• Geschillen in het MKB - Over het verloop van conflicten bij bedrijven tot tien werkzame personen

      Geurts, T.; Voert, M.J. ter (WODC, 2019)
      Deze rapportage gaat in op conflicten van MKB-bedrijven tot tien werkzame personen. Dit vanuit de veronderstelling dat als een conflict zich voordoet, ze kwetsbaarder zijn dan grotere MKB-bedrijven omdat ze vaak minder beschikking zullen hebben over economische en juridische hulpbronnen en minder ervaring met het oplossen van potentieel juridische problemen. MKB-bedrijven met 10 t/m 250 werkzame personen blijven dus buiten beeld. Desalniettemin geeft het onderhavige onderzoek zicht op het leeuwendeel van de bedrijven in de zakelijke economie: 96% van alle MKB-bedrijven telt één tot tien werkzame personen. De onderzoeksvragen zijn:Hoeveel bedrijven hebben in het afgelopen jaar civiel- en bestuursrechtelijke conflicten ervaren? Wat is de aard van deze conflicten?Hoeveel bedrijven hebben het afgelopen jaar een beroep op juridische dienstverleners en (buiten)gerechtelijke procedures gedaan? Welke waren dit? En om welke redenen zien ze af van het inschakelen van dienstverleners en procedures?Hoe zijn de belangrijkste conflicten afgelopen en wat zijn de resultaten van de gevolgde aanpak?Hoe beoordelen bedrijven de dienstverlening van dienstverleners en beslissende instanties?Hoe beoordelen bedrijven de toegang tot recht en hoe is hun vertrouwen in het rechtssysteem in het algemeen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond 3. Juridiceerbare conflicten van kleine bedrijven 4. De weg naar het recht: opvattingen en hoofdlijnen 5. Aanpak van het belangrijkste conflict 6. Afloop en waardering. Bekijk de resultaten in vogelvlucht: Animatie - Geschillen in het MKB (zie link naar: youtube-animatie) en neem kennis van de kernbevindingen: (zie link naar: Infographic - Geschillen in het MKB
    • Omvang wettelijk niet-hiërarchisch tuchtrecht 2001-2006 - Eindrapport

      Schol, M.J.; Middelkamp, A.; Winter, H.B. (WODC, 2007)
      Deze inventarisatie is een vervolg op het rapport ‘Beleidsuitgangspunten wettelijk geregeld tuchtrecht’ (2006) dat in opdracht van het Ministerie van Justitie is vervaardigd en is uitgevoerd in het kader van het programma Bruikbare rechtsorde. De centrale vraag van dit onderzoek luidt: Wat is de feitelijke aard en de omvang van de wettelijke, niet-hiërarchische tuchtrechtelijke procedures in de periode 2001-2006 voor de advocaten, accountants, beroepsbeoefenaren in de individuel gezondheidszorg, gerechtsdeurwaarders, notarissen, octrooigemachtigden, loodsen, diergeneeskundigen, zeevarenden en de beroepen van het economisch tuchtrecht?
    • Over accountants

      Unknown author (WODC, 1998)
      Met de bevindingen van de commissie Van Traa in het achterhoofd hecht Justitie er groot belang aan dat de vrije beroepen een steentje bijdragen aan de bestrijding van financiele criminaliteit. Net als van notarissen wordt van accountants verwacht dat ze zich opstellen als onafhankelijke vertrouwenspersonen. Decennia-lang werd er op aangedrongen dat accountants misstanden bij de politie zouden moeten melden. Na moeizame discussies is in 1994 de Verordening op fraudemelding tot stand gekomen. Het standpunt dat accountants aan publieke belangen dienen te beantwoorden, is onlangs ook verwoord door een werkgroep die deel uit maakt van de operatie Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW) die door het kabinet in 1994 in gang is gezet. De werkgroep oordeelde onder andere dat er een strikte scheiding diende te komen tussen controleren en adviseren door openbare accountants. Verder zou de wettelijke regeling van het beroep beperkt dienen te worden tot de verplichte controle. De aanbevelingen van de MDW-werkgroep zijn door de landelijke beroepsorganisaties, het Nivra en de NOvAA, niet in dank afgenomen. De keuzevrijheid van accountants zou worden beperkt en efficiënte marktwerking zou juist worden belemmerd. Deze reacties roepen een aantal vragen op. Is het beeld van de accountant als een vertrouwenspersoon met een sterk publieke orientatie wel reeel? Is het wel reeel te verwachten dat openbare accountants afzien van het lucratieve advieswerk? De feitelijke ontwikkelingen van de beroepsgroep wijzen in ieder geval in een andere richting. Accountantskantoren werpen zich op de vrije markt en leggen zich steeds minder toe op hun eigen vak, het controlewerk. Bij de grote kantoren groeit de omzet van organisatie- en fiscale advieswerk ieder jaar sneller. Dat doet op zijn beurt de vraag rijzen in welke mate het predicaat 'onafhankelijkheid' accountants nog toevalt. In hoeverre is de onafhankelijke status waarop de koopman-accountant zich beroept een holle frase aan het worden?