Repository van het WODC

WODC Repository

De WODC Repository is de online bibliotheek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). In deze bibliotheek publiceert het WODC alle onderzoeksrapporten en andere publicaties.

Gebruik het zoekvak bovenaan om publicaties te zoeken of gebruik het menu om te filteren op bijvoorbeeld publicatiedatum of auteur. Voor geavanceerd gebruik van de zoekfunctie is een hulppagina beschikbaar.

Bij problemen met de repository kunt u contact opnemen met het WODC.


The WODC Repository is the online library of the Research and Documentation Centre (WODC). The WODC publishes all research reports and other publications in this library.

Use the search box at the top to search for publications or use the menu to filter by publication date or author, for example. A help page is available for advanced use of the search function.

If you have problems with the repository, please contact the WODC.
 

  • Regulering van immersieve technologieën

    Schermer, B.W.; Ham, J. van (Considerati, 2021-08)
    Net als vele andere digitale innovaties bieden immersieve technologieën grote kansen voor onze samenleving. Immersieve technologieën zoals virtual reality en augmented reality kunnen mensen op nieuwe manieren bij elkaar brengen, spelen een rol in de behandeling van ziekten en pijn, vullen de werkelijkheid aan met nuttige informatie en bieden nieuwe vormen van spel en entertainment. Tegelijkertijd brengen de ontwikkeling en het gebruik van immersieve technologieën ook nieuwe risico’s met zich mee. Dit roept de vraag op hoe wij de ontwikkeling en het gebruik van immersieve technologieën moeten reguleren. De probleemstelling voor dit onderzoek is daarom: Dient de verwachte doorbraak van immersieve technologie te leiden tot aanpassingen van de bestaande reguleringskaders en wettelijke voorschriften en zo ja, op welke wijze? Het valt te verwachten dat een brede adoptie van immersieve technologieën ongewenste effecten gaat hebben en maatschappelijke vragen oproept. Op basis van ons onderzoek komen wij tot de volgende categorisering van mogelijke vraagstukken / risico’s die een brede adoptie van immersieve technologieën met zich mee kan brengen: 1) schadelijke en illegale gedragingen in virtuele werelden; 2) schadelijke gevolgen door het gebruik van immersieve technologieën in de fysieke wereld; 3) schadelijke effecten ingegeven door het gebruik / misbruik van immersieve technologieën; 4) sociaal-maatschappelijke vraagstukken; en 5) misbruik van immersieve technologieën door derden.
  • Frankes Twee eeuwen gevangen: dertig jaar later

    Swaaningen, R. van; Molleman, T.; Boone, M.; Serrarens, J.; Beijerse, J. uit; Otten, Chr.; Fijnaut, C.; Ippel, P.; Nagtegaal, M. (WODC, 2021-07-28)
    ARTIKELEN: 1. Inleiding 2. René van Swaaningen - Civilisatie en emancipatie, maar van wie precies? Twee eeuwen gevangen dertig jaar later 3. Toon Molleman - Toen en nu: heeft het gevangeniswezen de middelen om zijn doelen te bereiken? 3. Miranda Boone - Van zelfdwang naar zachte macht. Civilisatie slokt emancipatie op 4. Judith Serrarens - Over emancipatie en de rechtspositie van gedetineerden. Levensomstandigheden in gevangenis ernstig verslechterd tijdens corona 5. Jolande uit Beijerse - Broze fundamenten en alarmerende signalen. Lessen uit het ‘cellulaire drama’ voor gesloten jeugdhulp 6. Christine Otten - In de roman kun je iedereen zijn. Over creatief schrijven in gevangenschap 7. Cyrille Fijnaut - De betekenis van Herman Frankes proefschrift in een internationaal vergelijkende context 8. Pieter Ippel - Macht, emancipatie, onmacht. Over de geschiedenis van het lijden van gedetineerden en gekken SAMENVATTING: Dit themanummer van Justitiële verkenningen (nr. 2/20021) is gewijd aan de recente heruitgave van Herman Frankes proefschrift Twee eeuwen gevangen. Misdaad en straf in Nederland. De vermaarde criminoloog, die zich later zou ontwikkelen tot romanschrijver, leverde destijds, in 1990, een dissertatie van bijna duizend pagina’s af. Onder studenten werd het wel ‘de baksteen’ genoemd. Niettemin leest het boek als een roman. Met veel gevoel voor detail wordt een beeld geschetst van de praktijk van het straffen gedurende twee eeuwen, de veranderingen die daarin optraden, en de politieke en maatschappelijke discussies die erover werden gevoerd. Er verscheen ook een publieksversie en de verkorte Engelse uitgave werd door de American Society of Criminology bekroond als beste buitenlandse studie. Het theoretisch fundament voor de beschouwing van Franke vormt de civilisatietheorie van Norbert Elias. De verschuiving van externe naar interne dwang, zoals die zich in de hele samenleving voltrok, maakte in de gevangenis ruimte voor varianten van straf die een groter beroep deden op de zelfdiscipline van gedetineerden (verlof, voorwaardelijke straf en voorwaardelijke veroordeling). Franke zette zich af tegen op dat moment dominante theoretische perspectieven, zoals de disciplineringsthese van Foucault (1975) en de arbeidsmarkthypothese van Rusche en Kirchheimer (1939). Een van zijn belangrijkste bezwaren tegen deze verklaringen is dat ze het doen voorkomen of veranderingen het gevolg zijn van menselijke bedoelingen. Zijn analyse laat juist zien dat veranderingen niet worden gestuurd, maar ontstaan. Ze zijn veel meer het gevolg van toevalligheden en tekortkomingen van menselijke strevingen en ze zijn ingebed in grotere maatschappelijke processen. In deze aflevering van Justitiële verkenningen wordt in acht artikelen gereflecteerd op het hedendaagse gevangeniswezen vanuit de optiek van het boek. Aldus biedt dit themanummer handvatten om in publieke en wetenschappelijke discussies over straf en detentie boven de waan van de dag uit te stijgen en nieuwe ontwikkelingen te relateren aan de theoretische concepten die Franke heeft geïntroduceerd.
  • Advocaat bij politieverhoor 2017-2019

    Geurts, T.; Hoekstra, M.S.; Aidala, R. (medew.); Beenakkers, E.M.Th. (medew.); Lierop, L.E.H.P. van (medew.); Teeuwen, G. (medew.) (WODC, 2021-07-12)
    In deze rapportage wordt voortgebouwd op eerder onderzoek van Klein Haarhuis (2018). In dit eerdere onderzoek stond de opstartfase van het nieuwe recht centraal (de periode van 1 maart 2016 - 1 maart 2017) en de stand van zaken werd vooral beschreven vanuit de politieorganisatie. Bovendien konden zwaardere zaken maar beperkt worden meegenomen. Het onderhavige onderzoek belicht het nieuwe recht opnieuw, maar dan vooral vanuit het advocatenperspectief en één tot drie jaar na de invoering van het recht. Een wijziging in onderzoeksmethodiek zorgde ervoor dat we ditmaal meer van de zwaarste zaken in de analyse konden betrekken. Daarnaast is nog gekeken naar twee wijzigingen die gelijktijdig met de wettelijke verankering werden doorgevoerd, te weten de beperkte uitbreiding van bevoegdheden van de advocaat en de verlenging van de ophoudtermijn bij ernstigere strafbare feiten van zes naar maximaal negen uur. Het onderhavige onderzoek richt zich op verhoorbijstand voor meerderjarige verdachten van strafbare feiten waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is. Vooral voor deze onderzoeksonderwerpen bestaan er beleidsmatig gezien relevante kennislacunes. Onder verhoorbijstand rekenen we de door advocaten verleende bijstand tijdens het politiële verdachtenverhoor en het verhoor voor de inverzekeringstelling (ivs-verhoor). De volgende vier onderzoeksvragen staan in deze rapportage centraal: 1. Hoe verloopt de invoering van de Implementatiewet in termen van organisatie en werkprocessen? 2. Hoe pakt de implementatie van het recht op verhoorbijstand in de praktijk uit? 3. Welke rol heeft de advocaat tijdens het verhoor? 4. Hoe hebben de uitgaven aan (piket)vergoedingen voor consultatie- en verhoor-bijstand zich ontwikkeld? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Achtergronden bij het onderzoek, 3. Organisatie en werkprocessen, 4. Effectuering van het recht, 5. Invulling van de advocatenrol, 6. Conclusie
  • Online ontspoord - Een verkenning van schadelijk en immoreel gedrag op het internet in Nederland

    Huijstee, M. van; Nieuwenhuizen, W.; Sanders, M.; Masson, E.; Boheemen, P. van (Rathenau Instituut, 2021-07-07)
    Het WODC verzocht het Rathenau Instituut om de volgende centrale onderzoeksvraag te beantwoorden: Wat zijn de aard en de omvang van online schadelijk en immoreel gedrag in Nederland, wat zijn de onderliggende mechanismen en oorzaken, en welke handelingsperspectieven zijn er voor het ministerie en de overheid als geheel voor het beperken van schadelijk en immoreel gedrag op internet? Met dit rapport zet het Rathenau Instituut een schijnwerper op online gedrag dat zich in een moreel schemergebied bevindt, en waar de overheid nu nog handelingsverlegen is. Het gaat om online gedrag dat als schadelijk en/of immoreel kan worden geduid. Dat gedrag kan schadelijk zijn voor individuen, maar ook voor grotere groepen of de samenleving als geheel. Een deel van het gedrag dat we in dit onderzoek bespreken is in strijd met bepaalde grondrechten en wetten, en daarmee onrechtmatig of strafbaar. Toch blijkt het voor internetgebruikers online een stuk lastiger om te beoordelen wanneer iets door de beugel kan. De online omgeving is niet de facto wettelozer of grenzelozer dan de offline wereld, maar wordt wel sneller zo ervaren. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Aanpak, 3. Taxonomie van schadelijk en immoreel gedrag online, 4. Mechanismen van immoreel en schadelijk gedrag, 5. De huidige aanpak van schadelijk gedrag online, 6. Strategische agenda
  • (N)ooit Nederlander worden? - Naturalisatie van Ranov-vergunninghouders

    Noyon, S.M.; Schans, D. (WODC, 2021-07-07)
    Van de 28.307 mensen die in de periode 2007-2009 een Ranov-vergunning toegekend kregen, waren er op 1 mei 2021 nog 26.152 bekend bij de IND. Van deze groep is zo’n 60% inmiddels Nederlander geworden. Van de 10.484 Ranov-vergunninghouders die nog niet genaturaliseerd zijn, heeft de overgrote meerderheid (90%) (nog) geen naturalisatieverzoek ingediend. Er zijn grote verschillen op basis van oorspronkelijke nationaliteit wat betreft het percentage genaturaliseerden en qua percentages ingediende naturalisatieverzoeken. Ook inwilligingspercentages verschillen per nationaliteit (zie tabel 2 voor een overzicht). Er zijn geen noemenswaardige verschillen in aandelen genaturaliseerden naar leeftijd en geslacht. Voorgaand onderzoek heeft aangetoond dat het niet beschikken over geboorteakte en/of paspoort het grootste obstakel voor het indienen van een naturalisatieverzoek was. Volgens deelnemers aan een expertmeeting is dit nog steeds zo. De IND daarentegen herkent het beeld niet dat het voor sommige landen moeilijk tot onmogelijk zou zijn om aan documenten te komen. Bewijsnood wordt beperkt toegekend. De groep jongvolwassenen die op grond van de brief van de staatssecretaris van 26 april 2021 wordt vrijgesteld van de documenteneis bestond op 1 mei 2021 uit ongeveer 2000 personen. Circa 8.500 Ranov-vergunninghouders vallen dus nog buiten de vrijstelling.

View more