toepassing van het adolescentenstrafrecht. INHOUD: 1. Aanleiding voor dit onderzoek 2. Onderzoeksvragen en methode van onderzoek 3. Ontwikkelingen tijdens de adolescentie en jongvolwassenheid 4. Dimensies en signalen 5. Vergelijking van de dimensies en signalen met de items uit de huidige instrumenten 6. Afstemming tussen huidige instrumenten en tussen ketenpartners bij de afweging ASR 7. Samenvatting, conclusies en discussie
    • Adolescentenstrafrecht - Beleidstheorie en eerste empirische bevindingen

      Laan, A.M. van der; Beerthuizen, M.G.C.J.; Barendregt, C.S.; Beijersbergen, K.A. (WODC, 2016)
      Het doel van dit onderzoek is om al in een relatief vroeg stadium na de invoering van het wetsvoorstel adolescentenstrafrecht inzicht te krijgen in:de beleidstheorie(en) achter het wetsvoorstel adolescentenstrafrecht (ASR) en de veronderstelde werking van de wet;ontwikkelingen in de strafzaken van 16- en 17-jarigen die volgens het volwassenenstrafrecht zijn berecht (in termen van verschillen in aantallen zaken, typen misdrijven en typen sancties) ten opzichte van een vergelijkbare periode ervoor;ontwikkelingen in strafzaken van 18- tot 21/23-jarigen die volgens het jeugdstrafrecht zijn berecht (in termen van verschillen in aantallen zaken, typen misdrijven en typen sancties) en overige ontwikkelingen die zich voordoen in advisering en berechting bij deze jongvolwassenen ten opzichte van een vergelijkbare periode ervoor.Dit onderzoek omvat een beleidstheoriereconstructie van het wetsvoorstel adolescentenstrafrecht en een empirisch onderzoek naar de eerste ontwikkelingen van strafzaken in de tijd bij 16- tot 23-jarigen.
    • Adolescentenstrafrecht - Effecten van de toepassing van het jeugdstrafrecht bij jongvolwassenen op resocialisatie en recidive

      Prop, L.J.C.; Beerthuizen, M.G.C.J.; Laan, A.M. van der (WODC, 2021-05-25)
      Op 1 april 2014 is het adolescentenstrafrecht in Nederland in werking getreden. Met het adolescentenstrafrecht wordt door de wetgever een flexibele toepassing van het jeugd- en volwassenenstrafrecht bij 16- tot 23-jarigen beoogd. Het adolescenten-strafrecht is geen apart type strafrecht maar bestaat uit een aantal wijzigingen in het wetboek van Strafrecht en wetboek van Strafvordering. De nadruk ligt daarbij op de toepassing van het jeugdstrafrecht bij 18- tot 23-jarigen (artikel 77c Sr.) en de advisering ten behoeve van de berechting. Het doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen in het effect van de toepassing van het jeugdstrafrecht bij jongvolwassenen op recidive en resocialisatie. Dit onderzoek is zowel beschrijvend als evaluerend van aard. De volgende onderzoeksvragen worden beantwoord: 1 a Wat zijn de kenmerken van opleiding, woonsituatie en werk (resocialisatie) van jongvolwassenen die volgens het jeugdstrafrecht zijn berecht? b Welke veranderingen doen zich voor in resocialisatie bij jongvolwassenen die volgens het jeugdstrafrecht zijn berecht na afronding van de sanctie in vergelijking met de situatie bij instroom bij het OM? c Wat is de recidive van jongvolwassenen die volgens het jeugdstrafrecht zijn berecht? d Wat is de relatie tussen veranderingen in resocialisatie en recidive? e Wat is de relatie tussen verschillende jeugdsancties (voorwaardelijke en onvoorwaardelijke jeugddetenties en taakstraffen) en recidive? 2 a Wat is het effect van de toepassing van het jeugdstrafrecht bij 18- tot 23-jarigen op de recidive twee jaar na afronding van de opgelegde sanctie? b Wat is het effect van de toepassing van het jeugdstrafrecht bij 18- tot 23-jarigen op veranderingen in opleiding, woonsituatie en werk (als indicatoren van resocialisatie)?
    • Adolescentenstrafrecht - Kenmerken van de doelgroep, de strafzaken en de tenuitvoerlegging

      Prop, L.J.C.; Laan, A.M. van der; Barendregt, C.S.; Beerthuizen, M.G.C.J.; Nieuwenhuizen, Ch. van (WODC, 2018)
      Op 1 april 2014 is het adolescentenstrafrecht (ASR) in werking getreden. Met het adolescentenstrafrecht beoogt de wetgever een flexibele toepassing van het jeugd- en volwassenenstrafrecht rond de leeftijd van 18 jaar. Centraal in het adolescentenstrafrecht staat de speciale bejegening van jongvolwassen daders in de leeftijd 18 tot 23 jaar in het strafrecht. Onder bepaalde condities kan de rechter besluiten om een 18- tot 23-jarige volgens het jeugdstrafrecht te sanctioneren (artikel 77c Wetboek van Strafrecht (Sr.)). Deze condities zijn: de ‘persoon van de dader’ en ‘omstandigheden waaronder een delict is gepleegd.Het doel van dit onderzoek is tweeledig. Ten eerste is het doel meer inzicht te krijgen in hoe – door beleid, ketenpartners en wetenschap – de doelgroep van jongvolwassenen, die volgens het jeugdstrafrecht kunnen worden gesanctioneerd, wordt omschreven. Daarbij is nagegaan in hoeverre de doelgroep zoals die door beleid is beoogd, overeenstemt met hoe deze groep door de praktijk wordt omschreven. Een duidelijke omschrijving van de doelgroep is immers van belang voor de selectie van de doelgroep en een advies over welke sancties of interventies geschikt zouden kunnen zijn. Het tweede doel is inzicht krijgen in de kenmerken van 18- tot 23-jarigen die volgens het jeugdstrafrecht zijn gesanctioneerd. Het gaat dan om de in de praktijk gerealiseerde doelgroep van jongvolwassenen met een jeugdsanctie. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van onderzoek 3. Beleid, praktijk en wetenschap 4. Kenmerken van de onderzoeksgroepen 5. Discussie en conclusie
    • De toepassing van het jeugdstrafrecht bij jongvolwassenen in de praktijk - Een procesevaluatie van het adolescentenstrafrecht

      Barendregt, C.S.; Beerthuizen, M.G.C.J.; Laan, A.M. van der (WODC, 2018)
      Op 1 april 2014 is het adolescentenstrafrecht in werking getreden. Met het adolescentenstrafrecht beoogt de wetgever sancties uit het jeugdstrafrecht en het volwassenenstrafrecht flexibeler in te kunnen zetten bij daders in de leeftijd van 16 tot 23 jaar. De nadruk binnen het adolescentenstrafrecht ligt op de verruimde openstelling van het jeugdstrafrecht voor jongvolwassen daders van 18 tot 23 jaar (artikel 77c Wetboek van Strafrecht).Het doel van deze procesevaluatie is om inzicht te krijgen in de wijze waarop deze speciale bejegening van jongvolwassenen na implementatie van het adolescentenstrafrecht in de praktijk wordt uitgevoerd. De focus ligt op de praktijk van de toepassing van het jeugdstrafrecht bij 18- tot 23-jarigen in de verschillende fasen van de strafrechtelijke keten, zowel de vordering en advisering als de berechting en tenuitvoerlegging. Tevens is onderzocht of er regionale verschillen bestaan in de toepassing van het jeugdstrafrecht bij jongvolwassenen. Tot slot is de werkwijze in de praktijk vergeleken met de uitgangspunten van de wet (de gerealiseerde versus de beoogde werkwijze). Meer informatie is te vinden op de speciale webpagina's over het Onderzoeksprogramma Monitoring en Evaluatie Adolescentenstrafrecht op de website. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Fase van vervolging 4. Fase van berechting en tenuitvoerlegging 5. Regionale verschillen toepassing jeugdstrafrecht bij jongvolwassenen 6. Slotbeschouwing
    • Evaluatie van het adolescentenstrafrecht - Een multicriteria evaluatie

      Laan, A.M. van der; Zeijlmans, K.; Beerthuizen, M.G.J.C.; Prop, L.J.C. (medew.) (WODC, 2021-05-25)
      Zeven jaar na implementatie op 1 april 2014 is in deze overkoepelende studie van het WODC-onderzoeksprogramma Monitoren en Evalueren Adolescentenstrafrecht de werking van het adolescentenstrafrecht geëvalueerd. De focus ligt op de toe-passing van het jeugdstrafrecht bij jongvolwassen daders (18 tot 23 jaar) van een misdrijf. Is er evidentie voor de beleidslogica van het adolescentenstrafrecht? Hoe werkt het adolescentenstrafrecht in de praktijk voor deze doelgroep? Welke afwegingen vinden plaats in de selectie van jongvolwassenen? Is de aanpak in de praktijk effectief? Welke knelpunten zijn er? Om deze en andere vragen te beant-woorden zijn in de jaren 2015 tot en met 2020 deelstudies uitgevoerd vanuit het onderzoeksprogramma monitoren en evalueren adolescentenstrafrecht. Om de werking van het adolescentenstrafrecht overkoepelend te evalueren zijn meerdere evaluatiecriteria afkomstig uit de public policy evaluation gebruikt. Omdat het adolescentenstrafrecht ingrijpt bij jongvolwassenen die nog volop in ontwikkeling zijn, zijn ook enkele aan mensenrechten gerelateerde aspecten als transparantie en gelijkwaardigheid in de strafrechtelijke aanpak van jongvolwassenen aan de orde gekomen. Drie vragen stonden centraal in deze overkoepelende evaluatie: 1. Hoe werkt de aparte bejegening van jongvolwassenen volgens het jeugdstrafrecht in Nederland en hoe doeltreffend is deze aparte bejegening? 2. Wat zijn de mogelijkheden en knelpunten van de invoering van het adolescenten-strafrecht en in het bijzonder de toepassing van 77c Sr. bij 18- tot 23-jarigen? 3. Wat zijn de mogelijkheden voor de toekomst in de aanpak van jongvolwassen daders van een misdrijf?
    • Identificeren van 18- tot 23-jarigen die volgens het jeugdstrafrecht zijn berecht - Een pilot

      Barendregt, C.S.; Beerthuizen, M.G.C.J.; Vink, M.; Leertouwer, E.; Laan, A.M. van der (WODC, 2016)
      Deze pilot heeft als doel om op basis van registratiegegevens de groep 18- tot 23-jarigen die in het eerste jaar na invoering van het adolescentenstrafrecht volgens het jeugdstrafrecht zijn berecht (artikel 77c Sr.) te identificeren. Dit leidt tot de volgende onderzoeksvragen:Hoe valide zijn de indicatoren ‘jeugdstrafrecht’ en ‘jeugdsanctie’ en de combinatie van beide indicatoren om de groep 18- tot 23-jarigen die volgens het jeugdstraf-recht zijn berecht in kaart te brengen?In hoeverre komt het aantal afdoeningen volgens het jeugdstrafrecht onder 18- tot 23-jarigen volgens de combinatie van de indicator jeugdstrafrecht en de indicator jeugdsanctie overeen met het aantal plaatsingen preventieve hechtenis in een JJI onder 18- tot 23-jarigen?Bestaan er mogelijk alternatieve methoden om het aantal afdoeningen volgens het jeugdstrafrecht bij 18- tot 23-jarigen in kaart te brengen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Informatiebronnen 3. Validatie indicator jeugdstrafrecht en jeugdsanctie 4. Verschillende steekproeven 5. Alternatieve selectiemethoden 6. Samenvatting en eindconclusie
    • In de schuld, in de fout? - Schuldenproblematiek en crimineel gedrag bij adolescenten en jongvolwassenen

      Hoeve, M.; Jurrius, K.; Zouwen, M. van der; Vergeer, M.; Voogt, M.; Stams, G.J. (WODC, 2011)
      Steeds meer jongeren steken zich flink in de schulden. Het onderwerp schuldsanering heeft al de aandacht van Justitie, SZW en Financiën, maar ook vanuit een oogpunt van preventie lijkt het nuttig om het onderwerp nader uit te diepen. De probleemstelling is als volgt geformuleerd:Is er verband tussen schuldenproblematiek en crimineel gedrag van adolescenten en jongvolwassenen?Dient de schuldenproblematiek als uitvloeisel van één of meer risicofactoren voor crimineel gedrag te worden bezien, en zo ja, hoe en welke?Vormen (grote) schulden een risicofactor voor of zijn zij eerder een gevolg van criminaliteit van adolescenten en jongvolwassenen?
    • Invoering jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland - Een verkenning naar een jeugdstrafrechtmonitor

      Doekhie, J.V.O.R.; Liefaard, T.; Bak, R. den; Jeltes, M.; Marchena-Slot, A.; Nieuw, R.; Mooren, F. van der; Zee, S. van der (medew.); Werf, F. van der (medew.) (Universiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2020)
      In tegenstelling tot Europees-Nederland is er momenteel geen apart jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland. De Nederlandse overheid streeft ernaar om in 2020 een apart jeugdstrafrecht in te voeren in Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES). De implementatie van het jeugdstrafrecht zal plaatsvinden door het toevoegen van een titel in het huidige wetboek van Strafrecht BES met bijzondere bepalingen betreffende jeugd. De introductie van het jeugdstrafrecht heeft tot gevolg dat er jeugddetentie wordt ingevoerd en geeft bovendien een wettelijke grondslag aan de reeds bestaande buitengerechtelijke afdoening. Het ministerie van Justitie en Veiligheid wil de doeltreffendheid en doelmatigheid van de invoering van een jeugdstrafrecht beter kunnen bepalen en heeft daartoe onderhavig onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden van een kwantitatieve en kwalitatieve monitor. De probleemstellingen van het onderzoek luiden:Wat is de 0-situatie als het gaat om de kwalitatieve en kwantitatieve instroom van jeugdigen van 12-18 jaar in 20184 die met politie en justitie in Caribisch Nederland in aanraking zijn gekomen, op welke wijze zijn deze zaken in de jeugdstrafrechtketen afgedaan en wat is hierover geregistreerd?In hoeverre is een kwantitatieve dan wel kwalitatieve monitor jeugdstrafrecht haalbaar in Caribisch Nederland om periodiek inzicht te hebben in de toepassing van het jeugdstrafrecht en de mate van recidive onder jeugdigen? Aan welke voorwaarden, zoals eisen aan de betrouwbaarheid en validiteit van de registraties van de verschillende instellingen in de jeugdstrafrechtketen, zou deze jeugdmonitor moeten voldoen en hoe zou deze er dan uit kunnen zien? INHOUD: 1. Invoering jeugdstrafrecht Caribisch Nederland - onderzoek naar implementatie en monitoring 2. Het oude en het nieuwe jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland 3. 0-situatie daders en zaken 4. Registraties 5. Ervaringen van sleutelpersonen in de (jeugd)strafrechtketen 6. Inrichting kwantitatieve en/of kwalitatieve monitor jeugdstrafrecht 7. Terugblik en slotoverwegingen
    • Kappen met asociaal gedrag - Evaluatie van de pilot FF Kappe in Rotterdam

      Winkels, J. (WODC, 2008)
      De hoofdvraag van het onderzoek luidt: Wat zijn de veronderstelde werkzame mechanismen van de pilot 'FF Kappe', in welke context zouden deze werken en zijn er neveneffecten te benoemen? De doelgroep voor FF Kappe bestaat uit jongeren tussen de 12 en 24 jaar die bij herhaling voor grote overlast in de buurt zorgen. Het project is geïnspireerd door de Acceptable Behaviour Contracts (ABC) en Anti-Social Behaviour Orders (ASBO) in Engeland.
    • Monitor jeugdcriminaliteit - Ontwikkelingen in de aantallen verdachten en strafrechtelijke daders 1997 t/m 2012

      Laan, A.M. van der; Goudriaan, H.; Weijters, G. (WODC, 2014)
      De Monitor Geregistreerde Jeugdcriminaliteit (MJC) bevat detailinformatie over de ontwikkeling van geregistreerde jeugdcriminaliteit, zoals uitsplitsingen naar sekse, leeftijd, herkomstgroepen, regio, delict, en naar first-offenders en recidivisten. Bovendien bevat deze monitor nadere inhoudelijke analyses en duidingen van de trends. De centrale vraagstelling is: Welke ontwikkelingen zijn er in de omvang, aard en afdoening van de geregistreerde jeugdcriminaliteit in de periode 1997 tot en met 2012. De volgende indicatoren worden gebruikt om de ontwikkelingen te beschrijven: Geregistreerde verdachten; Aangehouden verdachten; Strafrechtelijke daders; Misdrijvenl; Afdoeningen (Halt-afdoeningen en afdoeningen door het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht. 1. Inleiding 2. Jeugdige verdachten (politie) 3. Jeugdige strafrechtelijke daders (OM en ZM) 4. Afdoeningen (Halt, OM en ZM) 5. Slotbeschouwing
    • Monitor jeugdcriminaliteit - Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit 1997 tot 2015

      Laan, A.M. van der; Goudriaan, H. (WODC, 2016)
      De tweejaarlijkse Monitor Jeugdcriminaliteit (MJC) laat recente ontwikkelingen zien in de geregistreerde jeugdcriminaliteit op basis van politie en justitieregistraties. In de MJC editie 2015 worden daarnaast de ontwikkelingen in de zelf gerapporteerde jeugdcriminaliteit meegenomen. In het onderzoek ligt de nadruk op de meest recente landelijke ontwikkelingen, uitgesplitst naar verschillende subgroepen (naar sekse, leeftijd, herkomstgroep), regio’s en typen delict (in ieder geval in de categorieën vermogen, vernieling en geweld). De MJC heeft in de regel betrekking op jongeren in de leeftijd van 10 tot en met 24 jaar (met de driedeling twaalf-minners, minderjarigen en jongvolwassenen). Wegens de invoering van het adolescentenstrafrecht per 1 april 2014 is voor de toekomstige MJC metingen ook specifiek onderzoek gedaan naar ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit onder jongeren in de leeftijd 16 tot en met 22 jaar (adolescenten). INHOUD: 1. Inleiding 2. Jeugdige zelfgerapporteerde daders 3. Jeugdige verdachten 4. Jeugdige strafrechtelijke daders 5. Afdoening tegen jeugdige daders 6. Samenvatting en conclusie
    • Monitor Jeugdcriminaliteit 2017 - Ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit in de jaren 2000 tot 2017

      Laan, A.M. van der (red.); Beerthuizen, M.G.C.J. (red.); Goudriaan, H.; Vissers, W.; Sprangers, A.; Jong, L. de; Sleutjes, B.; Rokven, J. (WODC, 2018)
      In deze nieuwste Monitor Jeugdcriminaliteit (MJC) zijn de ontwikkelingen in de door politie en justitie geregistreerde jeugdcriminaliteit in de periode 2000 tot 2017 beschreven. De doelstelling van de huidige MJC is een ‘zo breed mogelijk’ overzicht te geven van de ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit en deze ontwikkelingen in samenhang te bespreken. Er wordt hierbij gebruikgemaakt van verschillende bronnen: politieregistraties van jeugdige verdachten, veroordelingsregistraties van jeugdige strafrechtelijke daders en ook internationale bronnen voor de ontwik-kelingen in het buitenland. In de vorige meting van de MJC is ook gebruikgemaakt van een andere bron dan politie en justitie registratiegegevens, namelijk zelfrapportage van daderschap welke eens in de vijf jaar wordt gemeten onder een representatieve steekproef van Nederlandse jongeren. Jeugd heeft betrekking op 12- tot 23-jarigen. Naast de standaarddoelstelling van de MJC om de ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit te beschrijven, zijn toegevoegd een beschrijving van de ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit in zogeheten hot spots en bij jeugdige groepsplegers en een vergelijking van de ontwikkelingen in Nederland met die in omringende landen. INHOUD: 1. Inleiding - André van der Laan en Marinus Beerthuizen (WODC) 2. Jeugdige verdachten - Heike Goudriaan, Wim Vissers, Arno Sprangers en Lisanne de Jong (CBS) 3. Jeugdige strafrechtelijke daders - Marinus Beerthuizen en André van der Laan (WODC) 4. Sancties opgelegd aan jeugdigen - Marinus Beerthuizen en André van der Laan (WODC) 5. Hot spots en jeugdige groepsplegers - Bart Sleutjes (CBS) en Marinus Beerthuizen (WODC) 6. Internationale ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit - Josja Rokven, Marinus Beerthuizen en André van der Laan (WODC) 7. Ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit in de periode 2000 tot 2017: samenvatting, discussie en conclusie - Marinus Beerthuizen en André van der Laan (WODC) . Zie ook link naar: Youtube-filmpje MJC 2017 animatie
    • Monitor Jeugdcriminaliteit 2020 - Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit in de eerste twee decennia van deze eeuw

      Laan, A.M. van der; Beerthuizen, M.G.C.J.; Boot, N.C. (WODC, 2021-05-31)
      In de tweejaarlijkse Monitor Jeugdcriminaliteit (MJC) zijn de ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit in de periode 2000 tot 2020 beschreven. Het doel van de MJC is een breed overzicht te geven van de ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit in Nederland en omringende landen, waarbij de nadruk ligt op de jaren 2015 tot 2020. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van gegevens uit verschillende bronnen: naast gegevens van politie en justitie over jeugdige verdachten, veroordeelde daders en afdoeningen door politie, het Openbaar Ministerie (OM) en de rechterlijke macht (ZM), bevat deze editie ook gegevens over zelfgerapporteerd daderschap op basis van een representatieve steekproef onder Nederlandse jongeren. De ontwikkelingen worden apart beschreven voor twaalfminners (10- tot 12-jarigen), minderjarigen (12- tot 18-jarigen) en jongvolwassenen (18- tot 23-jarigen), met de nadruk op de oudste twee leeftijdsgroepen. Naast ontwikkelingen in de traditionele criminaliteit worden ook ontwikkelingen in cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit beschreven. Daarnaast zijn over zelfgerapporteerd daderschap en geregistreerde verdachten enkele algemene gegevens over (een deel van) 2020 meegenomen, dat vanwege de COVID-19-maatregelen een bijzonder jaar was. Daarmee bestrijkt deze MJC hoofdzakelijk de ontwikkelingen in de periode 2000 tot 2020 met een eerste algemene doorkijk naar het jaar 2020.
    • NPM-2017: Nationale prevalentiestudie mishandeling van kinderen en jeugdigen

      Alink, L.; Prevoo, M.; Berkel, S. van; Liniting, M.; Klein Velderman, M.; Pannebakker, F. (Leiden University - Institute of Education and Child Studies, 2018)
      In 2005 en 2010 werden de eerste en tweede Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van Kinderen en Jeugdigen uitgevoerd: de NPM-2005 en de NPM-2010 (resp. M.H. IJzendoorn e.a., Kindermishandeling in Nederland anno 2005, 2007 en L. Alink e.a., Kindermishandeling in Nederland anno 2010, 2011). (zie link hiernaast). De derde Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van kinderen en jeugdigen (NPM-2017) is opgezet om een nieuwe schatting te doen van het aantal kinderen dat jaarlijks slachtoffer is van kindermishandeling en opnieuw in beeld te brengen welke kinderen en gezinnen een verhoogd risico op kindermishandeling hebben. Door vergelijking met gegevens uit de twee eerdere prevalentiestudies kunnen ook trends over de tijd in kaart worden gebracht. Verder wordt aandacht besteed aan kindermishandeling in de context van andere vormen van huiselijk geweld en van scheiding.
    • Problemen met geld en delinquent gedrag van adolescenten

      Blom, M.; Weijters, G.; Laan, A.M. van der (WODC, 2011)
      Dit zijn de resultaten van een deelonderzoek naar de relatie tussen schulden en delinquent gedrag onder jongeren. Doel van dit onderzoek is drieledig. Ten eerste wordt nagegaan in hoeverre het hebben van problemen met geld samengaat met (verschillende typen) zelfgerapporteerd delinquent gedrag. Ten slotte wordt gekeken of deze relatie verschillend is als je uitsplitst naar geslacht, leeftijd en herkomstgroep.
    • Recidivemeting adolescentenstrafrecht - Een onderzoek naar de haalbaarheid en eerste resultaten

      Verweij, S.; Tollenaar, N. (WODC, 2020)
      Op 1 april 2014 is het adolescentenstrafrecht in werking getreden. Met de komst van het adolescentenstrafrecht is een flexibele toepassing van het jeugd- en volwassenenstrafrecht voor justitiabelen in de leeftijd van 16 tot 23 jaar mogelijk. Afhankelijk van de juridische condities ‘persoon van de dader’ en ‘omstandigheden waarin het feit is gepleegd’ kan bij een strafzaak tegen een jongvolwassene gekozen worden voor de toepassing van een sanctie uit het jeugdstrafrecht (d.w.z. artikel 77c lid 1 Wetboek van Strafrecht [Sr.] toepassen). Voor 16- en 17-jarigen geldt dat zij onder bepaalde voorwaarden berecht kunnen worden volgens het volwassenenstrafrecht (d.w.z. artikel 77b lid 1 Sr. toepassen). Het huidige onderzoek is een onderdeel van het meerjarig onderzoeksprogramma Monitoring en Evaluatie van het adolescentenstrafrecht. Het doel van deze haalbaarheidsstudie is om te achterhalen hoe de monitoring van de recidive van voor het adolescentenstrafrecht relevante groepen vorm kan worden gegeven. In toekomstige trendrapportages van de monitor jeugdcriminaliteit en de recidivemonitor kan dan ook over de recidive van deze onderzoekgroepen gerapporteerd worden. INHOUD: 1. Inleiding 2. Registratiesystemen 3. Zaken van minderjarigen berecht volgens volwassenenstrafrecht 4. Zaken van jongvolwassenen berecht volgens jeugdstrafrecht 5. Recidive 6. Conclusie
    • Risico- en beschermende factoren in de kindertijd en vroege adolescentie voor high impact crime in de latere adolescentie en jongvolwassenheid

      Beerthuizen, M.G.C.J.; Leijsen, E.M.C. van; Laan, A.M. van der (WODC, 2019)
      De centrale vraagstelling van het onderzoek is: welke risicofactoren in de kindertijd en vroege adolescentie (10 tot en met 15 jaar) voorspellen de ontwikkeling van een latere criminele carrière (met HIC) in de midden- en late adolescentie (16 tot en met 22 jaar). En welke beschermende factoren zijn aanwezig bij antisociale en agressieve kinderen en jong-adolescenten die later geen criminele carrière (met HIC) ontwikkelen? Op basis van literatuuronderzoek werden de volgende twee vragen onderzocht:In hoeverre voorspellen antisociaal gedrag en delinquentie in de kindertijd en vroege adolescentie het al dan niet ontwikkelen van een latere criminele carrière met HIC in de midden- en late adolescentie?Welke andere factoren in de kindertijd en vroege adolescentie binnen het individuele domein, het gezinsdomein en het domein van de bredere context zijn voorspellend voor een latere criminele carrière met HIC in de midden en late adolescentie? Welke factoren dempen de ontwikkeling van een dergelijke carrière? Op basis van empirisch onderzoek werden de volgende drie vragen onderzocht: Wat zijn de risico- en beschermende factoren bij jongeren die in de kindertijd en vroege adolescentie antisociaal en agressief gedrag rapporteren, maar geen latere criminele carrière (met HIC) ontwikkelen? Waarin verschillen zij in risico- en beschermende factoren van jongeren waarbij wel sprake is van een latere criminele carrière (met HIC)? In hoeverre is een opeenstapeling van risicofactoren in de kindertijd en vroege adolescentie voorspellend voor een latere criminele carrière (met HIC)? In welke mate wordt een dergelijke ontwikkeling geremd door de aanwezigheid van beschermende factoren?
    • Tienerseks - Vormen van instrumentele seks onder tieners

      Graaf, H. de; Höing, M.; Zaagsma, M.; Vanwesenbeeck, I. (WODC, 2007)
      Doel van het onderzoek is het geven van inzicht in wat er bekend is over bepaalde vormen van seksueel gedrag onder jongeren en mogelijke ontwikkelingen daarin, teneinde het beleid informatie te geven op basis waarvan eventuele beleidsaanpassingen geïnitieerd kunnen worden. Met name is onderzocht welke vormen van seksueel gedrag plaatsvinden buiten de context van een intieme relatie, waarbij niet relatievorming en intimiteit de primaire motivatie lijken te zijn, maar lustbeleving of materieel gewin. Vormen van seks die hieronder kunnen vallen zijn het ontvangen van geld of een andere beloning in ruil voor seks en het deelnemen aan seksfeesten, groepsseks, of seks op of via het Internet. Onderzocht is wat er tot op heden bekend is over hoe deze vormen van seksueel gedrag tot stand komen en hoe jongeren dit beleven. Ook is onderzocht wat er bekend is over de mate van vrijwilligheid en onvrijwilligheid van dergelijke contacten en eventuele andere risico's.
    • Uithuisplaatsing van kinderen

      Unknown author (WODC, 1982)
      Hoewel ook het pleeggezin ter sprake komt, heeft de inleidende auteur zich in hoofdzaak beperkt tot de plaatsing in tehuizen (justitiële en niet justiiële plaatsingen). Beantwoord wordt de vraag wat voor kinderen in een tehuis geplaatst worden en uit welke gezinnen zij komen. Andere vragen die aan de orde komen betreffen het gehele plaatsingsingsproces. Tenslotte wordt aandacht geschonken 3 aan de effecten die de uithuisplaatsing heeft op de ouders van de geplaatste kinderen. Naast het inleidende artikel is een drietal bewerkingen van buitenlandse artikelen opgenomen.