Loading...
Het decryptiebevel en het nemo-teneturbeginsel
Koops, B.-J.
Koops, B.-J.
Citations
Altmetric:
Organisatie / Institution
Serie / Series
Onderzoek en beleid 305
Project
2180
Externe Link
Link naar nieuwsbericht
Collections
Research Projects
Organizational Units
Journal Issue
Ondertitel / Subtitle
Nopen ontwikkelingen sinds 2000 tot invoering van een ontsleutelingsplicht voor verdachten?
Abstract
A study carried out in 2000 concluded that it is a major breach of the privilege to compel suspects to decrypt their data and that this could not be justified in the interest of criminal investigation. However, since 2000 there have been new developments in the field of technology and case-law on the privilege against self-incrimination. Following the Amsterdam child-abuse case involving Robert M., the Dutch Second Chamber also raised the question whether a decryption order should be newly introduced for suspects. The main question investigated in this report is: to what degree can a decryption order (an order enforcing co-operation to access protected data) be considered compatible with the privilege against self-incrimination?
In 2000 heeft prof. dr. E.J. Koops een omvangrijke publicatie over het decryptiebevel aan de verdachte geschreven (E.J. Koops, Verdachte en ontsleutelplicht: hoe ver reikt nemo tenetur? 2000). Daarin kwam hij tot de slotsom dat een dergelijke regeling een inbreuk op het nemo tenetur-beginsel maakt en dat er onvoldoende argumenten waren om die inbreuk te rechtvaardigen. Hij liet echter ruimte voor een andere afweging indien de ontwikkelingen daartoe aanleiding zouden geven. De huidige ontwikkelingen – in het bijzonder ten aanzien van kinderpornografie en encryptietechniek, maar ook met betrekking tot de jurisprudentie van het EHRM ten aanzien van het nemo tenetur-beginsel – geven aanleiding om het onderzoek uit 2000 te actualiseren. Deze actualisatie is gerealiseerd aan de hand van literatuuronderzoek, analyse van de buitenlandse rechtsontwikkeling en vijf semi-gestructureerde interviews met deskundigen uit de opsporingspraktijk. INHOUD: 1. Inleiding 2. De omsleutelplicht voor verdachten anno 2000 3. Ontwikkelingen in cryptografie en cryptogebruik 4. Ontwikkelingen in de Europese rechtspraak van art. 6 EVRM 5. Ontwikkelingen in het Nederlands recht 6. Ontwikkelingen in het buitenlandse recht 7. Analyse 8. Conclusies en aanbevelingen
In 2000 heeft prof. dr. E.J. Koops een omvangrijke publicatie over het decryptiebevel aan de verdachte geschreven (E.J. Koops, Verdachte en ontsleutelplicht: hoe ver reikt nemo tenetur? 2000). Daarin kwam hij tot de slotsom dat een dergelijke regeling een inbreuk op het nemo tenetur-beginsel maakt en dat er onvoldoende argumenten waren om die inbreuk te rechtvaardigen. Hij liet echter ruimte voor een andere afweging indien de ontwikkelingen daartoe aanleiding zouden geven. De huidige ontwikkelingen – in het bijzonder ten aanzien van kinderpornografie en encryptietechniek, maar ook met betrekking tot de jurisprudentie van het EHRM ten aanzien van het nemo tenetur-beginsel – geven aanleiding om het onderzoek uit 2000 te actualiseren. Deze actualisatie is gerealiseerd aan de hand van literatuuronderzoek, analyse van de buitenlandse rechtsontwikkeling en vijf semi-gestructureerde interviews met deskundigen uit de opsporingspraktijk. INHOUD: 1. Inleiding 2. De omsleutelplicht voor verdachten anno 2000 3. Ontwikkelingen in cryptografie en cryptogebruik 4. Ontwikkelingen in de Europese rechtspraak van art. 6 EVRM 5. Ontwikkelingen in het Nederlands recht 6. Ontwikkelingen in het buitenlandse recht 7. Analyse 8. Conclusies en aanbevelingen
Title
Uitgever / Publisher
Boom Lemma
Publicatiedatum / Publication date
2012