• Copycatgedrag bij terroristische aanslagen - Een verkenning

      Bos, K. van den; Hulst, L.; Sintemaartensdijk, I. van; Schuurman, B.; Stel, M.; Noppers, M.; Graaf, B. de (medew.); Jansma, A. (medew.); Spiegel, C. (medew.); Haandrikman, M. (medew.); et al. (Universiteit Utrecht, 2021-08-20)
      Dit verkennende rapport bestudeert copycatgedrag bij terroristische aanslagen. Dit betreft gedrag dat iemand intentioneel en gemotiveerd vertoont om een bepaalde voorganger na te apen, met name een andere persoon of groep die met een terroristische aanslag in (sociale) mediaberichten de aandacht heeft getrokken. Kenmerkend aan dergelijk copycatgedrag is dat het niet rechtstreeks door een bepaalde terroristische beweging wordt aangestuurd, maar dat mensen zelf besluiten een aanslagpleger na te gaan doen. Voor dit rapport werden interviews gehouden met acht nationale en internationale experts op het gebied van copycatgedrag en terrorisme. Tevens werden twee literatuurstudies uitgevoerd. De eerste literatuurstudie was gericht op copycatgedrag bij terroristische aanslagen. De tweede literatuurstudie was gericht op copycatgedrag in andere gebieden dan terrorisme, zoals zelfdoding en schietpartijen op scholen. INHOUD: 1. Het probleem van copycatgedrag 2. De definitie van copycatgedrag 3. Bewijs voor copycatgedrag 4. Het aanpakken van copycatgedrag 5. Conclusies en aanbevelingen.
    • Cybersecurity - A state-of-the-art review

      Silfversten, E.; Frinking, E.; Ryan, N.; Favaro, M. (RAND Europe, 2019)
      The NCTV (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid – ‘National Coordinator for Security and Counterterrorism’) partners with government, science and business in order to both protect the Netherlands against threats that can disrupt society, and ensure that Dutch vital infrastructure is – and remains – safe. Digital transformation has reshaped our world and will continue to disrupt the status quo. While technology is a key driver for realising societal and economic benefits, it also brings about new security challenges. The government of the Netherlands, Dutch businesses, civil society and individuals currently face a range of prominent, emerging and resurgent cybersecurity risks and threats. As concluded in the Cyber Security Assessment Netherlands (CSAN) from the NCTV the country’s digital resilience continues to lag behind the growing cyber threat.RAND Europe examined the current state-of-the-art in cybersecurity. In this context, state-of-the-art refers to a snapshot overview of prominent risks, threats or policy issues in the field of cybersecurity, as well as issue areas that are perceived to be overlooked by the NCTV or the scientific community. The cybersecurity state-of-the-art review is divided into two phases:Phase 1 aims to perform an initial scan of the cybersecurity field in order to highlight prominent or underexposed issues that are perceived to warrant further attention from the NCTV;Phase 2 aims to investigate the research questions identified in Phase 1, and will be carried out through a separate study.The study only covers Phase 1 of this process. The overarching aim of this study is therefore to explore which current cybersecurity topics are relevant to be explored further through additional research in Phase 2. CONTENT: 1. Introduction 2. Methodology 3. Key findings from the state-of-the-art review 4. Cybersecurity topics and research questions for the NCTV’s consideration 5. Concluding reflections
    • De rol van freeze-fight-flightreacties bij plegers en slachtoffers van gewelddadige aanslagen

      Brazil, I; Hagenaars, M.; Ly, V.; Kwaks, N.; Jellema, S.; Vries, M.; Verkes, R.; Bulten, E.; Borries, K. von; Roelofs, K. (Radboud Universiteit Nijmegen - Faculteit der Sociale Wetenschappen, 2013)
      Dit is het verslag van een literatuuronderzoek naar de mogelijke rol van fight-or-flightmechanismen bij daders (specifiek gewelddadige geradicaliseerde eenlingen) en slachtoffers van gewelddadige aanslagen. Het doorgrondronden van dader- en slachtoffergedrag vanuit de kennis over fight-or-flightgedragingen kunnen wellicht handvatten bieden voor het ontwikkelen van beleid ten aanzien van mogelijke interventies en trainingen voor professionals. De mogelijke psychologische en neurobiologische factoren die een rol spelen vóór, tijdens en na het plegen (of meemaken) van een gewelddadige aanslag zijn meegenomen in dit onderzoek. INHOUD: 1. Inleiding 2. Dader 3. Slachtoffers 4. Experimenteel onderzoek naar FFF reacties bij gewelddadige delinquenten 5. Integratie 6. Referenties
    • Evaluatie van de Wet precursoren voor explosieven - Met aandacht voor het vergunningstelsel voor particulieren en de registratie- en meldplicht van bedrijven

      Kruize, P.; Gruter, P. (Ateno, 2021-06-28)
      Op 2 september 2014 is in de Europese Unie de verordening ‘over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven’ (98/2013) in werking getreden. De EU-verordening is op 1 juni 2016 in Nederland geïmplementeerd in de Wet precursoren voor explosieven (Wpe). Deze wet ziet er op toe dat verdachte transacties met precursoren worden gemeld en dat een aantal precursoren alleen door particulieren kunnen worden gekocht als ze over een vergunning beschikken. Vanaf 1 februari 2021 geldt de nieuwe EU-verordening (2019/1148) en had Nederland de keuze om het vergunningstelsel te continueren, aan te passen of af te schaffen. Om meer inzicht te verschaffen in werking van het vergunningstelsel (onder de oude verordening) is dit inventariserende evaluatieonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek richt zich, naast het vergunningstelsel, op de registratie- en meldplicht van marktpartijen. De probleemstelling voor het onderzoek luidt als volgt: Wat zijn de ervaringen van de betrokken partijen met de uitvoering van het vergunningstelsel, de registratie van transacties en de meldplicht uit de regelgeving voor het op de markt brengen van precursoren voor explosieven? INHOUD: 1. Inleiding, 2. EU-verordening en Wpe, 3. Vergunningstelsel, 4. Registratieplicht en meldplicht, 5. Toezicht, handhaving en opsporing, 6. Precursoren gebruikt voor explosieven, 7. Conclusies en nabeschouwing
    • Psychopathologie en terrorisme - Stand van zaken, lacunes en prioriteiten voor toekomstig onderzoek

      Schulten, N.; Doosje, B.; Spaaij, R.; Kamphuis, J.H. (Universiteit van Amsterdam - Faculteit Maatschappij en Gedragswetenschappen, 2019)
      Anno 2018 lijkt er wel onder experts een consensus te bestaan dat psychopathologie niet opzichzelfstaand kan leiden naar radicalisering of terrorisme en dus geen directe risicofactor is. Psychopathologie wordt echter wel vaak betrokken bij risicotaxatie-instrumenten. Een genuanceerder beeld is dus nodig om de relatie tussen psychopathologie en terrorisme beter te begrijpen voor gedegen case-management. Via de huidige verkennende studie is daarom getracht de volgende twee hoofdvragen te beantwoorden: Wat is uit bestaand wetenschappelijk onderzoek bekend over de relatie tussen psychische stoornissen en radicalisering/terrorisme? Wat is een relevante en haalbare onderzoeksagenda op dit terrein? INHOUD: 1. Inleiding 2. Conceptuele definiëring psychopathologie en terrorisme 3. Methode 4. Prevalentie psychopathologie bij terroristen: literatuuroverzicht 5. Psychopathologie en de ontwikkeling naar radicalisering en terrorisme: theorievorming 6. Aanbevelingen onderzoeksagenda 7. Conclusies en discussie
    • Publiek-private samenwerking in tijden van diffuse dreiging - Een onderzoek naar diversiteit in werkwijzen en kansen in de Nederlandse en Vlaamse context

      Steden, R. van; Meijer, R.; Broekhuizen, J. (Vrije Universiteit - Institute of Societal Resilience, 2018)
      De afgelopen jaren is Europa het toneel geweest van meerdere terroristische aanslagen. Daarbij waren vooral ‘soft targets’ het doelwit: open plaatsen waar grote groepen mensen komen en die moeilijk te beveiligen zijn. Voorbeelden zijn winkelgebieden, voetbalstadions, evenemententerreinen, openbaar vervoer, luchthavens, horeca, uitgaansgelegenheden, maar ook musea, universiteiten, religieuze instellingen en overheidsgebouwen. De verscheidenheid aan mogelijke doelwitten en de diversiteit aan potentiële daders (organisaties, netwerken of eenlingen), hun motieven (denk bijvoorbeeld aan jihadisme of rechtsextremisme) en modus operandi (onder andere vuurwapengeweld, explosieven, vrachtwagens en steekpartijen) zorgen voor een diffuse dreiging. Publiek-private samenwerking (PPS) bij het bewaken en beveiligen van ‘soft targets’ vindt zowel op nationaal als op lokaal niveau plaats. In Nederland en in andere landen zijn er praktijkvoorbeelden (en daarmee ervaringen) voorhanden van samenwerking tussen publieke (overheid) en private (niet-overheid) partijen in het voorkomen van aanslagen en het inperken van de gevolgen daarvan. Het doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen in de relevante werkwijzen en ervaringen met betrekking tot PPS bij het bewaken en beveiligen van ‘soft targets’ in tijden van (toenemende) diffuse dreiging. De ervaringen en percepties van de door ons geïnterviewde respondenten staan daarbij centraal. Deze informatie kan de NCTV ondersteunen bij de afwegingen omtrent het bewaken en beveiligen van potentiële doelwitten ten behoeve van het vergroten van het algehele weerstandsniveau en de aanvullende rol die private actoren daarbij kunnen spelen. In het onderzoek komen drie cases aan de orde, de Johan Cruijff ArenA, de Nijmeegse Vierdaagse en het Diamantkwartier in Antwerpen. Deze drie cases zijn gekozen vanwege PPS op lokaal niveau die verder gaat dan camerabewaking, training en/of geringe informatieoverdracht vanuit de overheid. De hoofdvraag in dit onderzoek is: welke rol kunnen publieke (overheid) en private (niet-overheid) actoren vervullen binnen samenwerkingsverbanden bij het bewaken en beveiligen van ‘soft targets’ – en aldus bij het versterken van maatschappelijke weerbaarheid in tijden van diffuse dreiging? INHOUD: 1. Inleiding 2. Literatuurstudie 3. Een beknopt internationaal beleid 4. Johan Cruijf ArenA 5. Nijmeegse vierdaagse 6. Diamantkwartier Antwerpen 7. Samenvattende conclusies en reflectie
    • Sociaalpsychologische impactfactoren bij rampen, crises & aanslagen - Een literatuurstudie naar impactverhogende en –verlagende factoren bij rampen, crises en aanslagen

      Wein, B.; Willems, R.; Rouwette, E. (Radboud Universiteit - Instituut voor Toegepaste Sociale wetenschappen (ITS), 2016)
      Rampen, crises en aanslagen hebben een wisselende impact op de samenleving. Soms hebben ook incidenten zonder maatschappelijke ontwrichting toch een grote impact op de samenleving. Factoren die de impact lijken te verhogen zijn bijvoorbeeld de betrokkenheid van kinderen, ‘man-made’ incidenten versus meer ‘natuurlijke’ rampen en crises, identificatie met slachtoffers en het gevoel geen controle te hebben. Dit is een literatuurstudie naar de impact van rampen, crises en aanslagen op de samenleving als geheel. De volgende vragen staan daarbij centraal: Welke factoren verhogen respectievelijk verlagen volgens de wetenschappelijke literatuur bij rampen, crises en aanslagen de sociaalpsychologische impact, zoals gedefinieerd in de strategie Nationale Veiligheid? Welke juist niet of nauwelijks? In hoeverre zijn wetenschappelijke inzichten over verhogende/verlagende factoren in de afgelopen decennia veranderd?
    • Terrorisme

      Unknown author (WODC, 1975)
      Dit themanummer is gewijd aan terrorisme. Aan de bewerkingen van een aantal buitenlandse artikelen gaat een inleidende beschouwing vooraf, waarin een overzicht wordt gegeven van de verschijningsvormen, de ontwikkeling en de bestrijding van terrorisme. Tevens besteden wij aandacht aan een gastcollege aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, gegeven door professor mr. W.H. Nagel van de Rijksuniversiteit te Leiden. Plaatsgebrek staat ons niet toe het gehele college hier te publiceren, maar met toestemming van prof. Nagel geven wij de paragrafen 1, 2, 3 en 7.
    • Veiligheid in het luchtruim

      Verrest, P.A.M.; Bevers, J.A.C.; Bron, R.P.; Hoog, D. de; Dijk, W.C.J.M. van; Mendes de Leon, P.M.J.; Gurvits, M. (medew.); Schnitker, R.M.; Baksteen, B.; Dunk, F.G. von der (WODC, 2007)
      ARTIKELEN: 1. P.A.M. Verrest en J.A.C. Bevers - Rechtshandhaving in het luchtruim 2. R.P. Bron en D. de Hoog - Civiele luchtvaart en terroristische incidenten, historische ontwikkelingen en toekomstige trends 3. W.C.J.M. van Dijk - Toegang tot een veilig luchtruim; 'security' op luchthavens 4. P.M.J. Mendes de Leon, m.m.v. M. Gurvits - De ontwikkeling van een trans-Atlantische luchtvaartrelatie in de periode 1992-2007 5. R.M. Schnitker - Het melden van voorvallen in de luchtvaart binnen een 'just culture' 6. B. Baksteen - Dilemma's van een gezagvoerder 7. F.G. von der Dunk - Ruimtepuin en ruimterecht 8. Internetsites. SAMENVATTING: Gezien de internationale context roept het streven naar veiligheid in het luchtruim tal van interessante vragen op op het terrein van wet- en regelgeving, internationale verdragen, rechtsmacht, rechtshandhaving en -vervolging. Er bestaat een grote variëteit aan overtredingen en misdrijven die kunnen worden begaan, zowel delicten aan boord van vliegtuigen als tegen en met het gebruik van vliegtuigen. Vanuit het perspectief van de reguliere rechtshandhaving zijn de omstandigheden waaronder luchttransport plaatsvindt uniek: in een vrijwel geïsoleerd en kwetsbaar voertuig worden internationale grenzen met grote snelheden gepasseerd.