Collections in this community

Recent Submissions

  • Langdurig toezicht bij ernstige gewelds- en zedendelinquenten - Een meta-review naar effectieve (elementen van) toezicht/behandelprogramma's en veronderstelde werkzame mechanismen

    Broek, T. van den; Kool, J.K.; Nagtegaal, M.H. (2024-06-12)
    In 2018 is de Wet langdurig toezicht, gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking (Wlt) in werking getreden, een wet waarmee langdurig toezicht, behandeling en monitoring van ex-gedetineerden en (ex-)terbeschikkinggestelden (tbs) is geregeld. Onder bepaalde omstandigheden zijn voor hen toezichtmogelijkheden gecreëerd, na afloop van de straf en/of maatregel. Dit toezicht is telkens te verlengen en daarmee van tevoren van onbekende totale duur. Het doel van de Wlt is het voorkomen van herhaling van zeden- en zware geweldsdelicten. Vanuit de Tweede Kamer zijn in het wetgevingstraject over de Wlt zorgen geuit over de toepassing en de uitvoerbaarheid van toezicht op de langere termijn. De onderzoekspopulatie bestaat uit volwassen onder toezicht gestelden die in de doelgroep van de Wlt vallen, te weten (ex-)justitiabelen die een gevangenisstraf van één jaar of meer en/of een tbs-maatregel hebben gehad en/of een psychische stoornis hebben; in het kort: de Wlt-populatie. Het doel van het huidige onderzoek is onderzoeken of voor de genoemde Wlt-populatie toezicht/behandelprogramma’s of elementen daarvan bekend zijn die kunnen helpen in het houden van langdurig(er) toezicht. Naast het in kaart brengen van effectieve toezicht/behandelprogramma’s voor langdurig toezicht zijn de veronderstelde werkzame mechanismen van de programma’s, de overeenkomsten en verschillen tussen de gevonden programma’s en elementen en eerder onderzoek naar effectief toezicht, en de manier waarop langdurig toezicht gemonitord kan worden in kaart gebracht. Onder toezicht wordt het gehele traject van re-integratie van een justitiabele verstaan: het toezicht dat door de reclassering wordt gehouden, maar ook behandelprogramma’s, trainingen, interventies of cursussen die tijdens het toezicht plaatsvinden. Het betreft alleen toezicht ‘aan de achterdeur’, als sluitstuk van een gevangenisstraf en/of tbs-maatregel. INHOUD Inleiding en methoden Effectiviteit van toezicht/behandelprogramma's Effectieve toezicht- en behandelprogramma's op lange termijn en de werkzame mechanismen Conclusie
  • Evaluatie van de aanpak van weigerende observandi - Prevalentie weigeren, mate van beantwoording pro Justitia-vragen en opgelegde sancties

    Nagtegaal, M..H.; Broek, T. van den; Anvelink, C. (medew.); Ruiter, T. de (medew.); Navarro Beyl, M. (medew.) (WODC, 2024-06-12)
    Als bij een verdachte van een strafbaar feit vermoedens zijn van een psychische stoornis, kan een gedragskundig onderzoek worden aangevraagd. Dit onderzoek, een pro Justitia(pJ)-onderzoek, wordt gedaan om te bepalen of er behandeling moet plaatsvinden in justitieel kader. Sommige verdachten van een strafbaar feit weigeren hun medewerking te verlenen aan het pJ-onderzoek. In een deel van die zaken levert het pJ-onderzoek te weinig informatie op over de psychische gesteldheid van de verdachte. In andere zaken is er vanuit eerdere en/of andere bronnen genoeg bekend over eventuele stoornissen. Als onbekend blijft of er stoornissen zijn, kan de onwenselijke situatie ontstaan dat de verdachte geen verplichte zorg wordt opgelegd, terwijl dit wel nodig is om de kans op recidive te verminderen en de veiligheid van de maatschappij te vergroten. Dit wordt de weigerproblematiek genoemd. De meest bekende vorm van dergelijke verplichte zorg is de maatregel terbeschikkingstelling (tbs). Om de weigerproblematiek terug te dringen is een weigeraanpak ingezet die in dit rapport is geëvalueerd. Het huidige deelonderzoek heeft drie doelstellingen: het bepalen van het aantal weigerende observandi en de doorwerking van weigeren op de beantwoording van de pJ-vragen sinds 2018; het vastleggen van de sancties (straffen en maatregelen) die de rechter aan weigerende observandi oplegt; het beschrijven van de ontwikkelingen in het beleid over weigerende observandi in het Pieter Baan Centrum (PBC) na april 2018.INHOUD Inleiding Prevalentie weigeren en doorwerking in pJ-vragen Opgelegde sancties aan weigerende observandi Voortzetting aangepast weigerbeleid Conclusie en discussie
  • Capaciteitsbehoefte Justitiële Ketens t/m 2029 - Beleidsneutrale ramingen

    Tims, B.; Moolenaar, D.E.G.; Kriege, A.G.; Pol, B. van der (WODC, 2024-06-11)
    Dit rapport beschrijft de ramingen van de capaciteitsbehoefte van de justitiële ketens tot en met 2029. Het gaat daarbij om ramingen van de instroom en uitstroom van diverse ketenpartners binnen de justitiële ketens (aantallen te behandelen zaken e.d.) en de capaciteitsbehoefte bij intramurale voorzieningen (aantal plaatsen in justitiële inrichtingen). De ramingen voor de civielrechtelijke en bestuursrechtelijke rechtspraak zijn de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) en de Raad voor de rechtspraak. De ramingen voor forensisch psychiatrische centra (voorheen tbs-klinieken) zijn de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het WODC en de Dienst Justitiële Inrichtingen. Voor de overige ramingen is het WODC verantwoordelijk. De ramingen zijn ‘beleidsneutraal’. Dat wil zeggen dat de ramingen uitgaan van gelijkblijvend beleid. Het effect van voorgenomen beleids- en wetswijzigingen is niet in de ramingen verdisconteerd. Ook zijn de effecten van recentelijk ingezet beleid (vanaf 2023) niet in de beleidsneutrale ramingen verwerkt, omdat de ramingen gebaseerd zijn op ontwikkelingen in de justitiesector tot en met 2022. Definitieve gegevens over 2023 waren op het moment van berekening nog niet beschikbaar. Daar waar organisaties in staat waren om voorlopige cijfers over 2023 aan te leveren, zijn deze meegenomen. Deze ramingen vormen de basis voor de begroting 2025. INHOUD Inleiding Inleiding Achtergrondfactoren Overtredingen Misdrijven Tenuitvoerlegging Reclassering, kinderbescherming en rechtsbijstand in strafzaken Civiel recht en bestuursrecht Nawoord
  • Deelname aan kansspelen in Nederland - meting 2024

    Miltenburg, Ch. van; Klein Kranenburg, L.; Hollander, D.; Bouwmeester, J. (Ipsos I&O Research, 2024-06-04)
    Het Nederlandse kansspelbeleid heeft drie doelstellingen: 1) consumentenbescherming, 2) het tegengaan van kansspelgerelateerde fraude en criminaliteit en 3) verslavingspreventie. Met betrekking tot de derde doelstelling heeft de Minister voor Rechtsbescherming aangegeven de trend in het aantal spelers van kansspelers en het aantal risico- en probleemspelers in de gaten te willen houden. Sinds oktober 2021 is het namelijk mogelijk om legaal online te gokken bij vergunde aanbieders door een wijziging van de Wet op de kansspelen. Dit heeft geleid tot zorgen in de samenleving over een toename in het aantal spelers en probleemspelers. De laatst bekende cijfers hierover dateren van vóór oktober 2021 (zie link hiernaast). Het doel van het voorliggende onderzoek is om inzicht te bieden in: het aandeel en aantal Nederlanders dat deelneemt aan verschillende soorten kansspelen (op een fysieke locatie en online) en de mate waarin zij risicovol speelgedrag vertonen; de ontwikkeling van het speelgedrag van Nederlanders ten opzichte van de meting uit 2021.INHOUD Inleiding Deelname aan kansspelen Vergelijking met prevalentie in 2021 Risicovol gokgedrag Online kansspelen Casino en speelhallen Reclame voor kansspelen Conclusie en beschouwing
  • Doelgroep van de jeugdreclassering geprofileerd - Een mixed methods studie naar betekenisvolle profielen en daarbij passend(e) toezicht en begeleiding

    Nieuwenhuizen, Ch. van; Bongers, I.L.; Parren, A.; Schonewille, R. (GGzE - Onderzoeksgroep Forensische Geestelijke Gezondheidszorg, 2024-05-30)
    Bij de jeugdreclassering ontbreekt het op dit moment aan een actueel en diepgaand beeld over hun doelgroep. Dit project heeft daarom de volgende twee doelen: (1) het identificeren van profielen van risico- en beschermende factoren bij jongeren met een jeugdreclasseringsmaatregel en deze vergelijken met jongeren in de jeugdstrafrechtketen die geen jeugdreclassering opgelegd hebben gekregen en (2) het onderzoeken welke vormen van toezicht en begeleiding passend zijn voor de gevonden profielen binnen de huidige doelgroep van de jeugdreclassering. Het onderzoek bestaat uit drie deelprojecten: Deelproject I: Identificeren en vergelijken van profielen – een latente klasse analyse Deelproject II: Onderzoeken van passende vormen van toezicht en begeleiding – een literatuuronderzoek Deelproject III: Consensus over passende vormen van toezicht en begeleiding voor de geïdentificeerde profielen – een Delphi-studieINHOUD Inleiding Deelproject I: Identificeren en vergelijken van profielen Deelproject II: Onderzoen van passende vormen van toezicht en begeleiding Deelproject III: Consensus over passende vormen van toezicht en begeleiding voor geïdentificeerde profielen Discussie & aanbevelingen
  • Spelen met reclame - Het gebruik van promotionele kansspelen door vergunde kansspelaanbieders

    Velde, R. te; Hanswijk, M.; Boiten, M.; Crielaard, J.; Stone, S. (Dialogic, 2024-05-23)
    Een promotioneel kansspel is een kansspel ter promotie van een product of dienst. Of, andersom geformuleerd: een promotionele actie waarbij de consument kans maakt op een prijs. Denk aan acties waarmee de consument bij elk gekocht pak melk kans maakt op een Playstation, of bij elke reep chocola kans maakt op een rondleiding in de chocoladefabriek. Promotionele kansspelen moeten gratis zijn, in de zin dat het niets éxtra kost om aan het kansspel mee te doen. De consument betaalt bijvoorbeeld wel voor het pak melk, maar kan dan zonder extra kosten meespelen en kans maken op de Playstation. Aanleiding voor dit onderzoek zijn vragen over het gebruik van promotionele kansspelen door kansspelaanbieders en over hoe dit zich verhoudt tot het bredere kansspelbeleid. De hoofdvraag in dit onderzoek is tweeledig en luidt: Wat is de aard en omvang van het gebruik van promotionele kansspelen door vergunde (online) kansspelaanbieders in Nederland? In hoeverre is de inzet van promotionele kansspelen door vergunde (online) kansspelaanbieders consistent met het Nederlandse kansspelbeleid?INHOUD Inleiding Afbakening en typologie van promotionele acties Analyse van het beleid Gebruik van promotionele kansspelen volgens de kansspelaanbieders Analyse van de praktijk Conclusies
  • Voetbalgerelateerd wangedrag - Verkennend onderzoek naar de ervaren effectiviteit en de overdraagbaarheid van instrumenten ter bestrijding van voetbalgerelateerd wangedrag in het betaald voetbal in Nederland en België

    Olfers, M.; Breul, W. van den; Huiskamp, L. (Vrije Universiteit Amsterdam, 2024-05-22)
    Hoewel enorm veel mensen kunnen genieten van voetbalwedstrijden, is voetbalgerelateerd wangedrag bijna niet weg te denken uit de hedendaagse samenleving. Onder voetbalgerelateerd wangedrag wordt verstaan: “gedragingen van natuurlijke personen in directe relatie tot het voetbal en die te maken hebben met, dan wel bestaan uit verstoring van de openbare orde/veiligheid en/of het plegen van strafbare feiten.” Het gaat om voetbalgerelateerd wangedrag in en rond een voetbalstadion met inbegrip van de bijbehorende gebouwen, terreinen, toegangen en toegangswegen. Het vindt plaats vlak vóór, tijdens en vlak na afloop van een voetbalevenement. In navolging van de aanbeveling door de Benelux Interparlementaire Assemblee om de internationale samenwerking tussen Nederland en België op het gebied van voetbalgerelateerd wangedrag te verbeteren, wordt in dit onderzoek de huidige situatie in kaart gebracht. In dit onderzoek komen de volgende onderwerpen aan bod: De mate waarin voetbalgerelateerd wangedrag zich voordoet in Nederland en België; De instrumenten die in Nederland en België worden ingezet om voetbalgerelateerd wangedrag tegen te gaan; De effectiviteit van deze instrumenten naar de ervaring van respondenten in zowel vragenlijsten, interviews als een expertmeeting; De mogelijkheden en bijbehorende valkuilen als wordt gekeken naar de overdraagbaarheid van deze instrumenten.INHOUD Inleiding, vraagstelling, opzet van het onderzoek en reflectie Voetbalgerelateerd wangedrag, het fenomeen Actoren en hun taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden Instrumenten ter bestrijding van voetbalgerelateerd wangedrag Nederland Instrumenten ter bestrijding van voetbalgerelateerd wangedrag België Overdraagbaarheid van instrumenten Conclusie en reflectie
  • Op (proces)kosten gejaagd? - Onderzoek naar 'oneigenljk gebruik' van bestuursrechtelijke procedures met het oog op proceskostenvergoedingen

    Geertsema, B.; Marseille, B.; Roest, S.; Wever, M.; Winter, H. (Pro Facto, 2024-05-22)
    Het is de vraag of er sprake is van zogenaamd oneigenlijk gebruik van bestuursrechtelijke procedures met het oog op verkrijging van proceskostenvergoedingen. In dit rapport beschrijven we het onderzoek naar dit onderwerp, waarbij de volgende hoofdvragen centraal staan: In welke mate en op welke onderdelen van het bestuursrecht is sprake van oneigenlijk gebruik van proceskostenvergoedingen door rechtshulpverleners en hoe dat kan dat worden omschreven? Welke factoren in (sectorale) regelgeving kunnen dat oneigenlijk gebruik verklaren? Welke aanpassingen van de regelgeving zijn mogelijk om oneigenlijk gebruik tegen te gaan?INHOUD Inleiding Document- en literatuurstudie Jurisprudentie Interviews en focusgroepen Conclusies
  • Inzicht in incidenten en misdrijven onder COA-bewoners - Een kwantitatief onderzoek naar de achtergrondkenmerken van betrokkenen

    Noyon, S.M.; Barsegyan, V.; Vink, M.E. (WODC, 2024-05-21)
    Sinds 2022 voert het WODC het incidentenoverzicht uit, een onderzoeksproject waarbinnen incidenten op COA-locaties en (verdenkingen van) crimineel gedrag onder COA-bewoners in kaart worden gebracht. Onder de vlag van dit project verschijnt jaarlijks een monitor en een duidingsonderzoek. Het onderhavige rapport is het duidingsonderzoek van 2023, dat voortbouwt op de eerder dat jaar verschenen monitor en dieper ingaat op een aantal bevindingen uit dat rapport. Specifiek staan in dit onderzoek de achtergrondkenmerken centraal van betrokkenen bij incidenten en verdachten van misdrijven. Het gaat hierbij om zowel demografische kenmerken (leeftijd, geslacht, gezinssituatie en nationaliteit) als externe factoren (verblijfsduur en inwilligingspercentage per nationaliteit). Het onderzoek toetst hiermee een aantal veelgehoorde aannames over betrokkenheid bij overlast en poogt bij te dragen aan het terugdringen van overlastgevend gedrag door patronen van achtergrondkenmerken inzichtelijk te maken. Vooropgesteld dient te worden dat de beschreven incidenten en verdachtenregistraties een minderheid van de COA-bewoners betreffen en dat de meerderheid van de opgevangen asielmigranten niet terugkomt in de registraties van overlast. INHOUD Introductie Data, methoden en doelgroep Resultaten
  • Voorspellen voor de justitiële ketens - Een verkenning van verschillende technieken

    Moolenaar, D.E.G. (red.); Braak, F. ter; Tims, B.; Bargh, M.S. (WODC, 2024-05-15)
    Beleidsmakers willen graag meer inzicht in de (maatschappelijke) kosten van criminaliteit, rechtshandhaving en conflictbeslechting. Daarom is het belangrijk om inzicht te hebben in de toekomstige trends op dit gebied, zodat de best mogelijke beleidsmatige en financiële beslissingen kunnen worden genomen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van prognosemodellen. Voor het beleidsterrein van Justitie is reeds enige tijd geleden het Prognosemodel Justiele Ketens (PMJ) ontwikkeld. In dit rapport wordt onderzocht in hoeverre het haalbaar en nuttig is om nieuwe ontwikkelingen op het gebied van data en algoritmen toe te passen in het PMJ. INHOUD Inleiding Huidige Prognosemodel Justitiële Ketens Aanscherping van het huidige PMJ Alternatieve specificaties| Benutting van de steekproef Combineren van prognoses Conclusie en aanbevelingen
  • De regenboog kleuren - Evaluatie van het Actieplan Veiligheid Lhbti 2019-2022

    Muijnck, J.A. de; Schoonbeek, I.; Snippe, J.; Pieper, R. (Breuer & Intraval onderzoek en advies, 2024-05-14)
    Het Actieplan Veiligheid Lhbti is in 2018 opgesteld nadat de motie Sjoerdsma en Van den Hul met ruime meerderheid was aangenomen door de Tweede Kamer. Het doel van het actieplan luidt: ‘Het bevorderen van de veiligheid van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuele personen, transgender personen en intersekse personen (lhbti). De maatregelen richten zich met name op de strafrechtelijke aanpak van discriminatie en het bevorderen van het gevoel van fysieke veiligheid bij de doelgroep, maar zijn wel ingebed in een geheel van maatregelen die zien op de sociale veiligheid’. In totaal zijn er 38 acties opgenomen in het actieplan, onderverdeeld in vier pijlers. Het Actieplan Veiligheid Lhbti 2019-2022 is geëvalueerd door middel van een plan- en procesevaluatie. De evaluatie beoogt inzicht te bieden in de kwaliteit van de beleidslogica van het Actieplan Veiligheid Lhbti 2019-2022 en het bijbehorende totstandkomingsproces. Daarnaast is met deze evaluatie het verloop van het uitvoeringsproces in kaart gebracht en zijn de voorlopige resultaten en vijf verdiepende casestudies gepresenteerd. Het doel hiervan is om aandachtspunten die voortkomen uit het onderzoek mee te nemen in verdere beleidsontwikkelingen. Het onderzoek is uitgevoerd tussen mei 2023 en maart 2024.
  • Plan- en procesevaluatie Mediation in strafzaken

    Hoekstra, M.S.; Riezen-Den Bak, R.R. van; Teeuwen, G. (WODC, 2024-05-13)
    Sinds 2017 kunnen slachtoffers en verdachten landelijk worden doorverwezen naar mediation in strafzaken (MiS). Mediation in strafzaken is een voorziening waarbij slachtoffers en verdachten tijdens de strafprocedure in gesprek kunnen over het strafbare feit, begeleid door twee mediators. Gemaakte afspraken worden door de officier van justitie of de rechter meegewogen bij het nemen van een beslissing over de zaak. De vraagstelling van dit onderzoek is tweeledig, waarbij deel I betrekking heeft op de planevaluatie en deel II op de procesevaluatie. Welke beleidsdoelstellingen liggen ten grondslag aan mediation in strafzaken en hoe verhouden deze beleidsdoelstellingen en de opzet van de voorziening zich tot de (internationale) literatuur aangaande herstelrecht? Hoe verloopt de toepassing van mediation in strafzaken in de praktijk?INHOUD Inleiding Planevaluatie Procesevaluatie Slothoofdstuk
  • Artificiële intelligentie, justitie en veiligheid

    Schuilenburg, M.; Bernasco, W.; Soudijn, M.; Landman, W.; Bootsma, J.; Staveren, M. van; Mutsaers, M.; Kempes, M.; Veltmeijer, E.; Haeringen, E. van; et al. (WODC, 2024-05-06)
    Wat is artificiële intelligentie (AI)? Welke maatschappelijke ontwikkelingen spelen er rond AI? En hoe raken deze ontwikkelingen het werkterrein van justitie en veiligheid? Om in het AI-narratief de juiste accenten te kunnen plaatsen, staan drie aandachtspunten in dit themanummer van Justitiële verkenningen centraal. In de eerste plaats hebben wij gezocht naar evenwicht tussen enerzijds de beloften die AI biedt voor een rechtvaardiger en veiliger samenleving, en anderzijds de risico’s die ermee verbonden zijn en de manieren waarop deze risico’s beperkt kunnen worden. Beide kanten van de medaille komen expliciet aan de orde in verschillende artikelen. In de tweede plaats is gekozen voor een accent op de actualiteit. De bijdragen gaan vooral over lopend onderzoek en over AI-toepassingen die nog volop in ontwikkeling zijn. De auteurs beschrijven ook minder succesvolle ervaringen en de lessen die daaruit getrokken kunnen worden. Ook richten velen de blik vooruit door toekomstige ontwikkelingen te verkennen. In de derde plaats staan vooral praktijkgerichte toepassingen van AI op de voorgrond. We hebben daarbij getracht om uiteenlopende sectoren en organisaties in de strafrechtketen en het veiligheidsdomein te bestrijken, waaronder gemeenten, de politie, de Koninklijke Marechaussee en de forensische zorg. INHOUD Inleiding Marc Schuilenburg en Melvin Soudijn - AI-criminaliteit: een verkenning van actuele verschijningsvormen Wouter Landman - Samenwerken met politiemachines. Politievakmanschap in het tijdperk van artificiële intelligentie Jorrit Bootsma en Mariel van Staveren - Op verkenning in de digitale frontlinie: de mogelijke toepassingen van kunstmatige intelligentie bij de Koninklijke Marechaussee Margriet Mutsaers en Maaike Kempes - Wat kan artificiële intelligentie betekenen voor de kwaliteit van de forensische advisering? Emmeke Veltmeijer, Erik van Haeringen en Charlotte Gerritsen - Geautomatiseerde herkenning en voorspellen van emoties voor crowdcontrol: kansen en risico’s Gabriele Jacobs, Friso van Houdt, ginger coons, Max van Meerten en Tijn Kuyper - Democratische uitdagingen van AI-toepassingen in het Living Lab Scheveningen Marc Steen - Ethische aspecten bij het ontwikkelen en toepassen van AI. Een methode voor reflectie en deliberatie Martijn Wessels, Jeroen van Rest, Liisa Janssens, Jesper van Putten en Ron Boots - Is meer écht wel beter? Technische, organisatorische en juridische overwegingen bij het opschalen van AItoepassingen binnen het veiligheidsdomein Summaries
  • De toepassing van het adolescentenstrafrecht bij 16- tot 23-jarigen - Kenmerken van (strafzaken van) de doelgroep en motivering door de rechter

    Prop, L.J.C.; Zeijlmans, K.; Laan, A.M. van der (WODC, 2024-04-22)
    Met het adolescentenstrafrecht wordt een flexibele toepassing van het jeugd- en volwassenenstrafrecht bij 16- tot 23-jarigen benadrukt. Onder bepaalde condities is het mogelijk om in zaken waarbij de adolescent op 16- en 17-jarige leeftijd het delict heeft gepleegd het volwassenenstrafrecht toe te passen (artikel 77b Sr.) en bij 18- tot 23-jarigen het jeugdstrafrecht (artikel 77c Sr.). Tevens is het voor de (kinder)rechter mogelijk om feiten gepleegd in de minder- en meerderjarigheid in één zaak te behandelen (artikel 495, lid 4 Sv.). Het WODC heeft de afgelopen jaren onderzoek verricht naar de toepassing van het adolescentenstrafrecht, waarbij de nadruk lag op de toepassing van het jeugdstrafrecht bij jongvolwassenen (zie link hiernaast). In een vervolgstudie wordt door het WODC onderzoek gedaan naar de toepassing van het adolescentenstrafrecht bij de gehele doelgroep van 16- tot 23-jarigen. Deze vervolgstudie is opgedeeld in twee deelonderzoeken. In het eerste deelonderzoek is de nauwkeurigheid onderzocht van de query om zaken waarbij sprake is van de toepassing van het adolescentenstrafrecht te identificeren (zie link hiernaast). In dit tweede deel wordt een inhoudelijke analyse gegeven van de flexibele toepassing van strafrecht bij 16- tot 23-jarigen. De onderzoeksvragen zijn als volgt: Wat zijn de kenmerken (van strafzaken) van 16- tot 23-jarigen bij wie sprake is van de toepassing van het adolescentenstrafrecht en waarin verschillen zij van 16- tot 23-jarigen die volgens het jeugd- en volwassenenstrafrecht zijn gesanctioneerd? Wat is de motivering van de rechter bij de toepassing van het adolescentenstrafrecht bij 16- tot 23-jarigen? In hoeverre wijkt de eis van de officier van justitie, het advies van deskundigen en het standpunt van de verdediging af van de beslissing van de rechter voor het toe te passen sanctiestelsel?
  • Evaluatie pilot kosteloze rechtsbijstand - Tussenrapportages - maart 2024 en mei 2023

    Winter, H. (Pro Facto, 2024-04-16)
    Deze tussenrapportages bevatten de eerste resultaten van de evaluatie Pilot kosteloze rechtsbijstand kinderbescherming (hierna: de pilot). Deze pilot houdt in dat ouders die te maken krijgen met een gezagsbeëindigende maatregel kosteloze rechtsbijstand kunnen krijgen. De pilot loopt van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2024. Op 1 september 2023 wordt de pilot mogelijk uitgebreid met procedures rond (spoed)uithuisplaatsingen, met uitzondering van procedures die zien op de verlenging van de uithuisplaatsing. De evaluatie van de pilot heeft als doel de uitvoering van de pilot te monitoren en na te gaan hoe kosteloze rechtsbijstand de rechtsbescherming van ouders vergroot.
  • Evaluatiekader Wet vaststellingsprocedure staatloosheid

    Mack, A.; Dungen, R. van den; Lazëri, M. (Regioplan beleidsonderzoek, 2024-04-15)
    Het Tweede Kamerlid Ceder (ChristenUnie) heeft tijdens de behandeling van het wetsvoorstel vaststellingsprocedure staatloosheid een motie ingediend. In de motie staat beschreven dat de doeltreffendheid van de aanpassingen geëvalueerd moet worden en effecten in kaart moeten worden gebracht. De motie Ceder is aangenomen op 31 mei 2022. Ter voorbereiding op deze evaluatie heeft Regioplan een evaluatiekader opgesteld voor de Wet vaststelling staatloosheid. Het onderzoek biedt inzicht in de wijze waarop de wet kan worden geëvalueerd en welke data daarvoor nodig zijn. Vraagstelling onderzoek: Wat zijn de doelen van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid zoals de wetgever die voor ogen had? Wat is het beoogde verloop van de vaststellingsprocedure voor staatloosheid? Welke indicatoren zijn van belang om de doelen en werking van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid te evalueren? Welke data zijn nodig om inzicht te krijgen in deze indicatoren? Wat is op dit moment nodig om de beschikbaarheid van de data ten tijde van de evaluatie te waarborgen?INHOUD Inleiding Beleidstheorie Naar een evaluatiekader Conclusies
  • Een passende plek voor statushouders? - Ervaringen met de woonomgeving en het huisvestingsbeleid van Syrische en Eritrese statushouders

    Meer, M. van der; Otten, K.; Noyon, S.M.; Hendriks, I.P.; Schans, J.M.D. (WODC, 2024-04-11)
    Het huidige onderzoek heeft het doel meer inzicht te bieden in welke aan huisvesting en de woonomgeving gerelateerde zaken voor mensen afkomstig uit Syrië en Eritrea belangrijk zijn geweest voor het opbouwen van hun leven in Nederland, nadat zij een woning in een gemeente toegewezen hebben gekregen. Daarnaast wordt beoogd meer kennis te verkrijgen over ervaringen met het huisvestingsproces en opvattingen over het huisvestingsbeleid. Daartoe zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: Welke factoren gerelateerd aan huisvesting en de woonomgeving zijn volgens mensen gevlucht uit Syrië en Eritrea zelf van belang voor het opbouwen van hun leven in Nederland? a Verandert het belang van deze factoren over de tijd? Hoe hebben mensen gevlucht uit Syrië en Eritrea het huisvestingsproces ervaren? Hoe kijken mensen gevlucht uit Syrië en Eritrea aan tegen het huidige huisvestingsbeleid (in algemene zin)? INHOUD Inleiding Verkenning van de literatuur Methodologische verantwoording Belangrijke factoren voor het opbouwen van een leven in Nederland Ervaringen met het huisvestingsproces en opvattingen over het huisvestingsbeleid Conclusies en discussie
  • National Risk Assessment Terrorismefinanciering 2023

    Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2024-04-03)
    Het Nederlandse beleid ter preventie en repressie van terrorismefinanciering is gebaseerd op de aanbevelingen door de Financial Action Task Force (FATF) en regelgeving van de Europese Unie (EU). Nederland is als lid van de FATF gebonden aan de aanbevelingen van dit intergouvernementeel orgaan gericht op het nemen van preventieve en repressieve maatregelen gericht op witwassen en terrorismefinanciering, maatregelen ten aanzien van nationale rechtsstelsels en internationale samenwerking. Voor de EU-lidstaten is het grootste deel van de FATF-aanbevelingen omgezet naar verschillende opeenvolgende anti-witwasrichtlijnen. Op grond van deze richtlijnen dienen de EU-lidstaten risicogericht beleid tegen witwassen en terrorismefinanciering te voeren en een National Risk Assessment (NRA) vast te stellen. Voor Nederland is de uitvoering van de NRA vastgelegd in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). De uitgevoerde risicoanalyse voor de NRA betreft de periode januari 20202 tot en met juni 2023. De NRA heeft een vijfledig doel: het identificeren van de terrorismefinanciering-dreigingen met de grootste potentiële impact (ofwel de grootste tf-dreigingen); het vaststellen van de hoogte van de potentiële impact van de grootste tf-dreigingen; het bepalen van de hoogte van de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium ter preventie en/of repressie van de grootste tf-dreigingen; het bieden van inzicht in de aard en mechanismen van de grootste tf-dreigingen; en het bepalen van het risiconiveau van de grootste tf-dreigingen door de potentiële impact van de dreigingen af te zetten tegen de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium.INHOUD Inleiding Onderzoeksmethode Wat maakt Nederland kwetsbaar voor terrorismefinanciering? Grootste dreigingen terrorismefinanciering Weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium Conclusies
  • National Risk Assessment Witwassen 2023

    Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2024-04-03)
    Het Nederlandse beleid ter preventie en repressie van witwassen is gebaseerd op de aanbevelingen door de Financial Action Task Force (FATF) en regelgeving van de Europese Unie (EU). Nederland is als lid van de FATF gebonden aan de aanbevelingen van dit intergouvernementeel orgaan gericht op het nemen van preventieve en repressieve maatregelen tegen witwassen en terrorismefinanciering, maatregelen ten aanzien van nationale rechtsstelsels en internationale samenwerking. Voor de EU-lidstaten is het grootste deel van de FATF-aanbevelingen omgezet naar verschillende opeenvolgende anti-witwasrichtlijnen. Op grond van deze richtlijnen dienen de EU-lidstaten risicogericht beleid tegen witwassen en terrorismefinanciering te voeren en een National Risk Assessment (NRA) vast te stellen. Voor Nederland is de uitvoering van de NRA vastgelegd in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). De uitgevoerde risicoanalyse voor de NRA betreft de periode januari 20202 tot en met juni 2023. De NRA heeft een vijfledig doel: het identificeren van de witwasdreigingen met de grootste potentiële impact (ofwel de grootste witwasdreigingen); het vaststellen van de hoogte van de potentiële impact van de grootste witwasdreigingen; het bepalen van de hoogte van de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium ter preventie en/of repressie van de grootste witwasdreigingen; het bieden van inzicht in de aard en mechanismen van de grootste witwasdreigingen; en het bepalen van het risiconiveau van de grootste witwasdreigingen door de potentiële impact van de dreigingen af te zetten tegen de weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium. INHOUD Inleiding Onderzoeksmethodiek Wat maakt Nederland kwetsbaar voor witwassen? Grootste witwasdreigingen Weerbaarheid van het beleidsinstrumentarium Nationale wet- en regelgeving Conclusies
  • Richten op de regenboog - Een onderzoek naar daders en prevalentie van geweld tegen LHBTQ-personen

    Seidler, Y.; Wolff, R.; Woord, E. ter; Schans, K. van der (Erasmus Universiteit Rotterdam - Risbo, 2024-03-20)
    Dit onderzoek heeft als doel om een beeld te krijgen van a) de daders van geweld tegen LHBTQ-personen en b) de context waarbinnen deze incidenten plaatsvinden. De centrale onderzoeksvraag luidt: Welke kenmerken en motieven hebben daders van geweld gericht tegen LHBTQ-personen en wat is de aard en omvang van dit geweld? Om deze vraag te beantwoorden hebben wij ons gericht op de volgende deelvragen: Wat is er bekend over de prevalentie van geweld tegen LHBTQ-personen in Nederland? Welke vormen van geweld tegen LHBTQ-personen kunnen worden onderscheiden? Welke groepen binnen de LHBTQ-gemeenschap zijn het meest kwetsbaar voor geweld? In hoeverre doen LHBTQ-personen aangifte van verschillende geweldsincidenten en welke factoren zijn hierop van invloed? Welke regionale verschillen bestaan er met betrekking tot geweld tegen LHBTQ-personen? Wat zijn de achtergrondkenmerken van daders die betrokken zijn bij de verschillende categorieën van geweld tegen LHBTQ-personen? Welke motieven kunnen aan de verschillende dadertypes worden toegeschreven? Welke maatregelen zouden mogelijk effectief kunnen zijn in het voorkomen en bestrijden van geweld tegen LHBTQ-personen?INHOUD Inleiding Wat is er bekend over LHBTQ-gerelateerd geweld? Onderzoeksmethoden en -verantwoording LHBTQ-discriminatie in politieregistraties Over de slachtoffers en context van de geweldsincidenten Over de daders Daderprofielen Reflectie van LBTIQ-belangenverenigingen en slachtoffers Conclusie

View more