Loading...
De overeenstemming tussen zelfgerapporteerde jeugdcriminaliteit en bij de politie bekende jeugdige verdachten
Weijters, G. ; Laan, A.M. van der ; Kessels, R.J. (medew.)
Weijters, G.
Laan, A.M. van der
Kessels, R.J. (medew.)
Citations
Altmetric:
Organisatie / Institution
Serie / Series
Cahiers 2016-03
Project
2034
Externe Link
Link naar nieuwsbericht
Collections
Research Projects
Organizational Units
Journal Issue
Ondertitel / Subtitle
Abstract
In this study the extent is investigated to which self-reports of delinquent behavior measured by the Youth Delinquency Survey (MZJ) are complementary to juvenile crime measured with police records. At first the representativeness of the MZJ concerning the presence of 12- to 17-year olds in police records is examined. Secondly, more insight into the similarities and differences between self-reported offenders and police suspects is gained. Self-reports focus on less serious offences, while mainly serious offences are recorded in police records. The general idea is that using both self-reports and police records will offer a more complete picture of juvenile crime. In this study the 2010 measurements of the MZJ are used. The MZJ is a nationally representative sample of young people aged 10 to 17 years. See also the link to part I of this research at: More information.
In dit onderzoek is nagegaan in hoeverre zelfrapportage van delinquent gedrag gemeten met de Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit (MZJ) een aanvulling geeft op jeugdcriminaliteit gemeten met politieregistraties. Hiervoor is ten eerste gekeken naar de representativiteit van de MZJ wat betreft het voorkomen van jongeren in de politieregistraties. Vervolgens is meer inzicht willen verkregen in de overeenkomsten en verschillen tussen zelfgerapporteerde daders en door de politie geregistreerde verdachten. Zelfrapportage richt zich vooral op lichtere vormen van criminaliteit, terwijl in de politieregistraties vooral de meer ernstige delicten voorkomen. De algemene gedachte is dat de bronnen samen een completer beeld van de jeugdcriminaliteit geven. In dit onderzoek is gebruikgemaakt van de 2010 meting van de MZJ. De MZJ is een landelijk representatieve steekproef van jongeren in de leeftijd 10 tot en met 17 jaar. Het huidige onderzoek is beperkt tot de 12- tot en met 17-jarigen, omdat deze groep strafrechtelijk vervolgd kan worden en daardoor ook als verdachte worden geregistreerd. De jongeren zijn gevraagd of hun gegevens uit de MZJ gekoppeld mochten worden aan de politieregistraties. De tachtig jongeren die dit geweigerd hebben, zijn verder niet meegenomen in dit onderzoek. Zie ook deel I van dit onderzoek (projectnummer 2033). INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Vergelijking respons- en non-responsgroep wat betreft voorkomen in de politieregistratie 4. Voorkomen van zelfgerapporteerde daders in de politieregistratie 5. Voorkomen van door de politie geregistreerde verdachten in zelfrapportage 6. Conclusie en discussie
In dit onderzoek is nagegaan in hoeverre zelfrapportage van delinquent gedrag gemeten met de Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit (MZJ) een aanvulling geeft op jeugdcriminaliteit gemeten met politieregistraties. Hiervoor is ten eerste gekeken naar de representativiteit van de MZJ wat betreft het voorkomen van jongeren in de politieregistraties. Vervolgens is meer inzicht willen verkregen in de overeenkomsten en verschillen tussen zelfgerapporteerde daders en door de politie geregistreerde verdachten. Zelfrapportage richt zich vooral op lichtere vormen van criminaliteit, terwijl in de politieregistraties vooral de meer ernstige delicten voorkomen. De algemene gedachte is dat de bronnen samen een completer beeld van de jeugdcriminaliteit geven. In dit onderzoek is gebruikgemaakt van de 2010 meting van de MZJ. De MZJ is een landelijk representatieve steekproef van jongeren in de leeftijd 10 tot en met 17 jaar. Het huidige onderzoek is beperkt tot de 12- tot en met 17-jarigen, omdat deze groep strafrechtelijk vervolgd kan worden en daardoor ook als verdachte worden geregistreerd. De jongeren zijn gevraagd of hun gegevens uit de MZJ gekoppeld mochten worden aan de politieregistraties. De tachtig jongeren die dit geweigerd hebben, zijn verder niet meegenomen in dit onderzoek. Zie ook deel I van dit onderzoek (projectnummer 2033). INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Vergelijking respons- en non-responsgroep wat betreft voorkomen in de politieregistratie 4. Voorkomen van zelfgerapporteerde daders in de politieregistratie 5. Voorkomen van door de politie geregistreerde verdachten in zelfrapportage 6. Conclusie en discussie
Title
Uitgever / Publisher
WODC
Publicatiedatum / Publication date
2016