Repository van het WODC

WODC Repository

De WODC Repository is de online bibliotheek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). In deze bibliotheek publiceert het WODC alle onderzoeksrapporten en andere publicaties.

Gebruik het zoekvak bovenaan om publicaties te zoeken of gebruik het menu om te filteren op bijvoorbeeld publicatiedatum of auteur. Voor geavanceerd gebruik van de zoekfunctie is een hulppagina beschikbaar.

Bij problemen met de repository kunt u contact opnemen met het WODC.


The WODC Repository is the online library of the Research and Documentation Centre (WODC). The WODC publishes all research reports and other publications in this library.

Use the search box at the top to search for publications or use the menu to filter by publication date or author, for example. A help page is available for advanced use of the search function.

If you have problems with the repository, please contact the WODC.
 

  • Capaciteitsbehoefte Justitiële Ketens t/m 2026 - Beleidsneutrale ramingen

    Mooelenaar, D.E.G.; Kriege, A.G.; Diephuis, B.J. (WODC, 2021-06-17)
    De ramingen in dit rapport zijn gemaakt met het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) versie 2020. Het PMJ bestaat uit twee onderdelen, namelijk een model voor de veiligheidsketen en een model voor het civiel- en bestuursrechtelijke deel van de justitiële keten. Het model voor de veiligheidsketen bevat onderdelen zoals onder andere opsporing, vervolging en berechting, straffen en maatregelen, vreemdelingenbewaring, gevangeniswezen, justitiële jeugdinrichtingen, reclassering, gesubsidieerde rechtsbijstand in strafzaken en slachtofferzorg. Het model voor civiel- en bestuursrechtelijke keten bevat de onderdelen civiele rechtspraak, bestuursrechtspraak en gesubsidieerde rechtsbijstand in civiele zaken en bestuurszaken. Dit rapport zal niet uitgebreid ingaan op alle onderdelen van het PMJ maar alleen de belangrijkste elementen eruit lichten. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Achtergrondfactoren, 3. Overtredingen, 4. Misdrijven, 5. Tenuitvoerlegging, 6. Reclassering, kinderbescherming en rechtsbijstand, 7. Civiel recht en bestuursrecht, 8. Nawoord.
  • Vrijheid blijheid? - Een plan- en procesevaluatie van tien Koers en kansenpilots die zijn gericht op de re-integratie van ex-gedetineerden

    Jacobs, M.J.G.; Reijden, L.S. van der; Moors, J.A. (EMMA, 2021-06-15)
    In 2015 startte het ministerie van Justitie en Veiligheid het programma Koers en kansen voor de sanctie-uitvoering. Met het programma wil het ministerie de sanctie-uitvoering robuust én flexibel maken. Maar bovenal gaat het erom de recidive van ex-gedetineerden omlaag te krijgen. Het programma wil vernieuwende projecten uit de lokale praktijk stimuleren, leerervaringen verzamelen, en de succesvolle projecten of onderdelen daarvan benoemen, behouden en verder implementeren. In het kader van het programma is een plan- en een procesevaluatie gedaan van in totaal tien pilotprojecten. Deze tien projecten zijn specifiek gericht op re-integratie en daarmee op het voorkomen van recidive van ex-gedetineerden. In dit rapport wordt verslag gedaan van deze plan- en procesevaluatie. Het doel van het onderzoek is: Inzicht krijgen in de ervaringen met en de ervaren impact van een selectie van projecten/interventies die in het programma Koers en kansen zijn opgenomen, gericht op (i) de re-integratie van (ex-) gedetineerden en (ii) de samenwerking tussen gemeenten, zorg en de overige netwerkpartners in het justitiedomein. INHOUD: 1. Inleiding en achtergrond 2. Re-integratie en recidivebeperking: effectieve interventies 3. Programmalogica van tien Koers en kansen-pilotprojecten 4. Planevaluatie van de pilotprojecten 5. Planevaluatie: beantwoording onderzoeksvragen 6. Procesevaluatie: inleiding en werkwijze 7. De uitvoeringspraktijken in de onderzochte pilots 8. Procesevaluatie: beantwoording onderzoeksvragen
  • Evidence-based interventies tijdens detentie

    Ljujic, V.; Homburg, G.; Zoetelief, I. (Regioplan beleidsonderzoek, 2021-06-15)
    Het doel van dit onderzoek is om meer inzicht te krijgen in het aanbod van effectieve (bij voorkeur evi-dence-based) justitiële interventies voor het verbeteren van de basisvoorwaarden voor succesvolle re-integratie en het terugdringen van recidive onder volwassen gedetineerden. De centrale vraag is: welke evidence-based interventies worden in Nederlandse penitentiaire instellingen ingezet (of zouden inge-zet kunnen worden) tijdens detentie en wat zijn de randvoorwaarden voor een effectieve uitvoering? Evidence-based geldt als een strenge eis en daarom richt het onderzoek zich ook op interventies die niet evidence-based zijn, maar wel een goede onderbouwing hebben met wetenschappelijke of praktijkken-nis en waarnaar bij voorkeur procesevaluaties zijn uitgevoerd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Afbakening en methode van onderzoek 3. Inventarisatie 4. Uitvoering en randvoorwaarden 5. Conclusie.
  • Evaluatie van de opbouw en meetbaarheid van de Nederlandse Cybersecurity Agenda

    Brennenraedts, R.; Hanswijk, M.; Jansen, R.; Kats, J.; Sahebali, W.; Hermanussen, L. (Dialogic innovatie interactie, 2021-06-10)
    Veiligheid in het digitale domein is voor het kabinet een topprioriteit, en zodoende is door verschillende departementen in samenwerking met publieke en private partijen en de wetenschap in 2018 de Nederlandse Cyber Security Agenda (NCSA) geschreven. Met de NCSA heeft het kabinet de koers voor de aanpak van cybersecurity in de komende jaren uitgezet. Er bestaat dan ook grote behoefte om zicht te krijgen op de uitvoering en het effect van de NCSA. Het onderhavige onderzoek is één van de stappen die worden gezet om dit te bereiken en betreft een planevaluatie van de beleidsmaatregelen. Het onderzoek dient onder meer als voorbereiding op een mogelijke proces- en effectevaluatie. De onderzoeksvragen van dit onderzoek zijn als volgt: A. Opbouw NCSA - 1. Wat waren de doelen van de Nederlandse Cyber Security Agenda (NCSA)? 2. Welke beleidsmaatregelen vallen onder de NCSA? 3. Wat kan voor iedere beleidsmaatregel – op beknopte wijze - worden gezegd over: a) De onderbouwing van (de keuze voor) de maatregel? b) De vooraf verwachte bijdrage van de maatregel aan de realisatie van de strategiedoelen? c) De doelen van de maatregel? d) De vooraf veronderstelde wijze waarop de doelen gerealiseerd moeten worden? e) De beleidsinstrumenten die onder de maatregel vallen? f) De bij de maatregel betrokken organisaties? B. Meetbaarheid NCSA -4. Bij welke beleidsmaatregelen is het meten van het doelbereik al dan niet ‘kansrijk’? Welke aspecten bemoeilijken het meten van het doelbereik? 5. Welke beleidsmaatregelen zijn – uitgaande van de antwoorden op bovenstaande onderzoeksvragen – mogelijk geschikt om bij het eventuele vervolgonderzoek te betrekken? Om welke redenen zijn deze mogelijk geschikt? En (voor zover mogelijk): waarom zijn de andere maatregelen niet geschikt om bij het eventuele vervolgonderzoek te betrekken?
  • Ontwikkeling zwaarte misdrijfzaken

    Homburg, G. (Cebeon, 2021-06-10)
    De geregistreerde criminaliteit is in de afgelopen twee decennia steeds verder gedaald. Dat is niet goed terug te zien in de prestaties van de strafrechtketen. In het bijzonder is het niet gelukt om doorlooptijden in de strafrechtketen terug te dringen. Partijen in de keten verklaren dat onder andere door een toename van de zaakzwaarte, die het gevolg is van maatschappelijke, juridische en technisch-inhoudelijke ontwikkelingen. Dit onderzoek is bedoeld om meer inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de zaakzwaarte in de strafrechtketen en in de mogelijkheden om de zwaarte en de verzwaring van strafzaken te meten en te kwantificeren. De onderzoeksvragen luiden: 1. Welke definitie van zaakzwaarte kan worden gehanteerd? 2. Hoe kan de aldus gedefinieerde zaakzwaarte geoperationaliseerd worden: is het mogelijk zaakzwaarte te kwantificeren? 3. Zo ja, hoe heeft de zaakzwaarte van de sinds 2010 door politie, OM en rechter afgedane misdrijfzaken zich ontwikkeld? 4. Welke oorzaken van genoemde ontwikkelingen zijn aan te wijzen? 5. Zijn er verdere differentiaties bij de beantwoording van vraag 2 en 3 aan te geven, in termen van bepaalde tijdvakken, soorten zaken, kenmerken van zaken, fasen van het strafproces of regionale verschillen? 6. In hoeverre en in welke mate kunnen de bevindingen onder 3, 4 en 5 verklaren dat de zwaarte van misdrijfzaken af- of toeneemt?

View more