• Actualisatie Nulmeting AL Ministerie van Justitie - Onderzoek naar de Administratieve Lasten voortvloeiend uit de regelgeving van het Ministerie van Justitie op de peildatum 31 december 2003

      Bex, P.M.H.H.; Vliet, A. van (WODC, 2004)
      Deze nulmeting maakt het mogelijk om aan het einde van deze kabinetsperiode vast te stellen of de kabinetsdoelstelling om de administratieve lasten met 25% te verminderen is gerealiseerd. De nulmeting is i.c. een berekening van de hoogte van de administratieve lasten van bedrijven in Nederland die het gevolg zijn van regelgeving waarvoor het ministerie van Justitie verantwoordelijk is, met als ijkpunt 31 december 2002.
    • Blockchain en het recht - Een verkenning van de reguleringsbehoefte

      Schellekens, M.; Tjong Tjin Tai, E.; Kaufmann, W.; Schemkes, F.; Leenes, R. (Universiteit van Tilburg - Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT), 2019)
      Blockchain is een fenomeen dat zich in recente jaren op een grote publieke belangstelling mag verheugen. Het is een innovatieve techniek die een aanvulling kan vormen op het internet om het mogelijk te maken partijen die elkaar niet kennen of (volledig) vertrouwen met elkaar zaken te laten doen. Blockchain technieken pretenderen een vertrouwensprobleem op te lossen. Het open karakter van de blockchain zou bovendien kunnen bijdragen aan transparantie, controleerbaarheid en legitimiteit van allerlei maatschappelijke processen. Tevens zou blockchain vele intermediairs die als een trusted third party functioneren overbodig kunnen maken en daarmee een grote efficiëntieslag mogelijk kunnen maken.Dit onderzoek beoogt een kader te ontwikkelen voor de aanvaardbaarheid van blockchain vanuit juridisch perspectief. Dit kader biedt een biedt de mogelijkheid om de kansen en risico’s die blockchains bieden met elkaar in verband te brengen en zo het inzicht te vergroten in de mogelijkheden voor het benutten van de kansen die blockchain technologie burgers, bedrijven en overheden biedt en voor het beheersen van risico’s en aandachtspunten in het licht van toekomstige wetgeving.De vraagstelling die centraal staat is: Wat zijn vanuit en perspectief van juridische aanvaardbaarheid de kansen en risico’s verbonden aan blockchaintechniek? INHOUD: 1. Introductie 2. Technische uitleg van blockchain 3. Algemeen juridisch deel Use-cases 4. Synthese 5. Conclusie
    • De bestuursrechtelijke geldschuldenregeling - Titel 4.4 Awb geëvaluaeerd

      Ouden, W. den; Kortmann, C.N.J.; Jongbloed, A.W.,; Brink, J.E. van den; Tjepkema, M.K.G. (Universiteit Utrecht - Faculteit Rechtsgeleerdheid, Economie, Bestuur & Organisatie (REBO), 2013)
      Titel 4.4 Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) is op 1 juli 2009 in werking getreden. Dit onderdeel van de Awb geeft algemeen geldende regels voor betaling van bestuursrechtelijke geldschulden aan en door de overheid. Een belangrijk aandachtspunt bij de totstandkoming van deze regeling was de toename van het aantal beslismomenten en de vraag of dat leidt tot meer administratieve lasten voor bestuur en burger. Dit onderzoeksrapport geeft antwoord op de volgende onderzoeksvragen: Hoe werken de bepalingen van titel 4.4 van de Awb in de praktijk en welke eventuele knelpunten doen zich daarbij voor? Voldoet titel 4.4 Awb daarmee aan de bij de totstandkoming van deze titel in de wetsgeschiedenis geformuleerde doelstellingen? Welke gevolgen heeft titel 4.4 Awb voor de rechtsbescherming van betrokkenen, ten opzichte van de situatie die bestond voor de invoering van titel 4.4 van de Awb? Is de regeldruk voor betrokkenen, berekend als de mate van (administratieve) lasten voor burgers, bedrijven, bestuursorganen en andere betrokkenen, toegenomen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Doelstellingen van de wetgever met de geldschuldenregeling in de Awb 3. De bepalingen van titel 4.4 Awb 4. Knelpunten 5. Casestudy's 6. Geconcentreerde rechtsbescherming 7. Administratieve lasten 8. Synthese 9. Samenvatting 10. Literatuur 11. Jurisprudentie 12. Bijlage A - Samenstelling van de begeleidingscommissie en de focusgroep 13. Bijlage B - Geraadpleegde betrokkenen - praktijkonderzoek 14. Bijlage C - Interviewvragen
    • Evaluatie van een drietal versnellingsinstrumenten uit de Awb

      Schueler, B.J.; Blekemolen, M.; Duijkersloot, A.P.W.; Modderman, C.B.; Ortlep, R.; Scholtes, H.H.M. (Universiteit Utrecht - Faculteit Rechtsgeleerdheid, 2013)
      Het onderzoek betreft een evaluatie van een drietal eind 2009 geïntroduceerde instrumenten. Het gaat daarbij om: de dwangsom bij niet tijdig beslissen (paragraaf 4.1.3.2 Awb), de positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen (de Lex silencio positivo; paragraaf 4.1.3.3 Awb) en beroep bij niet tijdig handelen (afdeling 8.2.4a Awb). Er is nagegaan of en in welke mate deze instrumenten zijn ingezet en vervolgens of deze drie instrumenten inderdaad hebben bijgedragen aan het bespoedigen van besluitvorming door bestuursorganen. Daarnaast is onderzocht of deze instrumenten een toename of afname van de regeldruk hebben veroorzaakt. Ten derde is onderzocht of en zo ja welke knelpunten zich in de praktijk hebben voorgedaan bij de inzet van deze instrumenten. INHOUD: 1. Inleiding 2. Dwangsom bij tijdig niet beslissen 3. Beroep bij niet tijdig beslissen 4. Lex silencio positivo 5. Beantwoording onderzoeksvragen over werking en effectiviteit
    • Goed beslagen - Een onderzoek naar administratieve lasten in beslagprocedures van de politie

      Vos, J.J.; Nieuwenhuizen, W.H. van den; Niezink, D.; Meer, A. van der (TNO Management Consultants, 2013)
      Bij het programma Minder regels meer op straat komen veel klachten binnen over de (administratieve) belasting die de werkwijze bij inbeslagneming meebrengt. Vanuit het programma is in overleg met het landelijk Beslag Interventieteam (BIT) en de portefeuillehouder beslag in de Raad van Korpschefs afgesproken dat gestreefd moet worden naar een vermindering van de administratieve belasting met behoud van de zorgvuldigheidswaarborgen. In dit onderzoek staat daarom de volgende hoofdvraag centraal: Welke knelpunten ervaart de politie in de praktijk bij de administratieve afhandeling van de huidige beslagregelingen en beslagprocedures en welke oplossingen zijn denkbaar om de administratieve lastendruk te verminderen? INHOUD: 1. Buitensporige administratieve last in het beslagproces? 2. De werking van de ketenbeslaghuizen 3. Knelpunten in het beslagproces en oplossingsrichtingen 4. Conclusies 5. Literatuur
    • Kosten informeren van geregistreerden

      Driel, H. J. van; Jansen, M.; Tom, M. J. F. (EIM Onderzoek voor bedrijf en beleid, 2002)
      Het reduceren van administratieve lasten voor het bedrijfsleven staat hoog op de politieke agenda van het Kabinet. Er zijn ook wetgevingsdomeinen die naast informatieverplichtingen van het bedrijfsleven aan de overheid, informatieverplichtingen van het bedrijfsleven aan burgers bevatten. De kosten van dit berichtenverkeer tussen bedrijven en burgers (dat ontstaat door de informatieverplichtingen) kunnen in bepaalde gevallen omvangrijk zijn. EIM is gevraagd om, in opdracht van de afdeling Extern Wetenschappelijke Betrekkingen van het WODC van het Ministerie van Justitie, deze kosten te ramen. De resultaten van deze ramingen worden in dit rapport weergegeven.
    • Niet-judiciële activiteiten van de Rechtspraak

      Croes, M.T.; Janssen, S.H.E. (medew); Dijkhoff, N. (medew.) (WODC, 2005)
      In samenwerking met de Raad voor de Rechtspraak is geïnventariseerd welke niet-judiciële taken bij rechtscolleges berusten en vastgesteld hoeveel tijd rechters en gerechtelijke ondersteuning aan deze taken besteden. Gekeken is o.a. naar adminstratieve activiteiten, advisering, beëdigingen, klachtrecht, tuchtrecht en commissies van toezicht. INHOUD: 1. Inleiding 2. Inventarisatie niet-judiciële activiteiten 3. Verdieping enkele niet-judiciële activiteiten 4. Recapitulatie en alternatieven 5. Samenvatting
    • Nulmeting Administratieve lasten Burgers Ministerie van Justitie - Onderzoek naar de Administratieve Lasten Burger voortvloeiend uit een selectie van de regelgeving van het Ministerie van Justitie

      Bex, P.M.H.H.; Duits, B.H.; Vliet, A. van (WODC, 2005)
      In het Hoofdlijnenakkoord is als één van de doelstellingen opgenomen dat de administratieve lasten voor burgers en bedrijven in 2006 een kwart minder moeten zijn dan ze waren in 2002. Deze reductie is taakstellend voor ieder ministerie. Een nulmeting maakt het mogelijk om aan het einde van deze kabinetsperiode vast te stellen of deze doelstelling is gerealiseerd. De nulmetingen per ministerie ten behoeve van de vermindering van administratieve lasten voor het bedrijfsleven zijn reeds verricht. Met het onderhavige onderzoek zal in kaart worden gebracht hoe groot de administratieve lasten voor burgers in Nederland zijn ten gevolge van regelgeving waar het ministerie van Justitie voor verantwoordelijk is, met als peildatum 31 december 2002.
    • Onderzoek naar de betekenis van integrale bevraging voor het operationele politiewerk - rapportage bvi-ib

      Smits, I.; Hengst, M. den; Wijga, P.; Hagelstein, R. (Andersson Elffers Felix, 2014)
      Met het Actieprogramma ‘Minder regels, meer op straat’, - dat de Minister van Veiligheid en Justitie 18 februari 2011 naar de Tweede Kamer zond - wordt beoogd de bureaucratie bij de politie in deze kabinetsperiode terug te dringen met 25% en de ruimte voor vakmanschap van agenten te vergroten. Hierdoor moeten in 2014 5000 fte’s extra beschikbaar zijn voor het primaire politiewerk. Dit onderzoek is gericht op het beschrijven van de uitvoering en het waarderen van de resultaten van de maatregel Basisvoorziening Informatie- Integrale Bevraging (BVI-IB) in 2013. De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe staat het met de uitvoering van de maatregel BVI-IB en welke resultaten heeft het gebruik van BVI-IB voor het operationele politiewerk? Het onderzoek is bedoeld om in het kader van het actieprogramma 'Minder regels, meer op straat' na te gaan hoe het staat met de uitvoering en met de bijdrage van BVI-IB aan de resultaten in het operationele politiewerk oftewel: de politieprestaties. INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoekskader 3. Het gebruik van BVI-IB 4. De beleving van BVI-IB in het politiewerk 5. Invloed van BVI-IB op de effectiviteit van het politiewerk 6. Nadere beschouwing over de resultaten 7. Conclusies
    • Van beroep in bezwaar - Werkwijze en verdienmodel ‘no cure no pay’ bedrijven WOZ en BPM

      Snippe, J.; Woestenburg, N.; Muijnck, J.A. de; Geertsema, B.; Roest, S.; Pieper, R. (Breuer & Intraval, 2020-12-31)
      Dit onderzoek is gericht op twee wetsterreinen: de Waardering Onroerende Zaken (WOZ) en de Belasting van Personenauto’s en Motorrijtuigen (BPM). Op beide terreinen is een stijging geconstateerd van het aantal ingediende bezwaar- en beroepschriften, een stijging van het aandeel door ncnp-bedrijven ingediende bezwaren en beroepen hierbinnen, en een stijging van de proceskostenvergoedingen en uitvoeringskosten voor de overheidsorganen die deze bezwaren en beroepen behandelen. Hierop zegde minister Dekker voor Rechtsbescherming, mede namens de staatssecretaris van Financiën, toe een onderzoek uit te laten voeren naar de werkwijze en het verdienmodel van ncnp-bedrijven. Om dit te onderzoeken is de volgende probleemstelling geformuleerd: Wat is de werkwijze en het verdienmodel van bedrijven die op basis van no cure no pay voor belastingplichtigen bezwaar- en beroepsprocedures starten bij WOZ- beschikkingen en BPM-aangiftes? Wat is de aard en omvang van dit soort procedures en hoe verhoudt het financieel belang van belastingplichtigen en de opbrengsten voor deze bedrijven zich tot de kosten die door de overheid worden gemaakt? Welke oplossingen kiezen gemeenten en de Belastingdienst om de afhandeling van bezwaar- en beroepsprocedures zo efficiënt mogelijk in te richten? INHOUD: Samenvatting, Summary, 1. Inleiding, 2. Onderzoeksopzet, 3. Context van juridische procedures WOZ en BPM, 4. Omvang bezwaren en uitvoeringslasten, 5. Ervaringen bezwaarmakers WOZ, 6. Werkwijze en verdienmodel, 7. Conclusies.