• Aan handen en voeten gebonden - Mis(ver)standen rond BDSM-scenes en de toereikendheid van zorg en recht

      Kruize, P.; Gruter, P. (Ateno Bureau voor criminaliteitsanalyse, 2014)
      BDSM is een containerbegrip en omvat de fenomenen bondage, discipline, dominantie, submissie, sadisme en masochisme. De probleemstelling die in dit onderzoek aan de orde komt is:Wat is de aard en omvang van BDSM-beoefening in Nederland?In welke mate en op welke wijze is er sprake van misstanden in de BDSM-wereld en in het bijzonder ten aanzien van jonge en/of kwetsbare personen?In welke mate volstaat het bestaande instrumentarium voor recht en zorg om adequaat te reageren bij (seksueel) misbruik in de BDSM-wereld? En wat kunnen we in Nederland leren van de wijze waarop in de ons omringende landen (België, Duitsland en Verenigd Koninkrijk) hiermee wordt omgegaan? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden van onderzoek 3. BDSM-scene(s) 4. Visies op misbruik bij BDSM 5. Misbruikervaringen bij BDSM 6. Zorgkaders voor BDSM-beoefenaars 7. Strafrechtelijke kaders bij BDSM 8. Opsporingen en vervolging bij BDSM 9. Conclusies
    • Aangifte loont - Onderzoek naar de afhandeling van winkeldiefstallen door politie en justitie

      Aron, U.; Eshuis, R.; Wijkhuijs, W. (WODC, 1997)
      Winkeliers uiten al sinds de jaren zeventig hun bezorgdheid over de, in hun ogen, tekort schietende aandacht van politie en justitie voor winkeldiefstallen. In de jaren tachtig beloofde de politiek weliswaar verbetering, maar de geluiden uit de winkelbranche zijn sindsdien nauwelijks veranderd. In het onderhavige onderzoek is nagegaan hoe politie en justitie winkeldiefstallen daadwerkelijk afhandelen en in hoeverre de in de jaren tachtig gedane toezeggingen worden waargemaakt.
    • Aangifteplicht in de TBS - Procesevaluatie van de handleiding

      Walberg, A.; Reitsma, J.; Jongebreur, W. (Significant, 2014)
      In 2011/2012 is de regelgeving m.b.t. de verplichte aangifte in de TBS geëvalueerd door Bureau Van Montfoort (zie link bij: Meer informatie). Uit deze evaluatie bleek dat de regelgeving in de praktijk niet wordt uitgevoerd zoals beoogd. Zo worden niet voor alle feiten waarvoor dat zou moeten aangifte gedaan, wordt de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan niet altijd gehaald en verrichten de betrokken partners (politie, OM) niet de beoogde handelingen. Om onduidelijkheden rondom de aangifte-plicht weg te nemen, is een handleiding opgesteld. In de handleiding is nadere uitleg over de regelgeving opgenomen en zijn de stappen toegelicht die door de betrokken partijen moeten worden uitgevoerd. De handleiding is met ingang van november 2013 van toepassing. In de periode van maart tot en met september 2014 is een procesevaluatie uitgevoerd naar de naleving van deze handleiding. Het doel van het huidige onderzoek is om na te gaan of de regeling met betrekking tot het van rechtswege vervallen van de machtiging verlof (Rvt 53) en proefverlof (Rvt 57) nu wel wordt uitgevoerd zoals beoogd. INHOUD: 1. Inleiding 2. De aangifteplicht en de handleiding 3. Onderzoeksverantwoording 4. Implementatie van de handleiding 5. van feit naar beslissing over aangifte 6. Aangifte en verwerking daarvan 7. Beoordeling van het feit door OM 8. Beoordeling door de Verlofunit 9. Gesignaleerde aandachtspunten 10. Conclusie
    • Aard en omvang van dader- en slachtofferschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit in Nederland

      Beerthuizen, M.G.C.J.; Sipma, T.; Laan, A.M. van der (WODC, 2020)
      De Nederlandse samenleving is in hoog tempo gedigitaliseerd. Bijna iedereen maakt dagelijks gebruikt van computer, smartphone of andere vormen van informatie- en communicatietechnologie (ICT). Naast de voordelen die deze digitalisering oplevert is er ook een schaduwzijde—cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit. Cybercriminaliteit betreft delicten waarbij ICT het middel en doel is. Het gaat dan bijvoorbeeld om delicten als hacken en ransomware. Gedigitaliseerde criminaliteit betreft traditionele delicten waarbij ICT als middel wordt ingezet, maar niet het doel is. Daarbij gaat het bijvoorbeeld over (doods)bedreigingen via WhatsApp of aan- en verkoopfraude via Marktplaats.nl. In het huidige rapport wordt uiteengezet wat er bekend is over de aard en omvang van slachtoffer- en daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit binnen de Nederlandse context, vanaf 2008. Hierbij staan de volgende drie vragen centraal: Hoe is de aard van slachtoffer- en daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit geconceptualiseerd? Hoe is slachtoffer- en daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit concreet geoperationaliseerd? Hoe groot wordt de omvang geschat van slachtoffer- en daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit? INHOUD: 1. Inleiding 2. Slachtofferschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit 3. Online bedreigingen in het lokaal bestuur 4. Daderschap van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit 5. Aanbieders en afnemers van cybercrime-as-a-service 6. Conclusie en discussie
    • Ambtscriminaliteit aangegeven? - Een onderzoek naar het opvolgen van en kennis over de wettelijke verplichting tot aangifte van artikel 162 Sv misdrijven

      Vries Robbé, E. de; Cornelissens, A.; Ferwerda, H. (WODC, 2008)
      Dit is een onderzoek naar de werking van de aangifteplicht bij ambtscriminaliteit (art 162 Sv). Het gaat dan bijvoorbeeld om het aannemen van steekpenningen en misdrijven waarbij ambtenaren een bijzondere ambtsplicht schenden. De aangifteplicht raakt de klokkenluidersregeling en maakt onderdeel uit van het integriteitsbeleid.
    • Bedreigingen en intimidaties van burgemeesters in relatie tot de bestuurlijke aanpak

      Klein Kranenburg, L.; Doeschot, F. ten; Bouwmeester, J.; Andringa, W. (I&O Research, 2020)
      Het doel van het onderzoek is het bieden van inzicht in de aard en omvang van de bedreigingen en intimidaties tegen burgemeesters, alsook in het aantal aangiften, vervolgingen en veroordelingen. Tevens dient het onderzoek inzicht te geven in de mogelijke relatie tussen de mate waarin burgemeesters gebruikmaken van het instrumentarium onder de noemer van ‘bestuurlijke aanpak’ en het zich voordoen van bedreigingen en intimidaties tegen hen. In dit onderzoek staan de volgende twee vragen centraal: Wat is in de periode vanaf 2010 de aard en omvang van het aantal bedreigingen en intimidaties tegen burgemeesters, hoe vaak doen zij daarvan aangifte, hoe vaak wordt er een verdachte opgepakt en hoe vaak vindt er vervolging en veroordeling plaats? In hoeverre is er wel of niet een relatie tussen de bestuurlijke aanpak en het zich voordoen van bedreigingen en intimidaties tegen burgemeesters, uitgesplitst naar de aard van de bedreiging of intimidatie en naar het type dader? INHOUD: 1. Inleiding 2. Bestuurlijke aanpak 3. Slachtofferschap en strafrechtelijke reactie 4. Relatie tussen inzet OOV-bevoegdheden en bedreiging/intimidatie 5. Conclusies en slotbeschouwing
    • Coffeeshops, toerisme, overlast en illegale verkoop van softdrugs, 2014 - verdiepende studie in vijf gemeenten

      Nabben, T.; Wouters, M.; Benschop, A.; Korf, D.J.; Liebregts, N. (medew.) (Universiteit van Amsterdam - Bonger Instituut voor Criminologie, 2015)
      Sinds de introductie van het aangescherpte coffeeshopbeleid werd de minister van Veiligheid en Justitie middels evaluatieonderzoek en voortgangsrapportages geïnformeerd over ontwikkelingen op het gebied van coffeeshops, toerisme, overlast en illegale verkoop van softdrugs (TK 2012-2013, 24077, nr. 310). Het evaluatieonderzoek was landelijk en combineerde meerdere informatiebronnen en onderzoeksmethodieken. De voortgangsrapportages waren echter gericht op de drie zuidelijke provincies en vooral gebaseerd op registratiecijfers van politie en Openbaar Ministerie. Deze registratiecijfers zijn soms weinig specifiek voor softdrugs en mede afhankelijk van meldingsbereidheid en personele opsporings- en handhavingsinzet, wat de interpretatie bemoeilijkt. Vanuit de behoefte aan een landelijk beeld en aan duiding van de registratiecijfers, zijn de ontwikkelingen in kaart gebracht die zich voordoen in coffeeshop- en softdrugstoerisme, softdrugsgerelateerde overlast, verkoop van cannabis aan gebruikers buiten de coffeeshop en drugsrunnen, alsmede de geografische spreiding van deze fenomenen. Hiertoe zijn niet alleen cijfers van politie en OM geanalyseerd, maar is ook systematisch en onafhankelijk informatie verzameld middels interviews en lokaal veldwerk om de cijfers te duiden.
    • Criminal victimization in seventeen industrialized countries - Key findings from the 2000 International Crime Victims Survey

      Kesteren, J. van; Mayhew, P.; Nieuwbeerta, P. (NSCR, 2000)
      The International Crime Victimisation Survey (ICVS) is the most far-reaching programma of fully standardised sample surveys looking at householders’ experience of crime in different countries. The first ICVS took place in 1989, the second in 1992, the third in 1996 and the fourth in 2000. Surveys have been carried out in 24 industrialised countries since 1989, and in 46 cities in developing countries and countries in transition. This report deals with seventeen industrialised countries which took part in the 2000 ICVS. The results in this report relate mainly to respondents’ experience of crime in 1999, the year prior to the 2000 survey. Those interviewed were asked about crimes they had experienced, whether or not reported to the police. CONTENT: 1. Introduction 2. Victimisation rates 3. Individual risk factors 4. Reporting crime and the police 5. Attitudes to crime 6. Conclusions
    • Criminaliteit en rechtshandhaving 2020 - Ontwikkelingen en samenhangen

      Meijer, R.F. (red.); Moolenaar, D.E.G. (red.); Choenni, R. (red.); Braak, S.W. van den (red.) (WODC, 2021-10-18)
      De publicatie Criminaliteit en rechtshandhaving brengt ontwikkelingen in en samenhangen tussen criminaliteit en rechtshandhaving in kaart. Deze 19e editie richt zich daarbij met name op de periode 2010 tot en met 2020. Deze editie staat weer boordevol informatie over de aard en omvang van de criminaliteit in Nederland, welk deel hiervan wordt opgespoord, de strafrechtelijke reactie die justitie hierop heeft, de tenuitvoerlegging van opgelegde sancties en ontwikkelingen die zich hierin hebben voorgedaan. Verder worden de uitgaven gemoeid met sociale veiligheid beschreven. Ten slotte is er aandacht voor de ontwikkelingen in internationaal perspectief. C&R is oorspronkelijk door WODC en CBS opgezet. Sinds 2011 werkt de Raad voor de rechtspraak aan deze publicatie mee en in de onderhavige editie C&R 2020 ook de politie en het Openbaar Ministerie, waardoor de expertise verder is verbreed. C&R 2020 omvat de strafrechtsketencijfers inclusief het eerste jaar van de COVID-19-pandemie. C&R beschrijft de ontwikkelingen in de vorm van jaarcijfers. Wat zich qua ontwikkelingen afspeelt in de afzonderlijke maanden binnen het jaar blijft daarmee buiten beeld. Mogelijke verbanden met COVID-19 komen alleen aan de orde voor zover daar voldoende aanwijzingen voor zijn. Een parallel aan deze editie te verschijnen WODC-publicatie (zie: link hiernaast) gaat meer in detail in op het effect van de COVID-19-pandemie op de criminaliteit en de strafrechtsketen. De publicatie 'Criminaliteit en rechtshandhaving 2020' is ook terug te vinden op de websites van het CBS en de Raad voor de rechtspraak. Daarnaast is de publicatie beschikbaar op het digitale platform www.criminaliteitinbeeld.nl, een initiatief gedragen door het WODC, het CBS, de Raad voor de rechtspraak, het Openbaar Ministerie en de Nationale Politie. Een overzicht van vorige edities van C&R is te vinden op de speciale webpagina 'Criminaliteit en rechtshandhaving' (zie: link hiernaast). INHOUD: 1. Inleiding 2. Het Nederlandse strafrechtsysteem 3. Criminaliteit en slachtofferschap 4. Misdrijven en opsporing 5. Vervolging 6. Berechting 7. Tenuitvoerlegging van sancties 8. De strafrechtsketen in samenhang 9. Overtredingen 10. Uitgaven aan sociale veiligheid 11. Nederland in internationaal perspectief
    • De inzet van het strafrecht bij kindermishandeling

      Vianen, R.T. van; Boer, R. de; Jong, B.J. de; Amersfoort, P. van (Adviesbureau Van Montfoort, 2010)
      De twee doelstellingen van het onderzoek zijn: Zicht krijgen op de wijze waarop en de frequentie waarmee het strafrecht wordt ingezet bij kindermishandelingszaken. Zicht krijgen op hoe vaak de mogelijkheid van strafverzwaring op grond van artikel 304 Sr wordt toegepast bij kindermishandeling en hoe vaak artikel 304 Sr wordt toegepast in situaties waarin kinderen getuige zijn van huiselijk geweld? INHOUD: 1. Kindermishandeling in het strafrecht 2. Onderzoeksopzet en methoden 3. Aangiften en strafvervolging bij kindermishandeling 4. Kinderen als getuige van partnergeweld 5. Conclusie
    • De reactie van de politie op huiselijk geweld - Stand van zaken

      Spapens , A.C.; Hoogeveen, C.E.; Pardoel, C.A.M. (IVA Tilburg, 2001)
      In een aantal politieregio's zijn trainingen, methodieken en protocollen ontwikkeld voor de aanpak van huiselijk geweld. Deze bevatten bijvoorbeeld richtlijnen voor bejegening of het omgaan met slachtoffers (Utrecht, Kennemerland), voor doorverwijzing van daders of slachtoffers naar derde instanties (Utrecht) of algemenere afspraken met andere overheden (Zeeland). Dit rapport bevat een inventariserend onderzoek van deze gestructureerde aanpak.
    • De weg(en) naar verblijfsrecht - Waarom buitenlandse slachtoffers van mensenhandel gebruikmaken van de asielprocedure

      Meer, M. van der; Maliepaard, M.; Can, S. van; Schans, D. (WODC, 2020)
      Ieder jaar worden er in Nederland naar schatting tussen de 5.000 en 7.500 mensen slachtoffer van mensenhandel. Circa 2.700 van deze (vermoedelijke) slachtoffers komen uit het buitenland. Vaak hebben buitenlandse slachtoffers mensenhandel geen verblijfsrecht in Nederland, wat wil zeggen dat zij noch de Nederlandse nationaliteit hebben, noch in het bezit zijn van een geldige verblijfsvergunning. Voor deze groep bestaat de verblijfsregeling mensenhandel, een regeling bedoeld voor slacht-offers mensenhandel die medewerking verlenen aan het strafproces tegen de mensenhandelaar. Omdat niet alle slachtoffers gebruikmaken van deze regeling en een deel van de slachtoffers mensenhandel in Nederland een asielaanvraag doet, heeft de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (NR) in de voorlaatste slachtoffermonitor (2018) aanbevolen onderzoek te doen naar redenen voor gebruik van de asielprocedure. Het onderhavige onderzoek vertrekt dan ook vanuit de vraag ‘Wanneer en waarom kiezen buitenlandse slachtoffers mensenhandel voor de asielprocedure in plaats van of naast de verblijfsregeling mensenhandel en hoe vaak komt dit voor?’ INHOUD: 1. Inleiding 2. Een schets van de verblijfsrechtelijke context 3. Cijfermatig inzicht in verblijfsrechtelijke routes 4. Waarom maken buitenlandse slachtoffers mensenhandel gebruik van de procedure? 5. Conclusie en discussie
    • Discriminatie: van aangifte tot vervolging - De gang van discriminatiezaken door de strafrechtketen

      Kruize, P.; Gruter, P. (Ateno - Bureau voor Criminaliteitsanalyse, 2015)
      Er zijn feitelijk twee aanleidingen voor dit onderzoek. Enerzijds is dat de wens de gang van discriminatiezaken door de strafrechtketen in kaart te brengen en anderzijds de wens om inzicht te verkrijgen in slachtofferschap van discriminatie (haatcriminaliteit). Het gemeenschappelijke is dat beide verzoeken betrekking hebben op discriminatie. De methode en de uitwerking zijn echter verschillend en daarom is er voor gekozen het rapport twee delen te geven. Deel I heeft betrekking op ervaren slachtofferschap van discriminatie en registraties bij politie en Openbaar Ministerie. Deel II beschrijft de gang van discriminatiezaken door de strafrechtketen. iNHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden van onderzoek (Deel I) 3. Ervaren discriminatie 4. Registratie bij politie en OM 5. Conclusies (Deel I) 6. Methoden van onderzoek (Deel II) 7. In- en uitstroom bij de politie 8. In- en uitstroom bij het OM 9. Afdoening en strafmaat bij discriminatie 10. Conclusies (Deel II)
    • Duitsland-Nederland en de afdoening van strafzaken

      Tak, P.J.P.; Fiselier, J.P.S. (Katholieke Universiteit Nijmegen, 2002)
      Dit rapport geeft inzicht in de omvang van het strafrechtelijk apparaat in Nederland en Nordrheinwestfalen (DBR) en gaat in op de belangrijkste verschillen in de wijze van afdoening van strafzaken in beide landen. De wijze van afdoening in NRW, voorzover deze afwijkt van die in Nederland, staat in de beschrijving centraal, omdat deze een doorslaggevende factor is bij de verklaring van het verschil in omvang van het strafrechtelijk apparaat. Het onderzoek bestaat uit twee delen. In het eerste deel wordt beschreven in welke mate Nordrhein-Westfalen en Nederland vergelijkbaar zijn. Die vergelijkbaarheid wordt op drie onderdelen getoetst: de demografische, de sociaal-economische en de strafrechtelijke. In het onderdeel over de demografische opbouw van Nordrhein-Westfalen en Nederland worden kerncijfers gegeven ten aanzien van het inwoneraantal, de gebiedsgrootte, de bevolkingsdichtheid en de bevolkingssamenstelling. De demografische gegevens worden gevolgd door sociaal-economische kerngegevens inzake de industriële ontwikkeling, im- en export en het bruto binnenlands product. Tot slot wordt in het eerste deel ingegaan op de omvang van de criminaliteit en de strafrechtelijke rechtshandhaving, alsmede op de sterkte van politie en justitie. Het onderzoek naar de omvang van het strafrechtelijk apparaat in Nederland vergeleken met dat van Nordrhein-Westfalen toont aanzienlijke verschillen. Het tweede deel van deze studie geeft een mogelijke verklaring van deze verschillen.
    • Evaluatie pilot Meld Misdaad Anoniem - Eindrapportage bijlagen

      Groot, M. de; Haverlag, R.; Vogelaar, R. (WODC, 2003)
    • Evaluatie verplichte aangiften strafbare feiten in de tbs

      Jong, B.J. de; Burik, A.E. van (Van Montfoort, 2012)
      Naar aanleiding van een incident in tbs-kliniek de Kijvelanden is, op uitdrukkelijk verzoek van de Tweede Kamer, een regeling ingevoerd waarbij klinieken verplicht zijn aangifte te doen van strafbare feiten gepleegd door tbs-gestelden. Vanuit de tbs-klinieken wordt aangegeven dat deze regeling belemmerend (ongewenste neveneffecten) werkt bij de behandeling van tbs-gestelden. De probleemstelling van dit onderzoek luidt: 'In hoeverre wordt de gewijzigde regeling van het Reglement verpleging ter beschikking gestelden (Rvt) uitgevoerd zoals beoogd en wat zijn hiervan de directe gevolgen?'. INHOUD: 1. Samenvatting en conclusies 2. Inleiding 3. Onderzoeksverantwoording 4. Achtergrond en actuele ontwikkelingen gewijzigde regelgeving 5. Implementatie regelgeving binnen de klinieken 6. Beoordeling regelgeving op helderheid en uitvoerbaarheid 7. De uitvoering van de regelgeving 8. Beoordeling regelgeving 9. Uitvoering regelgeving bij de politie en OM 10. Analyse aangiftecijfers
    • Geweldsregistratie bij ziekenhuizen in Nijmegen

      Cozijn, C. (WODC, 1996)
      Om een beter beeld te krijgen van de onveiligheid in verband met agressie en geweld tegen personen is begin 1995 een proef genomen met het registreren van gegevens omtrent geweldsslachtoffers en hun letsel op de EHBO-afdelingen van de twee algemene ziekenhuizen in Nijmegen.
    • Haalbaarheid van een anoniem misdaadmeldpunt via het Internet - een quickscan

      Hoepman, J.-H.; Koops, B.-J.; Lueks, W. (Privacy & Identity Lab, 2014)
      De vraagstelling die centraal staat is: In hoeverre is het technisch, juridisch en organisatorisch mogelijk om de anonimiteit van melders te garanderen bij meldingen via Internet? Wat zijn, op technisch, juridisch en organisatorisch vlak, de mogelijke voor- en nadelen van melden via Internet voor de hoeveelheid en kwaliteit van de meldingen en voor de rol die deze meldingen spelen in de strafvordering en in het maatschappelijk verkeer? INHOUD: 1. Inleiding 2. Uitgangspunten 3. Normatieve aspecten: een reflectie op anoniem Internetmelden 4. Technische aspecten 5. Juridische aspecten 6. Organisatorische aspecten 7. Conclusies
    • Hoe lopen de hazen? - De stand van zaken in de aanpak van dierenmishandeling en dierenverwaarlozing

      Leiden, I. van; Hardeman, M.; Ham, T. van; Scholten, L.; Wijk, A. van (Bureau Beke, 2016)
      Gezien de ontwikkelingen op het gebied van (invulling van) de dierenpolitie en wetgeving en uitvoeringsbesluiten op het vlak van de handhaving van dierenwelzijn is een belangrijke vraag die nu voor ligt: hoe lopen de hazen? In hoeverre wordt er door de partijen op het gebied van de handhaving van dierenwelzijn navolging gegeven aan de afspraken en wat moet er eventueel veranderen om de (door)werking van de gezamenlijke afspraken te optimaliseren? Ten aanzien van de noodhulp aan dieren is de vraag aan de orde hoe de samenwerking en professionalisering van de keten verder kunnen worden versterkt. De vraagstelling luidt als volgt: Wat is de (ontwikkeling in) aard en omvang van dierenmishandeling en dierenverwaarlozing en wat is de stand van zaken met betrekking tot de (samenwerking bij de) handhaving van dierenwelzijn? INHOUD: 1. Introductie 2. Partners en afspraken 3. Meldpunt 144 4. Handhaving 5. Hulpverlening 6. Cijfermatige ontwikkelingen 7. Samenvatting en conclusies
    • Inbraak in bedrijven - Daders, aangiftes, en slachtoffers onderzocht

      Kruissink, M.; Wiersma, E.G. (WODC, 1995)
      De aanleiding tot het onderzoek was een opdracht van de Directie Criminaliteitspreventie (DCP) van het Ministerie van Justitie om een onderzoek ;naar inbraak in bedrijven te verrichten. Doel van het onderzoek was het verzamelen van basismateriaal voor het opzetten van concrete preventieprojecten en maatregelen. Naast een onderzoek van 1.000 processen-verbaal van aangiften en interviews met 100 bedrijfsinbrekers werden enquetes onder door inbraak benadeelde bedrijven gehouden om meer informatie over (mogelijk relevante) kenmerken van de bedrijven te krijgen die niet blijken uit de aangifte, zoals geografische situering en wijze van beveiligen. Antecedentenregistraties van de daders verschaften informatie over de criminele achtergrond van de inbrekers.