• Aansprakelijkheid van toezichthouders - Een analyse van de aansprakelijkheidsrisico's voor toezichthouders wegens inadequaat handhavingstoezicht en enige aanbevelingen voor toekomstig beleid

      Dam, C.C. van (WODC, 2006)
      In de afgelopen decennia zijn er steeds meer toezichthouders gekomen (NMA, OPTA etc.). Zij houden vaak in het algemeen belang toezicht op activiteiten waar grote financiële belangen in het spel zijn. Het is daarom niet denkbeeldig dat deze toezichthouders voor grote bedragen aansprakelijk worden gesteld indien zij bijvoorbeeld een bepaalde activiteit verbieden. Denk bijvoorbeeld aan een overname of fusie. Verder wordt de overheid bij rampen naast de directe veroorzaker(s) steeds vaker mede aansprakelijk gesteld voor de schade (Enschede, Bovenkarspel). De reden daarvoor is dat de overheid, anders dan de directe veroorzaker, voldoende verhaal biedt. De aansprakelijkheid van de overheid wordt dan veelal gebaseerd op onvoldoende toezicht en handhaving. Het onderzoek inventariseert de voor- en nadelen van diverse vormen van aansprakelijkheid van toezichthouders en onderzoekt of er redenen zijn de aansprakelijkheid van toezichthouders en overheid bij onvoldoende toezicht en handhaving in het algemeen te beperken of te limiteren.
    • Alcohol en criminaliteit

      Unknown author (WODC, 1980)
      Over alcohol en criminaliteit gaat het onderhavige themanummer. Dr. D. W. Steenhuis opent deze aflevering met een inleidend artikel getiteld: Alcohol, criminaliteit en Justitie: een problematische driehoeksverhouding. Na behandeling van de maatschappelijke en justitiele facetten van het alcoholprobleem gaat de auteur in op de relatie alcohol — 'gewone' criminaliteit. Hierbij wordt onder meer uiteengezet op welke (methodologische) problemen men stuit bij het onderzoeken van de relatie alcoholgebruik — crimineel gedrag. Aan het eind van dit inleidende artikel wordt aandacht besteed aan de — volgens de 3 schrijver — te belangrijke plaats die Justitie ten opzichte van de andere departementen inneemt bij het bestrijden van het alcoholprobleem. Genoemd worden o.a.: een te zware belasting van het strafrechtelijk apparaat en ook wordt een vraagteken gezet bij de effectiviteit van straffen. Gepleit wordt ten slotte voor een daadwerkelijk preventie- en ontmoedigingsbeleid, teneinde tot een zinvolle repressieve aanpak van het alcoholprobleem te komen.
    • Blockchain en het recht - Een verkenning van de reguleringsbehoefte

      Schellekens, M.; Tjong Tjin Tai, E.; Kaufmann, W.; Schemkes, F.; Leenes, R. (Universiteit van Tilburg - Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT), 2019)
      Blockchain is een fenomeen dat zich in recente jaren op een grote publieke belangstelling mag verheugen. Het is een innovatieve techniek die een aanvulling kan vormen op het internet om het mogelijk te maken partijen die elkaar niet kennen of (volledig) vertrouwen met elkaar zaken te laten doen. Blockchain technieken pretenderen een vertrouwensprobleem op te lossen. Het open karakter van de blockchain zou bovendien kunnen bijdragen aan transparantie, controleerbaarheid en legitimiteit van allerlei maatschappelijke processen. Tevens zou blockchain vele intermediairs die als een trusted third party functioneren overbodig kunnen maken en daarmee een grote efficiëntieslag mogelijk kunnen maken.Dit onderzoek beoogt een kader te ontwikkelen voor de aanvaardbaarheid van blockchain vanuit juridisch perspectief. Dit kader biedt een biedt de mogelijkheid om de kansen en risico’s die blockchains bieden met elkaar in verband te brengen en zo het inzicht te vergroten in de mogelijkheden voor het benutten van de kansen die blockchain technologie burgers, bedrijven en overheden biedt en voor het beheersen van risico’s en aandachtspunten in het licht van toekomstige wetgeving.De vraagstelling die centraal staat is: Wat zijn vanuit en perspectief van juridische aanvaardbaarheid de kansen en risico’s verbonden aan blockchaintechniek? INHOUD: 1. Introductie 2. Technische uitleg van blockchain 3. Algemeen juridisch deel Use-cases 4. Synthese 5. Conclusie
    • De Letselschade Raad, een studie over subsidiëring en zelfregulering

      Ridder, J. de; Bloemhoff, C.; Schudde, L.T.; Struiksma, N.; Zee, T. van der (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2012)
      Aan De Letselschaderaad (DLR) is vijf jaar (2007-2011) lang een tijdelijke subsidie toegekend. Deze subsidie had tot doel de naleving van de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) te bevorderen en actueel te houden en daarmee in te bedden in de maatschappij. Uitgangspunt van deze subsidietoekenning was dat deze inbedding na vijf jaar behaald zou zijn, zodanig dat er geen specifieke aandacht vanuit één organisatie meer voor nodig zou zijn. Inzet van DLR en de reden voor het ministerie om subsidie toe te kennen is de bevordering van buitengerechtelijke geschiloplossing door middel van het breed hanteren van de gedragscode. In dit evaluatieonderzoek naar de effectiviteit van de subsidie komt de volgende probleemstelling aan de orde: In hoeverre is het aannemelijk dat de aan DLR verstrekte subsidie ten behoeve van de GBL doeltreffend is geweest, in die zin dat de naleving door de tijd heen is verbeterd? In hoeverre kan gezegd worden dat de gedragscode nu is 'ingebed in de maatschappij'? Is de subsidie besteed voor het doel waarvoor zij is uitgekeerd? INHOUD: 1. Inleiding 2. De letselschadewereld 3. Beleid, doelen en verantwoording 4. Besteding van middelen 5. De effecten van subsidie 6. Het middelingsloket 7. Conclusies
    • De risicomaatschappij

      Unknown author (WODC, 1996)
      De auteurs in dit nummer gaan na in hoeverre de opkomst van risicoaansprakelijkheid (en de erosie van morele verwijtbaarheid) zichtbaar is binnen verschillende rechtsgebieden (milieu, arbeid, letselschade). Andere vragen zijn: In welke mate is preventie gediend met de toedeling van risico-aansprakelijkheid? Welke rol speelt het slachtoffer? Ook zal aandacht worden besteed aan de betekenis van verzekeringen voor aansprakelijkheid. Tenslotte is het de vraag of ook bij justitiële vraagstukken de morele/juridische verwijtbaarheid naar de achtergrond verdwijnt. Daarom wordt ingegaan op de zogenaamde actuarial justice die vooral in de Verenigde Staten wordt gepralctizeerd. Dat beleid probeert door middel van grootschalige gegevensverzameling risico-groepen te traceren die vervolgens nader onderzocht worden, bij voorbeeld op mogelijke criminele contacten. Ook hier is het doel preventie: bij voorbeeld het opleggen van proeftijden aan 'gedetecteerde' individuen.
    • Derde evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht 2006 - De Europese agenda van de Awb

      Widdershoven, R.J.G.M.; Verhoeven, M.J.M.; Prechal, S.; Duijkersloot, A.P.W.; Gronden, J.W. van de; Hessel, B.; Ortlep, R. (WODC, 2007)
      Het betreft een onderzoek in het kader van de derde evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Met de groei van het aantal beleidsterreinen van de Europese Gemeenschap (EG) ontwikkelt ook het Europese (bestuurs)recht zich. Het Europees (bestuurs)recht bestrijkt een breed terrein en betreft de uitvoering van het recht van de EG. Op welke onderdelen sluit de Awb nu of in de (nabije) toekomst niet of onvoldoende aan bij het Europese recht en welke urgentievolgorde kan eventueel in de geïnventariseerde onderdelen worden aangebracht?
    • Een inventarisatie van de mogelijkheden tot sanctionering van leidinggevende functionarissen binnen het civiel-, straf- en bestuursrecht

      Lindenbergh, S.D.; Schreuder, A.I.; Verbaan, J.H.J. (Erasmus Universiteit Rotterdam - School of Law, 2015)
      Er zijn de afgelopen jaren diverse voorvallen aan het licht gekomen waarbij bedrijven en instellingen op onoorbare wijze bleken te hebben gehandeld. In toenemende mate komt daarbij de vraag op naar de mogelijkheden om leidinggevende functionarissen aan te spreken wanneer zij rechtens onjuist handelen c.q. hun positie of hun bedrijf of instelling daarvoor gebruiken. Met dit document wordt beoogd om het bestaande juridische kader ter zake van de mogelijkheden tot sanctionering van leidinggevenden van bedrijven en instellingen in hoofdlijnen inzichtelijk te maken. Het doel is primair om een overzicht te bieden, en het bestaande ‘instrumentarium’ binnen het civiel-, straf- en bestuursrecht in een handzaam document samen te brengen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Civiel recht 3. Strafrecht 4. Bestuursrecht 5. Besluit 6. Schematisch overzicht 7. LIteratuur
    • Een regeling voor personenschade door rampen

      Engelhard, E.F.D.; Rijnhout, R. (Utrecht Centre for Accoutability and Liability, 2015)
      Uit eerder onderzoek blijkt dat er mogelijkheden zijn om personenschade op te nemen in de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) (Personenschade en de Wet tegemoetkoming schade bij rampen, SEO Economisch Onderzoek / INTERVICT, Amsterdam, 2013). Er kan bijvoorbeeld worden gewerkt met één forfaitair bedrag en een andere mogelijkheid is een systeem gebaseerd op werkelijk geleden schade en gemaakte kosten. Er zijn echter ook tussenvormen denkbaar, zoals een eerste forfaitair bedrag en daarna voor de bijzondere gevallen een mogelijkheid om additionele tegemoetkomingen te verstrekken. Een andere vorm is om met meerdere forfaitaire bedragen te werken en afhankelijk van de categorieën van de schade en kosten forfaitaire bedragen bij elkaar op te tellen. Ook kan voor een categorie een oplopende schaal van forfaitaire bedragen vergoed worden. De centrale vraag van dit rapport is hoe de eventuele uitbreiding van de Wts naar onverzekerbare personenschade kan worden geregeld. Uiteraard rekening houdend met dit specifieke karakter van de Wts. Deze vraag laat zich omzetten naar twee onderzoekpijlers: welke gedupeerden kunnen een tegemoetkoming krijgen en voor welke schades én hoe zou de schade moeten worden gewaardeerd? INHOUD: 1. Inleiding 2. Om welke gedupeerden en vormen van personenschade gaat het? 3. Belangenafweging voor de kring van gerechtigden en de schadevormen 4. Belangenafweging voor de methoden van schadewaardering 5. Effecten op gedupeerden 6. Conclusies en aanbevelingen
    • Effecten van de Wet ketenaansprakelijkheid op malafiditeit

      Berghuis, A.C.; Duyne, P.C. van; Essers, J.J.A. (WODC, 1985)
      In het kader van de evaluatie van de Wet Ketenaansprakelijkheid (WKa) is een studie ondernomen naar het met de wet beoogde effect van terugdringing van de malafide onderaanneming en het malafide ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Deze studie omvat twee activiteiten: een onderzoek naar faillissementen in enkele delen van het bedrijfsleven, en een inventarisatie met betrekking tot malafiditeit na inwerkingtreding van de Wet Ketenaansprakelijkheid (waaronder ook begrepen is de Verleggingsregeling Omzetbelasting).
    • Het aansprakelijk stellen van bestuurders - Onderzoek naar de overwegingen die spelen bij het al dan niet intern aansprakelijk stellen van bestuurders en interne toezichthouders

      Eshuis, R.J.J.; Holvast, N.L.; Bunt, H.G. van de; Erp, J.G. van; Pham, N.T. (WODC, 2012)
      Dit onderzoek is een uitvloeisel van de toezegging van de toenmalige Minister van Justitie Hirsh Ballin aan de Tweede Kamer om een onderzoek te laten uitvoeren naar de reden voor het vrijwel ontbreken van civielrechtelijke aansprakelijkheidsacties en andere op het civiele recht gebaseerde acties welke in geval van financieel wanbeleid door ondernemingen aanhangig kunnen worden gemaakt. (zie: Kamerstukken II 2008/09, 31386, nrs. 17 en 18) De probleemstelling van dit onderzoek luidt: Wat zijn de redenen voor het niet intern aansprakelijk stellen van de (ex-)bestuurders en (ex-)interne toezichthouders voor de schade als gevolg van een onbehoorlijke taakvervulling, in gevallen waarin daar wel een grond voor leek te bestaan? INHOUD: 1. Inleiding 2. Inzichten uit eerder onderzoek naar besluitvorming over aansprakelijk stellen 3. Juridisch kader bestuurdersaansprakelijkheid 4. Resultaten empirisch onderzoek 5. Conclusies en slotbeschouwing
    • Het gebruik van drones - Een verkennend onderzoek naar onbemande luchtvaartuigen

      Custers, B.H.M.; Oerlemans, J.J.; Vergouw, S.J. (WODC, 2015)
      In 2013 is een motie van de Kamerleden Schouw en Segers aangenomen waarin de regering wordt verzocht onderzoek te laten uitvoeren naar het gebruik van drones (Tweede Kamer, Aanhangsel Handelingen II, Vergaderjaar 2013-14, nr. 211). Het betreft een vergelijking van de wet- en regelgeving in de ons omringende landen met betrekking tot het gebruik van drones, het formuleren van de kaders voor benodigde wet- en regelgeving met aandacht voor de effecten op privacy en het in kaart brengen van de verwachte kansen en bedreigingen van drones voor de nationale veiligheid en criminaliteit. De centrale vraagstelling in dit onderzoek is: wat zijn de verwachte kansen en bedreigingen van het gebruik van drones, in hoeverre bieden de huidige wettelijke kaders ruimte voor deze kansen alsmede voor maatregelen tegen deze bedreigingen en, voor zover die ruimte er niet is, wat zijn de contouren van de wet- en regelgeving die daarvoor wel ruimte zou bieden? Voor de beantwoording van deze vraag zijn zes deelvragen geformuleerd: Wat voor soorten drones bestaan er en wat is er technisch mogelijk? Wat zijn de kansen en de bedreigingen van het gebruik van drones? Wat zijn, in het bijzonder, de kansen en bedreigingen van het gebruik van drones voor de nationale veiligheid en de criminaliteit? Wat zijn de kaders van bestaande wet- en regelgeving in Nederland voor het gebruik van drones door de overheid (voor civiele doeleinden) en door particulieren en wat zijn daarbij knelpunten? Wat zijn de mogelijke (negatieve) effecten van het gebruik van drones op het gebied van privacy en op welke manier kan de privacy het meest effectief worden gewaarborgd? Welke wet- en regelgeving bestaat er in de ons omringende landen met betrekking tot het gebruik van drones? Wat zijn de contouren van de benodigde wet- en regelgeving om voorbereid te zijn op het gebruik van drones? INHOUD: 1. Inleiding 2. Soorten drones 3. Toepassingen 4. Juridisch kader 5. Recht op privacy in relatie tot het gebruik van drones 6. Internationaal beleid voor het gebruik van drones 7. Conclusies
    • Het recht op privacy in horizontale verhoudingen

      Schermer, B.; Sloot, B. van der (Considerati, 2020)
      Grondrechten, zoals het recht op privacy, zijn primair gericht op het beschermen van de burger tegen de staat. Maar ook tussen burgers onderling kunnen (ernstige) aantastingen van grondrechten plaatsvinden. Om die reden is het van belang om te onderzoeken in hoeverre grondrechten, meer in het bijzonder het recht op privacy, ook bescherming bieden in ‘horizontale verhoudingen’. In de initiatiefnota onderlinge privacy van het Tweede Kamerlid Koopmans (wordt het probleem van privacyschendingen in horizontale verhoudingen gesignaleerd. Met privacyschendingen in horizontale verhoudingen wordt gedoeld op privacyschendingen tussen burgers onderling en tussen burgers en rechtspersonen (bedrijven, verenigingen et cetera). Horizontale privacybescherming onderscheidt zich daarmee van de verticale privacybescherming, die betrekking heeft op de relatie burger-overheid. In dit onderzoek staat een drieledige probleemstelling centraal: Wat kan Nederland leren van de wijze waarop de horizontale privacy in andere Europese landen is beschermd? In hoeverre zijn deze oplossingen inpasbaar in de Nederlandse context? Zijn er onwenselijk geachte effecten of neveneffecten te verbinden aan deze mogelijkheden voor een betere horizontale privacybescherming in Nederland? De landen die zijn betrokken in de rechtsvergelijking zijn: Duitsland, Polen, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. INHOUD: 1. Inleiding 2. Privacyschendingen in horizontale verhoudingen: probleemschets 3. Waarden en belangen in het geding bij horizontale privacyschendingen 4. Het recht op privacy 5. De horizontale werking van grondrechten 6. Gegevensbeschermingsrecht 7. Strafrecht 8. Administratief recht, mededingingswetgeving en consumentenbescherming 9. Civiel recht 10. Aansprakelijkheid van producenten, distributeurs en (internet)tussenpersonen 11. Overige mechanismen 12. Overzicht wettelijke normering horizontale privacyschendingen 13. Analyse en synthese 14. Samenvatting en conclusies 15. Literatuurlijst 16. Bijlagen 17. Samenvatting 18. Summary
    • Luisteren naar burgers na geweldsaanwending - Onderzoek naar het horen van burgers na geweldsaanwending door de politie

      Lindeman, J.M.W.; Vorm, B. van der; Toor, D.A.G. van; Tappeiner, I.U. (Universiteit Utrecht - Montaigne Centrum, 2021-12-16)
      In 2020 en 2021 zijn in wet- en regelgeving belangrijke stappen gezet in het proces rond de stelselherziening geweldsaanwending bij de politie. Hiermee is het einde van vernieuwingen en veranderingen in de beoordeling van geweldsaanwending door de politie nog niet bereikt. Dit onderzoek richt zich op de rol van de burger in het proces van het beoordelen van de geweldsaanwending door de politie. In dit rapport staat de volgende vraag centraal: Is het, mede gelet op mogelijke juridische gevolgen, mogelijk, en zo ja: op welke wijze, om een hoorrecht van de betrokken burger bij het interne beoordelingsproces door de commissies geweldsaanwending bij de politie in te richten? INHOUD: 1. Inleiding 2. Procedures waarin geweldsaanwendingen door de politie een rol kan spelen 3. De stelselherziening geweldsaanwending en twee procedures ter beoordeling van geweldsaanwending bekeken 4. De functie van het 'hoorrecht' (of de 'hoorplicht') - Horen in het bestuursrecht 5. De respondenten over de onderzoeksvragen 6. Antwoorden op de deelvragen en conclusies
    • Mens, dier en recht

      Boissevain, I.A.; Freriks, A.A.; Eskens, E.; Janssen, J.; Enders-Slegers, M.J.; Rozemond, N. (WODC, 2009)
      ARTIKELEN: 1. I.A. Boissevain en A.A. Freriks - De nieuwe Wet dieren: wie wordt er beter van? 2. E. Eskens - 'There is no justice, just us'; hoe de overheid dierenextremisme in de hand werkt 3. J. Janssen - Dieren als dader? 4. M.J. Enders-Slegers - Dierenmishandeling: een signaal voor huiselijk geweld? 5. Boekrecensie N. Rozemond over 'Het geniale dier; een andere antropologie' - René ten Bos 6. Internetsites SAMENVATTING: Het is ruim acht jaar geleden dat Justitiële verkenningen voor het eerst aandacht besteedde aan het thema 'Dier en recht'. Sindsdien is er op dit terrein veel gebeurd in Nederland. In dit themanummer komen aan de orde: actuele ontwikkelingen in wetgeving over dierenwelzijn en gezondheid, dierenactivisme, de relatie tussen dierenmishandeling en huiselijk geweld en meer in het algemeen de relatie tussen dier en mens en het denken daarover.
    • Onder schot - Het vuurwapengebruik van de politie in Nederland in de periode 1978-1995

      Timmer, J.; Steeg, M. van der; Naeyé, J. (Vrije Universiteit - Centrum voor Politiewetenschappen, 1996)
      De vraag die aan deze studie ten grondslag ligt, is onder welke omstandigheden het politieel vuurwapengebruik geoorloofd is, hoe de praktijk van het vuurwapengebruik er uit ziet, of er knelpunten liggen met betrekking tot de bewapening, de opleiding en regelgeving en in hoeverre de beoordeling en evaluatie op adequate wijze geschiedt. Dit onderzoek evalueert aldus de harde kern van het geweldsmonopolie van de overheid.
    • Overheden over internationalisering en ICT-recht - De standpunten van Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten

      Koops, B.-J.; Prins, C.; Schellekens, M.; Gijrath, S.; Schreuders, E.; Oudejans, T. (medew.) (Katholieke Universiteit Brabant - Centrum voor Recht, Bestuur en Informatisering, 2000)
      Met het onderzoek wordt beoogd een inventarisatie te geven van de standpunten van enkele nationale overheden (Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten) over ICT-recht en de ontwikkelingen hieromtrent binnen internationale organisaties (o.a. EU, Raad van Europa en de OESO). In het algemeen kan worden gesteld dat de algemene uitgangspunten van het kabinet in de Nota Wetgeving voor de Elektronische Snelweg (Nota WES) soms nuancering behoeven. Zo zijn er bijvoorbeeld toch specifieke regels voor de on-line wereld nodig te zijn om bepaalde belangen te kunnen beschermen, zoals consumentenbescherming, rechtszekerheid en de bevordering van de elektronische handel. De benadering zal niet meer de gelijkstelling van concrete regels uit de off-line wereld aan de on-line wereld moeten zijn, maar de gelijkstelling van het beschermingsniveau van beide werelden. Tevens blijkt de Nederlandse voorkeur voor de inzet van zelfregulering in de onderzochte landen breed gedragen te worden. In de onderzochte landen zijn geen uitgekristalliseerde ideeën te vinden over handhaving van het ICT-recht in algemene zin.
    • Personenschade en de Wet tegemoetkoming schade bij rampen

      Bisschop, P.E.; Mulder, J.D.W.E.; Middelburg, M.J.; Letschert, R.M. (SEO economisch onderzoek, 2013)
      Het onderzoek dient inzicht te bieden in hoe de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) in de praktijk voldoet. Slachtoffes van (natuur)rampen raken vaak niet alleen materiële bezittingen kwijt, maar zien zichzelf ook geconfronteerd met pijn, verdriet en andersoortige personenschade. De Wts voorziet nu alleen in een tegemoetkoming van zaakschade. Hoe daaraan personenschade kan worden toegevoegd bij een mogelijke herziening van de Wts is de hoofdvraag van dit onderzoek. INHOUD: 1. Inleiding 2. Huidige praktijk Wts 3. Personenschade en de Wts 4. Hoe kan personenschade gewaardeerd worden? 5. Waardering van personenschade door overheden 6. Synthese
    • Recent slachtofferonderzoek

      Boom, A. ten (WODC, 2006)
      Kort overzicht van resultaten van recent afgerond onderzoek en lopend onderzoek op het terrein van slachtoffers en slachtofferhulp. Dit is een uitgave in de nieuwe serie Fact Sheet (nr. 2006-19). Meer informatie over de betreffende onderzoeken is rechts terug te vinden in het vak 'Links'.
    • Schade tijdens rampen, calamiteiten en incidenten - onderzoek naar de aansprakelijkheid van (zelf)redzame burgers

      Alst, S. (Yacht, 2011)
      De overheid voert een actief beleid om burgers op te roepen tot (zelf)redzaam gedrag in rampsituaties. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat burgers schade toebrengen aan zichzelf of anderen. Tevens kunnen zich situaties voordoen waarbij hulpverleningsdiensten schade toebrengen aan derden. Er zijn verschillende situaties denkbaar waarbij burgers (die wel of niet zelfredzaam of redzaam zijn) schade veroorzaken: Situatie tijdens een ramp/incident (warme fase): de burger redt a. De burger redt spontaan (hulpverlening is nog niet aanwezig) b. De burger redt op verzoek van de hulpverlening c. De burger loopt zelf schade op Aansprakelijkheid van de veiligheidsregio/gemeenten ten opzichte van derden a. Situatie tijdens een ramp, incident, calamiteit of oefening b. Situatie bij een loze melding In het onderzoek wordt onderzocht hoe de aansprakelijkheid in zulke situaties is geregeld. Onderzoek gestart onder projectbegeleiding van Directie Kennisontwikkeling voor Openbaar Bestuur en Veiligheid (BZK) en per 1/1/2011 voortgezet onder projectbegeleiding van de afdeling Extern Wetenschappelijke Betrekkingen (WODC).
    • Schadeclaims - Kan het goedkoper en minder belastend?

      Zeeland, C.M.C. van; Barendrecht, J.M.; Kamminga, Y.P.; Tzankova, I.N. (WODC, 2004)
      Het verhalen van schade, via gerechtelijke procedures of andere mechanismen brengt vaak aanzienlijke kosten met zich mee. Het lijkt er op dat schadelijders in toenemende mate geneigd zijn hun schade te verhalen, waardoor kan worden verwacht dat de (maatschappelijke) kosten zullen stijgen. In dit onderzoek worden goedkopere alternatieven voor de huidige procedures en mechanismen om schade te verhalen geïnventariseerd.