• Aangifte onder nummer - Implementatie, toepassing en eerste resultaten van de nieuwe regeling 'Aangifte onder nummer'

      Bruinsma, M.; Ham, T. van; Hardeman, M.; Ferwerda, H. (Bureau Bruinsma, 2015)
      Vanaf 1 oktober 2012 is het mogelijk om aangifte te doen bij de politie zonder dat de eigen naam of adresgegevens van de aangever in het proces-verbaal worden opgenomen. Deze mogelijkheid heet ‘aangifte onder nummer’, verwijzend naar het feit dat de persoonsgegevens van de aangever worden vervangen door een (uniek) nummer. De nieuwe aangifteoptie is ingevoerd ter aanvulling van de andere (reeds bestaande) mogelijkheden voor het afleggen van (deels) anonieme verklaringen of aangiften. In dit onderzoeksrapport wordt beschreven hoe deze nieuwe aangiftemogelijkheid wordt toegepast en met welk resultaat. INHOUD: 1. Inleiding 2. Implementatie van de nieuwe werkwijze 3. De toepassing van 'onder nummer' verklaren 4. Het juridisch vervolg 5. Nut en noodzaak van de regeling 6. Beantwoording van de onderzoeksvragen
    • Actualisatie Nulmeting AL Ministerie van Justitie - Onderzoek naar de Administratieve Lasten voortvloeiend uit de regelgeving van het Ministerie van Justitie op de peildatum 31 december 2003

      Bex, P.M.H.H.; Vliet, A. van (WODC, 2004)
      Deze nulmeting maakt het mogelijk om aan het einde van deze kabinetsperiode vast te stellen of de kabinetsdoelstelling om de administratieve lasten met 25% te verminderen is gerealiseerd. De nulmeting is i.c. een berekening van de hoogte van de administratieve lasten van bedrijven in Nederland die het gevolg zijn van regelgeving waarvoor het ministerie van Justitie verantwoordelijk is, met als ijkpunt 31 december 2002.
    • Administratieve effecten van de sorteerproef - Een vervolgrapportage naar aanleiding van het onderzoek naar de 'Effectiviteit van de sorteerproef'

      Westen-Baptist, E.I.M.T. van der (Universiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid - Seminarium voor Bewijsrecht, 1999)
      Naar aanleiding van het onderzoek naar de effectiviteit van de sorteerproef is gebleken dat de administratieve verwerking van de sorteerproeven van zodanige kwaliteit was dat lang niet alle benodigde gegevens konden worden teruggevonden. Voorts was de toegang tot deze gegevens niet altijd even eenvoudig. In het onderhavige onderzoek is bij politie en OM geïnventariseerd op welke wijze verslagen van sorteerproeven worden geregistreerd en op welke wijze deze aan een dossier worden toegevoegd.
    • Buitenlandse financiering en beïnvloeding van religieuze instellingen in Nederland

      Hoorens, S.; Nederveen, F.; Snippe, J.; Muijnck, J. de; Sijtsma, M. (RAND Europe, 2020)
      Vanuit de gedachte ‘wie betaalt, bepaalt’ bestaan er zorgen over ongewenste beïnvloeding van religieuze instellingen vanuit onvrije landen. Deze zorgen richten zich met name op nationalistische invloed via religieuze instellingen en op invloed door religieuze stromingen die een andere rechtsorde voorstaan dan de Nederlandse democratische rechtsstaat.Aangezien een haalbaarheidsstudie door RAND naar dit onderwerp in 2015 had uitgewezen dat de beschikbare informatie tekortschoot om tot een betrouwbare inschatting van de totale omvang van buitenlandse financiering van moskeeën te komen, werd in de opzet van dit onderzoek gekozen voor een bottom-up benadering, waarbij informatie wordt opgevraagd bij de religieuze instellingen zelf. Daarnaast is het onderzoek breder opgezet dan eerder onderzoek, door het onderzoek niet te beperken tot islamitische instellingen maar het te richten op de grootste kerkgenootschappen en geloofsgemeenschappen in Nederland: kerken, parochies en gemeenten aangesloten bij de Rooms-Katholieke Kerk (RKK), Protestantse Kerk in Nederland (PKN), Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), Gereformeerde Gemeenten, Christelijke Gereformeerde Kerken, Hersteld Hervormde Kerk en de Anglicaanse Kerk in Nederland, evenals een groot aantal migrantenkerken en alle identificeerbare moskeeën. De aandacht van het onderzoek gaat uit naar de jaren na publicatie van het vorige RAND-rapport: de periode 2016-2019. In plaats van de totale omvang van buitenlandse financiering is dit onderzoek gericht op de relatieve omvang van buitenlandse financiering aan deze instellingen: enerzijds relatief ten opzichte van de totale inkomsten van de instellingen binnen een religieuze stroming en anderzijds ten opzichte van andere religieuze stromingen of geloofsgemeenschappen.De centrale vraagstelling van dit onderzoek luidt derhalve: Wat is de relatieve omvang en aard van buitenlandse financiering aan religieuze instellingen tussen de grootste denominaties in Nederland en binnen relevante stromingen of afsplitsingen van deze denominaties en in hoeverre gaat deze financiering gepaard met ongewenste beïnvloeding? INHOUD: 1. Introductie 2. Doelstelling en aanpak 3. Religieuze instellingen in Nederland en hun financiën 4. Resultaten enquête 5. Resultaten van het bureauonderzoek 6. Casestudies 7. Conclusies en reflectie
    • De Algemene Recherche te Leiden - Een inventariserend onderzoek

      Spickenheuer, J.L.P. (WODC, 1983)
      Dit onderzoek betreft een inventarisatie van de huidige situatie bij de Leidse recherche in termen van werkaanbod, activiteiten en resultaten. Daarnaast wordt aandacht geschonken aan de formele relatie tussen recherche en OM.
    • Grenzen van medische technologie

      Unknown author (WODC, 1991)
      De verhouding tussen wetenschap en beleid is wellicht nergens zo precair als op medisch terrein. Zij kan worden beschreven in termen van kwaliteit van leven, technologie en financiering. De medisch technologische ontwikkeling roept behalve financieringstechnische vragen ook volstrekt onvergelijkbare ethische vragen op, en beide vragen staan onder druk van de levensdrang die aan niemand kan worden ontzegd. De complexiteit van de problematiek maakt dat gebruikelijke afwegingsprocessen of politieke vooronderstellingen niet van toepassing zijn. De medisch technologische vooruitgang roept controversen op die dwars door ideologische verbanden, gangbare rationele afwegingen en ethische uitgangspunten heen snijden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat rond dit onderwerp een keur van onderzoeksinstituten en adviesinstellingen werkzaam is, die probeert te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen, de kwaliteit van argumenten afweegt, en de kosten ervan in kaart brengt. Onder de noemer `Grenzen van medische technologie' wordt in dit themanummer onderzocht waar deze grenzen liggen, maar vooral hoe deze worden getrokken, of zo men wil, dienen te worden onderkend.
    • Het recht in betere tijden - Over de werking van interventies ter versnelling van civiele procedures

      Eshuis, R.J.J. (WODC, 2007)
      In deze studie staat de snelheid van civiele procedures centraal. De aandacht is daarbij niet primair gericht op de vele factoren die op de duur van procedures van invloed kunnen worden geacht, maar op interventies die de duur van procedures werkelijk doen verkorten. Het onderzoek richt zich op gewone dagvaardingsprocedures, die door de civiele sectoren van de rechtbanken worden behandeld. Dit zijn zaken met relatief hoge financiële belangen. Ze behoren tot de meest tijdrovende procedures in de civiele rechtspraak in eerste aanleg. INHOUD: 1. Problemen van traagheid en versnelling 2. Conceptueel kader 3. Interventies in de civiele rechtspleging 4. Het versnellingsbeleid in de praktijk: lokale ontwikkeling 5. Meten en toetsen 6. Doorlooptijd, kenmerken van zaken en het procesverloop 7. Interventie: het landelijk rolreglement 8. Interventie: herziening burgerlijk procesrecht 9. Interventie: voorraadvermindering en de vliegende brigade 10. De interventies en de context 11. Kennis over tijd
    • Mandaatregeling parketmedewerkers Openbaar Ministerie - Een onderzoek naar de inhoud en werking van de mandaatregeling in de praktijk

      Franssen, J.J.M.; Hartmann, A.R.; Mein, A.G. (WODC, 2007)
      Doel van dit onderzoek is het verzamelen van informatie over de inhoud en de praktijktoepassing van de regelingen van het OM, waarin de wettelijke bevoegdheden van de officier van Justitie respectievelijk de advocaat-generaal zijn gemandateerd aan medewerkers van het parket, dat wil zeggen dat de bevoegdheden op naam van leden van het openbaar ministerie worden uitgeoefend door bij het parket werkzame functionarissen. Het onderzoek is bedoeld om na te gaan hoe de verschillende mandaatregelingen eruit zien (aan wie en in welke vorm wordt gemandateerd) en of er behoefte is aan (nadere) regelgeving.
    • Prioriteitenbeleid en informatiebehoefte - verslag van een vooronderzoek bij de gemeentepolitie van Almere

      Slothouwer, A.; Emmerik, J.L. van (WODC, 1987)
      In dit onderzoek gaat het om de vraag hoe een kwantitatief inzicht in de feitelijke gang van zaken in de organisatie en de behoeften van de omgeving kan worden verkregen. Inzicht in de feitelijke gang van zaken betekent in dit verband inzicht in de prioriteiten in de praktijk van de uitvoering. Hoe ligt de verhouding personele inzet - werkzaamheden, of anders gezegd, aan welke activiteiten word de werktijd besteed?
    • Quick Scan Administratieve Lasten procesrecht - De belangrijkste administratieve lasten als gevolg van het procesrecht geïdentificeerd en gekwantificeerd

      Bex, P.M.H.H.; Vliet, A. van (WODC, 2004)
      De belangrijkste administratieve lasten op hoofdlijnen worden geïdentificeerd en gekwantificeerd als gevolg van het procesrecht zoals dat in de regelgeving van het ministerie van Justitie is vastgelegd.
    • Rechtshulp tussen beheer en beheersing

      Unknown author (WODC, 1987)
      De grote groei van de uitgaven voor rechtshulp vond plaats in de jaren 1971-1981, in het bijzonder vanaf 1975. In die periode was sprake van een sterk toegenomen vraag naar rechtshulp en van een opvallende ontwikkeling in de rechtshulpverlening door de vorming van een gevarieerd netwerk van instellingen op het terrein van de eerstelijns rechtshulp (informatie en advies). De toename in de vraag kan deels worden verklaard uit autonome ontwikkelingen (bijvoorbeeld de toename van het aantal echtscheidingen en sociale voorzieningszaken) en deels uit het verruimde aanbod van juridische dienstverlening, waarbij problemen in juridische termen worden ge(her)definieerd. De toen geinitieerde discussie over de vastlegging van de rechtshulpverlening in een wet loopt nog steeds. De strijd die zich thans manifesteert, is die tussen enerzijds de overheid die vanuit haar plicht tot verantwoord beheer een financiele beheersing van de rechtshulp beoogt en daartoe streeft naar een gesloten systeem van budgetfinanciering, en anderzijds de betrokken beroepsgroepen (met name de advocatuur) die zich daartegen keren. Zij verwijten Justitie dat een sociaal grondrecht ondergeschikt wordt gemaakt aan strikte (financiele) beheersing. Of er sprake is van beheer dan wel beheersing valt niet eenvoudig op basis van empirische argumenten uit te maken. Het is vooral een ideologische strijd die onder deze labeling schuilgaat. De diverse bijdragen van dit themanummer staan in dat teken.