• De sociale positie van prostituees in de gereguleerde bedrijven - Een jaar na wetswijziging

      Vanwesenbeeck, I.; Höing, M.; Vennix, P. (WODC, 2002)
      Doel van het onderzoek is het verzamelen van empirische gegevens inzake de huidige (i.e. ongeveer een jaar na de prostitutiewetswijziging) sociale positie van prostituees in de gereguleerde cq. vergunde bedrijven. Het gaat hierbij om arbeidsrechtelijke aspecten (arbeidsomstandigheden, -voorwaarden en -verhoudingen; de mate waarin er van zeggenschap en emancipatie sprake is voor prostituees); strafrechtelijke aspecten (de mate waarin geweld, uitbuiting, mensenhandel en minderjarigheid vóórkomen); vreemdelingenrechtelijke aspecten (de mate waarin illegaliteit vóórkomt); maatschappelijke participatie (het realiseren van plichten en rechten zoals het betalen van belasting en de toegang tot maatschappelijke diensten en voorzieningen); gezondheidsaspecten (het vóórkomen van beroepsklachten en de mate van welzijn van prostituees); en de mate waarin er van maatschappelijke accteptatie en normalisatie sprake is. Inzicht in de huidige stand van zaken op deze aspecten zal (mede) dienen ter evaluatie van (neven)effecten van de opheffing van het bordeelverbod. In het bijzonder zal deze studie dienen ter evaluatie van de doelstelling van de wetswijziging om de positie van de prostituees en prostitutie door minderjarigen (beter) te bestrijden. Ten behoeve van deze evaluatie worden, waar mogelijk, vergelijkingen gemaakt met gegevens uit een vorige studie naar de sociale positie van prostituees. Vooraf dient echter opgemerkt te worden, dat deze vergelijkingen, gezien verschillen in steekproefsamenstelling en operationalisaties, niet anders dan met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd kunnen worden.