• Evaluatie Wet bestuur en toezicht

      Boschma, H.E.; Lennarts, M.L.; Schutte-Veenstra, J.N.; Veen, K. van (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit Rechtsgeleerdheid - Instituut voor Ondernemingsrecht, 2017)
      Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing regels bestuur en toezicht nv/bv in werking getreden. Tijdens de parlementaire behandeling in de Eerste Kamer heeft de Minister van Veiligheid en Justitie toegezegd dat de wet inclusief de amendementen na drie jaar zal worden geëvalueerd. Aanleiding voor de evaluatie was met name de beperking van het door één persoon uit te oefenen aantal toezichtfuncties bij NV’s, BV’s en stichtingen, dat bij amendement in de Wet aanpassing regels bestuur en toezicht nv/bv is opgenomen. De Wet aanpassing regels bestuur en toezicht nv/bv heeft ten aanzien van uiteenlopende onderwerpen geleid tot invoering van nieuwe wettelijke bepalingen alsmede tot wijziging van bestaande wettelijke bepalingen. Onderhavig evaluatieonderzoek spitst zich met name toe op een drietal onderwerpen: het monistische bestuursmodel; limitering van het aantal toezichtfuncties voor bestuurders en commissarissen/toezichthouders; streefcijfer 30% vrouwen in bestuur en raad van commissarissen. INHOUD: A. Deelonderzoek I: Met monistische bestuursmodel, taakverdeling en bestuurdersaansprakelijkheid, tegenstrijdig belang bestuurders en commissarissen - 1. Inleiding 2. Parlementaire geschiedenis en de veronderstelde wijze van werking van de bij de Wet aanpassing regels bestuur en toezicht nv/bv ingevoerde wetswijzigingen 3. Het monistische bestuursmodel in de praktijk 4. De nieuwe regeling van taakverdeling en bestuurdersaansprakelijkheid van art. 2:9 BW in de praktijk 5. De nieuwe regeling van tegenstrijdig belang van bestuurders en commissarissen in de praktijk 6. Deelonderzoek I: conclusies en aanbevelingen - B. Deelonderzoek II: Limitering aantal toezichthoudende functies bij grote NV', BV's en commerciële/semipublieke stichtingen - 1. Inleiding 2. Parlementaire geschiedenis limiteringsregeling Boek 2 BW 3. Inhoud en betekenis limiteringsregeling Boek 2 BW 4. Het grootte-criterium 5. Sectorale limiteringsregelingen 6. Wettelijke regeling versus 'pas-toe-of-leg-uit' 7. De effecten van de limiteringsregeling in de praktijk: een kwantitatieve en kwalitatieve analyse 8. Deelonderzoek II: conclusies en aanbevelingen - c. Deelonderzoek III: streefcijfer 30% vrouwen in bestuur en raad van commissarissen - 1. Inleiding 2. Parlementaire geschiedenis streefcijferregeling Boek 2 BW 3. Inhoud en betekenis streefcijferregeling Boek 2 BW 4. Het Besluit bekendmaking diversiteitsbeleid en de Nederlandse Corporate Governance Code 2016 5. Regelingen ter bevordering van een evenwichtige verdeling van vrouwen en mannen in de top van bedrijven in België, Duitsland, Frankrijk en Italië en het voorstel voor een Europese streefcijferrichtlijn 6. De streefcijferregeling van Boek 2 BW in de praktijk: kwantitatieve en kwalitatieve bevindingen 7. Deelonderzoek III: conclusies en aanbevelingen
    • Preventief toezicht op aandelenoverdracht - Eindrapport

      Unknown author (KPMG, 2001)
      In opdracht van het Ministerie van Justitie heeft KPMG BEA onderzoek verricht naar de haalbaarheid en wenselijkheid van preventief toezicht op aandelenoverdracht. Aanleiding voor het onderzoek is het rapport van de MDW-werkgroep 'Preventief toezicht vennootschappen' uit 1996, waarin dit toezicht wordt voorgesteld als complement van het bestaande preventief toezicht op oprichting en statutenwijziging. De vraagstelling voor het onderzoek is als volgt geformuleerd: Is preventief toezicht op overdracht van aandelen op naam technisch mogelijk en zo ja, op welke wijze kan een dergelijk toezicht zo worden ingericht dat een daadwerkelijke bijdrage mag worden verwacht aan de bestrijding van misbruik, zonder overmatige belasting van het economisch rechtsverkeer?
    • Vitale vennootschappen in veilige handen

      Bulten, C.; Jong, B. de; Breukink, E.-J.; Jettinghof, A. (Radboud Universiteit Nijmegen, Onderzoekcentrum Onderneming & Recht, 2017)
      Het komt geregeld voor dat buitenlandse investeerders belangrijke aandeelhoudersrechten in Nederlandse ondernemingen verwerven of trachten te verwerven. Buitenlandse investeringen leveren een materiële bijdrage aan de Nederlandse welvaart. Niettemin komt in de huidige geopolitieke context de vraag op of buitenlands aandeelhouderschap tevens een bedreiging kan vormen voor Nederlandse (publieke) belangen. De vraag is 'wat zijn de risico’s van (buitenlands) aandeelhouderschap voor de nationale veiligheid'? In dit onderzoek staat de vraag centraal hoe aandeelhouderschap in een Nederlandse naamloze of besloten vennootschap (mogelijke) toegang tot (vertrouwelijke) informatie en invloed op beslissingen biedt en op welke wijze dit gevolgen kan hebben voor de nationale veiligheid. Het onderzoek bevat een theoretisch en een empirisch gedeelte. De juridisch-theoretische methodologie bestond uit een studie van Nederlandse en buitenlandse regelgeving, rechtspraak en rechtsgeleerde literatuur. Het empirisch onderzoek vond plaats door middel van het houden van interviews.De volgende vitale sectoren komen aan bod: energie, ICT/Telecom, drinkwater en water, transport, chemie, de nucleaire sector, de financiële sector, de digitale overheid en defensie. Tevens is een analyse van in andere landen voorkomende regels die de nationale veiligheid tegen ongewenste buitenlandse investeringen pogen te beschermen, opgenomen. De onderzoekers bekeken achtereenvolgens het systeem in de Verenigde Staten van Amerika, in Duitsland, in Frankrijk, in het Verenigd Koninkrijk, in Noorwegen, in Zweden en in Zwitserland. INHOUD: 1. Inleiding 2. Kernbegrippen 3. Rechten van aandeelhouders 4. Analyse van vitale sectoren 5. Internationaal perspectief 6. Bevindingen, synthese en aanbevelingen 7. Summary