• Evaluatie Wet aanpassing regeling vervolgingsverjaring 2012

      Kruize, P.; Harms, K. (medew.); Huisman, S. (medew.); Spek, M. van der (medew.) (Ateno, 2020-12-29)
      In 2006 is de verjaring afgeschaft voor misdrijven waarop een levenslange gevangenisstraf is gesteld. Mede naar aanleiding van het bekend worden van grootschalig misbruik binnen kerkelijke instellingen werd in 2011 een nieuw wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de wijziging van de regeling van de vervolgingsverjaring ingediend bij de Tweede Kamer. Dit heeft geresulteerd in de Wet aanpassing regeling vervolgingsverjaring 2012, die in werking is getreden op 1 april 2013 (verder aangeduid met: wetswijziging van 2013). Het doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de resultaten van de wetswijziging van 2013. Het onderzoek geeft antwoord op de volgende vier vragen: 1. Hoeveel van de bij het Openbaar Ministerie ingestroomde strafbare feiten zouden vermoedelijk zijn verjaard zonder de Wet aanpassing regeling vervolgingsverjaring 2012? 2. In hoeverre gaat het bij de in onderzoeksvraag 1 genoemde strafbare feiten om feiten waarvan de verjaringstermijn is verlengd dan wel is afgeschaft en om welke strafbare feiten gaat het daarbij precies? 3. Op welke wijze zijn deze feiten door het Openbaar Ministerie afgedaan? Hoeveel feiten zijn geseponeerd en hoeveel feiten zijn aan de rechter voorgelegd? 4. Wat is het vonnis van de rechter in eerste aanleg? Voor hoeveel feiten worden verdachten schuldig bevonden dan wel vrijgesproken door de rechtbank? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Vervolgingsverjaring nader bezien, 3. Onderzoeksmethoden, 4. Verjaring na twintig jaar, 5. Geen verjaring, 6. Verjaring bij zedenmisdrijven, 7. Conclusies
    • Het meten van sexuele intimiteiten - Vergelijking van de resultaten van drie vragenlijsten

      Junger, M. (WODC, 1985)
      In deze studie worden de methoden van onderzoek en de resultaten vergeleken van drie vragenlijsten die alle als doelstelling hebben, sexuele intimiteiten te meten: ten eerste twee vragenlijsten die zijn gebruikt binnen de Enquête Slachtofferschap van Misdrijven 1984, ten tweede het onderzoek van Ensink en Albach (1983) naar de angst voor sexueel geweld.
    • Seksueel geweld en grensoverschrijding - Ontwikkeling van een vragenlijst voor de bevolking van 16 jaar en ouder

      Graaf, H. de; Marra, E. (Rutgers Kenniscentrum seksualiteit, 2019)
      Het WODC heeft Rutgers gevraagd om de module te ontwikkelen voor het deel over seksueel geweld: een set vragen waarmee eens in de twee jaar de aard en omvang van online en offline slachtofferschap van seksuele intimidatie en geweld onder de bevolking van 16 jaar en ouder kan worden gemeten. In dit rapport volgt een gedetailleerd verslag van het ontwikkelproces van deze module. De probleemstelling is als volgt geformuleerd: Hoe kunnen aard en omvang van (online en offline) slachtofferschap van seksuele intimidatie en geweld onder de 16 bevolking zo valide mogelijk worden gemeten? De te ontwikkelen module moet ervaringen met verschillende vormen van grensoverschrijding en de context hiervan uitvragen en passen bij de in de andere module (huiselijk geweld) voorgestelde methodiek.
    • Straffen seksueel misbruik minderjarigen - Strafeisen, strafoplegging en strafmotivering ter zake van betaalde en onbetaalde seksuele handelingen bij minderjarige slachtoffers in Nederland, Duitsland, Zwitserland, Ierland en Schotland

      Koppen, V. van; Wijkman, M.; Wilde, B. de (Vrije Universiteit van Amsterdam - Faculteit der Rechtsgeleerdheid - Afdeling Strafrecht en Criminologie, 2021-12-30)
      In dit onderzoek staan de strafvordering en strafoplegging inzake hands-on seksueel misbruik met minderjarigen centraal. Seksueel misbruik van minderjarigen wordt in dit onderzoek gedefinieerd als gedrag zoals omschreven in artikel 244 (seksueel binnendringen van iemand onder de 12 jaar), 245 (seksueel binnendringen van iemand tussen de 12 en 16 jaar), 247 (ontuchtige handelingen met een bewusteloze, onmachtige of gestoorde of een kind onder de 16 jaar), 248b (gebruikmaken van seksuele diensten van een 16- of 17-jarige tegen betaling) en 249 lid 1 (seksueel misbruik in afhankelijkheidsrelaties) van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn 713 vonnissen bestudeerd waarin tussen 2015 en 2019 een mannelijke, meerderjarige dader werd veroordeeld voor seksueel misbruik met een of meerdere minderjarigen. Voor deze 713 zaken is onderzocht hoe de feitelijke strafeisen luiden. Voor een gestratificeerde steekproef van 180 zaken is tevens onderzocht in hoeverre de strafeis afwijkt van de richtlijn van het OM en welke motivering hieraan ten grondslag ligt. Ook is onderzocht in hoeverre de straffen die door de rechter worden opgelegd, afwijken van de strafeis van de officier van justitie en de strafvorderingsrichtlijnen die het OM hanteert. Tevens is onderzocht hoe de strafbedreigingen en opgelegde straffen inzake seksueel misbruik van minderjarigen in Nederland zich verhouden tot die in Duitsland, Zwitserland, Ierland en Schotland. Ten slotte is onderzocht wat de kenmerken van daders van jeugdprostitutie (art. 248b Sr) in Nederlandse strafzaken zijn en hoe de strafeisen en opgelegde straffen in dergelijke zaken luiden. Hiertoe zijn de strafdossiers van 60 veroordeelde daders van betaald seksueel misbruik met een 16- of 17-jarige bestudeerd. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Juridisch kader, 3. Literatuuronderzoek: Seksueel misbruik van minderjarigen, 4. Strafvordering en straftoemeting bij seksueel misbruik van minderjarigen, 5. Rechtsvergelijking, 6. Betaalde seks met minderjarigen, 7. Conclusie en discussie
    • Verkrachting

      Unknown author (WODC, 1979)
      In deze aflevering wordt de lezer geconfronteerd met vijf (afzonderlijke) artikelen, alle gewijd aan het onderwerp verkrachting. Dit laatste is dan ook het enige dat de bijdragen aan dit nummer met elkaar gemeen hebben. De artikelen zijn geschreven vanuit een volkomen verschillende invalshoek.