• Actualisatie Nulmeting AL Ministerie van Justitie - Onderzoek naar de Administratieve Lasten voortvloeiend uit de regelgeving van het Ministerie van Justitie op de peildatum 31 december 2003

      Bex, P.M.H.H.; Vliet, A. van (WODC, 2004)
      Deze nulmeting maakt het mogelijk om aan het einde van deze kabinetsperiode vast te stellen of de kabinetsdoelstelling om de administratieve lasten met 25% te verminderen is gerealiseerd. De nulmeting is i.c. een berekening van de hoogte van de administratieve lasten van bedrijven in Nederland die het gevolg zijn van regelgeving waarvoor het ministerie van Justitie verantwoordelijk is, met als ijkpunt 31 december 2002.
    • Algemeen Bestuursrecht 2001 - De burger en de Awb: ervaringen van repeat players met Awb-procedures

      Aalders, M.V.C.; Boeve, M.N.; Hazewindus, W.G.A.; Jong, K.A.W.M. de; Klap, A.P.; Olivier, B.K.; Schueler, B.J.; Uylenburg, R.; Wilt, C.J. van der (Universiteit van Amsterdam - Leerstoelgroep Bestuursrecht, 2001)
      Dit boek bevat de resultaten van het onderzoek naar de positie van burgers in procedures op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het onderzoek is gericht op ervaringen van personen die regelmatig optreden voor burgers, bedrijven en organisaties in Awb-procedures (repeat players). Aan de hand van diepte-interviews zijn de fasen vanaf het vooroverleg tot en met de gang van zaken bij de rechter in eerste aanleg in drie soorten procedures onderzocht: WAO-besluiten, milieuvergunningen en sanctiebesluiten in het omgevingsrecht. Centraal stonden de volgende thema's: de mogelijkheid voor burgers om standpunten naar voren te brengen, de toegevoegde waarde van een fase in de procedure ten opzichte van de daaraan voorafgaande fase en het tijdsbeslag van een procedure. Het boek laat zien dat de Awb-procedures er vanuit het perspectief van de burger anders uitzien dan vanuit het perspectief van bestuursorganen. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de mogelijkheden om tot een uitwisseling van inhoudelijke standpunten en argumenten te komen. De punten waarop de procedures verbeterd kunnen worden, hebben vooral te maken met de feitelijke invulling die ambtenaren, bestuurders en rechters er aan geven, en niet zozeer met de exacte formulering van de wettelijke regeling.
    • Algemeen bestuursrecht 2001 - De ketenbenadering in de AWB

      Gier, A.A.J. de; Houten, M.L.P. van; Tappeiner, I.; Vermeulen, J.J.; Zwart, T.; Bij, J. van der; Straathof, R.; Verberk, M. (Universiteit Utrecht -Disciplinegroep Staats- en Bestuursrecht, 2001)
      Volgens de opstellers van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet de gang van zaken met betrekking tot een besluit als één keten worden beschouwd. Hoe hoger de kwaliteit in de beginfase, hoe groter de kans dat vervolgfasen achterwege kunnen blijven. In het onderhavige onderzoek is nagegaan in hoeverre die ketenbenadering in de praktijk uit de verf komt. Geconstateerd wordt dat de termijnen frequent worden overschreden en dat bestuursorganen de mogelijkheden van het horen nog onvoldoende benutten. De zeeffunctie van de bezwaarfase komt onvoldoende tot zijn recht, omdat de juridische component daarin te veel nadruk krijgt. De rechter wordt nogal eens geconfronteerd met kwesties die eigenlijk in de bezwaarfase hadden moeten worden afgedaan. In hoger beroep worden rechters met een groot aantal kansloze zaken geconfronteerd. Het rapport bevat aanbevelingen die aan deze knelpunten een einde kunnen maken.
    • Algemeen Bestuursrecht 2001 - Mandaat en delegatie

      Zijlstra, S.E.; Rogier, L.J.J.; Voogd, M.C. de; Frons, H.M.L.; Munster, M.V. van (Vrije Universiteit Amsterdam - Afdeling Staats- en Bestuursrecht, 2001)
      In dit onderzoeksrapport staat de volgende probleemstelling centraal: Wat zijn de ervaringen van de bestuursorganen met de titel over mandaat en delegatie? Wat zijn mogelijke knelpunten? Deze probleemstelling is uitgewerkt in de volgende onderzoeksvragen:Wat zijn de ervaringen met de invoering van deze titel van de Awb? Zijn er knelpunten bij de invoering gebleken? Wat zijn de ervaringen van bestuursorganen met deze rechtsfiguren?In hoeverre hebben regels over mandaat geleid tot het aanpassen en opstellen van mandaatbesluiten?Hoe wordt omgegaan met de regel van artikel 10:3, eerste lid, dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het nemen van een beslissing op een bezwaarschrift niet mag worden gemandateerd aan degene die het primaire besluit [in mandaat] heeft genomen?Hoe wordt omgegaan met gebrekkig mandaat?
    • Algemeen Bestuursrecht 2001 - Hoger beroep

      Widdershoven, R.J.G.M.; Schlössels, R.J.N.; Stroink, F.A.M.; Berge, J.B.J.M.; Bok, A.J.; Voermans, W.J.M.; Waard, B.W.N. de; Willemsen, P.A. (Universiteit Utrecht - Instituut voor Staats- en Bestuursrecht, 2001)
      Op 1 januari 1994 is voor het grootste gedeelte van het bestuursrecht rechtspraak in twee feitelijke instanties ingevoerd. De centrale vraag in het onderzoek is in hoeverre dit heeft bijgedragen aan de kwaliteit van de rechtspraak zoals door de wetgever beoogd. Volgens de bedoeling van de wetgever zou het hoger beroep een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit bieden door de mogelijkheid van herstel van fouten door de eerste rechter en door partijen. De vraag naar de kwaliteit van het hoger beroep is in het onderzoek toegespitst op de kwestie van de omvang van het geding en de daaruit blijkende opvatting van de appelrechters omtrent de functie van het hoger beroep. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is in hoeverre partijen in appel nog nieuwe argumenten en gronden kunnen aanvoeren. Daarnaast is een aantal, daarmee samenhangende specifieke kwesties in het onderzoek betrolcken, meer in het bijzonder de afdoening en motivering in hoger beroep, de werking van de artikelen 6:18/6:19 in hoger beroep en vragen van procesbelang en incidenteel appèl.
    • Algemeen bestuursrecht 2001 - Beleidsregels

      Valenteijn, J.E.; Bröring, H.E.; Montfort, A.J.G.M. van; Damen, L.J.A. (Rijksuniversiteit Groningen - Vakgroep bestuursrecht en bestuurskunde, 2001)
      Centraal in dit onderzoek in het kader van de tweede evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht staat de vraag hoe bestuursorganen - ministers, zelfstandige bestuursorganen en gemeentelijke bestuursorganen - omgaan met de figuur beleidsregel onder de vigeur van de op 1 januari 1998 in werking getreden derde tranche van de Awb. In verband met de invoering van een regeling van beleidsregels verwachtte de wetgever dat bestuursorganen vergeleken met de periode voor 1998 een beter gebruik van de figuur beleidsregel zouden maken. Hoofdconclusie is dat deze verwachting vooralsnog maar in beperkte mate is bewaarheid. Veel beleid is niet in beleidsregels vastgelegd, en voorzover dat wel het geval is, worden de Awb-eisen onvolledig in acht genomen. Onder meer schort het aan de herkenbaarheid, motivering en bekendmaking van beleidsregels. Dit ligt niet aan de Awb-bepalingen, maar aan de bestuurlijke toepassing ervan. Verder is opmerkelijk hoe verschillend de onderscheiden soorten bestuursorganen met de figuur beleidsregel omgaan.
    • Algemeen Bestuursrecht 2001 - Subsidies

      Westra, K.M.; Ouden, W. den (Universiteit Leiden - Departement Publiekrecht, 2001)
      Op 1 januari 1998 is titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in werking getreden. Tijdens de totstandkoming van deze subsidietitel zijn enkele doelstellingen geformuleerd die als volgt kunnen worden samengevat. Ten eerste moest de legitimiteit van subsidiebesluiten worden vergroot. Daarnaast diende het subsidierecht te worden vereenvoudigd en geharmoniseerd en de rechtszekerheid voor de subsidie-ontvanger worden vergroot. Verder moest misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidiegelden worden tegengegaan. Tot slot was het noodzakelijk de overheidsuitgaven aan subsidies beter te beheersen. Door het departement Publieksrecht van de Universiteit Leiden is onderzoek gedaan naar de effecten van de inwerkingtreding van de subsidietitel. Dit juridisch empirisch onderzoek, waarvan in dit boek verslag wordt gedaan, was toegespitst op beantwoording van de vraag in hoeverre de doelstellingen van de wetgever medio 2001 zijn gerealiseerd.
    • Buitengerechtelijke geschilbeslechting in het bestuursrecht en privaatrecht

      Bosch, J.J.A.; Bröring, H.E. (medew.); Scheltema, M. (medew.); Montfort, A.J.G.M. van (medew.) (Rijksuniversiteit Groningen - Vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde, 1999)
      In dit onderzoek komt de volgende probleemstelling aan de orde: Aan welke eisen moet in een a-symetrische verhoudingen in het vermogensrecht en het bestuursrecht een procedure voor buitengerechtelijke geschillenbeslechting voldoen om adequaat te kunnen functioneren?
    • Buitengerechtelijke procedures civiel en bestuur 2013 - Afgehandelde bezwaarschriften en instroom bij buitengerechtelijke procedures in het civielrecht (2005-2013)

      Klein Haarhuis, C.M. (WODC, 2015)
      Dit Factsheet geeft ontwikkelingen door de tijd weer in buitengerechtelijke zaken met betrekking tot:afgehandelde bezwaarschriften bij zes grote landelijke overheidsorganen;inkomende zaken bij buitengerechtelijke proce-dures in het civielrecht (advies, bindend advies, arbitrage, mediation);tarieven en doorlooptijden van deze procedures; weergegeven in bijlage 2.
    • De filterwerking van buitengerechtelijke procedures - Een verkennend onderzoek

      Erp, J.G. van; Klein Haarhuis, C.M. (WODC, 2006)
      Nederland kent een rijk geschakeerd samenstel van buitengerechtelijke arrangementen en voorzieningen, zoals klachtencommissies, geschillencommissies, en instituten voor arbitrage en mediation. Over de mate waarin deze gerechtelijke geschilprocedures het beroep op de rechter beïnvloeden, bestaat nog weinig inzicht. Dit onderzoek geeft een eerste verkenning van de verschijningsvormen en werking van buitengerechtelijke geschilprocedures en richt zich op een specifiek aspect van buitengerechtelijke geschilbeslechting: de doorstroom naar de rechter. Inzicht wordt gegeven in de mate waarin en wijze waarop geschilprocedures het beroep op de rechter beperken (filterwerking). INHOUD: 1. Aanleiding en vraagstelling 2. Conceptueel kader 3. Verklaringen voor filterwerking 4. Aard, gebruik en filterwerking van buitengerechtelijke geschilprocedures: een empirische verkenning 5. Case studies: de bezwaarprocedure en geschilprocedures in de bouw 6. Conclusie
    • De kern van de zaak? - Eindrapport in het kader van de pilot kernbepalingen

      Ridder, J. de; Struiksma, N. (WODC, 2008)
      Voor vier pilotgebieden (Friesland, Noord-Limburg, Amsterdam-Amstelland en Rijnmond is nagegaan in hoeverre de systematiek voor de milieuhandhaving die is vastgelegd in de landelijke handhavingstrategie milieu in de praktijk uitvoerbaar is en wordt uitgevoerd, zowel met betrekking tot de strafrechtelijke als bestuurlijke milieuhandhavers. Daarnaast wordt in het onderzoek ingegaan op de knelpunten bij zowel de uitvoerbaarheid van de handhavingsystematiek als bij de praktische uitvoering.
    • Deelname van leken aan rechtspraak

      Unknown author (WODC, 1978)
      Een van de vragen die bij de gedachtenvorming over de herziening van onze rechterlijke organisatie een rol speelt, is of deelname van leken aan rechtspraak, zoals die bijvoorbeeld bestaat bij de raden van beroep en de pachtkamers, moet blijven gehandhaafd. Dit nummer van Justitiele Verkenningen heeft de deelneming van leken aan rechtspraak in het algemeen tot thema. De inleiding bestaat deze keer uit twee artikelen. Het eerste van mr. P.F. van der Heijden geeft een begripsafbakening, beziet de grondwettelijke grondslag en geeft een overzicht van het voorkomen van lekendeelname in Nederland. Het tweede 3 van drs. O.R. de Lange beziet historische en theoretische achtergronden van het verschijnsel. Bij de totstandkoming van deze artikelen is dankbaar gebruik gemaakt van het documentatiesysteem van het secretariaat van de Staatscommissie Herziening rechterlijke organisatie.
    • Derde evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht 2006 - Feitenvaststelling in beroep

      Barkhuysen, T.; Damen, L.J.A.; Graaf, K.J. de; Marseille, A.T.; Ouden, W. den; Schuurmans, Y.E.; Tollenaar, A. (WODC, 2007)
      Dit betreft een onderzoek in het kader van de derde evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het onderwerp Feitenvaststelling maakt deel uit van de evaluatie mede vanuit de overweging dat in de eerste en tweede evaluatie gesignaleerd is dat de bestuursrechter mogelijk weinig gebruik maakt van zijn onderzoeksbevoegdheden. Verder is gebleken dat vooral de feitenvaststelling de partijen in een proces verdeeld houdt. Onderzocht is aan welke normen ten aanzien van de feitenvaststelling de bestuursrechter is gebonden op grond van de Awb en het Europese recht, hoe de bestuursrechter in praktijk de feiten vaststelt en in hoeverre de praktijk van feitenvaststelling in beroepszaken met de normen in overeenstemming is.
    • Derde evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht 2006 - De Europese agenda van de Awb

      Widdershoven, R.J.G.M.; Verhoeven, M.J.M.; Prechal, S.; Duijkersloot, A.P.W.; Gronden, J.W. van de; Hessel, B.; Ortlep, R. (WODC, 2007)
      Het betreft een onderzoek in het kader van de derde evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Met de groei van het aantal beleidsterreinen van de Europese Gemeenschap (EG) ontwikkelt ook het Europese (bestuurs)recht zich. Het Europees (bestuurs)recht bestrijkt een breed terrein en betreft de uitvoering van het recht van de EG. Op welke onderdelen sluit de Awb nu of in de (nabije) toekomst niet of onvoldoende aan bij het Europese recht en welke urgentievolgorde kan eventueel in de geïnventariseerde onderdelen worden aangebracht?
    • Derde evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht 2006 - Definitieve geschilbeslechting door de bestuursrechter

      Schueler, B.J.; Drewes, J.K.; Groenewegen, F.T.; Hazewindus, W.G.A.; Klap, A.P.; Lam, V.M.Y. 't; Olivier, B.K.; Vogelezang-Stoute, E.M. (WODC, 2007)
      Dit onderzoek maakt deel uit van de derde evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit onderzoek dient om duidelijk te maken of de mogelijkheden voor de bestuursrechter om besluiten te toetsen dan wel zelf een beslissing in de zaak te nemen uit de Awb in de praktijk voldoen en te bezien of nadere regelgeving gewenst is, teneinde de materiele geschilbeslechting te verbeteren.
    • Derde evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht 2006 - Klagen bij bestuursorganen; evaluatieonderzoek naar de klachtbehandeling door bestuursorganen

      Winter, H.B.; Middelkamp, A.; Herweijer, M. (WODC, 2007)
      Dit is een deelonderzoek van de derde evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht (AWB). Sinds de invoering van hoofdstuk 9 van de Awb op 1 juli 1999 zijn bestuursorganen verplicht klachten over gedragingen van ambtenaren af te handelen in overeenstemming met de bepalingen in dit hoofdstuk. Zo dient de ontvangst van de klacht te worden bevestigd (artikel 9:6 Awb), worden de klager en degene op wie de klacht betrekking heeft gehoord (art. 9:10 Awb) en handelt het bestuursorgaan binnen 6 weken - maximaal 10 weken - de klacht af (art. 9:11 Awb), eventueel met behulp van een adviescommissie (art. 9:15 Awb). Het onderzoek geeft een beeld van het functioneren van het interne klachtrecht in het bestuursrecht in theorie en praktijk.
    • Derde evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht 2006 - Awb-procedures vanuit het gezichtspunt van de burger; stand van zaken in theorie en eerder onderzoek

      Laemers, M.T.A.B.; Groot-van Leeuwen, L.E. de; Fredriks, R. (WODC, 2007)
      In de eerste Awb-evaluatie is de werking van de Awb voornamelijk vanuit het perspectief van bestuursorganen en rechters onderzocht. Aangezien de Awb-procedure er onder andere toe dient om problemen tussen belanghebbenden (veelal burgers) en overheidsorganen te beslechten is het perspectief van de burger eveneens van belang. In de tweede evaluatie is op kleine schaal aandacht besteed aan de ervaringen van burgers met Awb-procedures. In dat onderzoek zijn repeat players (personen die – veelal beroepshalve- optreden voor burgers, bedrijven of organisaties in Awb-procedures) ondervraagd over hun ervaringen op het gebied van WAO en omgevingsrecht. In dit rapport worden ten eerste aan de hand van parlementaire bronnen de centrale uitgangspunten van de Awb-wetgever met betrekking tot de positie van de burger in beeld gebracht. Ook worden de commentaren die daarop door bestuursrechtgeleerden zijn gegeven, beschreven. Vervolgens worden eerst algemene theorieën m.b.t. ervaringen van burgers in hun contacten met bestuur en rechtspraak beschreven, waarna de resultaten van eerder verricht empirisch onderzoek naar ervaringen van burgers in bestuurlijke procedures worden gepresenteerd. In het slothoofdstuk synthetiseren de onderzoekers het voorgaande en geven ze aandachtspunten voor toekomstig empirisch onderzoek op dit terrein.
    • Ervaringen met de Awb - Aspecten van financiële beschikkingverlening; een eerste evaluatie van de Awb

      Beerten, M.S.; Bosch, J.J.A.; Bröring, H.E.; Herweijer, M.; Monfort, A.J.G.M. van; Noordam, F.M.; Verbaas, F.W. (Rijksuniversiteit Groningen - Vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde, 1996)
      Het onderzoek betreft, kort gezegd, de toepassing van de Awb bij het geven van financiële beschikkingen op het terrein van de belastingen, de studiefinanciering en de sociale zekerheid. Het onderzoek houdt zich — in essentie — met twee vragen bezig:In hoeverre beantwoordt de bestuurspraktijk op het terrein van de financiële beschikkingverlening aan de verwachtingen van de Awb-wetgever?Hoe moeten de door de Awb-wetgever voor het terrein van de financiële beschikkingverlening in een aantal gevallen toegelaten (tijdelijke) uitzonderingen op het algemene Awb-regime worden gewaardeerd?
    • European judicial systems 2002 - Facts and figures on the basis of a survey conducted in 40 Council of Europe member states

      Unknown author (WODC, 2005)
      This report presents the results of a survey conducted in 40 member states of the Council of Europe, issued by the European Commission for the Effiency of Justice (CEPEJ). The results are based on self-report by the members of the CEPEJ. A description and a comparative analysis is given of the operation of European judicial systems and of the information regarding the organisation of these systems. The full text of this report (in English and in French) can be found on the CEPEJ-website.
    • Evaluatie van het herziene fiscale procesrecht

      Pechler, E.B.; Feteris, M.W.C. (WODC, 2004)
      In 1999 is een nieuw procesrecht in belastingzaken ingevoerd. In dit rapport is de werking daarvan geëvalueerd. De vragen die daarbij een rol spelen zijn: Voldoet het procesrecht aan eisen van tijdige geschilbeslechting? Doet het procesrecht voldoende recht aan de eigen aard van belastingzaken?