Collections in this community

Recent Submissions

  • Meer mogelijkheden voor opsporing en vervolging computercriminaliteit - Wet computercriminaliteit III kent echter ook aantal aandachtspunten

    Uden, A. van; Nijhuis, N.; Meer, M. van der (WODC, 2025-12-23)
    In maart 2019 is de Wet computercriminaliteit III (CCIII) in werking getreden. Het doel van deze wet is om de politie en het Openbaar Ministerie meer mogelijkheden te bieden om computercriminaliteit en andere vormen van ernstige criminaliteit op te sporen en te vervolgen. De nieuwe strafbaarstellingen en de nieuwe bijzondere opsporingsbevoegdheden zijn vastgelegd in nieuwe of aangepaste wettelijke bepalingen in het Wetboek van Strafrecht en in het Wetboek van Strafvordering. Om te kijken hoe de wet in haar eerste vijf jaar benut wordt in de opsporingspraktijk heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid het WODC gevraagd de Wet CCIII te evalueren. In hoeverre worden de doelstellingen zoals geformuleerd in de Wet CCIII in de praktijk gerealiseerd? Ter beantwoording van deze onderzoeksvraag zijn drie deelvragen geformuleerd. Wat is het doel van de verschillende bepalingen van de Wet CCIII en welke veronderstellingen liggen aan die bepalingen ten grondslag? Hoe wordt in de praktijk uitvoering gegeven aan de verschillende bepalingen van de Wet CCIII? Welke gevolgen (zowel bedoeld als onbedoeld) hebben de verschillende bepalingen van de Wet CCIII voor de opsporingspraktijk?
  • Vertrouwen in wetenschap

    Huffnagel-Bastiaans, I.; Slief, J.; Vennekens, A.; Geelhoed, F.; Bernasco, W.; Giesen, I.; Hurk, A. van den; Jorna, A. (Boom Juridisch, 2025-12-22)
    Het vertrouwen in de wetenschap is nog steeds groot, maar neemt onder bepaalde groepen in de samenleving af. Bovendien is het vertrouwen in instituties die wetenschap gebruiken, zoals politiek en journalistiek, laag. In de nieuwste editie van het tijdschrift Justitiële verkenningen geven de auteurs in 5 artikelen hun visie op deze ontwikkeling. En ook op wat nodig is om het vertrouwen te behouden. Daarin speelt de wetenschap zelf ook een belangrijke rol. INHOUD Groot deel Nederlandse bevolking houdt vertrouwen in wetenschap Vertrouwen in wetenschappelijke kennis: kennisbubbels en de wenselijkheid van collectieve reflexiviteit Vertrouwen binnen de wetenschap. De replicatiecrisis en de oproep tot transparanter onderzoek Wetenschap en vertrouwen = kennis en rechtsstaat. Een opiniërende bijdrage DJI en de wetenschap: een duurzame verbintenis met wrijving
  • Beknopte procesevaluatie voor vier onderdelen van de Wet uitbreiding slachtofferrechten

    Jongebreur, W.; Visser, A.; Zoutenbier, M. (Significant APE, 2025-12-18)
    Deze procesevaluatie kijkt naar vier onderdelen van de Wet Uitbreiding Slachtofferrechten (WUS) De schriftelijke motiveringsplicht voor de politie bij het niet verstrekken van een kopie van de aangifte (ingegaan op 1 juli 2022) Het recht om geïnformeerd te worden over informatierechten (ingegaan op 1 juli 2022) De uniformering van het moment van uitoefening van het spreekrecht (ingegaan op 1 juli 2022) Het verzoek om vertaling van stukken in de tenuitvoerleggingsfase (ingegaan op 1 januari 2023) De hoofdvraag van de procesevaluatie was: In hoeverre worden de vier maatregelen in de WUS uitgevoerd zoals beoogd? Welke verbeteringen in de uitvoering zijn eventueel mogelijk? INHOUD Inleiding Schriftelijke motiveringsplicht bij niet verstrekken kopie aangifte Recht om geïnformeerd te worden over informatierechten Uniformering moment vanuit uitoefening spreekrecht Verzoek om vertaling stukken in tenuitvoerleggingsfase
  • Perspectief van Nederlanders op kansspelen: meting 2025

    Hollander, D.; Miltenburg, C. van; Bouwmeester, J. (Ipsos I&O, 2025-12-17)
    Onderzoek naar hoe Nederlanders van 16 jaar en ouder naar kansspelen en daaraan gelieerde thema’s kijken. De focus ligt zowel op het perspectief van spelers als op het perspectief van niet-spelers. Spelers worden verder onderverdeeld in spelers die zowel op een fysieke locatie als online spelen (online spelers) en zij die alleen deelnemen op fysieke locaties (niet-online spelers). Zodoende kan een vergelijking tussen verschillende groepen worden gemaakt en eventuele verschillen worden beschreven. De hoofdvraag van het onderzoek is: Welke perspectieven op kansspelen bestaan er onder spelers en niets-pelers, en welke ontwikkelingen hebben zich sinds de meting in 2024 voorgedaan? Op basis van de hoofdvraag zijn de volgende deelvragen opgesteld: Wat is de informatiebehoefte met betrekking tot de kansspelen? Daarbij gaat het zowel om de informatiebehoefte vanuit beleidsmatig opzicht, als vanuit relevante stakeholders. Welke perspectieven van spelers en niet-spelers bestaan er op deze thema’s? Welke ontwikkelingen in het perspectief op kansspelen hebben zich in het afgelopen jaar voorgedaan? INHOUD Inleiding Keuzes bij het gokken: frequentie, tijdstip, gezelschap en middelengebruik Redenen voor spelen Online kansspelen Problemen door gokken Houding ten aanzien van gokken en winstkans Perceptie van de risico’s van gokken Hulp en zorg Regelgeving
  • Ervaringen met speellimieten bij online kansspelen - Meting 2025

    Miltenburg, C. van; Hollander, D.; Thijssen, R. (Ipsos I&O, 2025-12-17)
    Sinds de invoering van de Wet Kansspelen op afstand in 2021 zijn vergunde aanbieders van online kansspelen verplicht om spelers speellimieten te laten instellen. Deze limieten zijn bedoeld om onmatige deelname en kansspelverslaving te voorkomen. De praktijk wees echter uit dat spelers deze limieten (te) hoog konden instellen. Als reactie hierop zijn eind 2024 aanvullende regels ingevoerd (de Regeling speellimieten en bewuster speelgedrag (Rsbs) en de Beleidsregel verantwoord spelen 2024) en heeft de Staatssecretaris begin 2025 een nieuwe visie op het kansspelbeleid gepresenteerd. Als vervolg op een eerdere meting in 2023, heeft dit onderzoek tot doel inzicht te bieden in de ervaring, het gebruik en de waardering van het huidige systeem van speellimieten door online kansspelspelers. Specifieke aandacht gaat uit naar eventuele veranderingen sinds de recente beleidswijzigingen, de waardering van deze aanpassingen, en de visie van spelers op voorgenomen maatregelen, zoals overkoepelende limieten en een draagkrachttoets. INHOUD Inleiding Beleidscontext en -wijzigingen Stappen Speellimieten instellen Overwegingen bij het instellen van limieten Omgang met speellimieten Houding en veronderstelde effectiviteit speellimieten Ervaring met en waardering van (mogelijke) aanpassingen
  • Vertrekken of blijven? (volledige tekst alleen in Engels) - De rol van begeleiding en herintegratieondersteuning in de terugkeerbeslissingen van migranten met een terugkeerbesluit in Nederland

    Sohst, R.; Le Coz, C.; Beirens, H. (Migration Policy Institute Europe, 2025-12-16)
    In the Netherlands and throughout the European Union, only a small proportion of third-country nationals who are issued an order to leave by their host state actually comply and depart. In 2023, around 436,000 non-EU citizens were ordered to leave the European Union, while 85,000 returned to third countries—a ratio of 19 per cent between return orders and returns. There are several challenges to enforce these decisions. A critical question for policymakers and practitioners, and the research question motivating this study, is what role return counselling and reintegration assistance play in the return decisionmaking process. More specifically, this study by researchers from the Migration Policy Institute Europe (MPI Europe) explores how the timing, method, location, and actors involved in counselling shape its potential influence on migrants’ decision-making. INHOUD Introduction What Is Known about How Migrants Make Decisions about Return? This Study’s Methodology for Examining Migrants’ Return Decision-Making Assisted Return and Reintegration from the Netherlands Results I: Assessing the Drivers of Assisted Return Using Administrative Data Results II: Exploring the Role of Counselling and Reintegration Assistance in Migrants’ Decision-Making Conclusions and Recommendations
  • Het recht om te demonstreren in de democratische rechtstaat - Onderzoek naar het Nederlandse demonstratierecht vanuit internationaalrechtelijk, empirisch, rechtsvergelijkend en rechtstheoretisch perspectief

    Swart, N.J.L.; Roorda, B.; Bekkering, C.V.J.; Zuidberg, N.S.; Krol, E.; Winter, H.B.; Rozemond, N.; Dejean de la Bâtie, A.M.P.; Bemelmans, J.H.B. (Rijksuniversiteit Groningen, 2025-12-11)
    Met dit onderzoek beogen de onderzoekers inzichten te geven in de bestaande kaders rondom het demonstratierecht en een bijdrage te leveren aan een geïnformeerd debat over de omgang met het demonstratierecht in Nederland. Deze twee ondezoeksvragen worden beantwoord: Biedt het Nederlandse demonstratierecht, zoals uitgewerkt in de Wet openbare manifestaties en andere wet- en regelgeving, voldoende handvatten om demonstraties te reguleren op een wijze die enerzijds recht doet aan de demonstratievrijheid en anderzijds geen onevenredige inbreuk maakt op andere rechten, vrijheden en belangen? Biedt de wijze waarop autoriteiten in enkele ons omringende landen met demonstraties omgaan inspiratie voor een herziening van het Nederlandse demonstratierecht binnen de ka-ders van internationale mensenrechtenverdragen en de Grondwet? INHOUDSOPGAVE Introductie onderzoek Internationaalrechtelijk kader demonstratierecht Grondwettelijk kader demonstratierecht Demonstratierecht Nederland: algemeen Demonstratierecht Nederland: strafrecht Demonstratierecht Nederland: drie specifieke demonstratietypen De demonstratierechtelijke praktijk Demonstratierecht Duitsland Demonstratierecht Engeland Demonstratierecht Frankrijk Demonstreren in de democratische rechtsstaat Kernbevindingen van het onderzoek
  • Internationaal vergelijkend onderzoek professioneel verschoningsrecht

    Nan, J.S.; Mervis, P.A.M.; Holvast, N.L.; Verrest, P.A.M. (EUR - Erasmus School of Law, 2025-12-08)
    Het doel van het onderzoek is om inzicht te bieden hoe Nederland en verschillende andere landen van de Raad van Europa (RvE) (Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Engeland en Wales) omgaan met de afweging tussen de belangen van vertrouwelijkheid, de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht enerzijds en de praktijk van handhaving, opsporing en vervolging anderzijds. Het onderzoek beoogt inspiratie en praktische handvatten te bieden. De onderzoeksvragen zijn: Hoe ziet het toepasselijke juridisch kader (zoals wetgeving, juridische beginselen, instructies, aanwijzingen, gedragsregels, toezicht op beroepsuitoefening, jurisprudentie) m.b.t. vertrouwelijke communicatie, geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht van advocaten, notarissen en/of vergelijkbare geheimhouders in een aantal andere RvE-landen eruit? Wat zijn de praktijkervaringen van betrokken partijen in de geanalyseerde RvE-landen met beroepen op het verschoningsrecht in het kader van handhaving, opsporing en vervolging? Hoe kunnen de gevonden verschillen tussen de landen onderling en in vergelijking met Nederland worden verklaard en gewaardeerd in het licht van het antwoord op de vraag hoe de afweging plaatsvindt tussen belangen van opsporing en vervolging enerzijds en het beginsel van vertrouwelijkheid anderzijds? Tot welke inspiratie en praktische handvatten leiden de uitkomsten van het onderzoek voor de afweging van genoemde belangen in wetgeving, beleid en in de praktijk in Nederland? INHOUD Inleiding Europees juridisch kader Nationaal kader Duitsland Zwitserland Frankrijk Het verschoninngsrecht in Engeland en Wales Rechtsvergelijking Slotbeschouwing en inspiratiepunten
  • Blurred Boundaries - Legal, Ethical, and Practical Limits in Detecting and Moderating Terrorist, Illegal and Implicit Extremist Content Online while Respecting Freedom of Expression

    Ginkel, B. van; Mehra, T.; Herbach, M.; Lanchès, J.; Boerma, Y. (International Centre for Counter-Terrorism (ICCT), 2025-12-02)
    Harmful online content poses a profound challenge to democratic, rule-of-law–based societies because it corrodes the very foundations of pluralism, trust, and social cohesion on which they depend. Terrorist propaganda, extremist narratives, and more implicit forms of hateful or divisive speech do not only target individuals or groups; they seek to destabilise democratic institutions by normalising violence, fuelling polarisation, and eroding confidence in the state’s ability to protect its citizens. Left unchecked, such content amplifies grievances, deepens societal fractures, and undermines the principles of free and open debate that sustain democratic life. Online platforms are central arenas of modern public life. They host political debates, cultural exchanges, and social interactions. Yet these same spaces are exploited by extremist and terrorist actors, who weaponise communication tools to advance ideological agendas. This executive summary synthesises the background, research questions, findings, challenges, and recommendations of that study. It provides a critical reflection on the potential and limitations of content detection frameworks and outlines concrete steps for policymakers, online service providers, and other stakeholders. INHOUD Introduction Research Questions Methodology Legal Frameworks and Scope of Definitions The Use of Online Content for Terrorist and Extremist Purposes Policies and Practice of Detection and Moderation of Exremist and Terrorist Content Online Feasibility of an Assessment Framework Findings, Challenges and Recommendations
  • Gevolgen van lange detenties - Een literatuurstudie naar de gevolgen van het leefklimaat in detentie voor langgestrafte personen

    Boschman, S.E.; Verweij, S.; Berghuis, M.L. (WODC, 2025-12-02)
    Op verzoek van de Tweede Kamer heeft de regering het WODC gevraagd om de gevolgen van lange detenties voor veroordeelde personen te onderzoeken. De aanleiding hiervoor zijn een aantal beleidsveranderingen die er aan bijdragen dat meer mensen in Nederland langer in detentie zullen zitten. Aangezien uit veel eerder onderzoek al bekend is dat detentie negatieve gevolgen heeft voor (langgestrafte) gedetineerde personen wordt dit niet opnieuw onderzocht. In plaats daarvan is in dit onderzoek bekeken wat de gevolgen van de omstandigheden in detentie zijn voor langgestrafte gedetineerde personen. Het huidige onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een literatuurstudie met als hoofdvraag: Wat is bekend uit Nederlands en internationaal wetenschappelijk onderzoek over de gevolgen van het leefklimaat in detentie voor langgestrafte gedetineerde personen? INHOUD Introductie Theorie en mechanismen; hoe en waarom heeft het leefklimaat in detentie gevolgen voor langgestrafte gedetineerde personen (Middel)langgestrafte personen in Nederlandse penitentiaire inrichtingen Empirisch onderzoek naar gevolgen van het leefklimaat in detentie voor langgestrafte personen Conclusie
  • Onderzoek aanpassingen en gebruik van de Wet Bibob sinds 2020

    Winter, H.; Beukers, M.; Floor, T.; Bekkering, J.; Cazemier, J.; Wieringa, M.; Tollenaar, A.; Vorm, B. van der (Pro Facto, 2025-12-01)
    De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) is in 2003 in werking getreden met als doel de integriteit van het openbaar bestuur te beschermen en te voorkomen dat overheidsorganisaties (bestuursorganen) criminele activiteiten (onbewust) ondersteunen of mogelijk maken. In 2020 en 2022 zijn in twee fasen (tranches) aanpassingen van de Wet doorgevoerd, onder meer naar aanleiding van evaluaties in 2013 en 2020. In het evaluatieonderzoek stonden de volgende onderzoeksvragen centraal: Wat was de aanleiding voor het doorvoeren van de 1e en 2e tranche aanpassingen in de Wet Bibob en wat waren de doelen daarvan, in hoeverre dragen deze aanpassingen bij aan het tegengaan van integriteitsrisico’s bij het openbaar bestuur en aan een veiligere samenleving en welke knelpunten blijven nog over? In welke mate hebben bestuursorganen de wijzigingen geïmplementeerd en passen bestuursorganen sinds 2020 de Wet Bibob toe en welke beslissingen resulteren daaruit? Hebben de wijzigingen die sinds 2020 in de Wet Bibob zijn doorgevoerd volgens de betrokken partijen de uit de uitvoering van de Wet Bibob verbeterd zoals ook was beoogd? INHOUD Inleiding Aanleiding en doelen aanpassingen Wet Bibob 2020 en 2022 Beleid en toepassing Wet Bibob Gebruik en waardering 1e en 2e tranche wijzigingen van de Wet Bibob Ondersteuning van bestuursorganen Rechtsbescherming en ontwikkelingen in de rechtspraak Werking en doelbereiking Slotbeschouwing
  • Ontwikkeling en voorbereiding uitrol Jeugdreclassering in Verbinding en menukaart - Tussenrapportage

    Asscher, J.; Creemers, H.; Wissink, I.; Schiphorst, L.; Loon, A. (Universiteit Utrecht, 2025-12-01)
    Deze tussenrapportage richt zich op het in kaart brengen van de ontwikkeling en voorbereiding van de implementatie van Jeugdreclassering in Verbinding (JRiV) en de menukaart. Deze onderzoeksvragen die beantwoord: Hoe verliep de ontwikkeling van JRiV? Hoe verliep de (voorbereiding van de) implementatie van JRiV en de menukaart? Hoe is (het waarborgen van) programma-integriteit van JRiV georganiseerd? INHOUD Inleiding Deskresearch Survey en focusgroep Conclusies en aanbevelingen
  • Resterende recidiverisico’s na specifieke delicten - Een eerste verkenning voor empirische onderbouwde VOG-terugkijktermijnen

    Tollenaar, N. (WODC, 2025-11-28)
    Personen die in het verleden een relevant strafbaar feit hebben gepleegd, kan een verklaring omtrent gedrag (VOG) worden geweigerd vanuit het idee dat zij een vergroot risico hebben om opnieuw een vergelijkbaar strafbaar feit te plegen. Daarbij worden verschillende terugkijktermijnen gehanteerd die in de praktijk zijn vastgesteld. Vanwege de behoefte aan een meer wetenschappelijke onderbouwing van VOG-terugkijktermijnen wordt in deze factsheet verslag gedaan over hoeveel recidivekans er overblijft na een wachttijd van maximaal 40 jaar na 8 delictsoorten: levensdelicten, gewelddelicten, vermogen-met-gewelddelicten, zedendelicten, wapendelicten, drugsdelicten, vermogen-zonder-gewelddelicten en verkeersdelicten. De kans om te recidiveren met eenzelfde delict is doorgaans het hoogst na 1 jaar, variërend van 13% (vermogen zonder geweld) tot 0,9% (levensdelicten). De recidivekans daalt na het eerste jaar eerst sterk en stabiliseert dan. Recidives na een geweld-, drugs- en verkeersdelict laten een verhoogde recidivekans over een langere tijd zien. De geschatte kansen zijn gebaseerd op een doorsnede van de strafrechtelijk populatie uit 1997. Om verschillende redenen echter is er een discrepantie met de recidiverisico’s die in de VOG-praktijk worden beoogd te voorkomen. In de praktijk wordt gekeken naar personen die een specifieke relevante functies uitoefenen, en gaat het om delicten die gepleegd zijn binnen de uitoefening van die functie. Ook omvat de VOG-beoordeling in de praktijk meerdere delicten tegelijk, maar ook specifiekere delicten. Het verdient de aanbeveling om aanvaardbare risico’s te definiëren als criterium voor terugkijktermijnen. Dit maakt een betere afweging tussen het belang van bescherming van de maatschappij en de VOG-aanvrager mogelijk.
  • Internationale verkenning bevoegdheden online gegevensvergaring politie bij (dreigende) openbare ordeverstoringen

    Winter, H.; Boxum, C.; Cazemier, J.; Drouen, T.; Roest, S. (Pro Facto, 2025-11-28)
    De politie ziet zich steeds vaker geconfronteerd met verstoringen van de openbare orde die online hun oorsprong vinden of daar worden versterkt. Oproepen tot geweld of tot rellen of acties tijdens evenementen worden in toenemende mate verspreid via sociale media en digitale platforms. Dit maakt dat de politie – naast onder andere informatievergaring in de offline wereld, fysieke surveillance en informatie van de wijkagent – ook bij de feitelijke handhaving van de openbare orde niet zonder online informatie kan. Het huidige Nederlandse juridisch kader biedt hiervoor echter geen concrete grondslag. Artikel 3 Politiewet (PW), waarin de algemene politietaak is vastgelegd, staat slechts toe dat de politie in beperkte mate persoonsgegevens verwerkt. Het onderzoek is opgezet rond drie hoofdvragen: Hoe ziet in verschillende Europese landen het juridisch kader eruit voor het verzamelen van (online) gegevens ten behoeve van de openbare ordetaak? Wat is bekend over de effectiviteit en rechtmatigheid van de uitvoering van die taak? Welke elementen uit buitenlandse regelingen zijn aanbevelenswaardig voor toepassing in Nederland? INHOUD Inleiding Frankrijk Engeland Duitsland, deelstaat Hessen België Ierland Denemarken Zweden Spanje Conclusies
  • Jong op het verkeerde pad - Verkenning maatschappelijke kosten van criminele carrières van adolescenten

    Middeldorp, M.; Veldkamp, J.; Postema, D.; Bruinsma, M.; Halbersma, R. (Atlas Research, 2025-11-27)
    Wanneer een adolescent criminele feiten pleegt, dan brengt dat maatschappelijke kosten met zich mee. Afhankelijk van het type misdrijf kunnen deze kosten bestaan uit de materiële, fysieke en/of mentale schade voor slachtoffers, de kosten voor het opsporen, vervolgen, berechten en straffen van plegers en de opportuniteitskosten die ontstaan door ongunstigere arbeidsmarktuitkomsten. Maar hoe hoog zijn deze maatschappelijke kosten? Dit onderzoek brengt dat in beeld. De analyses leveren een indicatie op van de patronen in de criminele carrières van adolescenten en de maatschappelijke kosten die hiermee gepaard gaan. Het onderzoek biedt hiermee wetenschappelijke input voor de politieke en maatschappelijke discussie over de kosten van criminaliteit en de maatschappelijke opbrengsten van het voorkomen daarvan. INHOUD Inleiding Onderzoeksmethodiek Literatuur over criminele carrières van adolescenten Longitudinaal analysebestand van adolescente cohorten Kosten van adolescente criminaliteit Criminele carrièrepaden via sequentie- en clusteranalyse Maatschappelijke kosten van criminele carrièrepaden Conclusies
  • Anti-institutionalisme in Nederland - Exploratieve overzichtsstudie van gedachtegoed, organisatie, voedingsbodems, risico’s en bestaande handelingsperspectieven

    Verwey-Jonker; RadarAdvies (Verwey-Jonker Instituut, 2025-11-26)
    Dit is een exploratief onderzoek naar de huidige stand van zaken van anti-institutionalisme in Nederland. Hierbij is gekeken naar gedachtegoed, organisatiegraad, voedingsbodems, mogelijke ontwikkelpaden van radicalisering en mogelijke risico’s voor de democratische rechtsorde. Op basis van de bevindingen zijn mogelijke haalbare handelingsperspectieven beschreven voor beleidsmakers, gemeenten en uitvoerend professionals. Tenslotte beoogt het onderzoek mogelijke handelingsperspectieven in kaart te brengen en aan te reiken voor beleidsmakers, gemeenten en handhavers van de openbare orde. Dit zijn handelingsperspectieven voor zowel een constructieve omgang met mensen met anti-institutionele overtuigingen en handvatten ter versterking van de maatschappelijke en institutionele weerbaarheid tegen anti-institutioneel extremisme. INHOUD Introductie Anti-institutioneel gedachtegoed Voedingsbodems en achtergrondkenmerken Anti-institutionele radicalisering Risico’s anti-institutioneel extremisme voor democratische rechtsorde Conclusies en suggesties voor vervolgonderzoek Handelingsperspectieven
  • Dataverzameling en -deling voor onderzoek naar online kansspelen

    Vorst, T. van der; Hanswijk, M.; Zwenne, G.; Smulders, L. (Dialogic, 2025-11-20)
    Doel van dit onderzoek is om de behoefte aan spelersdata voor onafhankelijk onderzoek met maatschappelijk en/of wetenschappelijk doel op het gebied van speelgedrag bij kansspelen te inventariseren. De onderzoekers bekeken of momenteel in deze behoefte wordt voorzien en zo niet, wat daarvoor de belangrijkste technische, juridische en organisatorische knelpunten zijn. Op basis hiervan worden oplossingsrichtingen gevormd, waarmee op termijn in (een groter deel van) de behoefte zou kunnen worden voorzien.
  • Vijf jaar WAMCA - Evaluatie Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (2020-2025)

    Rijnhout, R.; Arons, T.; Hoevenaars, J.; Klaassen, C.; Erken, E.; Overheul, M.; Jong, E. de; Kramer, X.; Boom, W. van (Universiteit Utrecht, 2025-11-19)
    Deze wetsevaluatie onderzoekt hoe de collectieve actie (hierna: 305a-actie) werkt in het licht van de doelstellingen van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA), die in werking is getreden op 1 januari 2020. De volgende deelvragen komen in dit rapport aan bod: Wat is het wettelijk kader van de 305a-actie en welke doelstellingen worden daarmee nagestreefd volgens de parlementaire geschiedenis van de WAMCA? Hoeveel 305a-vorderingen zijn ingediend en beoordeeld, en hoe interpreteert de rechter de ontvankelijkheidsvoorwaarden en procesrechtelijke regels van de 305a-actie? Welke duidelijkheden, onduidelijkheden, obstakels of leemtes blijken uit de rechtspraakanalyse? Welke succesfactoren, duidelijkheden, onduidelijkheden, knelpunten en leemtes wat betreft de ontvankelijkheidsvoorwaarden en procesrechtelijke regels ervaren professionals die actief zijn in het veld van de 305a-actie? INHOUD Onderzoeksopzet Wettelijk kader en doelstellingen Register- en rechtspraakanalyse Ervaringen van (juridische) professionals met de 305a-actie Bevindingen en aanbevelingen De link bij 'Externe Link' gaat naar het rapport dat juni 2025 over de WAMCA verschenen is, Rechtsvergelijking toegang tot de rechter van belangenorganisaties in algemeeenbelangacties (projectnr 3520).
  • Werkverandering onder sekswerkers - Ervaringen en ondersteuning vanuit hun perspectief

    Wildt, R. de; Lünnemann, M.; Ploeg, J. van der; Loon-Dikkers, L. van (Verwey-Jonker Instituut, 2025-11-18)
    In Nederland is sekswerk legaal, maar het heeft nog geen vanzelfsprekende positie op de arbeidsmarkt of in de samenleving. Hierdoor kan werkverandering – binnen of buiten de erotische branche – uitdagend zijn. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen in dit proces van werkverandering vanuit het perspectief van sekswerkers. Het onderzoek richt zich op de volgende hoofdvragen, die nader zijn uitgewerkt in een reeks deelvragen: Hoe verloopt het proces van werkverandering? Welke ondersteuning wordt daarbij wel of niet aangeboden en ingezet, en hoe wordt deze ervaren? Welke factoren dragen positief of negatief bij aan het proces en resultaat van werkverandering? Welke verbeteringen zijn mogelijk en wenselijk in de ondersteuning van sekswerkers die ander werk willen gaan doen? INHOUD Inleiding Ervaringen met sekswerk Veranderen van werk Begeleiding en ondersteuning Perspectief van beleidsmakers en hulpverleners Conclusie
  • Evaluatie Wet herziening partneralimentatie - Tussenevaluatie: evaluatiekader, nul-en tussenmeting

    Ansem, N. van; Duysak, S.; Spalter, N.; Bastiaansen, C.; Rossing, H. (Regioplan, 2025-11-04)
    Op 1 januari 2020 trad de Wet herziening partneralimentatie (hierna: de Wet) in werking. De belangrijkste hervorming die voortkwam uit de Wet betreft de duur van partneralimentatie: de maximumtermijn van twaalf jaar is ingekort naar een termijn van maximaal vijf jaar, of gelijk aan de helft van de huwelijksduur (bij een huwelijk of geregistreerd partner-schap1 dat korter dan tien jaar heeft geduurd). De Wet voorziet in een evaluatie binnen een periode van acht jaar; deze moet in 2027 plaatsvinden. Het onderhavige onderzoek is een tussenevaluatie, die ter voorbereiding dient voor de uit-eindelijke evaluatie. De onderzoekers ontwikkelden hiervoor allereerst een evaluatiekader en ze voerden in de tweede fase van het onderzoek (in retrospectief) een nulmeting uit. Ook onderzochten ze voorlopige effecten van de Wet op specifieke punten die zijn toegezegd aan de Eerste Kamer, namelijk: de economische zelfstandigheid, de financiële consequenties, de situatie van alimentatiegerechtigden met de zorg voor jonge kinderen, het gebruik van de hardheidsclausule en de grensgevallen in de uitzonderingsbepalingen. De centrale probleemstelling voor het onderzoek luidt als volgt: Wat wordt er met de Wet herziening partneralimentatie beoogd en welke veronderstellingen worden gedaan over de wijze waarop deze doelen worden behaald (werkzame mechanismen)? Welke indicatoren kunnen op basis van de beleids-logica worden onderscheiden en wat was de uitgangspositie voor deze indicatoren ten tijde van de invoering van de Wet? Welke eerste resultaten zijn reeds waarneembaar? INHOUD Inleiding Beleidslogica Ontwikkeling contextfactoren Resultaten nul- en tussenmeting resultaten Wet Uitzonderingstermijnen en hardheidsclausule Conclusies

View more