Loading...
De Wet prejudiciƫle vragen aan de Hoge Raad
Giesen, I. ; Kristen, F.G.H. ; Jong, E.R. de ; Warren, C.J.D. ; Sikkema, E. ; Overheul, A.M. ; Nijs, A.S. de ; Vytopil, A.L.
Giesen, I.
Kristen, F.G.H.
Jong, E.R. de
Warren, C.J.D.
Sikkema, E.
Overheul, A.M.
Nijs, A.S. de
Vytopil, A.L.
Citations
Altmetric:
Organisatie / Institution
Serie / Series
WODC Rapport 2631
Project
2631
Externe Link
Link naar nieuwsbericht
Collections
Research Projects
Organizational Units
Journal Issue
Ondertitel / Subtitle
Een tussentijdse evaluatie in het licht van de mogelijke invoering in het strafrecht
Abstract
In this summary the two lines of research that were central to this project come together. The first, in section 12.3, regards the evaluation of the Act on Requests for a Preliminary Ruling to the Hoge Raad (the Dutch Supreme Court) in civil law matters. The second, in section 12.4, regards the question whether the introduction of a similar scheme in criminal law is possible, and if so, under what circumstances and conditions.
Op 1 juli 2012 is de āWet prejudiciĆ«le vragen aan de Hoge Raadā in werking getreden.1 Deze wet (hierna ook wel Wpv of Wet prejudiciĆ«le vragen genoemd) maakt het voor de civiele feitenrechter (rechtbank en hof) mogelijk om gedurende een civiele procedure en alvorens daarin een einduitspraak te doen, prejudiciĆ«le vragen te stellen aan de Hoge Raad. De regeling is neergelegd in art. 81a RO en de artt. 392-394 Rv. De probleemstelling die in dit onderzoek voorligt, kan als volgt worden geformuleerd: Hoe werkt de huidige procedure voor het stellen van prejudiciĆ«le vragen aan de Hoge Raad in het civiele recht? Is het mogelijk, en zo ja, onder welke omstandigheden, om in het strafrecht een prejudiciĆ«le vraagprocedure in te voeren? INHOUD: 1. Inleiding: aanleiding, opzet, methode 2. De huidige wettelijke regeling op hoofdlijnen 3. Analyse van (de jurisprudentie en literatuur over) de civielrechtelijke regeling 4. Empirische analyse van de wettelijke regeling 5. Conclusies ten aanzien van de civielrechtelijke regeling 6. Argumenten in de strafrechtelijke literatuur over de wenselijkheid van een prejudiciĆ«le procedure in het strafrecht en de verhouding in cassatie in het belang der wet 7. Empirische analyse: invoering in het strafrecht? 8. Synthese in het strafrecht 9. Samenvatting 10. Lijst van geraadpleegde literatuur 11. Bijlagen 12. Summary
Op 1 juli 2012 is de āWet prejudiciĆ«le vragen aan de Hoge Raadā in werking getreden.1 Deze wet (hierna ook wel Wpv of Wet prejudiciĆ«le vragen genoemd) maakt het voor de civiele feitenrechter (rechtbank en hof) mogelijk om gedurende een civiele procedure en alvorens daarin een einduitspraak te doen, prejudiciĆ«le vragen te stellen aan de Hoge Raad. De regeling is neergelegd in art. 81a RO en de artt. 392-394 Rv. De probleemstelling die in dit onderzoek voorligt, kan als volgt worden geformuleerd: Hoe werkt de huidige procedure voor het stellen van prejudiciĆ«le vragen aan de Hoge Raad in het civiele recht? Is het mogelijk, en zo ja, onder welke omstandigheden, om in het strafrecht een prejudiciĆ«le vraagprocedure in te voeren? INHOUD: 1. Inleiding: aanleiding, opzet, methode 2. De huidige wettelijke regeling op hoofdlijnen 3. Analyse van (de jurisprudentie en literatuur over) de civielrechtelijke regeling 4. Empirische analyse van de wettelijke regeling 5. Conclusies ten aanzien van de civielrechtelijke regeling 6. Argumenten in de strafrechtelijke literatuur over de wenselijkheid van een prejudiciĆ«le procedure in het strafrecht en de verhouding in cassatie in het belang der wet 7. Empirische analyse: invoering in het strafrecht? 8. Synthese in het strafrecht 9. Samenvatting 10. Lijst van geraadpleegde literatuur 11. Bijlagen 12. Summary
Title
Uitgever / Publisher
Universiteit Utrecht - Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall)
Publicatiedatum / Publication date
2016